Categorie archief: World

Opzettelijke aanrijding pappa en poging tot ontvoering dochter

Op 3 oktober 2017 werd onze redacteur op weg van Frankrijk naar Nederland bij Breda gesandwiched tussen een vrachtwagen en een personenauto.

Toen hij invoegde werd er ‘een blok’ gezet van een vrachtwagen met een personenauto, die niet naar de linker rijbaan uitweken en ook hun snelheid niet aanpasten.

Daardoor moest onze redacteur ófwel  accelereren tot 170 km/uur om erlangs te schieten, ófwel afremmen tot 60 km/uur om erachter te duiken. Beide opties waren riskant en onze redacteur koos voor de beperkte ruimte tussen beide voertuigen. Niemand gaat voor zijn tijd, overwoog onze redacteur, en als het mijn tijd is, geef ik met liefde en dankbaarheid mijn ziel terug aan mijn Schepper.

Op dat moment versnelde de achterliggende personenauto en remde de vrachtwagen af.

Mmm, zelfs Nederlanders anno 2017 zijn niet zo asociaal dat ze moedwillig een medeweggebruiker van twee kanten aanrijden. Zeker niet als ze zeer waarschijnlijk zelf schade aan de botsing zullen  overhouden.

Met een ruk aan het stuur lukte het onze redacteur om door de sandwich heen de linker rijbaan op te schieten.

Toen zwiepte de vrachtwagen echter alsnog naar links en dreef onze redacteur tweemaal (!) tegen de vangrail. Iedereen die iets van statistiek en kansberekening weet, begrijpt dat de kansen op toeval hier angstwekkend snel afnemen.

Dankzij de 2.5 symmetrical AWD kaatste de Legacy Outback van onze redacteur niet terug van de vangrail tegen de vrachtwagen – je vóelt op zo’n moment gewoon hoe de andere wielen je op de weg houden – en kon onze redacteur uit de houtgreep rijden.

Domo Arigato, Subaru !

Op dezelfde avond rond 19 uur liet de 12-jarige dochter van onze redacteur in Doorn de hond uit. Ze liep een klein stukje over de onverharde Postweg.

Toen zij het bos weer uitliep, kwam er een helblauwe auto aanscheuren die abrupt afremde voor het bospad en de uitgang blokkeerde.

Een gemaskerde man stapte uit. Hij liet de motor draaien en kwam met rasse schreden – en strakke blik – op de dochter van onze redacteur af.

De dochter riep  de Mechelse herder, die afgeleid was door de kippen bij de volkstuintjes. De Mechelaar kwam met ontblote tanden aanzetten en de gemaskerde man maakte rechtsomkeert, rende terug naar zijn auto en reed weg met openstaand portier.

Hillary Clinton is gevaarlijk

Hoewel de Amerikaanse presidentsverkiezingen pas in 2016 plaatsvinden, is het nu al 95% zeker dat Hillary Clinton de volgende president van de Verenigde Staten van Amerika zal worden, althans als het aan het establishment ligt.

Zij heeft immers de beste kaarten en er worden geen sterke tegenstanders tegen haar in het veld gebracht. Dat is meestal een teken dat er vanuit kringen van financiers van de verkiezingen geen, eh, uitgesproken enthousiasme is avoor andere kandidaten. En een verkiezing kost wel een dollar of tweehonderd miljoen, dus dan red je het niet. Zeker niet tegen iemand die zoveel steun in de media heeft als Hillary.

Hillary

Als je Hillary niet ziet als een persoon met een karakter en met opvattingen, maar als een doorgeefluik van belangen – en dat moet je bij de meeste Amerikaanse presidentskandidaten helaas doen – dan valt onmiddellijk een scherp contrast op: in haar binnenlandse beleid is zij relatief gematigd, maar in haar buitenlandbeleid is zij radicaal.

Binnen de VS wil ze de belastingdruk voor gezinnen verlichten, het kleinbedrijf stimuleren, 350 miljard dollar besteden om ervoor te zorgen dat studenten niet meer met een enorme studieschuld zitten als ze afgestudeerd zijn, investeren in wetenschappelijk onderzoek en in de infrastructuur, en de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt vergroten. Ze wil meer inkomensgelijkheid, de rijken meer belasten, het minimumloon verhogen en, terwijl ze door veel kiezers gezien wordt als de kandidaat van Wall Street, Wall Street – dus de hand die haar voedt – aanpakken met sterke onafhankelijke regulerende instellingen en het bestraffen van bedrijven die het te bont maken.

In haar buitenlandbeleid ziet haar “record” er heel anders uit. Hillary heeft in 1998 de Amerikaanse luchtaanval op een zogenaamde fabriek voor chemische wapens in de Soedanese hoofdstad Khartoem verdedigd. Het bleek een farmaceutische fabriek te zijn, de grootste producent van goedkope medicijnen tegen malaria en tuberculose in Soedan.

Ze verdedigde de bombardementen van de NAVO op Lybië in 2011, die hebben geleid tot het uiteenvallen van dat land en een toename van het terrorisme in Libië. En doordat de door Amerikaanse inlichtingendiensten bewapende islamitische milities vervolgens in Syrië aan het werk gingen, ook de oorzaak van de massale stroom vluchtelingen en migranten die nu Europa overspoelt.

Over de val van dictator Moeammar al-Qhadaffi zei ze: “We kwamen, we zagen en hij ging dood”. Een nogal smakeloze uitspraak. Het is immers niet erg chique om op te scheppen dat je iemand dood gemaakt hebt. En in de context van haar agressieve opvattingen over buitenlands beleid, mogelijk ook bedoeld als impliciet dreigement aan toekomstige doelwitten, zoals bijvoorbeeld president Basjir Assad van Syrië.

Ze stemde, in afwijking van haar meer gematigde partijgenoten, consequent voor interventie in Afghanistan en Irak. Ook zei ze in een interview toen ze nog senator was: “If Iran was to launch a nucleair attack against Israel, what would our response be? And I want the Iranians to know, that if I’m the president, we will attack Iran. And I want them to understand that, because it does mean that they have to look very carefully at their society, because in whatever stage of development they might be, in their nucleair weapons program, in the next ten years, during which they might foolishly consider launching an attack on Israel, we would be able to totally obliterate them. That is a terrible thing to say”, – aldus deze gestoorde bitch -, “but those people who run Iran need to understand that…”

Dit soort garanties aan een andere staat, kun je ook op een wat subtielere manier afgeven. Sterker nog, dat is gebruikelijk onder staatslieden. In de discussie over inzet van atoomwapens, moeten politici op eieren lopen. En niet taal uitslaan zoals “Als ik de president ben, zullen we Iran aanvallen” of “zouden we het totaal kunnen wegvagen”.

Zeker niet in de context dat Iran zelfs volgens zijn meest verstokte vijanden niet over atoomwapens beschikt en bovendien nog nooit een ander land heeft aangevallen.

Ze vindt ook dat de sancties die de VS en de EU Rusland hebben opgelegd vanwege de hereniging (“annexatie”) van de Krim met het Russische moederland, niet ver genoeg gaan. Ze wil de economische oorlogsvoering tegen Rusland opvoeren. Dat brengt echter het spook van een Russisch-Europese oorlog dichterbij.

In mei 2014 vergeleek Hillary, tijdens een bijeenkomst in Californië om geld in te zamelen van rijke particulieren, de vermeende steun van de Russische president Vladimir Poetin aan separatisten in Oekraïne met de wijze waarop Adolf Hitler zich aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog opwierp als beschermer van Duitse minderheden in het buitenland.

Dat is geen onschuldige vergelijking, want traditioneel vergelijken Amerikaanse bewindslieden leiders van landen die ze willen gaan aanvallen vaak met Hitler. Dat deed de Amerikaanse president Bill Clinton in 1999 ten aanzien van de Servische president Slobodan Milosevic: “What if someone had listened to Winston Churchill and stood up to Adolf Hitler earlier?” Dat deed minister van Defensie Donald Rumsfeld in 2002 met de Irakese dictator Saddam Hussein , toen hij een vergelijking trok tussen de politieke van Appeasement ten aanzien van Hitler-Duitsland en het verzet tegen de Amerikaanse plannen om Irak aan te vallen. Dat deed minister van Buitenlandse zaken John Kerry in 2013: “Assad now joins the list of Adolf Hitler and Saddam Hussein…”

In 2008 beweerde Hillary dat Poetin “geen ziel” heeft. Een totaal onnodige provocatie aan het adres van de leider van de tweede militaire mogendheid ter wereld. Je mag als politicus wel ferm zijn, maar je moet niet nodeloos andere staats- en regeringshoofden beledigen.

Begin dit jaar zei ze tegen de burgemeester van Londen Boris Johnson dat Europese leiders “te slap” zijn tegen Poetin.

Enkele weken geleden riep ze op om – in afwijking van het standpunt van de regering Obama – een “no-fly zone” af te dwingen boven Syrië. Dat zou inhouden dat de NAVO Russische vliegtuigen uit de lucht zou moeten schieten, oftewel het begin van een derde wereldoorlog. Op 23 oktober zwakte ze dat af door te zeggen dat Russische vliegtuigen niet bij de “eerste of tweede” overtreding van de Amerikaanse no-fly zone zouden worden neergehaald. Maar de suggestie bleef, dat ze dat bij de derde of vierde “schending” van de door de VS gedecreteerde no-fly zone wél neergeschoten zouden worden.

De oorlogszuchtige taal van Hillary baart niet alleen de republikeinen, maar ook een groot deel van haar partijgenoten zorgen. Men vreest met name dat Hillary de VS op de weg naar een oorlog met Rusland wil zetten.

Hillary wordt door zowel Amerikaanse als Europese media overwegend neergezet als gematigd, sympathiek en vooral als kandidaat die de “geschiedenis” aan haar kant heeft, omdat ze de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten kan worden.

De symboliek is begrijpelijk, maar misleidend, want het gaat om de inhoud, niet om de persoon.

Een presidentschap van Hillary is levensgevaarlijk, niet alleen voor Eruopa, maar ook voor de vrouwelijke Amerikaanse kiezer. Want wat is het voordeel voor Amerikaanse vrouwen als ze enerzijds een vrouwelijke president hebben, maar anderzijds New York tijdens een Russische vergeldingsaanval wordt vernietigd? Tezamen met een tiental andere Amerikaanse steden?

Wat is het voordeel van een vrouwelijk president die je naar een oorlog leidt met de tweede militaire mogendheid ter wereld, die beschikt over meer dan 7000 kernkoppen? Naar een VS met 150 miljoen inwoners?

Wiens belangen dient zij werkelijk?

36.000 NAVO-soldaten op Sicilië

De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie organiseert haar grootste militaire oefening in 13 jaar.

36.000 soldaten uit meer dan 30 landen zullen op Sicilië de oefening Trident Juncture houden om nieuwe “bedreigingen van de veiligheid” het hoofd te kunnen bieden.

De vice-secretaris-generaal van de NAVO, de Amerikaan Alexander Vershbow, verklaarde dat de geopolitieke situatie aanzienlijk instabieler was dan de laatste keer dat zulke grootschalige oefeningen werden gehouden, nog in de tijd van de Koude Oorlog. Vershbow noemde de “annexatie” van de Krim door Rusland – dwz het verzoek van de overgrote meerderheid van de bevolking van de Krim om te worden herenigd met Rusland – de Russische steun aan de Oost-Oekraïense rebellen en de Russische aanvallen op Syrische rebellen op verzoek van de door de Verenigde Naties erkende president Basjir Assad.

Kortom, de NAVO verhoogt haar presentie in de Middellandse Zee vanwege de succesvolle Russische aanvallen op Islamitische Staat.

Waarom niet gewoon de Russen hun gang laten gaan en ISIS laten liquideren, zoals zelfs Henry Kissinger deze week beweerde?

Of beter nog, met Rusland samenwerken en informatie delen?

De NAVO staat voor Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, maar dit is de Mediterranée, niet de Noord-Atlantiek. Daar heeft het bondgenootschap niets te zoeken. De enige bondgenoot die de NAVO daar heeft is Turkije, en dat wordt niet bedreigd.

De NAVO houdt deze grootschalige oefening op Sicilië omdat zij tot een verlengstuk van de Midden-Oostenpolitiek van de Verenigde Staten is geworden. Dat is een fatale fout.

Zo wordt in het Middellandse Zeegebied de kiem gelegd voor de Derde Wereldoorlog, en niemand die ziet dat het de Amerikanen zijn, die dit keer de rol spelen van de partij die op de oorlog aanstuurt.

Het lijstje van Wesley Clark

Voormalig opperbevelhebber van de NAVO in Europa (1997-2000), verantwoordelijk voor NAVO-bombardementen op Servië in het kader van de Kosovo-oorlog, ging 10 dagen na de aanslagen op het World Trade Center van 11 september 2001 naar het Amerikaanse ministerie van Defensie op uitnodiging van Buitenlandse zaken Donald Rumsfeld ontmoette en “drahtzieher” staatssecretaris van Defensie Paul Wolfowitz.

Generaal Wesley Clark
Generaal Wesley Clark

Bij die gelegenheid ging hij ook langs bij voormalige ondergeschikten die op dat moment nog bij de Joint Chiefs of Staff werkten. Een van de generaals hem apart en zei: “We’ve made the decision, we’re going to war with Iraq.” Dat was op 20 september 2011. De oorlog zou 2 jaar later inderdaad plaatsvinden. Generaal Clarke vroeg waaróm de VS oorlog zouden gaan voeren tegen Irak. De generaal antwoordde: “I don’t know. I guess they don’t know what else to do.” Clark vroeg of ze informatie hadden gevonden die het Iraakse regime met terreurorganisatie Al-Qaeda in verband bracht, maar dat was niet zo.

Een paar weken later kwam Clark weer langs en sprak dezelfde generaal. Tegen die tijd waren de VS begonnen Afghanistan te bombarderen. Clark vroeg of de VS nog steeds ten strijde zouden trekken tegen Irak. De generaal antwoordde: “Erger nog”, pakte een papiertje van de andere kant van zijn bureau en zei: “Ik heb dit net van boven gekregen [van het kantoor van de minister van Defensie op een hoger gelegen etage]. Het is een memo dat beschrijft hoe we binnen 5 jaar 7 landen gaan uitschakelen. Te beginnen met Irak, dan Syrië, Libanon, Lybië, Somalië, Soedan en tenslotte Iran.”

Aangezien het lijstje van Clark reeds genoemd wordt in zijn boek Winning Modern Wars uit 2003, vormt het een aanwijzing dat die plannen inderdaad in de door hem genoemde of in een andere vorm op dat moment bestonden.

Irak werd in 2003 aangevallen onder het valse voorwendsel dat het massa-vernietigingswapes had. Minister van Buitenlandse zaken Colin Powell had de ondankbare taak gekregen om de leugen in VN te “bewijzen”, waarvoor hij later excuses heeft aangeboden.

Lybië werd in 2011 aangevallen. Na een jaar van opluchting in 2012 is het land inmiddels een roversnest geworden. Het land is gespleten in twee rivaliserende regeringen, parlementen en strijdkrachten, die de natuurlijke rijkdommen proberen te pakken te krijgen. Het produceert nog slechts 160.000 olievaten per dag, iets meer dan een tiende van de 1,5 miljoen die het land onder al-Qhadaffi produceerde. Omstreeks 400.000 burgers hebben het land verlaten, er vinden nog steeds schermutselingen plaats en de burgers van de stad Benghazi, waar het allemaal begon, leven in ellende.

Soedan is in 2011 uiteengevallen in twee delen doordat Zuid-Soedan zich officieel heeft afgescheiden van Soedan en een eigen staat heeft uitgeroepen die erkend is door de VN en de Afrikaanse Unie. Het land wordt sindsdien getergd door interne onrust.

In oktober 2013 wilden de Amerikaanse president Barack Obama en minister van Buitenlandse zaken John Kerry Syrië aanvallen wegens vermeend gebruik van chemische wapens, nadat er volgens Kerry “geen diplomatieke oplossing mogelijk was”. Dat werd echter voorkomen door ingrijpen van de Russische president Vladimir Poetin, die voorstelde dat de Verenigde Naties het beheer van de chemische wapens van Syrië zouden overnemen. Nadat het voorstel door de Syrische president Basjir Assad werd aanvaard en door de Veiligheidsraad van de VN werd aangenomen, trokken de Amerikanen hun plannen voor luchtaanvallen op de troepen van Assad terug.

Niettemin is het land door de burgeroorlog, die ontstond nadat door de VS en Saoedi-Arabië bewapende milities uit Lybië naar Syrië trokken, de facto uiteengevallen. Staatkundig herstel van Syrië in de oude vorm is ondenkbaar. De meest waarschijnlijke oplossing is een rompstaat met een democratisch bestuur, waarin Assad de macht moet delen en moet accepteren dat het noorden autonoom wordt of deel gaat uitmaken van een Koerdische staat.

Libanon staat nog overeind, Somalia ook, hoewel de VS met enige regelmaat beperkte aanvallen op het land doen in de vorm van bombardementen met onbemande vliegtuigen en operaties door special forces.

In Soedan heeft in 2011 het zuiden zich afgescheiden en een onafhankelijke staat uitgeroepen onder de naam “Zuid-Soedan”. De VS hebben het land sinds 1998 niet meer gebombardeerd, maar er zijn in 2009 en 2011 bombardementen uitgevoerd die worden toegeschreven aan bondgenoot Israël.

Het belangrijkste land op het verlanglijstje van de neoconservatieven is natuurlijk Iran. Maar ondanks herhaaldelijk aandringen door neoconservatieven in de VS, is het niet gelukt een aanval tegen Iran op te zetten. Momenteel helpt Iran tegen Islamitische Staat en is een aanval op korte termijn niet waarschijnlijk, tenzij Israël besluit om de Derde Wereldoorlog te beginnen.

In Moskou is het lijstje van Clark natuurlijk ook bekend. En Moskou heeft besloten om een streep in het zand te trekken. Rusland kan zich niet veroorloven om al zijn voormalige bondgenoten in het Midden-Oosten te verliezen. En om toe te zien hie de VS een te grote grip op de oliereserves in de regio krijgen.

Waarom delen VS geen info over Islamitische Staat?

Gisteren uitte de Russische president Vladimir Poetin zijn teleurstelling over de aanhoudende weigering van de regering van de Verenigde Staten om informatie over de posities van Islamitische Staat met Rusland te delen te delen.

De VS beschikken over waardevolle informatie over de posities van de strijders van IS, die het de Russische strijdkrachten in de regio mogelijk zouden maken om korte metten te maken met dit mysterieuze leger van religieuze fanatici, dat uitgerust is met het modernste wapentuig en de meest verouderde ideeën.

Dus waarom, vroeg Poetin zich af, delen de de VS, als het werkelijk in hun bedoeling ligt om IS te verzwakken, niet simpelweg hun info met de Russische regering?

Opnieuw kan men niet anders dan Poetin gelijk geven, net als bij grote delen van zijn toespraak voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties eind september, ongeacht wat men van zijn binnenlands beleid of zijn persoon zou kunnen vinden. Waarom niet gaan samenwerken met Rusland, al was het maar uit tactisch oogpunt? De VS en Rusland zijn het weliswaar niet eens over het aanblijven van Assad, maar informatie over de posities van IS kan niet gebruikt worden tegen de zogenaamde “gematigde” oppositie in Syrië. Die verzwakt uitsluitend IS, en geen enkele andere strijdende partij.

Opnieuw krijgt men de indruk dat de VS er in woord wel, maar in daad niet op uit zijn om IS te elimineren. Dat blijkt steeds weer uit details. Russia TV toonde vanmorgen beelden van moderne Amerikaanse wapens, die op een of andere manier in handen van Syrische rebellen waren geraakt. Er was vorige week in de Nederlandse pers – naar aanleiding van vragen van Amerikaanse terrorismebestrijders aan Toyota – aandacht voor de vraag hoe IS toch aan die honderden Toyota’s Hilux kwamen, waar ze in hun propagandafilmpjes mee te zien zijn. Terwijl de Volkskrant niet verder kwam dan dat er de laatste jaren in Irak veel meer Hiluxen werden verkocht dan daarvoor, maar dat het een raadsel blijft hoe IS aan die dingen kwam, heeft het Ron Paul Institute for Peace and Prosperity dat “raadsel ” echter al op 9 oktober grotendeels opgelost.

Public Radio International (PRI), dat door een Amerikaanse stichting wordt gefinancierd, berichtte vorig jaar in een door de website van het instituut aangehaald artikel:

“Onlangs, toen het US State Department de levering van niet-dodelijke hulp aan Syrische rebellen hervatte, stonden er 43 Toyota trucks op de pakbon.” PRI interviewt Oubai Shahbander, toen adviseur in Washington van de Syrische Nationale Coalitie, die uitlegde wat de voordelen waren van de Hilux voor de gematigde oppositie. Ze kunnen zowel voor humanitaire operaties worden gebruikt, stelt Shabander, als voor bevoorrading van troepen en je kunt er natuurlijk zwaar bewapende militieleden in vervoeren.

Beeldmateriaal van IS-strijders in pick-up trucks toont echter dat Hiluxen echter doorgaans niet terecht bij de gematigde oppositie, maar bij de IS.

IS wordt niet alleen direct door de VS gesteund met wapens en voertuigen, vorige week werd ook bericht dat het Vrije Syrische Leger van de regering van Saoedi-Arabië 500 krachtige antitankraketten van het type TOW gekregen hadden. De Saoedi’s zouden dat niet kunnen doen zonder overleg met plaatselijke liaison officieren van de VS, want het grenst aan directe inmenging in het conflict in Syrië.

Bij staten doet men er verstandig aan om de verklaarde doelstellingen van hun beleid serieus te nemen, maar niet één op één over te nemen. De officiële reden voor de Amerikaanse aanval op Irak in 2003 was het wegnemen van de dreiging van massavernietigingswapens. De werkelijke reden was echter het vervangen van het regime (en het vergroten van de Amerikaanse invloed in de regio tijdens op de wederopbouw). Toen na de nederlaag van Irak bleek dat er geen dergelijke wapens waren, kwam de aap uit de mouw en verdedigde Washington zich door te stellen dat Irak nu een beter land was, omdat de gevreesde dictator Saddam Hussein ten val was gebracht.

Als men de gedragingen van staten wil begrijpen, is het verstandiger primair te kijken naar de gedragingen zelf, dat wil zeggen het handelen en het nalaten van de desbetreffende staat, en te onderzoeken of die een bepaalde continuïteit, een bepaalde logica bevatten.

Doet men dat bij het Amerikaanse beleid ten aanzien van Syrië sinds 2014, dan valt op dat de VS hebben nagelaten om IS met bombardementen ook maar te verzwakken, terwijl er wel allerlei modern wapentuig van Amerikaanse herkomst in handen van IS is gekomen.

Dan is er – afgezien van wat men verder van de Russische interventie in Syrië of van de persoon van Vladimir Poetin vindt – weinig af te dingen op de uitspraken van de Russiche president.

De uitbreiding van de NAVO naar het Oosten

In de Russische politiek en media wordt er herhaaldelijk op gewezen dat Westerse mogendheden hun belofte hebben gebroken om de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) na de val van het IJzeren Gordijn niet uit te breiden naar het Oosten. Zowel president Vladimir Poetin als premier Dmitri Medvedev hebben zich in die zin uitgelaten.

De kwestie is belangrijk, want als er echt zo’n belofte is geweest, en hij is door de leiders van de NAVO-lidstaten gebroken, dan is Rusland bekocht.

Amerikaanse beleidsmakers ontkennen dat er zo’n belofte is geweest. Zo ontkent zowel de Amerikaanse minister van Buitenlandse zaken (1989-1992) van dat moment James Baker, als zijn West-Duitse ambtgenoot Hans Dietrich Genscher (1982-1992), als de minister van Buitenlandse zaken van de Sovjet-Unie van dat moment Eduard Shevardnadze (1985-1990) dat er ooit een dergelijke belofte is gedaan.

De Amerikaanse ambassadeur in Moskou (1987-1991), Jack Matlock, stelt echter dat er een “duidelijke toezegging” (“clear commitment”) was dat NAVO zich niet oostwaarts zou uitbreiden.

De man die het allemaal het beste kan weten, de toenmalige president van de Sovjet-Unie Michail Gorbatsjov, wordt door het Amerikaanse Brookings Institute geciteerd, als zou hij beweren dat zo een toezegging nooit is gedaan. Op de Russische televisie heeft hij echter gezegd dat zo’n toezegging wel degelijk is gedaan.

Hoewel de sovjets bij de talrijke onderhandelingen in 1990 bijna alles op schrift hebben laten leggen, was er tot voor kort geen spoor te vinden van een schriftelijke belofte dat de NAVO niet zou oprukken naar de grens van het post-communistische Rusland.

Het Duitse weekblad Der Spiegel heeft echter in 2009 inzage gehad in voorheen geheime Duitse en Britse documenten, die de verklaring van Poetin, Medvedev en Matlock ondersteunen.

Op 10 februari 1990 vond er tussen 16:00 en 18:30 uur een gesprek plaats tussen Genscher en Shevardnadze. Volgens de Duitse notulen van dat gesprek, zei Genscher:
“Wij zijn ons ervan bewust dat lidmaatschap van de NAVO van een herenigd Duitsland complexe vragen kan oproepen. Voor ons is één ding zeker: de NAVO zal zich niet naar het Oosten uitbreiden.”

Duidelijker kan niet.

Der Spiegel kwam op basis van dit en andere documenten dan ook tot de conclusie “dat er geen twijfel was dat het Westen alles gedaan heeft wat het kon om de sovjets de indruk te geven dat er geen sprake was van NAVO-lidmaatschap voor landen als Polen, Hongarije en Tsjecho-Slowakije”.

Kijkt u op de kaart van Europa, dan ziet u dat er zonder NAVO-lidmaatschap van die laatste drie landen ook geen sprake had kunnen zijn van een lidmaatschap van de Baltische Staten, want die liggen achter Polen, en eigenlijk ook niet van lidmaatschap van Roemenië en Bulgarije, want die liggen achter Hongarije.

Terug naar de geopolitieke werkelijkheid van 2015. Dan zien we dat de NAVO zich 25 jaar later heeft uitgebreid tot aan de grens van Rusland.

NAVO-uitbreiding tot 2015
NAVO-uitbreiding tot 2015

Tijdens de Koude Oorlog, dus tot 1989, was het NAVO-lidmaatschap defensief van aard, namelijk om een aanval van de Sovjet-Unie af te slaan, dan wel te ontmoedigen. Maar na de val van Berlijnse Muur en van de communistische regimes in 1989 en 1990, was de onmiddellijke dreiging verdwenen. Zeker nadat de Communistische Partij van de Sovjet-Unie in november 1991 werd verboden en de Sovjet-Unie in 1992 werd opgeheven. Armenië, Azerbajdzjan, Estland, Georgië, Kazachstan, Kirgizstan, Letland, Litouwen, Moldavië, Tadzjikistan, Turkmenistan en Oezbekistan scheidden zich af, terwijl Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne zich onafhankelijk verklaarden en aaneensloten in het veel kleinere Gemenebest van Onafhankelijke Staten. Daar kwamen later wat lidstaten bij, maar het is in feite weinig meer dan een handelszone gebleven.

Is de toetreding van Oost-Duitsland tot de NAVO in 1990 nog te begrijpen als logisch gevolg van de Duitse hereniging, anders is dat bij die van de overige landen. Polen, Tsjechië en Hongarije werden in 1999 lid, toen er geen enkele dreiging uit het Oosten was. De Baltische Staten, Slowakije, Slovenië, Roemenië en Bulgarije sloten zich aan in 2004 en Kroatië en Albanië tenslotte in 2009. Daar zijn geen defensieve redenen voor te bedenken.

Hoewel het vanuit het perspectief van landen als Hongarije, Polen, Tsjechië en Slowakije om historische redenen begrijpelijk is dat zij preventief bescherming zochten, wil dat niet zeggen dat NAVO hen dan ook in een militaire alliantie moet opnemen. De NAVO-landen, met name de Verenigde Staten, hebben immers andere belangen dan de Centraal-Europese staten. En zij hebben een verantwoordelijkheid om nationalistische en communistische krachten in Rusland niet nodeloos in de kaart te spelen.

Het was veel verstandiger geweest als de voormalige satellietstaten onafhankelijk waren gebleven en zich zelfstandig herbewapend hadden. Bij een eventuele terugkerende Russische dreiging zouden ze zich altijd nog later aaneen hebben kunnen sluiten.

Het oprukken van de NAVO tot aan de Russische grenzen heeft hen slechts schijnzekerheid gegeven, want door de absurde bezuinigingen op defensie door de Europese regeringen de afgelopen decennia en het gapende gat in de antitank-capaciteit in het bijzonder, is NAVO niet in staat om een Russische aanval op Europa af te slaan.

Dat is buitengewoon dom en buitengewoon gevaarlijk: je ontwapent jezelf en breid je uit richting je voormalige tegenstander. Daardoor provoceer je de tegenstander, terwijl je jezelf steeds kwetsbaarder maakt.

Wat er had moeten gebeuren, is het tegendeel: de NAVO had zich in de jaren ’90 gefaseerd moeten opheffen, althans in elk geval niet moeten uitbreiden. De Europese landen hadden zelfstandig moeten blijven investeren in defensieve bewapening.

Nu is er niet alleen een belangrijke belofte aan Rusland geschonden, maar heeft Rusland de indruk dat het wordt omsingeld.

De oostelijke grens van de NAVO begint nu in Estland en loopt via Letland, Litouwen, Slowakije van noord naar zuid tot Hongarije. Daar buigt hij oostwaarts af naar Roemenië en zwenkt zuidwaarts naar het Bulgarije. Van Bulgarije loopt de lijn van het bondgenootschap verder oostwaarts via Turkije.

Bekijkt men dat kaartje, dan begrijpt men waarom het er vanuit het perspectief van Moskou uitziet, alsof Rusland in het westen omsingeld wordt.

De Syrische burgeroorlog en concurrerende pijpleidingen

Volgens een artikel van Ahmed Nafeez van het Institute for Policy Research & Development in het Britse dagblad The Guardian van twee jaar geleden, is de betrokkenheid van Groot-Brittannië en de Verenigde Staten bij het conflict in Syrië niet alleen ingegeven door puur humane overwegingen, maar ook door het oliebelang.

Al in 2011, dus een jaar vóór de uitbraak van de Syrische burgeroorlog, bleek uit uitgelekte notulen van overleg tussen de particuliere intelligence firm Stratfor en medewerkers van het Amerikaanse ministerie van Defensie dat de VS en Groot-Brittannië bezig waren Syrische oppositiegroeperingen te trainen met als doel om het regime van president Basjir Assad van binnenuit ten val te brengen.

De Franse minister van Buitenlandse zaken Roland Dumas verklaarde later op de Franse televisie dat hij in 2009 in Engeland was geweest en Britse topambtenaren hem toen reeds hadden laten weten dat Groot-Brittannië plannen had om iets te ondernemen in Syrië en om gewapende rebellen het land in te brengen.

Weer twee jaar eerder, in 2007, kwam via een presidential finding aan het licht dat de Amerikaanse president George Bush de Amerikaanse inlichtingendienst CIA toestemming had gegeven om covert operations te beginnen tegen Iran en Syrië.

Weekblad de New Yorker berichtte op grond van bronnen binnen de Amerikaanse regering en inlichtingendiensten dat de regering Bush samen met de regering van het soennitische Saoedi-Arabië bezig was met clandestiene operaties tegen de sjiitische Hezbollah in Libanon en, inderdaad, tegen het sjiïtische Iran en zijn bondgenoot Syrië. Een neveneffect daarvan zou zijn geweest, dat extremistische soennitische groeperingen zouden worden versterkt die de VS vijandig gezin waren en sympathie koesteren voor Al-Qaeda. De Saoedische regering verleende met toestemming van de VS via de Syrische moslimbroederschap financiële steun.

Volgens Nafeez kan die vergaande directe en indirecte inmenging in een soevereine staat als Syrië niet los gezien worden van de oliebelangen in de regio.

Zo bestaat er al jaren een plan om een pijpleiding aan te leggen die vanuit het South Pars / North Dome Olieveld bij  Qatar naar Turkije loopt, waar hij kan aansluiten op bestaande oliepijpleidingen.

Het plan voorziet twee mogelijke routes: de een via Saoedi-Arabië, Jordanië en Syrian de ander via Saoedi-Arabië, Koeweit en Irak.

Probleem is dat de Syrische regering al jarenlang medewerking weigert omdat zij de belangen van bondgenoot Rusland wil beschermen. Rusland is immers de belangrijkste leverancier van olie en gas aan Europa en nieuwe leveranties vanuit Qatar via Turkije naar Europa, zouden de Russische marktpositie ondermijnen.

Als het regime van Assad ten val gebracht en een pro-Amerikaans regime aan de macht geholpen kan worden, wordt Rusland niet alleen strategische verzwakt doordat een traditionele bondgenoot wordt “afgepakt”, maar wordt ook een gevoelige economische slag toegebracht aan Rusland dat immers voor 90% afhankelijk is van de export van olie en gas.

Maar er is meer. De Qatar-Turkije pijpleiding concurreert met de voorgenomen “islamitische pijpleiding” die vanuit Iran via Irak naar Syrië zal moeten gaan lopen tot in Damascus.

Iran Syria Qatar Gas Pipelines

De Syrische regering weigerde in 2009 om een overeenkomst te tekenen met Qatar en begon het volgende jaar onderhandelingen met Iran over de aanleg van de Iraanse pijpleiding via Irak naar Syrië. De onderhandelingen resulteerden in juli 2012 in een principe-akkoord over het project, begin 2013 gevolgd door een kaderovereenkomst omtrent de constructie van pijpleidingen door Irak.

Niet alleen zou de pijpleiding van Qatar via Saoedi-Arabië naar Turkije, – de eerste twee zijn Westerse bondgenoten en de derde is zelfs NAVO-lid – er niet komen, in plaats daarvan kon men bovendien concurrerende olieleveranties verwachten vanuit Iran aan Irak, Syrië, Libanon en op termijn zelfs aan Europa.

Dat mocht natuurlijk niet gebeuren.

Islamitische Staat in de problemen, Hillary wil no-fly zone

De eerste 6 dagen van Russische bombardementen op stellingen van Islamitische Staat (IS) zijn succesvol. Zowel de Libanese satellietzender Al Mayadeen als de Russische generaal Andrej Kartalopov verklaren dat luchtaanvallen nu reeds effect beginnen te krijgen.
Het commandocentrum van een van de terroristische groeperingen in de Syrische stad Raqqa is uitgeschakeld. Dat gebeurde met één slimme bom van het type BETAB-500, afgeworpen vanaf een Suchoi SU-34. Met een andere smart bomb, de KAB-500, werd in één klap een IS-locatie nabij Maart al-Numan verwoest

IS-strijders in Raqqa zouden volgens diverse bronnen zo geïntimideerd zijn, dat ze het vrijdaggebed op straat hebben overgeslagen, uit angst dat een dergelijke concentratie van IS-strijders doelwit zou worden van een luchtaanval. Er zijn berichten dat IS-strijders zich van bepaalde locaties terugtrekken en gedwongen zijn om zich elders te hergroeperen.

SU-34
SU-34

Belangrijker is dat bepaalde rebellen-groeperingen in Syriê met de Russische strijdkrachten willen gaan samenwerken tegen IS. Zo zou Burqan al-Furat, het gezamenlijke commando van de Free Syrian Army (FSA) en de Koerdische People’s Protection Unit (YPG), die voornamelijk in Noord-Syrië actief zijn, Rusland hebben aangeboden om de inzet van hun grondtroepen te coördineren met de Russische luchtaanvallen. Ook hebben ze Rusland om wapens gevraagd. Burqan al-Furat heeft IS al langer bevochten en in Kozani laten zien, dat het met luchtsteun – toen nog van Nederlandse F-16’s – terrein op IS kan heroveren.

De Russische regering heeft inmiddels bij monde van minister van buitenlandse zaken Sergej Lavrov tevens beloofd het Libanese leger te gaan versterken in de strijd tegen IS. Rusland trekt een lijn in het zand tegen verdere geopolitieke expansie van de VS in het Midden-Oosten.

Ook zijn de Russen bezig het Syrische luchtruim te zuiveren van buitenlandse vluchten. Zondag hebben 6 Russische SU-30 toestellen 4 Israëlische F-15’s onderschept, toen die de Syrische kust naderden. Israël schendt al maanden het Syrische luchtruim en aangezien de Russische strijdkrachten officieel op verzoek van het zittende Syrische regime handelen, hebben ze formeel het recht om het Syrische luchtruim te verdedigen.

Waar de Syrische luchtmacht dat niet aandurfde, zoeken Russische jagers inmiddels de noordgrens van Syrië weer op. Rusland zet SU-30 jagers in, die zijn uitgerust met R-17 air-to-air raketten, die de meeste toestellen van de Turkse luchtmacht uit de lucht kunnen schieten, mochten de Turken een grensincident willen provoceren.

SU-30
SU-30

Het valt te verwachten dat het Syrische leger zelf binnenkort met Russische luchtsteun de noordelijke gebieden tot aan Turkije gaat heroveren. Het kan rekenen op steun van grondtroepen uit Iran, Irak en van Hezbollah. En zoals gezegd van de Koerden.

Als Rusland zijn gang mag gaan, zal het IS binnen enkele maanden vernietigen.

Dat perspectief heeft in Washington voor paniek gezorgd. Hillary Clinton – de meest oorlogszuchtige van de Amerikaanse presidentskandidaten – had op 6 januari 2008 al tegen een geamuseerd publiek gezegd dat de Russische president Vladimir Poetin “geen ziel” heeft. Poetin trapte daar destijds niet in en reageerde later schamper met de opmerking dat politici die zo’n opmerking maken, geen hoofd op hun schouders hebben. Ook deinsde Clinton er niet voor terug Poetin met Hitler te vergelijken.

De provocerende houding van Clinton tegenover Rusland en haar gekozen leider heeft bij zowel democraten als republikeinen tot consternatie geleid. Wat kan een prominent politicus ertoe brengen om de gekozen leider van de tweede militaire macht op de wereld zo zinloos te beledigen?


“Putin has no soul”

Je zou bijna denken dat ze vanuit de financiële wereld via het Amerikaanse systeem van “campagne finance” wordt aangezet om op oorlog met Rusland aan te sturen.

Clinton heeft twee dagen geleden verklaard dat de VS een no-fly zone moeten afdwingen boven Noord-Syrië. Oftewel, het gestoorde mens wil een Derde Wereldoorlog beginnen.

Het is te hopen dat de Amerikaanse kiezers – die door de overwegend linkse media in de VS een gunstig beeld voorgespiegeld krijgen van Hillary – wakker zullen worden en beseffen dat ze deze psychopate in geen geval tot president en opperbevelhebber van hun strijdkrachten moeten kiezen.

Is de Derde Wereldoorlog te voorkomen?

Ja, in principe wel. In de praktijk is moeilijk te zien hoe.

Er zijn tientallen redenen waarom de huidige buitenlandpolitiek van met name de VS – en dus helaas per definitie die van de Europese grootmachten – afstevent op een militair conflict.

Vandaag zullen we er twee uitlichten:

1- een bijna algemene onwetendheid over de ware toedracht van de geschiedenis van de moderne tijd vanaf 1890. Door dat schokkende gebrek aan kennis en begrip, herkent men bepaalde patronen niet die ook tot de vorige twee wereldoorlogen geleid hebben.
2 – het feit dat er door bepaalde groeperingen doelbewust en ongehinderd op een verwoestend mondiaal conflict word aangestuurd.

Om met het laatste te beginnen:

Men vindt het over het algemeen vervelend om te moeten inzien dat de aarde zowel door voortreffelijke en uitzonderlijk goede individuen wordt bewandeld, als door uiterst cynische, zeg maar kwaadaardige types. En dat die laatsten, door een combinatie van gebrek aan empathie en van het vermogen om de eigen intenties te verbergen, een disproportionele invloed hebben verworven op de financiële en politieke wereld in westerse landen.

Bij mijn laatste bezoek aan Umbrië enkele jaren geleden, werd ik getroffen door de serene en bijzondere atmosfeer van die streek. In feite was de geest van de Heilige Franciscus (1181-1226) zelfs 800 jaar na dato nog alom voelbaar. Een ongelooflijk wilskrachtige en deemoedige christenziel, die niet alleen de in verval geraakte christelijke kerk gered heeft, maar ook daadwerkelijk zonder bezittingen leefde en onder die omstandigheden drie ordes wist op te richten, – waaronder de eerste vrouwelijke orde in Europa. Een eenvoudige monnik die door deemoed en navolging van Jezus wist uit te stijgen boven zijn tijdgenoten en daadwerkelijk uiteindelijk ook de uiterlijke tekenen van zijn heilige leven heeft mogen ontvangen in de vorm van de heilige kruiswonden.

stigmatization_of_st_francis_bardi_chapel

Of neem Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791), die in de 35 jaar van zijn leven zo veel onsterfelijk schone muziek heeft weten te creëren dat hij niet meer weg te denken valt uit de culturele ontwikkeling van de mensheid.

Als dergelijke voortreffelijke persoonlijkheden mogelijk zijn, met dermate uitzonderlijke biografieën, dan is ook mogelijk dat er cynische en kwaadaardige types bestaan die proberen te doen waar zij het beste in zijn.

Doordat het goede bestaat, is ook de mogelijkheid tot het kwade gegeven. Dat komt voort uit het wezen van de mens, uit de menselijke vrijheid en moraliteit.

Nu kun je wel, zoals de laatste eeuwen de katholieke kerk gedaan heeft, de moraliteit collectief definiëren en opleggen, maar dat verplaatst het probleem alleen maar, doordat je mensen van hun individuele vrijheid en ontwikkeling naar spirituele kennis berooft. Daardoor worden ze immers extreem beïnvloedbaar en kunnen gemakkelijk door anderen, die wel kennis bezitten, gemanipuleerd worden.

Paul Wolfowitz

Bovendien wil het Goede, net zoals het Schone en de Wijsheid, zoals Franciscus en Mozart hebben laten zien, uitsluitend via het individu steeds weer opnieuw ontstaan. Niet zo zeer via een groep of religie.

Nu is alles ook nog eens min of meer constant in ontwikkeling. Zowel de kosmos als de mens en de wereld zijn voortdurend in ontwikkeling. Komt er geen “goede” ontwikkeling, naar meer harmonie, elegantie en ontplooiing, dan volgt meestal een neerwaartse ontwikkelingsfase, of een destructieve, waarna een groot deel van een continent of zelfs van de mensheid opnieuw moet beginnen.

Het is alsof het kwaad als het ware verlost wil worden, alsof de duisternis aan het licht wil treden. Of die nu op bepaalde plaatsen heerst, of zich in de ogen van bepaalde ogenschijnlijk fatsoenlijke en hoogstaande personen toont. En in laatste instantie is de strijd om de vooruitgang niet gericht tegen deze duistere figuren, maar, in de woorden van de apostel Paulus, tegen geestelijke wezens. “Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.” Het is een strijd tegen Onwetendheid en Onwaarachtigheid. Dus de overwinning ligt in het streven naar Kennis en Waarheid.

We hebben het kortom over personen die zich door verstrekkende intenties laten leiden, die niet worden ingegeven door een universeel belang, maar door belangen van een vaak relatief kleine groep die uitsluitend behoud en vermeerdering van de eigen macht op het oog heeft. Personen die streven naar maximale macht zijn doorgaans bij een of meerdere groeperingen aangesloten. Dat komt omdat het voor individuen bijna onhaalbaar is om de hoogste “aardse” macht te vergaren. De ultieme macht laat zich bij voorkeur uitoefenen door een groepering, aan wie de leden onvoorwaardelijk met inzet van al hun vermogens trouw zijn. Die groepering moet gesloten zijn, anders verwatert de macht. Macht wordt per definitie uitgeoefend door de een over de ander, derhalve kunnen niet te veel mensen tot het huis der machtigen worden toegelaten, omdat er dan geen sujetten overblijven waarop de macht kan worden uitgeoefend.

Macht moet door maximaal 10% van de bevolking worden uitgeoefend over 90% van de bevolking. Substantiële macht moet volgens hetzelfde principe uitgeoefend worden door 10% van de 10% – zeg maar 1 op de 100 – en de ultieme macht door een fractie daarvan. De werkelijke macht, bijvoorbeeld om een doctrine er doorheen te drukken die gericht is op het ontmantelen van landen die een onafhankelijk buitenland beleid hebben, ligt bij 1 op de 10.000.

Hoe kleiner de verhouding van het aantal machthebbers tot het aantal onderworpenen, hoe groter het soortelijk gewicht van de macht. Maar om macht te kunnen vermeerderen, heb je idealiter meerdere generaties nodig, want persoonsgebonden macht wordt beperkt door de leeftijdsverwachting van de drager van de macht. Een persoon als Josif Stalin heeft van 1928 tot 1953 een nauwelijks geëvenaarde concentratie aan macht mogen uitoefenen, die echter na zijn dood vrijwel direct begon af te takelen. Een groepering echter, die als zij een lid verliest en ander in zijn plaats kan opnemen, kan over meerdere generaties plannen. Drager van de macht is dan niet de persoon, maar de groep.

Onderzoeken we de oorsprong van de Eerste Wereldoorlog, dan komen – via Duitsland, Frankrijk en Rusland – uiteindelijk uit in Groot-Brittannië bij een kleine groep personen rondom koning Edward VII (1841-1910), de zoon van Queen Victoria. Met personen als Alfred Millner (Boerenoorlog), Cecil Rhodes (Rhodesië), Reginald Balliol Brett (Lord Esher), Lord Nathaniel Rothschild goedmoedig in een coördinerende rol op de achtergrond, en met Arthur Balfour (Buitenlandse zaken) en vlootbouwer Richard Haldane.

Richard Haldane

Vooral in nominaal democratische landen als de VS en Groot-Brittannië weet men traditioneel voortvarend met allerlei informele groeperingen te werken. De oorsprong van alles wat met langetermijnpolitiek te maken heeft, moet gezocht worden in de schoot van dit soort genootschappen. ZO’n politiek kan in een formele democratie worden doorgevoerd via het principe dat een goed georganiseerde kleine groep een disproportionele invloed kan uitoefenen op een ongeorganiseerde meerderheid, en het principe dat kennis macht is. De meeste premiers en ministers van buitenlandse zaken zijn niet in staat om zelf een nieuw buitenlandbeleid te formuleren, en zijn dus afhankelijk van bijvoorbeeld denktanks als de Council on Foreign Relations in de VS.

Hoe deze heerschappen een soort club vormden die vanaf het einde van de 19e eeuw onvermoeibaar bouwde aan de architectuur van de daarop volgende wereldoorlog, alles omwille van de glorie van het Britse wereldrijk, wordt beschreven in Hidden History. The secret origins of the First World War van Gerry Doherty en Jim Macgregor.

Er is in kringen rondom de Britse regering in 1890 uitgerekend, dat Duitsland Groot-Brittannië in 1914 economisch zou inhalen. Dat moest koste wat kost voorkomen worden.

De Tweede Wereldoorlog vindt zijn oorsprong in feite in 1917, toen vanuit het Westen in Rusland een revolutionair nihilistisch regime aan de macht geholpen werd. De Derde Wereldoorlog vindt zijn uiterlijke oorzaak in dezelfde week als de tweede. Op 7 november 1917 pleegden de bolsjewieken hun staatsgreep, terwijl op 2 november 1917 de kiem gelegd werd voor Israël als politiek staat, in de vorm van de zogeheten Balfourdeclaratie, de brief waarin Lord Balfour aan Lord Rothschild mededeelde dat de regering van Zijne Majesteit welwillend stond tegenover de vestiging van een joods tehuis in Palestina. Daarmee werd ook de kiem gelegd voor de voortdurende spanningen en terugkerende oorlogen tussen de joodse staat en de omringende landen in de regio, die tot op de dag van vandaag voortduurt.

Om te onderzoeken hoe de financiële architectuur werd opgezet die dit vervolg op de Eerste Wereld oorlog mogelijk maakte, kunt u Lords of Finance van Liaquat Ahmed raadplegen, waaruit onder andere blijkt dat de Bank of England tot in 1942 leningen verstrekte aan het nationaal-socialistische Duitsland.

Sinds de opkomst van de moderne geldeconomie zie je – als één van de talrijke rode draden die door de uiterlijke ontwikkeling heen lopen – dat in de een of andere vorm telkens twee of drie met elkaar strijdige of strijdende ideologieën, bewegingen of mogendheden worden gefinancierd en anderszins gesteund, die dankzij die steun kunnen concurreren met de natuurlijk of wenselijke ontwikkeling in Europa en elders in de wereld.

Je kunt ook zien dat die dialectische manipulatie van politiek, cultuur, onderwijs, wetenschap en internationale verhoudingen, een geografische richting heeft. Hij gaat momenteel vooral uit van het Westen en richt zich meestal op het Oosten. Het heeft te maken met de financiering van verkiezingscampagnes in de Verenigde Staten, met de Wolfowitz-doctrine, met de pogingen om via allerlei verdragen een soort wereldhandelsrijk te stichten, met het streven om via genetisch gemanipuleerde organismes binnen enkele generaties het organische voedsel in een groot deel van de wereld te vervangen door zaden die jaarlijks opnieuw ingekocht moeten worden, met verkapte steun aan Islamitische Staat, et cetera.

Financierde in de 19e eeuw bepaalde banken steevast twee zijden van hetzelfde conflict, zodat de destructie groter werd en die banken rijker, zo is inmiddels aangetoond dat in de 20e eeuw vanuit soortgelijke kringen zowel de opkomst, industrialisering en opbouw van een agressieve strijdmacht van het communistische Rusland werd gefaciliteerd, als de machtsgreep en economische en diplomatieke successen van Adolf Hitler in Duitsland. En hoe vervolgens werd aangestuurd op een conflict dat door die ontwikkelingen veel bloediger en destructiever werd, dan het geval was geweest als de financiële wereld zich er niet mee bemoeid had.

Na de Tweede Wereldoorlog zien we, onder andere aan de hand van bijvoorbeeld de memoires van generaal Wedemayer, hoe China door goed getimed ingrijpen van de VS in handen van de communisten gespeeld werd.

Genraal Alfred Wedemeyer

Dat kon gebeuren nadat in China door Russische geheimagenten een communistische partij was opgericht, hetgeen u kunt lezen in Mao: The Unknown Story (2005) van Yung Chang en Jon Halliday. Die druk kon de Amerikaanse regering alleen maar uitoefenen omdat China tijdens de Tweede Wereldoorlog afhankelijk was geworden van militaire steun van de VS. Amerikaanse deelname aan de strijd in de Pacific was weer mogelijk gemaakt door de Japanse aanval op Pearl Harbour, die vanuit Japans perspectief een wanhoopsdaad was tegen de economische omsingeling door de VS, zie Day of Deceit. The truth about FDR and Pearl Harbour van Robert Stinneth.

Zonder Tweede Wereldoorlog zou er in China – en in Oost-Europa – geen communistisch regime aan de macht gebracht kunnen zijn, net zoals er zonder Eerste Wereldoorlog geen communistisch regime in Rusland zou zijn geweest.

Mao heeft China vervolgens in economisch, sociaal en cultureel opzicht meer verwoest dan tien Amerikaanse atoombommen hadden kunnen doen. Daardoor is China wellicht 20 jaar later de geduchte economische en militaire concurrent van de VS geworden dan het geval was geweest, als de nationalisten hadden gewonnen en er geen communistisch economisch stelsel zou zijn ingevoerd.

Het is belangrijk om in te zien hoe ver de invloed van de Westerse achtergrondpolitiek heeft gestrekt in de 20e eeuw, en hoe geniaal die politiek is geweest. Zelfs de vorming van een Europese Unie is in feite in het belang van de VS, in de zin dat een log socialistisch Europa minder concurrentie betekent voor de VS, dan een dynamisch en pluriform continent.

Als men begrijpt dat het streven van de balance of power politiek van het Britse Rijk en de Wolfowitz-doctrine van de VS is, om te voorkomen dat buiten de angelsaksische wereld mogendheden opstaan, die ook maar in potentie een “bedreiging”, dat wil zeggen, concurrentie zouden kunnen vormen, dan begrijpt men waarom er in regio’s zoals Zuid-Oost Azië, Noord-Afrika en het Midden-Oosten voortdurend chaos moet zijn, teneinde de relatieve invloed vanuit het Westen te behouden, dan wel vermeerderen.

Dan begrijpt u wat critici van de Amerikaanse wereldpolitiek als Dominique de Villepin en Sergej Lavrov bedoelen met hun kritiek op de “unipolaire” wereld en hun pleidooien voor een “multipolaire wereld”. En op hun nadruk op de “dialoog” in plaats van de “botsing” der beschavingen.

Dominique de Villepin VN 2003

Zij willen geen wereld die eerst tot op het bot wordt verdeeld door allerlei kunstmatig gecreëerde of opgeblazen conflicten, en vervolgens een Angelsaksische nieuwe wereldorde zoals die op de achterzijde van het dollarbiljet wordt aangekondigd.

Novus Ordo Seclorum

Als we een wereldoorlog willen voorkomen, moeten we leren zien dat Syrië het Servië van 1914 is, en Rusland het Duitsland van 1914. En dat, als de Wolfowitz-doctrine niet door toekomstige Amerikaanse regeringen aan de kant wordt gezet, China de uiteindelijke vijand van de VS zal zijn.

Dan moeten we onze regeringen dwingen om Oekraïne met rust te laten. Dan moeten we de sancties eenzijdig opheffen, ons herbewapenen en uit de NAVO stappen. Dan moeten we Nederlandse wetten weer boven Europese wetten laten gaan. Dan moeten we directe democratie invoeren en de kiezers laten beslissen over deelname aan militaire acties in Syrië of Afghanistan, over vluchtelingenquota en andere belangrijke kwesties. Als we dat allemaal doen, dan hebben we een begin gemaakt met het voorkomen van een mogelijke derde wereldoorlog. Doen we dat niet dan zal hij komen, net zoals in 1914 en 1939: zonder dat u en ik en de meerderheid van de bevolkingen van de betrokken landen het hebben gewild.

Verdeel en heers in het Midden-Oosten is niet nieuw

Het Turkse ministerie van buitenlandse zaken beweert vandaag dat de Russische bombardementen op stellingen van rebellenstrijders in Syriê “meer extremisme en radicalisme” in de hand zullen werken.

De Turkse regering – die overigens volgens een rapport van de Amerikaanse senaat, dat eerder deze week werd gepubliceerd, in Syrië regelmatig lege huizen laat bombarderen – neemt daarmee het standpunt over dat de Amerikaanse regering een dag eerder uitsprak.

Het Amerikaans-Turkse standpunt is echter uiterst hypocriet gezien de buitenlandse politiek van de VS van de afgelopen 100 jaar, die er op talrijke momenten, regelmatig zelfs doelbewust, op gericht was om radicale stromingen te versterken om regio’s uit balans te brengen en daarna onder Amerikaanse invloed te brengen.

Uit memoranda van de Defense Intelligence Agency uit 2012 blijkt dat de meerderheid van de Syrische verzetsstrijders – de goeden uitgezonderd – bestaat uit jihadisten, moslimbroeders en al-Qaeda. Dus niet uit “legitieme” rebellen die democratie en een rechtstaat willen.

De strijders van IS, dat in 2014 in Irak werd opgericht uit elementen van al-Qaeda, werden door Amerikaanse veiligheidsdiensten bewapend, getraind en gefinancierd, met name tijdens de burgeroorlog in Libië, maar ook daarvoor. Zij hebben in Irak aanzienlijke voorraden Amerikaanse wapens en munitie veroverd die hen in feite in handen zijn gespeeld.

De Turken spelen het spelletje van de VS dus lustig mee. Strijd voeren, maar niet te snel winnen.

Het is natuurlijk moeilijk voorstelbaar dat een coalitie van Westerse landen van de VS, Groot-Brittanië, Frankrijk, Nederland en Turkije niet in staat zouden zijn om binnen de kortste keren de strijdkrachten van Islamitische Staat te verslaan. Als alleen de VS en Turkije drie weken lang ook maar enigszins serieus zouden proberen om IS aan te pakken, zou er van de beweging niets dan een stofwolk overblijven.

De bedoeling is dus duidelijk om het conflict te laten voortduren. In reactie daarop kunnen dan in alle rust de werkelijke geopolitieke doelstellingen gerealiseerd worden.

Dit beleid van het creëren van problemen en die vervolgens bestrijden wordt in feite al meer dan een eeuw gevoerd door de Amerikaanse regering, of beter gezegd kringen rondom de Amerikaanse regering.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog droeg het Amerikaanse beleid er – hoewel het formeel gericht was op het helpen beëindigen van het conflict – de facto toe bij dat de oorlog langer duurde dan noodzakelijk. De regering Wilson manoeuvreerde zich in een positie van bemiddelaar en gaf op het belangrijkste moment in 1916 niet thuis. De op papier veelbelovende punten van Wilson, die gericht waren op het bevorderen van het zelfbeschikkingsrecht van naties, werkten aan het einde van de oorlog als een Trojaans paard en moedigden separatistische tendensen in Midden-Europa aan die tot op de dag van vandaag voelbaar zijn.

Vanaf het eerste begin in 1917 hebben Amerikaanse bedrijven en banken de communistische staatsgreep in Rusland gesteund. Door een lening van de Federal Reserve aan de bolsjewieken, maar ook door persoonlijke interventie van president Woodrow Wilson, toen Leon Trotsky – die later leiding zou geven aan de militaire kant van de revolutie – door de Canadese autoriteiten werd tegengehouden toen hij op weg was naar Rusland. Wilson oefende druk uit, waardoor Trotsky, die van hem een paspoort had gekregen, alsnog naar Rusland kon gaan om daar de communistische machtsovername te organiseren.

Inmiddels hebben historici vastgesteld dat de opbouw van de industrie van de Sovjet-Unie in de eerste twee vijfjarenplannen (1928-1933 en 1933-1938), grotendeels door Amerikaanse interventie tot stand is gebracht.

Dit is allemaal zeer goed gedocumenteerd. Zo beschreef Sonia Melnokova-Raich in The Journal of the Society for Industrial Archeology in 2010 (vol. 36, no 2, pp 57-80) hoe het meest geavanceerde Amerikaanse architectenbureau van dat moment, de Albert Kahn Associates, aanzet gaven (“jump-started”) tot de industrialisering van de Sovjet-Unie. De Kahn brothers produceerden tractorfabrieken in Stalingrad, Charkov, Tsjeljabinsk en elders die opgezet waren – en later gebruikt werden – om grote aantallen tanks te produceren. Een gedetailleerd overzicht van de Amerikaanse steun aan de opbouw van zo’n beetje elke tak van de sovjet-industrie vindt u in Westers Technology and Soviet Military Development van wijlen professor Economie Antony C. Sutton.

De Sovjet-Unie werd ook op talrijke andere manieren ondersteund, met name door enkele bedrijven uit de financiële sector, zoals u kunt lezen in Wall Street and the Bolshevik Revolution van Sutton. Tegelijkertijd steunden Amerikaanse bedrijven via dochterbedrijven de opkomst van Hitler-Duitsland (Wall Street and the Rise of Hitler). Dat zijn geen samenzweringstheorieën, maar zeer goed gedocumenteerde studies.

Het gevolg daarvan was dat zowel de agressieve Sovjet-Unie van Stalin, als het nationaal-socialistische Duitsland, veel sterker werden dan zij zonder Amerikaanse steun geworden zouden zijn. En dat zij, toen zij gezamenlijk door middel van het Molotov-Ribbentrop pact van 23 augustus 1939 in feite de Tweede Wereldoorlog ontketenden, Europa in een oorlog stortten die veel langer en bloediger en grootschaliger was dan zonder die steun het geval zou zijn geweest.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ziet men opnieuw hoe krachten van achter de Amerikaanse regering het conflict doelbewust oprekten. Ten eerste door generaal George Patton te verhinderen om in 1944 Berlijn in te nemen en de oorlog zo een jaar eerder te beslissen. Maar ook natuurlijk door de weigering om de hoofdmacht van de invasie via Italië te laten oprukken naar Centraal-Europa en in plaats daarvan te kiezen voor een invasie in Normandië, waardoor de oorlog langer duurde en niet Patton, maar de Russische maarschalk Zjoekov uiteindelijk Berlijn zou veroveren.

Daarmee werd de deling van Duitsland, die vanuit diezelfde kringen reeds vanaf het einde van de 19e eeuw gewenst was, alsnog met Amerikaanse hulp gerealiseerd.

Tenslotte door de eis van “onvoorwaardelijke overgave” van Duitsland van de Amerikaanse regering in januari 1943, waardoor Duitsland veel langer doorvocht dan het gedaan zouden hebben als er uitzicht was geweest op vredesonderhandelingen. Zelfs de officieren die Hitler graag hadden willen offeren – en die waren er zeker – vochten nu door omdat ze wel een Duitsland zonder Hitler wilde, maar geen Duitsland dat tot kolonie of protectoraat zou worden.

De Amerikaanse buitenlandse politiek heeft ook na de Tweede Wereldoorlog deze dubbele politiek doorgezet. Een enkel voorbeeld is de Iraaks-Iraanse oorlog van 1980 tot 1988 toen het officieel het seculiere Irak steunde, maar tegelijkertijd clandestien via een andere branche van de buitenlandse politiek Iran steunde, zodat de oorlog veel langer en destructiever werd dan zonder die steun het geval geweest was.

Een en ander maakt deel uit van een klassieke strategie van verdeel en heers.

Buitengewoon leerzaam in dit opzicht is onderstaand interview van Sutton:

In dat licht is het dus helemaal niet vreemd dat de Amerikaanse inmenging in Irak, Afghanistan, Libië en Syrië niet geleid heeft tot stabiliteit, maar tot duurzame chaos en radicalisering. Dat ligt in het verlengde van de dialectische strategie die de Amerikanen hanteren.

Het is een op zich geniaal strategie die het mogelijk maakt dat zeer sterke, maar geografisch perifere en afgelegen mogendheden als Groot-Brittannië en de VS toch nog aanzienlijke invloed kunnen uitoefenen in de de rest van de wereld.

De VS liggen een halve aardbol verwijderd van Azië, maar hebben toch invloed in Japan, Pakistan en Afghanistan en patrouilleren momenteel tot grote ergernis van de Chinese regering met de US Pacific Fleet in de Zuid-Chinese Zee. Natuurlijk is er altijd een voorwendsel, soms zelfs een legitieme reden, maar het gaat erom in te zien dat de VS, ook al is het een prachtig land met een uniek politiek en economisch stelsel, wel degelijk ook een politiek hebben om op lange termijn zo veel mogelijk in vloed uit te oefenen in werelddelen waar ze geografisch gezien niets te zoeken hebben.

In die zin zien ze zich, en zijn ze, de opvolgers van het Britse wereldrijk dat in 1910 een kwart van het aardoppervlak bestuurde en de helft dan de wereldzeeën beheerste.

De steun van de VS aan de Sovjet-Unie is na de Tweede Wereldoorlog achter de schermen gewoon doorgegaan. In de jaren ’60 en ’70 ontvingen de failliete communistische regimes van Oost-Europa miljarden leningen van Westerse centrale banken en particuliere financiële instellingen. Dergelijke steun aan de formele vijand in de Koude Oorlog heeft de Russische dissident Vladimir Boekovsky ertoe gebracht te verklaren dat de Sovjet-Unie zonder steun van het westen 10 jaar eerder zou zijn ingestort.

Tot slot de verklaring van professor Sutton, waarom hij denkt dat bepaalde Westerse banken en grote bedrijven vanaf het begin communistische regimes hebben gesteund:

Interviewer: “Why would an American capitalist, an American financeer, help to aid bolshevism?

Sutton: “The only answer – and this puzzled me for years, because we understand to be in opposition – the only answer I could come to is one of captive markets. The United States did not want another United States. And of course, if you look at the world map, Russia is two to three times larger than the United States. Imagine this as another United States, as a competitor to the United States. What the United States wanted or what Wall Street wanted was a captive market. Socialism is a captive market, because my earlier studies at the Stanford University have brought up the fact that a socialism system cannot innovate. It’s going to import innovation and technology from the West. So I think the aim and thinking behind this was to encourage the development of Marxism, and other types of socialism, because that would give these Wall Street bankers control of a world market, a captive market.