Waarom delen VS geen info over Islamitische Staat?

Gisteren uitte de Russische president Vladimir Poetin zijn teleurstelling over de aanhoudende weigering van de regering van de Verenigde Staten om informatie over de posities van Islamitische Staat met Rusland te delen te delen.

De VS beschikken over waardevolle informatie over de posities van de strijders van IS, die het de Russische strijdkrachten in de regio mogelijk zouden maken om korte metten te maken met dit mysterieuze leger van religieuze fanatici, dat uitgerust is met het modernste wapentuig en de meest verouderde ideeën.

Dus waarom, vroeg Poetin zich af, delen de de VS, als het werkelijk in hun bedoeling ligt om IS te verzwakken, niet simpelweg hun info met de Russische regering?

Opnieuw kan men niet anders dan Poetin gelijk geven, net als bij grote delen van zijn toespraak voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties eind september, ongeacht wat men van zijn binnenlands beleid of zijn persoon zou kunnen vinden. Waarom niet gaan samenwerken met Rusland, al was het maar uit tactisch oogpunt? De VS en Rusland zijn het weliswaar niet eens over het aanblijven van Assad, maar informatie over de posities van IS kan niet gebruikt worden tegen de zogenaamde “gematigde” oppositie in Syrië. Die verzwakt uitsluitend IS, en geen enkele andere strijdende partij.

Opnieuw krijgt men de indruk dat de VS er in woord wel, maar in daad niet op uit zijn om IS te elimineren. Dat blijkt steeds weer uit details. Russia TV toonde vanmorgen beelden van moderne Amerikaanse wapens, die op een of andere manier in handen van Syrische rebellen waren geraakt. Er was vorige week in de Nederlandse pers – naar aanleiding van vragen van Amerikaanse terrorismebestrijders aan Toyota – aandacht voor de vraag hoe IS toch aan die honderden Toyota’s Hilux kwamen, waar ze in hun propagandafilmpjes mee te zien zijn. Terwijl de Volkskrant niet verder kwam dan dat er de laatste jaren in Irak veel meer Hiluxen werden verkocht dan daarvoor, maar dat het een raadsel blijft hoe IS aan die dingen kwam, heeft het Ron Paul Institute for Peace and Prosperity dat “raadsel ” echter al op 9 oktober grotendeels opgelost.

Public Radio International (PRI), dat door een Amerikaanse stichting wordt gefinancierd, berichtte vorig jaar in een door de website van het instituut aangehaald artikel:

“Onlangs, toen het US State Department de levering van niet-dodelijke hulp aan Syrische rebellen hervatte, stonden er 43 Toyota trucks op de pakbon.” PRI interviewt Oubai Shahbander, toen adviseur in Washington van de Syrische Nationale Coalitie, die uitlegde wat de voordelen waren van de Hilux voor de gematigde oppositie. Ze kunnen zowel voor humanitaire operaties worden gebruikt, stelt Shabander, als voor bevoorrading van troepen en je kunt er natuurlijk zwaar bewapende militieleden in vervoeren.

Beeldmateriaal van IS-strijders in pick-up trucks toont echter dat Hiluxen echter doorgaans niet terecht bij de gematigde oppositie, maar bij de IS.

IS wordt niet alleen direct door de VS gesteund met wapens en voertuigen, vorige week werd ook bericht dat het Vrije Syrische Leger van de regering van Saoedi-Arabië 500 krachtige antitankraketten van het type TOW gekregen hadden. De Saoedi’s zouden dat niet kunnen doen zonder overleg met plaatselijke liaison officieren van de VS, want het grenst aan directe inmenging in het conflict in Syrië.

Bij staten doet men er verstandig aan om de verklaarde doelstellingen van hun beleid serieus te nemen, maar niet één op één over te nemen. De officiële reden voor de Amerikaanse aanval op Irak in 2003 was het wegnemen van de dreiging van massavernietigingswapens. De werkelijke reden was echter het vervangen van het regime (en het vergroten van de Amerikaanse invloed in de regio tijdens op de wederopbouw). Toen na de nederlaag van Irak bleek dat er geen dergelijke wapens waren, kwam de aap uit de mouw en verdedigde Washington zich door te stellen dat Irak nu een beter land was, omdat de gevreesde dictator Saddam Hussein ten val was gebracht.

Als men de gedragingen van staten wil begrijpen, is het verstandiger primair te kijken naar de gedragingen zelf, dat wil zeggen het handelen en het nalaten van de desbetreffende staat, en te onderzoeken of die een bepaalde continuïteit, een bepaalde logica bevatten.

Doet men dat bij het Amerikaanse beleid ten aanzien van Syrië sinds 2014, dan valt op dat de VS hebben nagelaten om IS met bombardementen ook maar te verzwakken, terwijl er wel allerlei modern wapentuig van Amerikaanse herkomst in handen van IS is gekomen.

Dan is er – afgezien van wat men verder van de Russische interventie in Syrië of van de persoon van Vladimir Poetin vindt – weinig af te dingen op de uitspraken van de Russiche president.

De uitbreiding van de NAVO naar het Oosten

In de Russische politiek en media wordt er herhaaldelijk op gewezen dat Westerse mogendheden hun belofte hebben gebroken om de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) na de val van het IJzeren Gordijn niet uit te breiden naar het Oosten. Zowel president Vladimir Poetin als premier Dmitri Medvedev hebben zich in die zin uitgelaten.

De kwestie is belangrijk, want als er echt zo’n belofte is geweest, en hij is door de leiders van de NAVO-lidstaten gebroken, dan is Rusland bekocht.

Amerikaanse beleidsmakers ontkennen dat er zo’n belofte is geweest. Zo ontkent zowel de Amerikaanse minister van Buitenlandse zaken (1989-1992) van dat moment James Baker, als zijn West-Duitse ambtgenoot Hans Dietrich Genscher (1982-1992), als de minister van Buitenlandse zaken van de Sovjet-Unie van dat moment Eduard Shevardnadze (1985-1990) dat er ooit een dergelijke belofte is gedaan.

De Amerikaanse ambassadeur in Moskou (1987-1991), Jack Matlock, stelt echter dat er een “duidelijke toezegging” (“clear commitment”) was dat NAVO zich niet oostwaarts zou uitbreiden.

De man die het allemaal het beste kan weten, de toenmalige president van de Sovjet-Unie Michail Gorbatsjov, wordt door het Amerikaanse Brookings Institute geciteerd, als zou hij beweren dat zo een toezegging nooit is gedaan. Op de Russische televisie heeft hij echter gezegd dat zo’n toezegging wel degelijk is gedaan.

Hoewel de sovjets bij de talrijke onderhandelingen in 1990 bijna alles op schrift hebben laten leggen, was er tot voor kort geen spoor te vinden van een schriftelijke belofte dat de NAVO niet zou oprukken naar de grens van het post-communistische Rusland.

Het Duitse weekblad Der Spiegel heeft echter in 2009 inzage gehad in voorheen geheime Duitse en Britse documenten, die de verklaring van Poetin, Medvedev en Matlock ondersteunen.

Op 10 februari 1990 vond er tussen 16:00 en 18:30 uur een gesprek plaats tussen Genscher en Shevardnadze. Volgens de Duitse notulen van dat gesprek, zei Genscher:
“Wij zijn ons ervan bewust dat lidmaatschap van de NAVO van een herenigd Duitsland complexe vragen kan oproepen. Voor ons is één ding zeker: de NAVO zal zich niet naar het Oosten uitbreiden.”

Duidelijker kan niet.

Der Spiegel kwam op basis van dit en andere documenten dan ook tot de conclusie “dat er geen twijfel was dat het Westen alles gedaan heeft wat het kon om de sovjets de indruk te geven dat er geen sprake was van NAVO-lidmaatschap voor landen als Polen, Hongarije en Tsjecho-Slowakije”.

Kijkt u op de kaart van Europa, dan ziet u dat er zonder NAVO-lidmaatschap van die laatste drie landen ook geen sprake had kunnen zijn van een lidmaatschap van de Baltische Staten, want die liggen achter Polen, en eigenlijk ook niet van lidmaatschap van Roemenië en Bulgarije, want die liggen achter Hongarije.

Terug naar de geopolitieke werkelijkheid van 2015. Dan zien we dat de NAVO zich 25 jaar later heeft uitgebreid tot aan de grens van Rusland.

NAVO-uitbreiding tot 2015
NAVO-uitbreiding tot 2015

Tijdens de Koude Oorlog, dus tot 1989, was het NAVO-lidmaatschap defensief van aard, namelijk om een aanval van de Sovjet-Unie af te slaan, dan wel te ontmoedigen. Maar na de val van Berlijnse Muur en van de communistische regimes in 1989 en 1990, was de onmiddellijke dreiging verdwenen. Zeker nadat de Communistische Partij van de Sovjet-Unie in november 1991 werd verboden en de Sovjet-Unie in 1992 werd opgeheven. Armenië, Azerbajdzjan, Estland, Georgië, Kazachstan, Kirgizstan, Letland, Litouwen, Moldavië, Tadzjikistan, Turkmenistan en Oezbekistan scheidden zich af, terwijl Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne zich onafhankelijk verklaarden en aaneensloten in het veel kleinere Gemenebest van Onafhankelijke Staten. Daar kwamen later wat lidstaten bij, maar het is in feite weinig meer dan een handelszone gebleven.

Is de toetreding van Oost-Duitsland tot de NAVO in 1990 nog te begrijpen als logisch gevolg van de Duitse hereniging, anders is dat bij die van de overige landen. Polen, Tsjechië en Hongarije werden in 1999 lid, toen er geen enkele dreiging uit het Oosten was. De Baltische Staten, Slowakije, Slovenië, Roemenië en Bulgarije sloten zich aan in 2004 en Kroatië en Albanië tenslotte in 2009. Daar zijn geen defensieve redenen voor te bedenken.

Hoewel het vanuit het perspectief van landen als Hongarije, Polen, Tsjechië en Slowakije om historische redenen begrijpelijk is dat zij preventief bescherming zochten, wil dat niet zeggen dat NAVO hen dan ook in een militaire alliantie moet opnemen. De NAVO-landen, met name de Verenigde Staten, hebben immers andere belangen dan de Centraal-Europese staten. En zij hebben een verantwoordelijkheid om nationalistische en communistische krachten in Rusland niet nodeloos in de kaart te spelen.

Het was veel verstandiger geweest als de voormalige satellietstaten onafhankelijk waren gebleven en zich zelfstandig herbewapend hadden. Bij een eventuele terugkerende Russische dreiging zouden ze zich altijd nog later aaneen hebben kunnen sluiten.

Het oprukken van de NAVO tot aan de Russische grenzen heeft hen slechts schijnzekerheid gegeven, want door de absurde bezuinigingen op defensie door de Europese regeringen de afgelopen decennia en het gapende gat in de antitank-capaciteit in het bijzonder, is NAVO niet in staat om een Russische aanval op Europa af te slaan.

Dat is buitengewoon dom en buitengewoon gevaarlijk: je ontwapent jezelf en breid je uit richting je voormalige tegenstander. Daardoor provoceer je de tegenstander, terwijl je jezelf steeds kwetsbaarder maakt.

Wat er had moeten gebeuren, is het tegendeel: de NAVO had zich in de jaren ’90 gefaseerd moeten opheffen, althans in elk geval niet moeten uitbreiden. De Europese landen hadden zelfstandig moeten blijven investeren in defensieve bewapening.

Nu is er niet alleen een belangrijke belofte aan Rusland geschonden, maar heeft Rusland de indruk dat het wordt omsingeld.

De oostelijke grens van de NAVO begint nu in Estland en loopt via Letland, Litouwen, Slowakije van noord naar zuid tot Hongarije. Daar buigt hij oostwaarts af naar Roemenië en zwenkt zuidwaarts naar het Bulgarije. Van Bulgarije loopt de lijn van het bondgenootschap verder oostwaarts via Turkije.

Bekijkt men dat kaartje, dan begrijpt men waarom het er vanuit het perspectief van Moskou uitziet, alsof Rusland in het westen omsingeld wordt.

De Syrische burgeroorlog en concurrerende pijpleidingen

Volgens een artikel van Ahmed Nafeez van het Institute for Policy Research & Development in het Britse dagblad The Guardian van twee jaar geleden, is de betrokkenheid van Groot-Brittannië en de Verenigde Staten bij het conflict in Syrië niet alleen ingegeven door puur humane overwegingen, maar ook door het oliebelang.

Al in 2011, dus een jaar vóór de uitbraak van de Syrische burgeroorlog, bleek uit uitgelekte notulen van overleg tussen de particuliere intelligence firm Stratfor en medewerkers van het Amerikaanse ministerie van Defensie dat de VS en Groot-Brittannië bezig waren Syrische oppositiegroeperingen te trainen met als doel om het regime van president Basjir Assad van binnenuit ten val te brengen.

De Franse minister van Buitenlandse zaken Roland Dumas verklaarde later op de Franse televisie dat hij in 2009 in Engeland was geweest en Britse topambtenaren hem toen reeds hadden laten weten dat Groot-Brittannië plannen had om iets te ondernemen in Syrië en om gewapende rebellen het land in te brengen.

Weer twee jaar eerder, in 2007, kwam via een presidential finding aan het licht dat de Amerikaanse president George Bush de Amerikaanse inlichtingendienst CIA toestemming had gegeven om covert operations te beginnen tegen Iran en Syrië.

Weekblad de New Yorker berichtte op grond van bronnen binnen de Amerikaanse regering en inlichtingendiensten dat de regering Bush samen met de regering van het soennitische Saoedi-Arabië bezig was met clandestiene operaties tegen de sjiitische Hezbollah in Libanon en, inderdaad, tegen het sjiïtische Iran en zijn bondgenoot Syrië. Een neveneffect daarvan zou zijn geweest, dat extremistische soennitische groeperingen zouden worden versterkt die de VS vijandig gezin waren en sympathie koesteren voor Al-Qaeda. De Saoedische regering verleende met toestemming van de VS via de Syrische moslimbroederschap financiële steun.

Volgens Nafeez kan die vergaande directe en indirecte inmenging in een soevereine staat als Syrië niet los gezien worden van de oliebelangen in de regio.

Zo bestaat er al jaren een plan om een pijpleiding aan te leggen die vanuit het South Pars / North Dome Olieveld bij  Qatar naar Turkije loopt, waar hij kan aansluiten op bestaande oliepijpleidingen.

Het plan voorziet twee mogelijke routes: de een via Saoedi-Arabië, Jordanië en Syrian de ander via Saoedi-Arabië, Koeweit en Irak.

Probleem is dat de Syrische regering al jarenlang medewerking weigert omdat zij de belangen van bondgenoot Rusland wil beschermen. Rusland is immers de belangrijkste leverancier van olie en gas aan Europa en nieuwe leveranties vanuit Qatar via Turkije naar Europa, zouden de Russische marktpositie ondermijnen.

Als het regime van Assad ten val gebracht en een pro-Amerikaans regime aan de macht geholpen kan worden, wordt Rusland niet alleen strategische verzwakt doordat een traditionele bondgenoot wordt “afgepakt”, maar wordt ook een gevoelige economische slag toegebracht aan Rusland dat immers voor 90% afhankelijk is van de export van olie en gas.

Maar er is meer. De Qatar-Turkije pijpleiding concurreert met de voorgenomen “islamitische pijpleiding” die vanuit Iran via Irak naar Syrië zal moeten gaan lopen tot in Damascus.

Iran Syria Qatar Gas Pipelines

De Syrische regering weigerde in 2009 om een overeenkomst te tekenen met Qatar en begon het volgende jaar onderhandelingen met Iran over de aanleg van de Iraanse pijpleiding via Irak naar Syrië. De onderhandelingen resulteerden in juli 2012 in een principe-akkoord over het project, begin 2013 gevolgd door een kaderovereenkomst omtrent de constructie van pijpleidingen door Irak.

Niet alleen zou de pijpleiding van Qatar via Saoedi-Arabië naar Turkije, – de eerste twee zijn Westerse bondgenoten en de derde is zelfs NAVO-lid – er niet komen, in plaats daarvan kon men bovendien concurrerende olieleveranties verwachten vanuit Iran aan Irak, Syrië, Libanon en op termijn zelfs aan Europa.

Dat mocht natuurlijk niet gebeuren.

Islamitische Staat in de problemen, Hillary wil no-fly zone

De eerste 6 dagen van Russische bombardementen op stellingen van Islamitische Staat (IS) zijn succesvol. Zowel de Libanese satellietzender Al Mayadeen als de Russische generaal Andrej Kartalopov verklaren dat luchtaanvallen nu reeds effect beginnen te krijgen.
Het commandocentrum van een van de terroristische groeperingen in de Syrische stad Raqqa is uitgeschakeld. Dat gebeurde met één slimme bom van het type BETAB-500, afgeworpen vanaf een Suchoi SU-34. Met een andere smart bomb, de KAB-500, werd in één klap een IS-locatie nabij Maart al-Numan verwoest

IS-strijders in Raqqa zouden volgens diverse bronnen zo geïntimideerd zijn, dat ze het vrijdaggebed op straat hebben overgeslagen, uit angst dat een dergelijke concentratie van IS-strijders doelwit zou worden van een luchtaanval. Er zijn berichten dat IS-strijders zich van bepaalde locaties terugtrekken en gedwongen zijn om zich elders te hergroeperen.

SU-34
SU-34

Belangrijker is dat bepaalde rebellen-groeperingen in Syriê met de Russische strijdkrachten willen gaan samenwerken tegen IS. Zo zou Burqan al-Furat, het gezamenlijke commando van de Free Syrian Army (FSA) en de Koerdische People’s Protection Unit (YPG), die voornamelijk in Noord-Syrië actief zijn, Rusland hebben aangeboden om de inzet van hun grondtroepen te coördineren met de Russische luchtaanvallen. Ook hebben ze Rusland om wapens gevraagd. Burqan al-Furat heeft IS al langer bevochten en in Kozani laten zien, dat het met luchtsteun – toen nog van Nederlandse F-16’s – terrein op IS kan heroveren.

De Russische regering heeft inmiddels bij monde van minister van buitenlandse zaken Sergej Lavrov tevens beloofd het Libanese leger te gaan versterken in de strijd tegen IS. Rusland trekt een lijn in het zand tegen verdere geopolitieke expansie van de VS in het Midden-Oosten.

Ook zijn de Russen bezig het Syrische luchtruim te zuiveren van buitenlandse vluchten. Zondag hebben 6 Russische SU-30 toestellen 4 Israëlische F-15’s onderschept, toen die de Syrische kust naderden. Israël schendt al maanden het Syrische luchtruim en aangezien de Russische strijdkrachten officieel op verzoek van het zittende Syrische regime handelen, hebben ze formeel het recht om het Syrische luchtruim te verdedigen.

Waar de Syrische luchtmacht dat niet aandurfde, zoeken Russische jagers inmiddels de noordgrens van Syrië weer op. Rusland zet SU-30 jagers in, die zijn uitgerust met R-17 air-to-air raketten, die de meeste toestellen van de Turkse luchtmacht uit de lucht kunnen schieten, mochten de Turken een grensincident willen provoceren.

SU-30
SU-30

Het valt te verwachten dat het Syrische leger zelf binnenkort met Russische luchtsteun de noordelijke gebieden tot aan Turkije gaat heroveren. Het kan rekenen op steun van grondtroepen uit Iran, Irak en van Hezbollah. En zoals gezegd van de Koerden.

Als Rusland zijn gang mag gaan, zal het IS binnen enkele maanden vernietigen.

Dat perspectief heeft in Washington voor paniek gezorgd. Hillary Clinton – de meest oorlogszuchtige van de Amerikaanse presidentskandidaten – had op 6 januari 2008 al tegen een geamuseerd publiek gezegd dat de Russische president Vladimir Poetin “geen ziel” heeft. Poetin trapte daar destijds niet in en reageerde later schamper met de opmerking dat politici die zo’n opmerking maken, geen hoofd op hun schouders hebben. Ook deinsde Clinton er niet voor terug Poetin met Hitler te vergelijken.

De provocerende houding van Clinton tegenover Rusland en haar gekozen leider heeft bij zowel democraten als republikeinen tot consternatie geleid. Wat kan een prominent politicus ertoe brengen om de gekozen leider van de tweede militaire macht op de wereld zo zinloos te beledigen?


“Putin has no soul”

Je zou bijna denken dat ze vanuit de financiële wereld via het Amerikaanse systeem van “campagne finance” wordt aangezet om op oorlog met Rusland aan te sturen.

Clinton heeft twee dagen geleden verklaard dat de VS een no-fly zone moeten afdwingen boven Noord-Syrië. Oftewel, het gestoorde mens wil een Derde Wereldoorlog beginnen.

Het is te hopen dat de Amerikaanse kiezers – die door de overwegend linkse media in de VS een gunstig beeld voorgespiegeld krijgen van Hillary – wakker zullen worden en beseffen dat ze deze psychopate in geen geval tot president en opperbevelhebber van hun strijdkrachten moeten kiezen.

Is de Derde Wereldoorlog te voorkomen?

Ja, in principe wel. In de praktijk is moeilijk te zien hoe.

Er zijn tientallen redenen waarom de huidige buitenlandpolitiek van met name de VS – en dus helaas per definitie die van de Europese grootmachten – afstevent op een militair conflict.

Vandaag zullen we er twee uitlichten:

1- een bijna algemene onwetendheid over de ware toedracht van de geschiedenis van de moderne tijd vanaf 1890. Door dat schokkende gebrek aan kennis en begrip, herkent men bepaalde patronen niet die ook tot de vorige twee wereldoorlogen geleid hebben.
2 – het feit dat er door bepaalde groeperingen doelbewust en ongehinderd op een verwoestend mondiaal conflict word aangestuurd.

Om met het laatste te beginnen:

Men vindt het over het algemeen vervelend om te moeten inzien dat de aarde zowel door voortreffelijke en uitzonderlijk goede individuen wordt bewandeld, als door uiterst cynische, zeg maar kwaadaardige types. En dat die laatsten, door een combinatie van gebrek aan empathie en van het vermogen om de eigen intenties te verbergen, een disproportionele invloed hebben verworven op de financiële en politieke wereld in westerse landen.

Bij mijn laatste bezoek aan Umbrië enkele jaren geleden, werd ik getroffen door de serene en bijzondere atmosfeer van die streek. In feite was de geest van de Heilige Franciscus (1181-1226) zelfs 800 jaar na dato nog alom voelbaar. Een ongelooflijk wilskrachtige en deemoedige christenziel, die niet alleen de in verval geraakte christelijke kerk gered heeft, maar ook daadwerkelijk zonder bezittingen leefde en onder die omstandigheden drie ordes wist op te richten, – waaronder de eerste vrouwelijke orde in Europa. Een eenvoudige monnik die door deemoed en navolging van Jezus wist uit te stijgen boven zijn tijdgenoten en daadwerkelijk uiteindelijk ook de uiterlijke tekenen van zijn heilige leven heeft mogen ontvangen in de vorm van de heilige kruiswonden.

stigmatization_of_st_francis_bardi_chapel

Of neem Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791), die in de 35 jaar van zijn leven zo veel onsterfelijk schone muziek heeft weten te creëren dat hij niet meer weg te denken valt uit de culturele ontwikkeling van de mensheid.

Als dergelijke voortreffelijke persoonlijkheden mogelijk zijn, met dermate uitzonderlijke biografieën, dan is ook mogelijk dat er cynische en kwaadaardige types bestaan die proberen te doen waar zij het beste in zijn.

Doordat het goede bestaat, is ook de mogelijkheid tot het kwade gegeven. Dat komt voort uit het wezen van de mens, uit de menselijke vrijheid en moraliteit.

Nu kun je wel, zoals de laatste eeuwen de katholieke kerk gedaan heeft, de moraliteit collectief definiëren en opleggen, maar dat verplaatst het probleem alleen maar, doordat je mensen van hun individuele vrijheid en ontwikkeling naar spirituele kennis berooft. Daardoor worden ze immers extreem beïnvloedbaar en kunnen gemakkelijk door anderen, die wel kennis bezitten, gemanipuleerd worden.

Paul Wolfowitz

Bovendien wil het Goede, net zoals het Schone en de Wijsheid, zoals Franciscus en Mozart hebben laten zien, uitsluitend via het individu steeds weer opnieuw ontstaan. Niet zo zeer via een groep of religie.

Nu is alles ook nog eens min of meer constant in ontwikkeling. Zowel de kosmos als de mens en de wereld zijn voortdurend in ontwikkeling. Komt er geen “goede” ontwikkeling, naar meer harmonie, elegantie en ontplooiing, dan volgt meestal een neerwaartse ontwikkelingsfase, of een destructieve, waarna een groot deel van een continent of zelfs van de mensheid opnieuw moet beginnen.

Het is alsof het kwaad als het ware verlost wil worden, alsof de duisternis aan het licht wil treden. Of die nu op bepaalde plaatsen heerst, of zich in de ogen van bepaalde ogenschijnlijk fatsoenlijke en hoogstaande personen toont. En in laatste instantie is de strijd om de vooruitgang niet gericht tegen deze duistere figuren, maar, in de woorden van de apostel Paulus, tegen geestelijke wezens. “Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.” Het is een strijd tegen Onwetendheid en Onwaarachtigheid. Dus de overwinning ligt in het streven naar Kennis en Waarheid.

We hebben het kortom over personen die zich door verstrekkende intenties laten leiden, die niet worden ingegeven door een universeel belang, maar door belangen van een vaak relatief kleine groep die uitsluitend behoud en vermeerdering van de eigen macht op het oog heeft. Personen die streven naar maximale macht zijn doorgaans bij een of meerdere groeperingen aangesloten. Dat komt omdat het voor individuen bijna onhaalbaar is om de hoogste “aardse” macht te vergaren. De ultieme macht laat zich bij voorkeur uitoefenen door een groepering, aan wie de leden onvoorwaardelijk met inzet van al hun vermogens trouw zijn. Die groepering moet gesloten zijn, anders verwatert de macht. Macht wordt per definitie uitgeoefend door de een over de ander, derhalve kunnen niet te veel mensen tot het huis der machtigen worden toegelaten, omdat er dan geen sujetten overblijven waarop de macht kan worden uitgeoefend.

Macht moet door maximaal 10% van de bevolking worden uitgeoefend over 90% van de bevolking. Substantiële macht moet volgens hetzelfde principe uitgeoefend worden door 10% van de 10% – zeg maar 1 op de 100 – en de ultieme macht door een fractie daarvan. De werkelijke macht, bijvoorbeeld om een doctrine er doorheen te drukken die gericht is op het ontmantelen van landen die een onafhankelijk buitenland beleid hebben, ligt bij 1 op de 10.000.

Hoe kleiner de verhouding van het aantal machthebbers tot het aantal onderworpenen, hoe groter het soortelijk gewicht van de macht. Maar om macht te kunnen vermeerderen, heb je idealiter meerdere generaties nodig, want persoonsgebonden macht wordt beperkt door de leeftijdsverwachting van de drager van de macht. Een persoon als Josif Stalin heeft van 1928 tot 1953 een nauwelijks geëvenaarde concentratie aan macht mogen uitoefenen, die echter na zijn dood vrijwel direct begon af te takelen. Een groepering echter, die als zij een lid verliest en ander in zijn plaats kan opnemen, kan over meerdere generaties plannen. Drager van de macht is dan niet de persoon, maar de groep.

Onderzoeken we de oorsprong van de Eerste Wereldoorlog, dan komen – via Duitsland, Frankrijk en Rusland – uiteindelijk uit in Groot-Brittannië bij een kleine groep personen rondom koning Edward VII (1841-1910), de zoon van Queen Victoria. Met personen als Alfred Millner (Boerenoorlog), Cecil Rhodes (Rhodesië), Reginald Balliol Brett (Lord Esher), Lord Nathaniel Rothschild goedmoedig in een coördinerende rol op de achtergrond, en met Arthur Balfour (Buitenlandse zaken) en vlootbouwer Richard Haldane.

Richard Haldane

Vooral in nominaal democratische landen als de VS en Groot-Brittannië weet men traditioneel voortvarend met allerlei informele groeperingen te werken. De oorsprong van alles wat met langetermijnpolitiek te maken heeft, moet gezocht worden in de schoot van dit soort genootschappen. ZO’n politiek kan in een formele democratie worden doorgevoerd via het principe dat een goed georganiseerde kleine groep een disproportionele invloed kan uitoefenen op een ongeorganiseerde meerderheid, en het principe dat kennis macht is. De meeste premiers en ministers van buitenlandse zaken zijn niet in staat om zelf een nieuw buitenlandbeleid te formuleren, en zijn dus afhankelijk van bijvoorbeeld denktanks als de Council on Foreign Relations in de VS.

Hoe deze heerschappen een soort club vormden die vanaf het einde van de 19e eeuw onvermoeibaar bouwde aan de architectuur van de daarop volgende wereldoorlog, alles omwille van de glorie van het Britse wereldrijk, wordt beschreven in Hidden History. The secret origins of the First World War van Gerry Doherty en Jim Macgregor.

Er is in kringen rondom de Britse regering in 1890 uitgerekend, dat Duitsland Groot-Brittannië in 1914 economisch zou inhalen. Dat moest koste wat kost voorkomen worden.

De Tweede Wereldoorlog vindt zijn oorsprong in feite in 1917, toen vanuit het Westen in Rusland een revolutionair nihilistisch regime aan de macht geholpen werd. De Derde Wereldoorlog vindt zijn uiterlijke oorzaak in dezelfde week als de tweede. Op 7 november 1917 pleegden de bolsjewieken hun staatsgreep, terwijl op 2 november 1917 de kiem gelegd werd voor Israël als politiek staat, in de vorm van de zogeheten Balfourdeclaratie, de brief waarin Lord Balfour aan Lord Rothschild mededeelde dat de regering van Zijne Majesteit welwillend stond tegenover de vestiging van een joods tehuis in Palestina. Daarmee werd ook de kiem gelegd voor de voortdurende spanningen en terugkerende oorlogen tussen de joodse staat en de omringende landen in de regio, die tot op de dag van vandaag voortduurt.

Om te onderzoeken hoe de financiële architectuur werd opgezet die dit vervolg op de Eerste Wereld oorlog mogelijk maakte, kunt u Lords of Finance van Liaquat Ahmed raadplegen, waaruit onder andere blijkt dat de Bank of England tot in 1942 leningen verstrekte aan het nationaal-socialistische Duitsland.

Sinds de opkomst van de moderne geldeconomie zie je – als één van de talrijke rode draden die door de uiterlijke ontwikkeling heen lopen – dat in de een of andere vorm telkens twee of drie met elkaar strijdige of strijdende ideologieën, bewegingen of mogendheden worden gefinancierd en anderszins gesteund, die dankzij die steun kunnen concurreren met de natuurlijk of wenselijke ontwikkeling in Europa en elders in de wereld.

Je kunt ook zien dat die dialectische manipulatie van politiek, cultuur, onderwijs, wetenschap en internationale verhoudingen, een geografische richting heeft. Hij gaat momenteel vooral uit van het Westen en richt zich meestal op het Oosten. Het heeft te maken met de financiering van verkiezingscampagnes in de Verenigde Staten, met de Wolfowitz-doctrine, met de pogingen om via allerlei verdragen een soort wereldhandelsrijk te stichten, met het streven om via genetisch gemanipuleerde organismes binnen enkele generaties het organische voedsel in een groot deel van de wereld te vervangen door zaden die jaarlijks opnieuw ingekocht moeten worden, met verkapte steun aan Islamitische Staat, et cetera.

Financierde in de 19e eeuw bepaalde banken steevast twee zijden van hetzelfde conflict, zodat de destructie groter werd en die banken rijker, zo is inmiddels aangetoond dat in de 20e eeuw vanuit soortgelijke kringen zowel de opkomst, industrialisering en opbouw van een agressieve strijdmacht van het communistische Rusland werd gefaciliteerd, als de machtsgreep en economische en diplomatieke successen van Adolf Hitler in Duitsland. En hoe vervolgens werd aangestuurd op een conflict dat door die ontwikkelingen veel bloediger en destructiever werd, dan het geval was geweest als de financiële wereld zich er niet mee bemoeid had.

Na de Tweede Wereldoorlog zien we, onder andere aan de hand van bijvoorbeeld de memoires van generaal Wedemayer, hoe China door goed getimed ingrijpen van de VS in handen van de communisten gespeeld werd.

Genraal Alfred Wedemeyer

Dat kon gebeuren nadat in China door Russische geheimagenten een communistische partij was opgericht, hetgeen u kunt lezen in Mao: The Unknown Story (2005) van Yung Chang en Jon Halliday. Die druk kon de Amerikaanse regering alleen maar uitoefenen omdat China tijdens de Tweede Wereldoorlog afhankelijk was geworden van militaire steun van de VS. Amerikaanse deelname aan de strijd in de Pacific was weer mogelijk gemaakt door de Japanse aanval op Pearl Harbour, die vanuit Japans perspectief een wanhoopsdaad was tegen de economische omsingeling door de VS, zie Day of Deceit. The truth about FDR and Pearl Harbour van Robert Stinneth.

Zonder Tweede Wereldoorlog zou er in China – en in Oost-Europa – geen communistisch regime aan de macht gebracht kunnen zijn, net zoals er zonder Eerste Wereldoorlog geen communistisch regime in Rusland zou zijn geweest.

Mao heeft China vervolgens in economisch, sociaal en cultureel opzicht meer verwoest dan tien Amerikaanse atoombommen hadden kunnen doen. Daardoor is China wellicht 20 jaar later de geduchte economische en militaire concurrent van de VS geworden dan het geval was geweest, als de nationalisten hadden gewonnen en er geen communistisch economisch stelsel zou zijn ingevoerd.

Het is belangrijk om in te zien hoe ver de invloed van de Westerse achtergrondpolitiek heeft gestrekt in de 20e eeuw, en hoe geniaal die politiek is geweest. Zelfs de vorming van een Europese Unie is in feite in het belang van de VS, in de zin dat een log socialistisch Europa minder concurrentie betekent voor de VS, dan een dynamisch en pluriform continent.

Als men begrijpt dat het streven van de balance of power politiek van het Britse Rijk en de Wolfowitz-doctrine van de VS is, om te voorkomen dat buiten de angelsaksische wereld mogendheden opstaan, die ook maar in potentie een “bedreiging”, dat wil zeggen, concurrentie zouden kunnen vormen, dan begrijpt men waarom er in regio’s zoals Zuid-Oost Azië, Noord-Afrika en het Midden-Oosten voortdurend chaos moet zijn, teneinde de relatieve invloed vanuit het Westen te behouden, dan wel vermeerderen.

Dan begrijpt u wat critici van de Amerikaanse wereldpolitiek als Dominique de Villepin en Sergej Lavrov bedoelen met hun kritiek op de “unipolaire” wereld en hun pleidooien voor een “multipolaire wereld”. En op hun nadruk op de “dialoog” in plaats van de “botsing” der beschavingen.

Dominique de Villepin VN 2003

Zij willen geen wereld die eerst tot op het bot wordt verdeeld door allerlei kunstmatig gecreëerde of opgeblazen conflicten, en vervolgens een Angelsaksische nieuwe wereldorde zoals die op de achterzijde van het dollarbiljet wordt aangekondigd.

Novus Ordo Seclorum

Als we een wereldoorlog willen voorkomen, moeten we leren zien dat Syrië het Servië van 1914 is, en Rusland het Duitsland van 1914. En dat, als de Wolfowitz-doctrine niet door toekomstige Amerikaanse regeringen aan de kant wordt gezet, China de uiteindelijke vijand van de VS zal zijn.

Dan moeten we onze regeringen dwingen om Oekraïne met rust te laten. Dan moeten we de sancties eenzijdig opheffen, ons herbewapenen en uit de NAVO stappen. Dan moeten we Nederlandse wetten weer boven Europese wetten laten gaan. Dan moeten we directe democratie invoeren en de kiezers laten beslissen over deelname aan militaire acties in Syrië of Afghanistan, over vluchtelingenquota en andere belangrijke kwesties. Als we dat allemaal doen, dan hebben we een begin gemaakt met het voorkomen van een mogelijke derde wereldoorlog. Doen we dat niet dan zal hij komen, net zoals in 1914 en 1939: zonder dat u en ik en de meerderheid van de bevolkingen van de betrokken landen het hebben gewild.

Verdeel en heers in het Midden-Oosten is niet nieuw

Het Turkse ministerie van buitenlandse zaken beweert vandaag dat de Russische bombardementen op stellingen van rebellenstrijders in Syriê “meer extremisme en radicalisme” in de hand zullen werken.

De Turkse regering – die overigens volgens een rapport van de Amerikaanse senaat, dat eerder deze week werd gepubliceerd, in Syrië regelmatig lege huizen laat bombarderen – neemt daarmee het standpunt over dat de Amerikaanse regering een dag eerder uitsprak.

Het Amerikaans-Turkse standpunt is echter uiterst hypocriet gezien de buitenlandse politiek van de VS van de afgelopen 100 jaar, die er op talrijke momenten, regelmatig zelfs doelbewust, op gericht was om radicale stromingen te versterken om regio’s uit balans te brengen en daarna onder Amerikaanse invloed te brengen.

Uit memoranda van de Defense Intelligence Agency uit 2012 blijkt dat de meerderheid van de Syrische verzetsstrijders – de goeden uitgezonderd – bestaat uit jihadisten, moslimbroeders en al-Qaeda. Dus niet uit “legitieme” rebellen die democratie en een rechtstaat willen.

De strijders van IS, dat in 2014 in Irak werd opgericht uit elementen van al-Qaeda, werden door Amerikaanse veiligheidsdiensten bewapend, getraind en gefinancierd, met name tijdens de burgeroorlog in Libië, maar ook daarvoor. Zij hebben in Irak aanzienlijke voorraden Amerikaanse wapens en munitie veroverd die hen in feite in handen zijn gespeeld.

De Turken spelen het spelletje van de VS dus lustig mee. Strijd voeren, maar niet te snel winnen.

Het is natuurlijk moeilijk voorstelbaar dat een coalitie van Westerse landen van de VS, Groot-Brittanië, Frankrijk, Nederland en Turkije niet in staat zouden zijn om binnen de kortste keren de strijdkrachten van Islamitische Staat te verslaan. Als alleen de VS en Turkije drie weken lang ook maar enigszins serieus zouden proberen om IS aan te pakken, zou er van de beweging niets dan een stofwolk overblijven.

De bedoeling is dus duidelijk om het conflict te laten voortduren. In reactie daarop kunnen dan in alle rust de werkelijke geopolitieke doelstellingen gerealiseerd worden.

Dit beleid van het creëren van problemen en die vervolgens bestrijden wordt in feite al meer dan een eeuw gevoerd door de Amerikaanse regering, of beter gezegd kringen rondom de Amerikaanse regering.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog droeg het Amerikaanse beleid er – hoewel het formeel gericht was op het helpen beëindigen van het conflict – de facto toe bij dat de oorlog langer duurde dan noodzakelijk. De regering Wilson manoeuvreerde zich in een positie van bemiddelaar en gaf op het belangrijkste moment in 1916 niet thuis. De op papier veelbelovende punten van Wilson, die gericht waren op het bevorderen van het zelfbeschikkingsrecht van naties, werkten aan het einde van de oorlog als een Trojaans paard en moedigden separatistische tendensen in Midden-Europa aan die tot op de dag van vandaag voelbaar zijn.

Vanaf het eerste begin in 1917 hebben Amerikaanse bedrijven en banken de communistische staatsgreep in Rusland gesteund. Door een lening van de Federal Reserve aan de bolsjewieken, maar ook door persoonlijke interventie van president Woodrow Wilson, toen Leon Trotsky – die later leiding zou geven aan de militaire kant van de revolutie – door de Canadese autoriteiten werd tegengehouden toen hij op weg was naar Rusland. Wilson oefende druk uit, waardoor Trotsky, die van hem een paspoort had gekregen, alsnog naar Rusland kon gaan om daar de communistische machtsovername te organiseren.

Inmiddels hebben historici vastgesteld dat de opbouw van de industrie van de Sovjet-Unie in de eerste twee vijfjarenplannen (1928-1933 en 1933-1938), grotendeels door Amerikaanse interventie tot stand is gebracht.

Dit is allemaal zeer goed gedocumenteerd. Zo beschreef Sonia Melnokova-Raich in The Journal of the Society for Industrial Archeology in 2010 (vol. 36, no 2, pp 57-80) hoe het meest geavanceerde Amerikaanse architectenbureau van dat moment, de Albert Kahn Associates, aanzet gaven (“jump-started”) tot de industrialisering van de Sovjet-Unie. De Kahn brothers produceerden tractorfabrieken in Stalingrad, Charkov, Tsjeljabinsk en elders die opgezet waren – en later gebruikt werden – om grote aantallen tanks te produceren. Een gedetailleerd overzicht van de Amerikaanse steun aan de opbouw van zo’n beetje elke tak van de sovjet-industrie vindt u in Westers Technology and Soviet Military Development van wijlen professor Economie Antony C. Sutton.

De Sovjet-Unie werd ook op talrijke andere manieren ondersteund, met name door enkele bedrijven uit de financiële sector, zoals u kunt lezen in Wall Street and the Bolshevik Revolution van Sutton. Tegelijkertijd steunden Amerikaanse bedrijven via dochterbedrijven de opkomst van Hitler-Duitsland (Wall Street and the Rise of Hitler). Dat zijn geen samenzweringstheorieën, maar zeer goed gedocumenteerde studies.

Het gevolg daarvan was dat zowel de agressieve Sovjet-Unie van Stalin, als het nationaal-socialistische Duitsland, veel sterker werden dan zij zonder Amerikaanse steun geworden zouden zijn. En dat zij, toen zij gezamenlijk door middel van het Molotov-Ribbentrop pact van 23 augustus 1939 in feite de Tweede Wereldoorlog ontketenden, Europa in een oorlog stortten die veel langer en bloediger en grootschaliger was dan zonder die steun het geval zou zijn geweest.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ziet men opnieuw hoe krachten van achter de Amerikaanse regering het conflict doelbewust oprekten. Ten eerste door generaal George Patton te verhinderen om in 1944 Berlijn in te nemen en de oorlog zo een jaar eerder te beslissen. Maar ook natuurlijk door de weigering om de hoofdmacht van de invasie via Italië te laten oprukken naar Centraal-Europa en in plaats daarvan te kiezen voor een invasie in Normandië, waardoor de oorlog langer duurde en niet Patton, maar de Russische maarschalk Zjoekov uiteindelijk Berlijn zou veroveren.

Daarmee werd de deling van Duitsland, die vanuit diezelfde kringen reeds vanaf het einde van de 19e eeuw gewenst was, alsnog met Amerikaanse hulp gerealiseerd.

Tenslotte door de eis van “onvoorwaardelijke overgave” van Duitsland van de Amerikaanse regering in januari 1943, waardoor Duitsland veel langer doorvocht dan het gedaan zouden hebben als er uitzicht was geweest op vredesonderhandelingen. Zelfs de officieren die Hitler graag hadden willen offeren – en die waren er zeker – vochten nu door omdat ze wel een Duitsland zonder Hitler wilde, maar geen Duitsland dat tot kolonie of protectoraat zou worden.

De Amerikaanse buitenlandse politiek heeft ook na de Tweede Wereldoorlog deze dubbele politiek doorgezet. Een enkel voorbeeld is de Iraaks-Iraanse oorlog van 1980 tot 1988 toen het officieel het seculiere Irak steunde, maar tegelijkertijd clandestien via een andere branche van de buitenlandse politiek Iran steunde, zodat de oorlog veel langer en destructiever werd dan zonder die steun het geval geweest was.

Een en ander maakt deel uit van een klassieke strategie van verdeel en heers.

Buitengewoon leerzaam in dit opzicht is onderstaand interview van Sutton:

In dat licht is het dus helemaal niet vreemd dat de Amerikaanse inmenging in Irak, Afghanistan, Libië en Syrië niet geleid heeft tot stabiliteit, maar tot duurzame chaos en radicalisering. Dat ligt in het verlengde van de dialectische strategie die de Amerikanen hanteren.

Het is een op zich geniaal strategie die het mogelijk maakt dat zeer sterke, maar geografisch perifere en afgelegen mogendheden als Groot-Brittannië en de VS toch nog aanzienlijke invloed kunnen uitoefenen in de de rest van de wereld.

De VS liggen een halve aardbol verwijderd van Azië, maar hebben toch invloed in Japan, Pakistan en Afghanistan en patrouilleren momenteel tot grote ergernis van de Chinese regering met de US Pacific Fleet in de Zuid-Chinese Zee. Natuurlijk is er altijd een voorwendsel, soms zelfs een legitieme reden, maar het gaat erom in te zien dat de VS, ook al is het een prachtig land met een uniek politiek en economisch stelsel, wel degelijk ook een politiek hebben om op lange termijn zo veel mogelijk in vloed uit te oefenen in werelddelen waar ze geografisch gezien niets te zoeken hebben.

In die zin zien ze zich, en zijn ze, de opvolgers van het Britse wereldrijk dat in 1910 een kwart van het aardoppervlak bestuurde en de helft dan de wereldzeeën beheerste.

De steun van de VS aan de Sovjet-Unie is na de Tweede Wereldoorlog achter de schermen gewoon doorgegaan. In de jaren ’60 en ’70 ontvingen de failliete communistische regimes van Oost-Europa miljarden leningen van Westerse centrale banken en particuliere financiële instellingen. Dergelijke steun aan de formele vijand in de Koude Oorlog heeft de Russische dissident Vladimir Boekovsky ertoe gebracht te verklaren dat de Sovjet-Unie zonder steun van het westen 10 jaar eerder zou zijn ingestort.

Tot slot de verklaring van professor Sutton, waarom hij denkt dat bepaalde Westerse banken en grote bedrijven vanaf het begin communistische regimes hebben gesteund:

Interviewer: “Why would an American capitalist, an American financeer, help to aid bolshevism?

Sutton: “The only answer – and this puzzled me for years, because we understand to be in opposition – the only answer I could come to is one of captive markets. The United States did not want another United States. And of course, if you look at the world map, Russia is two to three times larger than the United States. Imagine this as another United States, as a competitor to the United States. What the United States wanted or what Wall Street wanted was a captive market. Socialism is a captive market, because my earlier studies at the Stanford University have brought up the fact that a socialism system cannot innovate. It’s going to import innovation and technology from the West. So I think the aim and thinking behind this was to encourage the development of Marxism, and other types of socialism, because that would give these Wall Street bankers control of a world market, a captive market.

Russische bombardementen aangevangen

Op 30 september 2015 zijn de eerste militaire handelingen van Rusland in het Midden-Oosten begonnen. De Russische luchtmacht voerde bombardementen uit op doelwitten in de stad Homs en elders.

Russische luchtaanvallen 30-09-2015 volgens BBC

Wat en wie er precies geraakt is, zal later met meer zekerheid vastgesteld kunnen worden, maar de Westerse media melden nu reeds in hun berichtgeving dat niet Islamitische Staat, maar reguliere rebelleneenheden getroffen werden, suggererende dat de Russische regering er niet op uit was om IS uit te schakelen, maar om Assad in het zadel te houden.

Dat is niet het geval. Rusland handelt niet uit loyaliteit jegens het regime van Assad. Het wil via steun aan het Syrische regime zijn eigen geopolitieke doelstellingen in het gebied verwezenlijken. Als die op een andere wijze dan via invloed in Syrië gerealiseerd kunnen worden, bijvoorbeeld via de vestiging van bases voor de Russische vloot op Noord-Cyprus en in Lybië, dan zal de Russische regering dat zeker overwegen.

De Amerikaanse president Barack Obama maakt een ernstige fout door de uitgestoken hand van Poetin niet aan te nemen. De reden daarvan zou liggen in een verschil van visie op de oorzaak van het probleem. Poetin wil Assad steunen om IS te verslaan, maar Obama ziet Assad als de oorzaak van het probleem en meent dat hij verwijderd moet worden.

Voor beide standpunten is iets te zeggen, maar het gemeenschappelijke belang is nu het verslaan van IS. Als de Amerikaanse regering daar ook maar enige prioriteit aan zou geven, zou zij direct een militaire samenwerking met Rusland aangaan en de kwestie van de positie van Assad ná de oorlog tegen IS discreet voor zich uitschuiven.

Syrië is de facto reeds uiteengevallen. De grenzen bestaan alleen nog maar op papier en het centrale gezag functioneert alleen nog maar in het westelijke deel van het land. Herstel van het regime van Assad is nauwelijks voorstelbaar. Rusland gaat echt niet al zijn kaarten zetten op herstel van een ten dode opgeschreven regime.

De Russische president Vladimir Poetin heeft gisteren dan ook verklaard dat Assad “compromissen” zal moeten tonen. Wat hij daarmee bedoelt zal duidelijk worden, naarmate de Amerikaans-Russische diplomatie een constructief karakter aanneent.

Het is namelijk zonneklaar dat Poetin op dit moment niet kan zeggen dat Assad moet vertrekken. Hij heeft Assad en zijn leger nodig om IS te verslaan. Maar hij laat wel doorschemeren dat Assad wat hem betreft na afloop slechts een deel van het grondgebied terugkrijgt, dan wel in het nieuwe Syrië de macht zal moeten delen met de oppositie. Anders gebruikt je het woord “compromis” niet.

Het zou dus voor de hand liggen als Obama de uitgestoken hand van Poetin aanneemt en beide leiders vragen over de kwestie van de toekomst van Assad beleefd wegwuiven.

Want wat voor keuze heeft Assad immers? Kan hij gaan zitten mokken en bij Poetin drammen dat hij garanties wil en anders de Russen eruit gooit? Natuurlijk niet, Assad heeft in wezen geen enkele andere keuze dan het in feite onvoorwaardelijk accepteren van Russische steun.

Maar een kat in het nauw maakt rare sprongen, dus het is buitengewoon onverstandig om hem dat nu alvast te laten merken.

Poetin’s noodkreet aan de Verenigde Naties

Gisteren sprak de Russische president Vladimir Poetin voor het eerst in 10 jaar de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe. Diverse media noemen de toespraak voorspelbaar, maar wie goed luistert, hoort tussen de regels een noodkreet om een mogelijke derde wereldoorlog te voorkomen.

Poetin voor VN 28-09-2015

Poetin begint formeel en legt al snel de nadruk op de diversiteit en representativiteit binnen de Verenigde Naties, en op de “missie” van de organisatie om compromissen te sluiten. Dat is een verhulde kritiek op pogingen van landen als de Verenigde Staten om de VN te gebruiken voor hun eigen geopolitieke agenda en als dat niet lukt, buiten de VN om in gelegenheidscoalities of eenzijdig te interveniëren in conflictgebieden.

Al na enkele minuten zegt Poetin dat er na het einde van de Koude Oorlog “a single centre of dominion” is ontstaan in de wereld. “And then those who found themselves at the top of that pyramid were tempted to think that if we are so strong and exceptional then we know better than anyone what to do and why at all should we reckon with the UN…”

Dit is een directe toespeling op de koers die de VS onder George Bush en Dick Cheney zijn gaan varen, en die door president Barack Obama is overgenomen. Deze koers kenmerkt zich door een sterk “exceptionalisme” en door wat bekend is komen te staan als de “Wolfowitz-doctrine”.

Exceptionalisme is de diepgewortelde overtuiging dat de VS anders zijn dan alle andere landen en een uitzonderlijke rol te spelen hebben in de wereldgeschiedenis. Dit gevoel is na de ineenstorting van de Sovjet-Unie alleen maar sterker geworden. De zogeheten neoconservatieve stroming die de macht binnen de Republikeinse Partij heeft overgenomen en met geweld democratie wil verspreiden over de wereld – en de drijvende kracht achter de tweede Irak-oorlog was -, ziet de overwinning van de VS in de Koude Oorlog als een teken dat het Amerikaanse model als het ware uitverkoren is om zich over de hele wereld te verspreiden.

Rebuilding America's Defenses

De neoconservatieven hebben hun langetermijnvisie vastgelegd in het document “Rebuilding America’s Defenses: Strategies, Forces, and Resources For a New Century” (september 2000) dat door de denktank “Project for a New Americam Century” (PNAC) is opgesteld. Tot de ondertekenaars daarvan behoorden mensen als Donald Rumsfeld, Paul Wolfowitz en Dick Cheney die onder president George Bush in de Amerikaanse regering werden opgenomen als respectievelijk minister van defensie (2001-2006), staatssecretaris van defensie (2001-2005) en vice-president (2001-2009).

Rebuilding America’s Defenses behelst een verstrekkende visie op de ontwikkeling van de wereld in de 21e eeuw en de rol van de VS daarin. “Does the United States have the resolve to shape a new century favorable to American principles and interests?” De VS worden gezien als voertuig om een nieuwe “eeuw”, dat wil zeggen een nieuw tijdperk te scheppen. En dat tijdperk speelt zich natuurlijk niet op Mars af, maar op Aarde en daarom kun je gerust spreken van plannen voor een radicale herschikking van de mondiale politieke, diplomatieke en militaire verhoudingen tussen landen en continenten, oftewel van een “nieuwe wereldorde”.

“[What we require is] a military that is strong and ready to meet both present and future challenges; a foreign policy that boldly and purposefully promotes American principles abroad; and national leadership that accepts the United States’ global responsibilities.”, stelt Rebuilding America’s Defenses in de inleiding.

De PNAC staat dus voor een sterk leger en een ideologische en expansionistische buitenlandse politiek. Het laatste kan natuurlijk niet zonder het eerste.

De neoconservatieven hebben vervolgens de aanslagen op de drie gebouwen van het World Trade Center complex in september 2001 benut om een nieuwe buitenlandse politiek te formuleren die bekend is komen te staan als de “Bush-doctrine”, cq de “Wolfowitz-doctrine”.

Deze komt er in het kort op neer dat de VS, die door de politieke en economische ineenstorting van de Sovjet-Unie geen geopolitieke rivalen meer hadden, er actief voor moesten zorgen dat er geen land of groep landen meer kan ontstaan, die een potentiële dreiging voor de VS zouden kunnen gaan vormen.

De doctrine bestond voordat zij tot beleid verheven werd reeds als “richtlijn” voor defensie. In de Defense Planning Guidance for the 1994–99 fiscal years (18 februari 1992) staat letterlijk:”Our first objective is to prevent the re-emergence of a new rival, either on the territory of the former Soviet Union or elsewhere, that poses a threat of the order of that posed formerly by the Soviet Union. This is a dominant consideration underlying the new regional defense strategy and requires that we endeavor to prevent any hostile power from dominating a region whose resources would, under consolidated control, be sufficient to generate global power.”

Hoewel de doctrine defensief geformuleerd is, – althans in de geest van de voorwaartse defensie – heeft zij dermate verstrekkende implicaties, dat zij door tegenstanders gezien wordt als een pro-actieve, agressieve strategie om de wereld te vormen naar Amerikaans evenbeeld. Geen enkel ander werelddeel of regio mag immers zo sterk opkomen, dat het even sterk zou kúnnen worden als de VS. Ongeacht of het vijandige bedoelingen heeft of niet. De doctrine lijkt zo bezien eerder gericht tegen concurrenten dan tegen vijanden.

Hoewel de tekst van de doctrine later is afgezwakt, blijft de kern overeind, namelijk dat er nooit meer een rivaal mag opstaan die even sterk of potentieel even sterk kan worden als de VS. Vertaald naar de actuele politieke verhoudingen, betekent zulks dat de wederopstanding van Rusland moet worden voorkomen, dan wel ongedaan gemaakt moet worden. Daarmee is Rusland in de positie van het Duitse Rijk terechtgekomen, dat in de 19e eeuw economisch zo sterk werd dat het koste wat kost moest worden ingekapseld. Daardoor moest Duitsland kiezen tussen onderworpenheid en grootheidswaan, maar kon het zich niet meer over de gulden middenweg ontwikkelen. En we weten waartoe dat heeft geleid: drie Europese oorlogen (1870-1871, 1914-1918 en 1939-1945).

Rusland (en China) zien de regime change in Irak, Lybië en Syrië als de moedwillige uitschakeling van Russische bondgenoten in het kader van een strategie om Rusland blijvend te verzwakken. En Rusland ziet de sancties die de VS tegen Rusland hebben afgekondigd – en die door de EU zijn overgenomen – als een poging het land te degraderen tot tweederangs mogendheid. Opnieuw dringt een historische parallel zich op: die met Japan in 1941, dat door de Amerikaanse boycot zonder olie kwam te zitten en daardoor een eeuw teruggezet dreigde te worden naar het pre-industriële tijdperk. Dat was voor de Japanners de aanleiding om de Amerikaanse vlootbasis in de Stille Oceaan op Pearl Harbour aan te vallen.

We bevinden ons zonder het te weten wellicht reeds in een “vooroorlogse” fase. Er is al heel veel beleid opgebouwd, zowel aan als onder de oppervlakte van de uiterlijke gebeurtenissen, dat bewust of onbewust gericht is op het provoceren van een oorlog.
Er zijn Amerikaanse generaals die menen dat er nu een “window of opportunity” is om Rusland militair te verslaan. Er wordt gehandeld vanuit wat Jacques Chirac in zijn verzet tegen de 2e Golfoorlog een logique de guerre noemde, een handelswijze die wel tot oorlog moet leiden. In feite is de economische fase van de derde wereldoorlog al begonnen, in de vorm van moordende sancties tegen Rusland, waardoor de Russen over een aantal jaren hun olie nauwelijks meer uit de grond kunnen halen. En in de vorm van een door manipulaties omlaag gedreven olieprijs, waardoor Rusland miljarden oliedollars misloopt en de roebel in waarde is gehalveerd. Currency war, trade war, world war.

Poetin leest deze oorlogslogica en vreest oprecht dat de langetermijnplanners achter de Amerikaanse regering aansturen op een gewapend conflict met Rusland. Daarom grijpt hij zijn rede voor de VN aan om die strategie aan de kaak te stellen en te waarschuwen voor de gevolgen.

“Russia is ready to work together with all partners on the basis of broad consensus, but we consider the attempts to undermine the authority and legitimacy of the United Nations as extremely dangerous [mijn cursivering]. They can lead to a collapse of the entire architecture of international relations. Then, indeed, we would be left with no other rules than the rule of force.” “Extremely dangerous” en “rule of force” is een waarschuwing dat het eenzijdig afdwingen van geopolitieke van de VS tot een grootschalige oorlog kan leiden.

“We would get a world dominated by selfishness rather than collective work.” Oftewel een wereld waar Amerikaanse en internationale corporations het buitenlandse beleid van de VS manipuleren via uitgekiende handelsverdragen zo veel mogelijk resources naar zich toe te trekken. “A world where truly independent states would be replaced by an ever growing number of de facto protectorates and extremely controlled territories.” Dit is een waarschuwing tegen de Amerikaanse strategie van geleidelijke en indirecte onderwerping van bepaalde regio’s.

En we gaan verder: “No one has to conform to a single development model that someone has once and for all recognized as the only right one.” Dit is een directe toespeling op de ambitie van de neoconservatieven om staten als Lybië en Irak met geweld te democratiseren, omdat “American democracy” het enige juiste model is. Op de opvatting van “het einde van de geschiedenis” van de neoconservatief Francis Fukuyama, die in wezen stelt dat na het einde van de ideologische strijd met de Sovjet-Unie “western capitalism” [let op: dus niet een vrije markt, maar een door corporations beheerste markt] en “democracy” [dat wil zeggen een systeem waarbij beleid bepaald wordt door bijdragen aan de verkiezingscampagnes] als enig model voor sociale ordening op aarde over zijn gebleven.

Poetin distantieert zich – enigszins opportuun – van de pogingen van de Sovjet-Unie destijds om het communisme te exporteren, en kritiseert de voortgaande “export of revoluties, this time so-called ‘democratic’ ones” door de VS, als noemt hij het land niet expliciet.

Die agressieve externe interventies hebben volgens Poetin niet geleid tot de triomf van de democratie, maar tot geweld, armoede en sociale catastrofes. In Noord-Afrika en het Midden-Oosten is een machtsvacuüm ontstaan dat wordt opgevuld door extremisten en terroristen.

En dan: “Besides, the Islamic State itself did not just come from nowhere. It was also initially forged as a tool against undesirable secular regimes”. Dit is een toespeling op het feit dat IS in feite gecreëerd is door de VS – mogelijk met medewerking van Groot-Brittanië en Israël – toen ze religieuze strijders financierden, bewapenden en trainden ten einde dictators als Moammar al-Qadhafi ten val te brengen.

Poetin waarschuwt voor onderschatting van Islamitische Staat en suggereert zelfs dat IS nog steeds door bepaalde Westerse geheime diensten gesteund wordt: “You never know who is manipulating whom. The recent data on arms transfer to this most ‘moderate’ opposition is the best proof of it”.

Dat zou heel goed kunnen en wordt ondersteund door verschillende Amerikaanse bronnen. Een daarvan is een reeks overheidsdocumenten die de Amerikaanse civiele organisatie Judicial Watch via de Amerikaanse Wet op de Openbaarheid van het Bestuur heeft opgevraagd. Uit een van de stukken blijkt dat de Defense Intelligence Agency al in augustus 2012 wist dat de belangrijkste oppositie tegen Assad bestond uit salafisten, de Moslim Broederschap en eenheden van Al Qaeda, dus niet uit gematigde groeperingen.

ISIS1

De DIA noemt de mogelijkheid dat een salafistische beweging in Syrië, in het kader van de strijd tegen het regime van Assad, een al dan niet officieel uitgeroepen kalifaat zou stichten en voegt toe dat dit “precies is wat de machten die de oppositie ondersteunen [dus de VS] willen”

ISIS-2

Dat zou ook verklaren waarom de strijd tegen IS zo moeizaam verloopt. Het is helemaal niet de bedoeling dat de beweging op korte termijn verslagen wordt.

En wat zegt Poetin daarvan: “We believe that any attempts to play games with terrorists, let alone to arm them, are not just short-sighted, but ‘fire hazardous'”.

En hij concludeert: “The situation is more than dangerous. In these circumstances it is hypocritical and irresponsible to make loud contributions about the threat of international terrorism while turning a blind eye to the channels of financing and supporting terrorists…”.

Wie zegt dat deze toespraak van de president van Rusland tot de VN “voorspelbaar” is, oftewel weinig zeggend, is niet alleen dom, maar ook gevaarlijk. Want door deze houding wordt de bevolking in slaap gesust op een moment dat we er alles aan moeten doen om van het pad naar de derde wereldoorlog af te raken dat onder de regeringen Bush en Obama is ingeslagen.

Wat doet Poetin in Syrië?

Vorige week heeft het Kremlin bevestigd dat Rusland zowel zijn wapenleveranties aan Syrië, als zijn militaire aanwezigheid in dat land opvoert. De Russische president Vladimir Poetin verklaarde dat Rusland op die wijze de Syrische regering wil gaan helpen in de strijd tegen terroristische organisaties als ISIS.

Dat zal zeker een van de motieven zijn, maar als we kijken naar de details van de Russische plannen, gaat het om veel meer.

De Russische vloot heeft momenteel maar één steunpunt in in de Middellandse Zee en dat is de haven van Latakia aan de Syrische kust. Die haven is echter niet meer 100% veilig en derhalve zijn 1700 Russische militaire specialisten neergestreken op een werf in Tartus, een havenstadje 90 kilometer ten zuiden van Latakia.

Deze specialisten zullen tenminste 3 maanden blijven om werf en haven een upgrade te geven, zodat Tartus in de toekomst ook schepen van de eerste en tweede categorie kan herbergen, dat wil zeggen kruisers en torpedobootjagers.

Kruiser van de klasse Slava

Tartu ligt aan het einde van de zogeheten “Syrië-express”, de zeeroute van de Russische zeebasis in Sebastopol op de Krim, via de Bosporus over de Zee van Marmara door de Dardanellen en dan via de Egeïsche Zee de Middellandse Zee op.

tartus-map

Rusland levert in feite sinds 1956 wapens aan Syrië, maar na de val van de Sovjet-Unie en de ineenstorting van de Russische economie in de jaren 1990 waren die leveranties op een laag pitje geraakt. Hetzelfde geldt voor de aanwezigheid van Russische militairen, die samenhangt met de wapenleveranties.

De plannen voor een upgrade van de werf in Tartus werden reeds in 2010 bekend gemaakt, maar door het uitbreken van de Syrische burgeroorlog werden die enkele jaren vertraagd, totdat de Russische regering in deze maand besloot ze alsnog ten uitvoer te brengen.

Dat volgt op een aanpassing van de Russische vlootdoctrine in juli 2015, die onder meer inhoudt dat de vloot frequenter gaat patrouilleren op de wateren van de Middellandse Zee. Het Russische Ministerie van Defensie ontwikkelt al plannen voor zeebases op Noord-Cyprus, Lybië, Egypte en zelfs Griekenland.

Tegelijkertijd worden de wapenleveranties opgevoerd. Volgens het dagblad Kommersant, dat zich beroept op anonieme bronnen binnen het Russische staatsbedrijf voor productie en handel van wapens Rosoboronexport, levert Rusland sinds 2010 tanks van het type T-80, jachtvliegtuigen van het type Su-27 en kustverdedigingssystemen van het type Bastion.

Exacte aantallen zijn niet bekend, maar het is duidelijk dat Rusland heeft besloten om de voormalige invloedssfeer van de Sovjet-Unie in het Midden-Oosten en op de Middellandse Zee tenminste gedeeltelijk te herstellen.

Scholen nemen ouders opvoeding af – 5

Maar verder met het digitale schoolbord. Dat is een  wapen in  handen van ideologische geïndoctrineerde onderwijzers. Natuurlijk worden er soms ludieke dingen op gedaan, maar het werken met digitale schermen vermindert de concentratie. Alleen fysiologisch is dat al zo, omdat de pixels zachtjes trillen. En een schoolbord geeft geen trillingen af.

Ten tweede zijn letters wit op zwart het best te onderscheiden, vanwege optimaal contrast, en daarom het minst vermoeiend om te lezen. Dus een schoolbord is rustiger voor de ogen van de kinderen. Het gebruik van gekleurde stiften op een witte achtergrond is leuk, maar op een subtiele manier nét iets vermoeiender voor kinderen.

Het belangrijkste is echter dat de beelden vanaf een levensgroot digibord veel te direct bij de kinderen binnen komen. De beeldinformatie kan niet worden opgevangen en verwerkt door het voorstellingsvermogen. De informatie drukt zich rechtstreeks in het onderbewuste van de kindjes af.

Dat is ook de reden dat de digiborden op scholen zo gretig worden verspreid. Men klaagt steen en been over bezuinigingen, maar een digibord van 5.000 tot 10.000 euro kan er makkelijk af. En dat is per klas, dus per school heb je het al snel over een ton.

Die reden is dat de culturele, morele en ideologische transformatie die scholen onder de kinderen willen bewerkstelligen op weg naar een betere, linkse wereld, aanzienlijk versneld kan worden door suggestief op het onderbewuste van de kindjes in te werken. Dan krijgen ze later later opvattingen en reflexen waarvan ze zich niet eens meer herinneren waar die vandaan komen.

Neem bijvoorbeeld de video van “Wiggle wiggle” van Jason Derulo met gastoptreden van pooierrapper Snoop Dog, die in het kader van de culturele revolutie op een school in Midden-Nederland werd afgespeeld voor klas 4 (groep 6 en 7), dus voor kinderen van 9 en 10 jaar. Voordat ik van racisme beschuldigd wordt: ik heb ook een cd van de “dogmaster”, maar ik acht die niet geschikt voor kinderen, om dezelfde redenen dat ik geen Joy Division draai waar de kinderen bij zijn.

De video begint met de popster (Derulo) die met ontbloot bovenlijf op bed ligt met 8 schaars geklede danseressen.

Schermafbeelding 2015-02-14 om 16.40.18

Daarna beelden van palmbomen, een zwembad, kontjes en tietjes en doggystyle dancing. Vervolgens krijgt een van de groupies die bij Jason op bed lag, een doos met dure Italiaanse schoenen. Kennelijk krijgt de slet, in ruil voor groepsseks met de rijke en succesvolle zanger, wat leuks om aan te trekken en neemt ze daar genoegen mee.

Schermafbeelding 2015-02-14 om 16.40.29

Best begrijpelijk als mannelijke fantasie – welke man heeft niet er niet eens van gedroomd dat hij door meerdere lichtekooien tegelijk verwend werd – maar hoe wordt dit opgevat door meisjes van 10? Je hoeft toch geen psycholoog of pedagoog te zijn om dat te snappen?

The dogmaster staat goedkeurend door een verrekijker naar dat alles te gluren. Verder veel close-ups van draaiende kontjes in korte rokjes en broekjes, gefilmd van schuin onder; van een danseresje dat langzaam met een vinger door haar decolleté strijkt met haar mond half open en waterdruppels op haar keel, alsof ze net een cumshot heeft gehad;

Schermafbeelding 2015-02-14 om 16.57.33

Verder beelden van een van de mannelijks dansers die aan een ijsblok likt in de vorm van een welgevormd vrouwelijk onderlichaam, alsof hij haar zit te beffen, en nog meer fraais.

Schermafbeelding 2015-09-11 om 16.52.58

Enfin, kijk zelf, waarbij zij opgemerkt dat beelden die snel en onopgemerkt voorbijschieten, niet minder, maar méér invloed hebben dan expliciete beelden, omdat zij direct het onbewuste inschieten (subliminale stimuli):

Van de schrik bekomen? Dan volgt een andere voorbeeld, ook van het voorjaar van 2015. Was het eerste seksueel getint, zo niet seksistisch, dit is macaber.

Het gaat om een interview met de onfrisse kinderboekenschrijver Daan Remmerts de Vries, die door de spontane, maar kritiekloze interviewster van het programma Klokhuis in het zonnetje gezet wordt. Wat blijkt?

Daan heeft een horrorboek voor kinderen geschreven, waaruit hij een passage voorleest. Hij zit in het donker met genoemde presentatrice, in een soort heksenkring van kaarsen met een levensechte schedel in zijn handen. De passage gaat over kindertjes die op een kerkhof een lijk opgraven. Daan legt uit dat het autobiografisch is, omdat hij vroeger, dus in de echte wereld buiten het fantasieboek, een vriendje had die graven opdelfde.

Daan de Vries met schedel

Maar grafschennis is smerig en respectloos jegens de overledene en diens nabestaanden. Het is daarom ook niet voor niets een strafbaar feit (“Hij die opzettelijk een graf schendt of enig op een begraafplaats opgericht gedenkteken opzettelijk en wederrechtelijk vernielt of beschadigt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.”, WvS 149). Hoe zouden de kindjes van 9 en 10, aan wie deze video op het digibord vertoond werd, het vinden als het lijk van oma werd opgegraven?

Ook werd een stuk voorgelezen over een heks, maar de afbeelding die Klokhuis had uitgezocht en de juf dus op het digibord afspeelde, was niet die van een toverkol, maar van een soort demon.

Demon uit Klokhuis

Voor extra effect werd er nog eens ingezoomd op de beestachtige ogen van het monster:

Demon uit Klokhuis _ close-up ogen

Verschillende kinderen kregen later nachtmerries.

Aan het eind van het programma volgde nog even een vrolijke noot met de vulgaire clowns Ard en Fjodor, waarvan de een het gebaar maakte van het piemeltje in het gaatje.

Ard en Fjodor uit Klokhuis

En dat alles op levensgrote beelden op het digibord, in de pauze, terwijl de kinderen hun brood zitten te eten.

Dit is helemaal niet hoe ik mijn meisje wil opvoeden.