3e proloog over afscheiding Midden-Europa

Tenslotte is het belangrijk om de verhoudingen tussen de lidstaten van de Europese Unie niet uit het oog te verliezen. Als we naar Hongarije kijken, kijken we ook naar onszelf.

Hongarije is aanmerkelijk  democratischer  dan Nederland. In Hongarije mag je je burgemeester kiezen. Dat is in Nederland verboden.  Dat geeft de inwoners van een Hongaarse stad of dorp de vrijheid om hun eigen bestuurder te kiezen en het geeft de burgemeester de legitimiteit die hij nodig heeft om zijn werk te doen. Tussentijds kan hij over bepaalde kwesties een referendum organiseren en dat gebeurt in de praktijk ook regelmatig.

De benoeming van burgemeesters is geen beloning voor trouw aan de eigen politieke partij, zoals in Nederland, want er mogen ook onafhankelijke kandidaten meedoen, die in de praktijk ook regelmatig winnen.

De gekozen burgemeester breng bovendien locale binding met de politiek, want hij is bijna altijd afkomstig uit de stad zelf of uit de omstreken.  Probeer maar eens een Amsterdammer in het rivaliserende Rotterdam neer te zetten, zoals in Nederland in 2009 is gedaan om de Rotterdammers op hun vingers te tikken voor hun electorale steun aan Pim Fortuyn en Leefbaar Nederland, als de burgemeester door de inwoners gekozen moet worden.

Het rondschuiven van burgemeesters door het hele land, hetgeen in Nederland een goed gebruik is, komt in Hongarije veel minder voor. Simpelweg, omdat burgers liever een kandidaat kiezen die ze kennen en je hen dus, als je van buiten de streek komt. moet  overtuigen dat je iets kunt toevoegen dat locale kandidaten niet hebben. De local politiek staat dus niet verder van, maar dichter bij de burger.

Ook het recyclen van incompetente of corrupte burgemeesters is lastiger. Want als ze campagne moeten voeren, wordt de vuile was naar boven gehaald. Verdedigt een kandidaat zich niet overtuigend, of komt er bewijs boven drijven, dan is het einde verhaal voor de corrupte kandidaat. Stel dat, we noemen hem even ‘Jan Jansen’, wethouder voor grondzaken voor bijvoorbeeld Apeldoorn in bijvoorbeeld 2011, door de gemeenteraad wordt weggestuurd nadat de gemeente tientallen miljoenen (!) verliest op grondaankopen die niets opleveren, krijgt hij dan twee waarnemend burgemeesterschapjes toegeschoven en wordt hij daarna gepromoveerd tot burgemeester in, noem maar wat, Soest?

In Hongarije of in elk ander land, trouwens, waar je de burgemeester mag kiezen, is dat lastig.

Bij de parlementsverkiezingen mogen Hongaren zowel op een kandidaat uit hun kiesdistrict, als op een kandidaat van een landelijke partijlijst stemmen. De 19 provincies (megyék) hebben in totaal 106 kiesdistricten (választókerületek), waarvan de kandidaten met de meeste stemmen afgevaardigd worden naar het parlement. De overige 93 leden van het parlement worden via landelijke partijlijsten gekozen. Zo komt het Hongaarse parlement (országgyűlés) op een totaal van 199 zetels.

Dat is in die zin democratischer dan het Nederlandse stelsel, dat je tenminste zelf de persoon mag uitkiezen die je wilt afvaardigen naar het parlement. In Nederland wordt de volgorde van de kandidaten op de partijlijst intern geregeld en is het niet zo dat de kandidaten met de meeste stemmen daardoor in de Tweede Kamer komen.

Bij de provinciale verkiezingen, die in Hongarije tegelijk met de locale verkiezingen worden gehouden, – waarbij ze behalve de gemeenteraad dus ook de burgemeester mogen kiezen  – kiezen de Hongaren een provinciaal college (közgyűlés) dat zelf een voorzitter en vice-voorzitters kiestDe voorzitter wordt dus indirect gekozen (door het college), niet benoemd (door de Kroon), zoals in Nederland.

Daar geldt ook weer, dat het veel minder vaak voorkomt dat een bestuurder die geworteld is in het zuiden van het land, bestuurder wordt van een provincie in het noorden, zoals Ed Nijpels die opgroeide in Bergen op Zoom, burgemeester was van Breda en plotseling ‘commissaris van de koningin’ werd in Friesland.

Dat dit systeem van benoemingen van burgemeesters en commissarissen door de Kroon in Nederland schijnbaar moeiteloos lijkt te draaien, is geen teken dat het niet uitmaakt waar de locale of provinciale bestuurders vandaan komen, maar toont juist dat het bestuurlijke systeem in Nederland verregaand van de burgers vervreemd is en dat de burgers hun interesse in de provinciale politiek verloren hebben.

Wat betreft  de actuele politieke conjunctuur in Hongarije wijzen wij u op het volgende. De huidige Hongaarse regering heeft aanzienlijk meer legitimiteit, dan de Nederlandse regeringen van de afgelopen 10 jaar. De regeringspartij Fidesz – Christelijke Democratische Volkspartij (Fidesz) won de verkiezingen in 2010, 2014 en 2018 met omstreeks de helft van de stemmen, hetgeen  zich vertaalde in  67% van de zetels van het Hongaarse Parlement.

Dat is aanzienlijk meer dan de Nederlandse regeringen, die doorgaans samengesteld worden uit twee of meer partijen die met elkaar compromissen sluiten, zodat er van hun programma’s weinig overblijft.

Daar mixen ze allerlei standpunten doorheen, waar de kiezer niet op gestemd heeft, waardoor het programma nog verder uitgehold wordt. de Hollandsche kiezer krijgt twee knollen en één citroen.

Judith Sargentini – als ik een controversiële cartoonist zou zijn, zou ik Benito Mussolini noemen als  haar vorige incarnatie – heeft dus kilo’s boter op haar lege linkse  hoofd.

Het Hongaarse staatshoofd, tenslotte, wordt gekozen door het parlement. Het heeft een onafhankelijk rol, zoals bleek in 2006, toen president Ferenc Mádl – God hebbe zijn ziel – de corrupte linkse regering van Ferenc Gyurcsány opriep om af te treden, nadat die de grondwet had overtreden.

Ferenc Mádl (links)

Tenslotte is Hongarije veel democratischer dan de Europese Unie, al is het alleen maar omdat Hongaren hun regering kunnen kiezen, althans de partij die de regering gaat vormen.

De Europese regering heet in Orwelliaanse newspeak ‘Europese Commissie’ en wordt helemaal niet gekozen. De ‘commissarissen’ (=ministers) worden via niet genotuleerde onderhandelingen ‘voorgesteld’ en benoemd, waarna het Europees Parlement wordt opgescheept met de keuze om de benoeming te bekrachtigen of af te wijzen. Als het te vaak een persoon weigert, ondermijnt het zijn eigen rol als parlement.

Het EP bekrachtigt om een of andere reden de meest corrupte figuren.

Daar tegenover staat de authentieke steun van meer dan een half miljoen Hongaarse demonstranten (!) voor het beleid van de Hongaarse regering tijdens Onafhankelijkheidsdag op 15 maart 2018.

Als Nederlandse, Duitse en Franse linkse krachten via het Europese Parlement, dat aanmerkelijk linkser is dan de nationale parlementen, zich tegen deze trotse Hongaren willen wenden en hen willen kleineren, door een slepende procedure om hen hun stemrecht binnen de Europese Unie af te pakken, zullen ze het zowel in Hongarije als in eigen land afleggen.

Ze zullen het ‘nationalisme’, u mag ook zeggen het streven naar het behoud van de onafhankelijkheid van het eigen land en van de eigen christelijke cultuur, slechts versterken.

Europa zal worden opgesplitst in twee tot drie delen: een verregaand moreel gedegenereerd  West-Europa,  een nationaal-conservatief Midden-Europa en in het Oosten het land van Peter de Grote.

2e proloog op de afscheiding van Midden-Europa

Voordat we ons op de inhoud van het politiek en ideologisch gemotiveerde ‘rapport’ van EU-parlementariër Judith Sargentini kunnen richten,  eerst nog wat informatie.

Het gaat om de toespraak van de leider van de Hongaarse regering Viktor Orbán op 11 september 2018 tot het Europees Parlement voorafgaand aan de  stemming over de ‘strafprocedure’ tegen Hongarije op 12 september 2018, waarin hij de ondergeïnformeerde en overbetaalde parlementariërs uitlegt dat ze een heel volk gaan veroordelen. Wij hebben deze toespraak voor u vertaald.

Ten tweede een reactie van de Britse europarlementariër Nigel Farage, waarin hij  de ‘strafprocedure’ vergelijkt met de ‘Brezjnjev-doctrine‘,  die stelde dat als een communistisch land wilde overstappen van een socialistisch stelsel op het kapitalisme,  oftewel van de heersende  ideologie ging afwijken, dat dit dan een zaak werd voor de overige landen binnen het communistische blok die dan moesten ingrijpen om het afvallige land weer op het rechte, communistische pad te brengen. Zij wordt ook wel de doctrine van de ‘beperkte soevereiniteit’ genoemd.

De doctrine werd in 1968 door Brezjnjev in Polen gepresenteerd en sindsdien gebruikt om militair ingrijpen in Centraal-Europese landen als Hongarije (1956) en Tsjecho-Slowakije (1968) met terugwerkende kracht te rechtvaardigen. En om als afschrikking te dienen voor andere landen die uit het dwangbuis van de heersende ideologie zouden willen stappen.

Verder willen wij u nog wijzen op een schande, namelijk dat op het moment dat de Hongaarse regeringsleider in het Europees Parlement zijn verweer tegen de uitsluitingsprocedure voert,  de helft van de stoelen in het Europees Parlement leeg zijn (!).

Het interesseert de afgevaardigden niet wat de leider van het land dat zij van zijn stemrecht willen beroven, ter verdediging van zijn land te zeggen heeft. Dat is opnieuw een teken van gebrek aan respect voor land en leider.

Een tweede schande is de  interruptie van een linkse rat die “leugenaar!” krijst. Dit is duidelijk niet het Britse parlement, waar beschaafd wordt gejoeld. Hier voel je opnieuw het verlangen van de internationale socialisten om hun tegenstanders te vernietigen. Een verlangen dat in de 20e eeuw tot 150 miljoen slachtoffers heeft geleid.

6 x meer dan hun neven en nichten van de nationale socialisten, die ook erg hun best gedaan hebben, maar zijn blijven steken op een schamele 25 miljoen.

Hongaren hebben ervaring met beide soorten socialisme en zien dat de EU zich langzaam aan het omvormen is tot een EUSSR. Zij herkennen, samen met de Polen, Tsjechen en Slowaken, het principe van de ‘salami-tactiek’, van de geleidelijke invoering van een dictatuur, dat de EU gebruikt om lidstaten tot provincies te maken. Zij herkennen dat omdat zij het zelf hebben meegemaakt in de periode 1945-1948.

“Geachte afgevaardigden, ik weet dat u uw standpunt al ingenomen heeft, ik weet dat de meerderheid van u vóór het rapport zal stemmen en ik weet tevens dat mijn verweer u niet van mening zal doen veranderen. Niettemin ben ik vandaag hiernaartoe gekomen, omdat u op het punt staat om niet een regering, maar een land en een volk te veroordelen.

U wilt Hongarije veroordelen [gejoel] dat sinds 1000 jaar lid is van de familie van christelijke Europese volkeren. Hongarije dat met zijn inspanningen, en als het niet anders kon, met zijn bloed heeft bijgedragen aan onze indrukwekkende Europese geschiedenis.

U gaat het land veroordelen dat in opstand kwam en de wapens opnam tegen het grootste leger ter wereld, dat van de Sovjet-Unie en dat een hoge prijs heeft moeten betalen voor de vrijheid en voor de democratie en dat, toen het moest, de grenzen openstelde voor onze Oost-Duitse lotgenoten [applaus].

Hongarije heeft gevochten voor zijn vrijheid en voor zijn democratie. Ik sta hier nu voor u en ik zie dat Hongarije momenteel beschuldigd wordt door personen die de democratie geërfd hebben, geen persoonlijk risico hebben hoeven nemen voor hun vrijheid, maar wel de vrijheidsstrijders willen veroordelen die hebben gevochten tegen het communisme en voor vrijheid en democratie.

Geachte leden van het parlement. Ik sta hier voor u en verdedig mijn vaderland, omdat voor de Hongaren vrijheid en democratie, onafhankelijkheid en Europa, een zaak van eer zijn. Daarom zeg ik u, dat u met het rapport dat voor u de eer schendt van Hongarije en van het Hongaarse volk.

De beslissingen van Hongarije worden door de kiezers genomen, middels de parlementsverkiezingen.

In feite stelt u met deze melding, dat het Hongaars volk niet betrouwbaar genoeg is om te oordelen, wat in zijn belang is. U gelooft dat u beter weet, wat goed is voor het Hongaarse volk, dan de Hongaren zelf. Daarom moet ik zeggen, dat deze melding een gebrek aan respect toont voor het Hongaarse volk. Dat het rapport getuigt van een dubbele maatstaf, machtsmisbruik bedrijft, bevoegdheden overschrijdt en dat de wijze van aanvaarding tegen de afspraken ingaat.

Geachte parlementsleden, voor ons Hongaren zijn democratie en vrijheid geen politieke, maar morele vraagstukken. U wilt op grond van numerieke overmacht een moreel oordeel uitspreken over een land, een land en een volk stigmatiseren. U neemt een ernstige verantwoordelijkheid op u als u voor de eerste keer in de geschiedenis van de Europese Unie een volk wilt uitsluiten uit de Europese besluitvorming. U ontneemt Hongarije het vermogen om zijn eigen belangen te vertegenwoordigen binnen de Europese familie, waartoe het hoort.

We hebben meningsverschillen en zullen die hebben, met name over het christelijke karakter van Europa, en over het belang van natiestaten en de cultuur van de Europese volkeren. We hebben andere opvattingen over de essentie en de rol van het gezin, en staan recht tegenover elkaar wat betreft opvattingen over immigratie.

Als we werkelijk eenheid willen scheppen in veelheid, dan mogen dergelijke verschillen geen reden vormen om een land te stigmatiseren en uit de gezamenlijke besluitvorming uit te sluiten. Wij zouden er nooit toe overgaan om degenen die het niet met ons eens zijn, uit te sluiten. [luid spottend gelach van linkse rat].

U wilt een land buitensluiten, dat ook bij de Europese verkiezingen een eenduidig besluit heeft genomen [linkse rat krijst ‘leugenaar’ in het Engels met Nederlands accent]. In 2009 heeft 56%, in 2014 heeft 52% van de kiezers op ons gestemd. Geachte dames en heren, wij zijn de meest succesvolle partij van het Europees Parlement. Onze socialistische en links-liberale tegenstanders zijn niet gelukkig met ons succes en willen wraak nemen op de Hongaren omdat die niet op hen gestemd hebben. Dat is niet netjes en niet volgens Europese normen.

Bovendien is deze melding geschreven door personen die niet in het reine zijn met de elementaire feiten. Het rapport erkent dat zij hebben nagelaten om een officiële delegatie naar Hongarije te sturen, oftewel u neemt een beslissing, zonder dat u zich op passende wijze heeft geïnformeerd. [linkse rat brult]. Het rapport bevat 37 ernstige feitelijke onjuistheden. Daarover hebben we gisteren aan alle euro-parlementariërs een hand-out van 108 pagina’s verstrekt.

Geachte afgevaardigden, onze unie wordt bijeengehouden door het feit dat onze geschillen binnen het kader van bepaalde regels worden opgelost. Namens Hongarije heb ik zelf ook overeenkomsten en compromissen gesloten met de Europese Commissie [=orwelliaans taalgebruik voor ‘regering’], bijvoorbeeld over de mediawet, over het rechtsstelsel en zelfs over enkele bepalingen in onze grondwet. Deze melding zet de jaren geleden gesloten overeenkomsten op losse schroeven. Dat kunt u doen, die zaken kunt u op losse schroeven zetten.

Wat heeft het voor zin om een overeenkomst te sluiten met wat voor Europese instelling dan ook? Wat u doet, is een slag in het gezicht van de unie en van de constructieve dialoog.
Geachte afgevaardigden, elk volk en elke lidstaat heeft het recht om te beslissen hoe zij haar eigen leven in haar eigen land organiseert.

Wij verdedigen onze grenzen en alleen wij zullen besluiten, met wie wij willen samenleven. We hebben een hek gebouwd en we hebben honderdduizenden immigranten geweerd. We hebben Hongarije beschermd en we hebben Europa beschermd. Vandaag is de eerste keer in de geschiedenis van de Europese Unie dat een gemeenschap zijn eigen grenswachten veroordeelt. Geachte voorzitter, laten we het op de man af zeggen: men wil Hongarije veroordelen, omdat de Hongaren hebben besloten dat hun land geen immigratieland wordt. Met passend respect, maar met de grootste vastberadenheid wijs ik af dat de immigratie- en migratie-gezinde krachten binnen het Europese Parlement Hongarije en de Hongaren bedreigen, chanteren en met valse aanklachten beschuldigingen. [linkse rat brult weer, de voorzitter heeft hem kennelijk niet tot de orde geroepen].

Geachte afgevaardigden, wat voor besluit u ook zult nemen, Hongarije zal niet toegeven aan chantage, Hongarije zal zijn grenzen verdedigen, zal de illegale migratie tot staan brengen en zal zijn rechten verdedigen, als het moet ook tegen u.

Wij Hongaren zijn klaar voor de verkiezingen in mei volgend jaar, wanneer de mensen eindelijk over de toekomst van Europa kunnen beslissen. En de democratie kunnen herstellen binnen de Europese democratie. Dank u voor uw aandacht.”

 

Hollandsch schaap blaast Europese Unie op

Voordat wij overgaan tot een analyse van de noodlottige gebeurtenissen in het Europees Parlement deze week, die tot het uiteenvallen van Europa  zullen leiden, eerst enkele prologen, waarvan dit de eerste is.

Gustave Flaubert

Domheid en fanatisme gaan hand in hand. Zoals Gustave Flaubert in de 19e eeuw reeds opmerkte: “La bêtise est quelque chose d’inébranlable, rien ne l’attaque sans se briser contre elle.” (= Domheid is iets onwrikbaars: niets valt haar aan, zonder zich ertegen te pletter te lopen).

Op woensdag 12 september 2018 heeft het Europees Parlement een artikel7-procedure tegen Hongarije gelanceerd. De procedure strekt tot het ontnemen van het stemrecht aan Hongarije, waarna het land uiteraard uit de Unie zal stappen. Dat betekent dus het einde van de Europese Unie.

Het voorstel tot het ‘straffen’ van Hongarije werd ingediend door het fanatieke schaap Judith Sargentini, europarlementariër voor de Europese Groenen namens Nederland.

De Centraal-Europese landen Hongarije, Polen, Slowakije en Tsjechië zullen nu uit de Unie stappen en een eigen onafhankelijk samenwerkingsverband oprichten, dat in werkelijkheid een moderne wedergeboorte van de historische regio Midden-Europa zal zijn.

Een belangrijke rol in dit schisma werd gespeeld door Groen Links, de partij zich in het Europees Parlement vanaf 2002  liet vertegenwoordigen door de Duitse Fransman Daniel Cohn-Bendit, wiens ziekelijke persoonlijkheid zijn stempel heeft gedrukt op de cultuur van de partij en op  het onbewuste van de leden die hem jarenlang als leider hebben beschouwd.

Cohn-Bendit werkte als jongeman in een ‘alternatieve kinderopvang’ en liet zich daar volgens zijn eigen boek ‘Le Grand Bazar’ door de peuters over zijn piemel strijken.  In  een al te openhartig televisiegesprek met Paul Guth – na een hash-cakeje dat de remmingen had weggenomen – kwam de tong pas goed los:

“Ik ga om 09 uur naar mijn kleuters tussen 16 maanden en 2 jaar oud, een achttal kleuters, ik ga ze hun billen afvegen, ik kietel ze, ze kietelen mij, we frunniken wat aan elkaar.”

Paul Guth: “Dat is iets dat u kennelijk aangenaam vindt”

Cohn-Bendit: “Dat ontroert me zeer”.

Studiogast Jean Eder Hallier: “Op voorwaarde dat er niet teveel gefrunnikt wordt.”

DCB: “‘Op voorwaarde dat ie niet teveel frunnikt..’, hou toch op! Dat is be-la-che-lijk.”

Vrouwenstem uit het publiek: “Waarom wilt u ze op een idee brengen?”

“Weet u, de seksualiteit van een peuter is absoluut fantastisch! Het is toch, laten we eerlijk zijn, serieus. Ik heb ook gewerkt met hele jonkies, nou ja, de hele jonkies is iets anders, maar met kindertjes die tussen de 4 en 6 jaar oud zijn. ”

“Weet U” – Cohn-Bendit leunt voorover – “Als een meisje van 5 jaar, van 5 en een half jaar, u begint uit te kleden…”

Paul Guth (meer ter bescherming van de protégé van de eigenaar van de TV-zender, dan uit verontwaardiging): “Aj aj”.

Cohn-Bendit: “… dan is dat fantastisch! Het is fantastisch, want het is een  erotisch-maniakaal spel.”

Dit is dus de kobolt, die jarenlang de partij van Judit Sargentini geleid heeft en zijn persoonlijkheid erin heeft afgedrukt. De man, in wiens schaduw Sargentini haar morele kompas heeft ontwikkeld en haar politieke overtuigingen heeft gevormd.

Cohn-Bendit en zijn hersenloze volgelingen vertegenwoordigen het ziekelijke element van het Europese Parlement dat nu over Hongarije uitgegoten wordt.

Gábor Vona loopt dagje met de zigeuners mee

De voormalige leider van de extreem-rechtse Hongaarse partij JOBBIK (“Voor een beter Hongarije”), Gábor Vona, ging onlangs op bezoek bij de zigeuners in het dorpje Bükszenterzsébet op 130 kilometer van Boedapest.

Het verslag werd op 15 augustus 2018 op zijn vlog gepubliceerd en is een aanrader voor iedereen die zich in de verhouding tussen extreem-rechts en de Hongaarse zigeuners interesseert, waaronder de redactie van Elsevier die de partij bij haar opkomst in 2009 als ‘anti-zigeuner-partij’ karakteriseerde.

Gábor, die er in het Hongaarse parlement regelmatig met gestrekt been in ging tegen premier Viktor Orbán – die dan handig opsprong en met zijn noppen op Gábors enkel probeerde te landen -, vertelt als hij met zijn Skoda onderweg is dat hij meerdere studies over de positie van de Hongaarse zigeuners heeft gelezen en zelfs boeken over het onderwerp heeft klaarliggen, maar dat een dag meedoen met de zigeuners en leven zoals zij, veel meer waard is dan een boek.

Als introductie in het zigeunerleven heeft hij een typisch zigeunerklusje gekozen, namelijk gras maaien en bomen snoeien.

Gábor wordt onder de hoede genomen door de voorman van het hoveniersbedrijfje, dat hij van tevoren gecontacteerd had, die hem voorstelt aan zijn ‘nieuwe collega’s.

De kennis making verloopt soepel

al moet er hier en daar  wat skepsis overwonnen worden:

De nieuwe collega die voor de klus nog even een sigaretje rookt met een energydrankje in de hand, kijkt weg en lijkt te denken: “Als ik vanavond maar met mijn dagloon wegloop” en dat is ook de context van de ontmoeting. Werk.

Bijna 10 jaar politieke ervaring en het pluche van het Hongaarse parlement hebben Gábor milder gemaakt.  Beide heren zijn ongeveer even oud, lijken wat grijs om de slapen te hebben en zijn aan het werk.

Onderweg naar de klant stelt Gábor simpele en praktische vragen die bij iedereen leven – waar onze journalisten nog wat van kunnen leren – en vraagt of Roma-kinderen, – Gábor is inmiddels geswitched van ‘zigeuners’ in de inleiding naar het politiek-correcte ‘Roma’ – net als Hongaarse kinderen ook in grote getalen naar het buitenland trekken.

De voorman legt uit dat dit in zijn streek niet het geval is, omdat de meeste zigeuners gezinnen hebben.

Gábor vraagt of het nog steeds zo is dat zigeuners jong trouwen en dat blijkt in dit dorp het geval. Trouwen op je 20-ste blijkt vrij normaal.

Op de vraag, wat de mensen in zijn gemeenschap op dit moment bezig houdt, antwoordt de voorman ontwijkend dat ze überhaupt geen tijd hebben om na te denken. Je gaat ’s ochtends naar je werk en ’s avonds kom je terug.

En als je geen werk hebt, ben je het wel  aan het zoeken, dus veel tijd om na te denken blijft er niet over.

De acacia’s zijn al gesnoeid, dus het wordt maaien vandaag. Gábor neemt de grastrimmer van 4-5 kilo in de hand en zegt: “Valt wel mee”. Collega antwoordt: “Zeker, maar na een hele dag voelt ie anders”.

Nadat de talud van de spoorwegen gemaaid zijn – een aanwijzing dat het om een klus van de gemeente gaat – komen op weg naar de volgende klus de tongen los. De man die aanvankelijk sceptisch was, vertelt dat hij in het bos opgegroeid is. Gábor merkt tegen zijn gesprekspartner op dat die daar dan thuis is.  Niets verbroedert meer, dan samenwerken. Als het personeel tenminste niet door een of ander managementmodel opgezet wordt om tegen elkaar te concurreren, zoals bij bedrijven als Nike.

Dus so far so good. Veiligheidshelm op, gewicht goed verdelen, zodat je aan het einde van de dag nog wat over hebt. Want het blijft zwaar werk dat zigeuners dag in dag uit doen, als ze tenminste werk hebben.

“Ik heb geen goed woord over hem gehoord”, vervolgt de voorman voor de camera, “dat ie van de Jobbik is en zo”.

“Maar hier ben ik blij mee. Ik ben blij dat hij naar ons toegekomen is. En de handen uit de mouwen steekt”.

Als Gábor ingewerkt is, zegt de voorman: “Ik kende hem niet, althans alleen van de TV, maar volgens mij is ie net zo recht-op-de-man-af als wij zijn”.

Nadat hij een strook van 20 meter heeft getrimd, geeft Gábor te kennen: “Ik begrijp nu wat voor werk er schuil gaat achter een stukje getrimd gras, petje af. Het was best lang, vooral aan het einde”.

Voorman: “Ja, maar je kijkt om en ziet gelijk het resultaat van het werk dat je  hebt gedaan”.

Gábor: “Directe feedback”.

Voorman: “En, ben je tevreden?”

Gábor: “Nou ja, ik weet niet hoe het eruit zou zien, als een ander het gedaan had”.

Voorman: “Die zou het niet beter gedaan hebben”.

Nu het ijs gebroken is, komen de pijnlijke kwesties op tafel. Gábor: “Mijn vader was metselaar. Hij werkte vaak met zigeunermensen en hij vertelde me dat ze, bij hem in de bouw, vaak beter werkten dan wie dan ook.”

“Dan is er de andere mening, die zeggen dat zigeuners lui zijn, dat ze niet willen werken.”

“Maar”, vervolgt Gábor, “dat hangt er misschien niet persé vanaf of iemand zigeuner is of niet”.

“Klopt”, zegt de voorman, “ik heb jou gezegd dat ik een zigeuner ben, maar als ik onder Hongaren ben, voel ik me niet zo. Dan voel ik me gewoon Hongaar”.

De voorman voegt er nog aan toe dat hij niet bang is voor racistisch geweld en dat hij ook niet heeft meegemaakt dat hij erop aangekeken wordt dat hij zigeuner is.

Het interview bevestigt de indruk dat werkende zigeuners zich succesvolle burgers voelen en ook zo worden gezien. En dat zigeuners een etnische afstamming en culturele identiteit hebben, maar dat die wegvalt als ze participeren in de Hongaarse maatschappij, bij uitstek op de arbeidsmarkt. Los de werkeloosheid op en het zigeunerprobleem in Hongarije smelt als sneeuw voor de zon.

Ondanks het PR-karakter van het uitstapje en de mogelijkheid dat er wat geld van hand is verwisseld, kunnen wij dat beeld wel bevestigen. Althans bevestigen dat dit beeld veel dichter bij de realiteit staat dan het beeld dat de Westerse media verspreiden, dat zigeuners een onderdrukte minderheid vormen die dagelijks gediscrimineerd wordt en door het racisme van de Hongaarse meerderheidsbevolking niet uit hun problematische situatie komen.

“Het werk is alles voor ons”

Op weg terug van het werk, is de sfeer ontspannen, zo niet hartelijk, en vraagt Gábor aan een derde collega hoe hij de toekomst van de Roma in Hongarije ziet.

Deze zegt, typisch Hongaars, dat er vanuit de geldwereld een groep mensen wordt ingezet, die afhankelijk van hen zijn en die  het volk met allerlei maatregelen afknijpen. “Zolang we die niet opruimen”, zegt hij, “wordt het niks met ons zigeuners”.

Bükszenterzsébet heeft een onafhankelijke burgemeester (de Jobbik werden er tiende bij de gemeenteraadsverkiezingen), maar je moet oppassen met wat je zegt, want anders krijgt je familie geen klusjes van de gemeente meer, besluit hij. Zo blijkt dus dat de economische pressie op de zigeunergemeenschap dreigender is dan de maatschappelijke.

Hij beklaagt zich nog, zoals de traditionele zigeuners vaak doen tegenover de nieuwe generatie, dat de huidige jongeren geen doel meer in hun leven hebben en ze zichzelf daar geen plezier mee doen.

Zo komen we aan het einde van een bijzondere dag.

Ook de rest van de zigeuners van het dorp is blij dat Gábor de stoute schoenen aangetrokken heeft. Opnieuw de voorman:

“Zij waren er ook blij om [dat Gábor hen had bezocht, redactie], laat hem maar komen, laat hem temidden van ons zigeuners zijn”.

In zijn afsluitende woorden tot zijn kijkers zegt Gábor: “Ik wil de situatie van de Hongaarse zigeuners  beter in kaart brengen en blijven volgen. En daarbij op de positieve voorbeelden concentreren, op rolmodellen. Als deze video ertoe kan bijdragen dat zigeunerondernemers met vertrouwen de Hongaarse arbeidsmarkt opgaan of dat er Hongaarse werkgevers zijn die zigeuners als werknemer aannemen, dat ze hen tenminste een kans geven, dan hebben we al veel bereikt”,

Hongaarse werkgevers moeten vaker zigeuners aannemen

Hongarije: minderheden en massa-immigratie

In het debat over de zogeheten quota, de herverdeling van migranten over de lidstaten van de Europese Unie op last van de Europese Commissie (=newspeak voor Europese regering), wordt over één specifiek argument altijd beleefd gezwegen: zigeuners.

Hongarije kent een aanzienlijke zigeunerbevolking die getalsmatig op omstreeks 600.000 personen geschat wordt, oftewel 6% van de bevolking van 10 miljoen, die op sociaal-economisch gebied slechts gedeeltelijk geïntegreerd is.

Hoewel veel zigeuners economisch succesvol zijn en maatschappelijk waardering oogsten, ligt het niveau van werkgelegenheid, onderwijs en dus van inkomen van de meerderheid van de Hongaarse zigeuners ver onder het gemiddelde van het land.

We zullen hier niet ingaan op de oorzaken van deze ongelijkheid, maar slechts noemen dat het geboortecijfer bij zigeuners hoger ligt dan bij niet-zigeuners en hun in de loop van de moderne geschiedenis de traditionele middelen zijn afgenomen om in hun levensonderhoud te voorzien. De hevigste aanval op de levenswijze van de zigeuners vond plaats onder het communisme (1948-1989), toen er een beleid werd gevoerd van gedwongen vestiging in stenen gebouwen in lelijke buitenwijken.

Als je een zigeuner zijn etnische en culturele identiteit afpakt, zoals die tot uitdrukking komt in zijn levensstijl, houd je alleen maar een man over met een laag inkomen en weinig sociale status.

Je mag een man alles afpakken, maar niet zijn trots.

Het gevolg was een explosie van criminaliteit bij gefrustreerde en ambitieuze zigeunermannen.

Een klein deel van de Hongaarse zigeuners is al tientallen jaren verantwoordelijk voor een disproportioneel groot aandeel in de criminaliteit.

Iedereen weet dat, maar de overheid heeft haar best gedaan om die cijfers in de doofpot te stoppen, hetgeen heeft geleid tot een beleid van niet-aanpakken van het probleem en de opkomst van extreem-rechtse milities in afgelegen gebieden, waar Hongaren lijden onder zigeuner-criminaliteit.

Daardoor werd het probleem van zigeunercriminaliteit in de praktijk niet opgelost, maar afgeschoven op de armere delen van de Hongaarse bevolking.

In 1990 heeft de Hongaarse overheid verboden om de etniciteit van daders te registreren. Onderzoeker Szilveszter Póczik van het Landelijk Criminologisch Instituut vond daar echter wat op. Hij deed in 2000 onderzoek in Hongaarse gevangenissen, waar hij veroordeelden de vraag voorlegde of zij zichzelf als zigeuner beschouwden. 49.9% van de ondervraagden antwoordde daarop met “ja”. [bron: Magyar Demokrata, 24 juni 2009, ‘Ki védjen meg minket?’].

Een kolonel van de Hongaarse politie van een district ten zuiden van het Balaton-meer die mij in (of omstreeks) 2010 een rondleiding gaf door zijn streek, vertelde mij dat volgens interne gegevens van de Hongaarse politie de cijfers zelfs nog hoger lagen (80%).

Uit het feit dat omstreeks de helft van de veroordeelde gedetineerden zigeuner is, kan worden afgeleid dat omstreeks de helft van de misdrijven, waarvoor de rechtbank een vrijheidsstraf oplegt, – met andere woorden vooral misdaden tegen personen en goederen – door zigeuners wordt gepleegd. Zigeuners maken 6% van de bevolking uit, maar plegen 50% van de misdrijven. Zij zijn dus als statistische groep 10 keer zo crimineel als de overige Hongaren.

De cijfers van het Landelijk Criminologisch Instituut betekenen echter niet dat de meeste zigeuners crimineel zijn. Als elke zigeuner een evenredig deel van die 50% misdrijven zou plegen, zou de typering “crimineel” voor de Hongaarse zigeuners terecht zijn, maar dat is niet het geval.

De meeste misdrijven worden gepleegd door recidivisten, hetgeen betekent dat het merendeel van die statistische criminaliteit in de praktijk gepleegd door een relatief klein aandeel van de zigeuner-bevolking.

De opvatting dat criminaliteit voor zigeuners een normale bron van inkomsten is, blijkt dus geen vooroordeel, maar een generalisering. Hij is juist met betrekking tot één deel van de zigeuners, maar onjuist met betrekking tot het andere.

Hier schuilt ook een rationeel motief voor discriminatie van zigeuners op de arbeidsmarkt. Een van de Hongaarse cursisten, aan wie ik Nederlandse les gaf, vertelde mij eens dat zigeunerinnen in haar streek niet aangenomen worden als schoonmaakster, omdat Hongaarse huisvrouwen hen niet vertrouwen.

Statistisch gezien is het inderdaad zo dat als een huisvrouw Rozália Oláh aanneemt, zij een grotere kans heeft dat er wat gepikt zal worden, dan als ze voor Ildikó Magyar kiest. Maar statistieken zijn misleidend: er is immers ook een grotere kans dat Rozália eerlijk is, dan dat ze zal stelen.

Die generalisering werkt ontmoedigend voor alle eerlijke zigeuners die werk zoeken en bemoeilijkt hun ontsnapping uit de armoede, waardoor het gevaar ontstaat dat Rozália redeneert: “Als ze me niet aannemen, omdat ze denken dat ik een dievegge ben, kan ik net zo goed uit stelen gaan”.

Nu werd het in de traditionele zigeunergemeenschap wel eens door de vingers gezien als eer een kip van een rijke boer gepikt werd, maar massaal stelen van de niet-zigeuner-bevolking werd en wordt door de zigeuners als een schande gezien.

Ik heb talrijke geassimileerde zigeuners gesproken, die zich schamen voor de wijdverbreide zigeunercriminaliteit. Zolang niet alle zigeuners aangekeken worden op het gedrag van een criminele minderheid, zijn ze best bereid om te erkennen dat het probleem bestaat.

Enkele jaren geleden ontmoette ik een zigeunermeisje, dat traditioneel was opgevoed, op haar 16e was getrouwd en op haar 22e al vijf kinderen had die ze perfect opgevoed had, een voorbeeld voor de Nederlandse ouders. De kindertjes waren spontaan, spraken met twee woorden en ruimden alles achter zich op. Zij vertelde mij, nadat wij elkaar wat beter hadden leren kennen: “Weet u wat ik het ergste vind van de Hongaarse zigeuners? Dat ze niet eens willen weten wie ze voor zich hebben. Het eerste en het enige wat ze ze denken als ze iemand ontmoeten die ze niet kennen, is: ‘Voor hoeveel kan ik die afzetten?'”.

Zoals dit meisje, denken in stilte veel zigeuners, maar ze zullen dat in het openbaar niet snel toegeven, omdat daar eens strijd heerst tussen verschillende collectieve generalisaties.

Het politiek-correcte standpunt in Hongarije dat zigeunercriminaliteit niet bestaat, maakt het echter moeilijker om het probleem aan te pakken en werkt generaliseringen juist in de hand. Het zijn nu slechts de lezers van het kleine rechtse tijdschrift Magyar Demokrata die weten dat 1 – de helft van de criminaliteit inderdaad door zigeuners gepleegd wordt, maar dat 2 – dit door een kleine groep recidivisten gedaan wordt en de meerderheid van de zigeuners er dus niet op aangekeken kan worden.

Zo kan het dat in het debat over de herverdeling van migranten over Centraal-Europese landen als Hongarije, Slowakije, Tsjechië en Polen één argument bestaat, dat pertinent niet genoemd wordt: het feit dat een land als Hongarije, in tegenstelling tot de welvarende West-Europese landen, kampt met een groot sociaal-economisch probleem in de vorm van wijdverbreide criminaliteit en armoede onder de zigeuners.

Dat probleem vormt een ‘last’ op de begroting die te vergelijken is met de ‘kosten’ van massa-immigratie in een land als Nederland.

Hongaren denken stilletjes: ‘Jullie hebben Marokkanen, wij hebben zigeuners’ en ze hebben geen zin om nog een minderheid te ‘importeren’ die lange tijd afhankelijk zal zijn van overheidssteun en, gezien de TV-beelden van terroristische aanslagen in landen als Frankrijk en massale aanrandingen van blanke, niet-islamitische vrouwen in landen als Duitsland en Zweden, mogelijk voor sociale onrust en veiligheidsrisico’s zal zorgen.