Asieldebat – pars pro toto

Een bekende stijlfiguur in de Nederlandse taal is de zogeheten “pars pro toto”. Dat is Latijn voor “een deel voor het geheel”, oftewel het voorstellen van een deel van een zaak als de gehele zaak.

Voorbeelden zijn:

– “Koppen tellen”
– “24 zeilen”
– “300 daken”

Met “kop” wordt natuurlijk niet alleen het hoofd, maar de gehele mens bedoeld. Men telt bijvoorbeeld hoeveel inwoners er in een dorp zijn of hoeveel bezoekers er op een bijeenkomst zijn. Met “zeil” wordt niet alleen het zeil, maar het gehele schip bedoeld. Met “dak” niet alleen het dak, maar het gehele huis.

Wordt zij aangewend als stijlfiguur, dan is de pars pro toto een algemeen geaccepteerd en gekoesterd middel. Wordt zij echter gebruikt om reële verhoudingen aan te duiden, dan vertekent zij de werkelijkheid.

Dat laatste is het geval in het asieldebat. De pars pro toto wordt door de linkse media – u weet nog: 78% van de Nederlandse journalisten beschouwt zich als “links” tot “zeer links” van het politieke centrum – ijverig gebruikt als primair middel om de discussie te voeren.

Of beter gezegd te verstikken, want doordat de verschijnselen niet bij de juiste naam worden genoemd, wordt de discussie inhoudelijk verhinderd.

Terwijl het debat er om zou moeten draaien hoe we onderscheid kunnen maken tussen vluchtelingen en economische migranten, passen de media stelselmatig de pars pro toto toe, waardoor dit onderscheid niet gemaakt kan worden.

De media beginnen meestal met een omissie. Zij vermijden de correcte aanduiding voor de vreemdelingen die over de Balkanroute naar Nederland komen, namelijk “asielzoekers”.

Vervolgens vervangen ze dat opzettelijk weggelaten woord door het woord “vluchteling”. Dat doen ze in de meest verschillende toepassingen “vluchtelingenstroom”, “opvang van vluchtelingen”, “verzet tegen de komst van 600 vluchtelingen”, etc.

Daarmee nemen ze dus een deel van de vreemdelingen, namelijk de vluchtelingen, voor het geheel van de vreemdelingen, dat bestaat uit een deel vluchtelingen en een deel migranten. Bovendien een klein deel, want de vluchtelingen vormen naar schatting een procent of 20% -, van het geheel van asielzoekers dat Europa in het algemeen en de welvarende noordelijke landen in het bijzonder tracht te bereiken.

Door die onterechte generalisering, wordt het hele asieldebat van begin af aan in feite onmogelijk gemaakt.

Het debat zou er over moeten gaan, hoe we onderscheid kunnen maken tussen vluchteling en migrant, hoe we de vluchtelingen gaan opvangen, hoeveel van hen we zullen toelaten, hoe we hen gaan verspreiden over de verschillende provincies en gemeenten, en hoe we migranten kunnen weren, dan wel terugsturen, totdat er weer capaciteit is om hen op te nemen.

Het eerste en belangrijkste wat er in Nederland moet gebeuren, is het scheiden van de vluchtelingenstroom van de golf economische migranten die op ons land afkomt, zowel in het debat als in de uitvoering van het beleid.

We kunnen het probleem waarmee we te kampen hebben echter niet oplossen, als we het niet eerst op een correcte manier beschrijven.

Vluchteling of migrant – 2

Op 23 oktober 2015 schreef Suzanne Geuze in de Volkskrant onder de titel “Bedreigd om een genuanceerd geluid” een bijdrage over een inwoonster van Steenbergen die volgens de krant als enige had gedurfd om het openlijk op te nemen voor de vluchtelingen en die van een of andere malloot een steen door haar ruit gekregen had.

Volkskrant 23 oktober 2015

Het artikel is, zoals alle artikelen van de Volkskrant, eenzijdig en vooringenomen en niet bedoeld om te informeren, maar om de beeldvorming van de lezers te beïnvloeden.

De titel is al gelijk vals: “Bedreigd om een genuanceerd geluid”. Het standpunt van de dame in kwestie is namelijk juist niet genuanceerd. Ze maakt juist géén onderscheid tussen de verschillende asielzoekers. Zij scheert alle asielzoekers over één kam en gaat uit van de leugenachtige aanname dat zij allemaal vluchtelingen zijn.

Dat zijn ze niet. Minstens de helft, een waarschijnlijk zelfs drie vierde van de asielzoekers die tot nu toe Europa heeft bereikt, is geen politieke vluchteling, maar economische migrant.

Deze migranten misbruiken de regelingen die in het leven zijn geroepen om daadwerkelijke vluchtelingen op te vangen. Dat is een grove aantasting van de humanitaire grondslag van de vluchtelingenregelingen, want daarmee verdringen ze talrijke echte vluchtelingen, zodat die niet in Europa geraken. En daarmee verhinderen ze dat we mensen in nood onderdak kunnen verlenen, wat we heel graag willen.

Het gaat bovendien veel ellende veroorzaken, want doordat de opvangcapaciteit en de tolerantie onder de bevolking door deze gelukszoekers wordt opgebruikt, is er straks gewoonweg geen plaats meer voor de daadwerkelijke vluchtelingen. Die kunnen dan misschien niet weg uit hun benarde situatie of zijn veroordeeld tot jarenlang wegkwijnen in vluchtelingenkampen.

In werkelijkheid zijn het juist de protesterende Steenbergers die een genuanceerd geluid vertolken, omdat zij tenminste onderscheid maken tussen vluchtelingen en migranten onder de asielzoekers.

“Slechts één inwoonster durfde het in Steenbergen openlijk op te nemen voor de vluchtelingen”, liegt de Volkskrant in de subkop verder. Het merendeel IS echter helemaal geen vluchteling, dat is juist het probleem en dat is ook de oorzaak van 90% van het verzet tegen de opvang en distributie van de asielzoekers.

Dat kun je gewoon zien. De asielzoekers zijn in overgrote meerderheid mannen en van een specifieke en beperkte leeftijdsgroep, vaak ook met een huidskleur die in Syrië nauwelijks voorkomt, maar in Somalië en Eritrea algemeen is. Velen hebben hun paspoort weggegooid omdát ze niet uit Syrië komen,. Ze vertonen gedrag dat niet past bij vluchtelingen (allerlei eisen stellen, klagen over de voorzieningen in plaats van dolblij zijn dat ze in veiligheid zijn, vechten, aanranding van vrouwen in opvangcentra), etc.

Maar je mag van de Volkskrant niet waarnemen, je moet geloven. Geloven in de linkse ideologie, ook als die in talrijke opzichten afwijkt van de werkelijkheid. Als je perceptie eenmaal door het jarenlang lezen van de Volkskrant geprepareerd is, verdringt de perceptie de waarneming van de werkelijkheid.

De gewone bevolking ziet het en iedereen die geen linkse bril op heeft ziet het, maar de Volkskrantslezer blijft de krant kopen of laat zijn abonnement doorlopen, omdat hij kennelijk verslaafd geraakt is aan de dagelijkse portie manipulatie en onwaarachtigheid.

De Volkskrant probeert de lezer niet alleen de leugen door de strot te duwen dat al die gelukszoekers vluchtelingen zijn. Het blad trekt – buiksprekend via het voormalige raadslid van Steenbergen – ook nog eens een valse parallel tussen enerzijds oppositie tegen ongelimiteerd toelaten van economische migranten en anderzijds de nazi’s.

Het doet dat op de wijze zoals we van de krant gewend zijn: indirect, leugenachtig en smerig. “In de jaren dertig hielden mensen uit angst hun mond. Ik hoop dat we daarvan geleerd hebben”, stelt het voormalige linkse raadslid – en groepsdier bij uitstek – dat door de krant als moedige eenling wordt neergezet.

Daarmee wordt gesuggereerd (indirect) dat
1 – personen die het opnemen voor vluchtelingen (= leugen) hun mond niet durven open te doen ( = leugen), omdat ze bedreigd zouden worden (= overdrijving) en dat
2 – de Steenbergers in kwestie een soort nazi’s zouden zijn ( = leugen). Daarmee worden de Nederlanders die de Volkskrant lezen en denken dat het klopt wat erin staat, opgehitst tegen die arme Steenbergers (=smerig), terwijl die alleen de leefbaarheid van hun stad willen beschermen tegen opportunistische gelukszoekers, waarvan weinig economische bijdrage te verwachten valt.

De ophitsing verloopt precies andersom: de Volkskrant heeft de macht om als mediumbolwerk honderduizenden lezers op te hitsen tegen een paar inwoners van een stadje in Noord-Brabant. Die inwoners hebben helemaal geen vertegenwoordiging in de media en kunnen zich niet tegen die haatpropaganda verweren.

De Volkskrant maakt ook grif gebruik van die macht tot ophitsen. Die parallel met de nazi’s is natuurlijk bij uitstek opruiend. De nazi’s behoren tot de ergste beesten die de moderne geschiedenis heeft voortgebracht. Je zet brave burgers die op een legitieme manier opkomen voor hun belangen op die manier neer als vreemdelingenhaters, racisten en potentiële massamoordenaars. Want dat gingen de nazi’s immers later doen. Miljoenen joden vermoorden. En honderdduizenden zigeuners.

Op deze wijze hitst de Volkskrant alle goedbedoelende, maar makkelijk manipuleerbare lezers tegen die arme Steenbergers op. Daarbij wordt via de onfortuinlijke inwoners van Steenbergen indirect de meerderheid van de Nederlandse bevolking op één lijn gezet met de nazi’s, namelijk iedereen die zich in woord of daad verzet tegen de rampzalige ongefilterde toestroom van migranten.

Aan de muur op school – kont, scheet & poep

Op een openbare basisschool ergens in Utrechtse Heuvelrug hingen vandaag de hiernavolgende posters in de gang. Waar doet er niet toe, want het gaat om de  campagne van “Raar maar Waar” en de “Kinderboekenweek”, die over het hele land door scholen wordt overgenomen.

Een selectie:

“Met een telescoop kun je zien hoe iemand op de maan in zijn neus peutert”

Telescoop

Waarom het beeld oproepen van iemand die met zijn vinger snot uit zijn neus haalt? En waarom zo een aansprekende verworvenheid van de wetenschap in verband brengen met zo’n ordinair beeld? Krijgen kinderen daardoor respect voor de wetenschap? Respect voor kennis? Bewondering voor de edele doelen waarvoor de vindingen van de wetenschap kunnen worden aangewend?

Nee, natuurlijk niet. Hier wordt cultuurrelativisme uitgedragen, zo
niet nihilisme.

“Vegetariërs laten meer scheten dan vleeseters”

IMG_0908

Waarom zo smakeloos? Waarom zo vulgair? Wat is de toegevoegde pedagogische waarde van deze informatie?

Afgezien van de keuze om het vulgaire woord “scheet” op de muur aan het kinderoog aan te bieden, in plaats van een wat neutralere aanduiding als “windje” of zo, werpt de vraag zich op: Waar komt de wens vandaag om kinderen in een educatieve omgeving met het beeld van ruftende volwassenen te confronteren?

“Een schildpad kan ademhalen via zijn kont”

Schildpad

Het wordt steeds smeriger. Hier valt ten natuurlijk het woordgebruik op. De redactie van dit educatieve project geeft de voorkeur aan het vulgaire woord “kont” boven een neutraal woord als “achterste”. Maar ook het onderwerp zelf natuurlijk: weer die Freudiaanse obsessie voor het poepgaatje en de wens om die obsessie over te dragen op kinderen.

“Een olifant poept 25 kilo per dag”.

Olifant

Почему? Waarom? Pourquoi? Met deze “mededeling” wordt het beeld van een enorme hoop stront opgeroepen. En aangeboden aan de nieuwsgierige blik van langslopende kinderen in de leeftijd van 6 tot 12. Waarom doen scholen dit?

“Franse kaas stinkt door de poep van de bacteriën die erop zitten”.

Franse kaas

Het is allemaal te smerig voor woorden. Na de geur en het geluid van een scheet – die natuurlijk ontsnapt uit ons favoriete gaatje – en de  geur en de aanblik van een grote berg poep, moet de fantasie van de Nederlandse schoolkindertjes de poep ook nog opeten.

Dat gebeurt middels de associatie van poep met Franse kaas. De meeste kinderen hebben  wel eens Franse kaas  gegeten, dus die krijgen onbewust het gevoel dat ze poep hebben gegeten.

Hier wordt de fantasie van de kinderen eenvoudigweg verkracht. Dit heeft niets te maken met het bijbrengen van kennis en vaardigheden; dit heeft alles te maken met de vernietiging van het gevoel van eerbied, het afbreken van het voorstellingsvermogen, het slopen van het gevoel voor schoonheid. En het verspreiden van cultureel relativisme en estethisch nihilisme.

Welk degeneraat produceert dit soort gedachtes en wenst ze ook nog eens over te brengen op kinderen? Scheten, kont, poep (2x), deze teksten zijn bedacht door iemand met een anale fixatie!

Waarom krijgen dit soort degeneraten zo veel ruimte in het onderwijs? En waarom vooral in het basisonderwijs?

Zou het zijn dat het basisonderwijs allerlei subliminale pedofielen aantrekt? Van het niet-praktiserende soort, zullen we maar zeggen? Het soort dat het moet hebben van zijn fantasieën? Dat onbewust zijn ware aard op de inhoud en de keuze van het pedagogische materiaal projecteert? Het soort pedofielen dat, gezien de anale fixatie, bovendien niet op kleine meisjes, maar op kleine jongetjes valt?

Waarom is er niet één wachter op de weg die dit tegenhoudt? Waarom is er geen filter? Dat er pedo’s op het onderwijs afkomen die er hun pedofiele fantasieën gaan botvieren is één ding, maar waarom worden dat soort voorstellen er niet door de redactie, het bestuur of de school uitgefilterd? Waarom is er niet één leerkracht die zegt: “Zouden we die posters nou wel ophangen? Wat is de toegevoegde pedagogische waarde van die teksten?”

Het laatste poster is veelzeggend. “Mensen zijn de enige dieren die huilen”.

Mensen - dieren

Mensen zijn helemaal geen dieren. Mensen zijn alleen dieren in de ogen van diegenen, die mensen als dieren wensen te zien. Die gericht zijn op het dierlijke in henzelf en in de medemens. Zelfs darwinisten stellen niet dat mensen dieren zijn, maar slechts dat ze afstammen van dieren. Maar ja, als je de kindertjes kunt wijsmaken dat ze dieren zijn, zullen ze zich ook als dieren gaan gedragen: als makke schapen die zich door alles laten manipuleren, of als wolven die zwakkere “mededieren” verslinden.

Vroeger werd geprotesteerd tegen de racistische bewering dat negers apen waren. Dat is terecht, want negers zijn geen apen. Negers zijn mensen. Maar nauwelijks enkele generaties later wordt in feite beweerd dat álle mensen apen zijn, zij het van een “intelligente” soort.

Scholen draaien al lang niet meer om overdracht van kennis en de ontwikkeling van vaardigheden. Ze zijn een instrument geworden voor de vernietiging van onze cultuur en de ondermijning van de moraal van onze kinderen.

Hillary Clinton is gevaarlijk

Hoewel de Amerikaanse presidentsverkiezingen pas in 2016 plaatsvinden, is het nu al 95% zeker dat Hillary Clinton de volgende president van de Verenigde Staten van Amerika zal worden, althans als het aan het establishment ligt.

Zij heeft immers de beste kaarten en er worden geen sterke tegenstanders tegen haar in het veld gebracht. Dat is meestal een teken dat er vanuit kringen van financiers van de verkiezingen geen, eh, uitgesproken enthousiasme is avoor andere kandidaten. En een verkiezing kost wel een dollar of tweehonderd miljoen, dus dan red je het niet. Zeker niet tegen iemand die zoveel steun in de media heeft als Hillary.

Hillary

Als je Hillary niet ziet als een persoon met een karakter en met opvattingen, maar als een doorgeefluik van belangen – en dat moet je bij de meeste Amerikaanse presidentskandidaten helaas doen – dan valt onmiddellijk een scherp contrast op: in haar binnenlandse beleid is zij relatief gematigd, maar in haar buitenlandbeleid is zij radicaal.

Binnen de VS wil ze de belastingdruk voor gezinnen verlichten, het kleinbedrijf stimuleren, 350 miljard dollar besteden om ervoor te zorgen dat studenten niet meer met een enorme studieschuld zitten als ze afgestudeerd zijn, investeren in wetenschappelijk onderzoek en in de infrastructuur, en de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt vergroten. Ze wil meer inkomensgelijkheid, de rijken meer belasten, het minimumloon verhogen en, terwijl ze door veel kiezers gezien wordt als de kandidaat van Wall Street, Wall Street – dus de hand die haar voedt – aanpakken met sterke onafhankelijke regulerende instellingen en het bestraffen van bedrijven die het te bont maken.

In haar buitenlandbeleid ziet haar “record” er heel anders uit. Hillary heeft in 1998 de Amerikaanse luchtaanval op een zogenaamde fabriek voor chemische wapens in de Soedanese hoofdstad Khartoem verdedigd. Het bleek een farmaceutische fabriek te zijn, de grootste producent van goedkope medicijnen tegen malaria en tuberculose in Soedan.

Ze verdedigde de bombardementen van de NAVO op Lybië in 2011, die hebben geleid tot het uiteenvallen van dat land en een toename van het terrorisme in Libië. En doordat de door Amerikaanse inlichtingendiensten bewapende islamitische milities vervolgens in Syrië aan het werk gingen, ook de oorzaak van de massale stroom vluchtelingen en migranten die nu Europa overspoelt.

Over de val van dictator Moeammar al-Qhadaffi zei ze: “We kwamen, we zagen en hij ging dood”. Een nogal smakeloze uitspraak. Het is immers niet erg chique om op te scheppen dat je iemand dood gemaakt hebt. En in de context van haar agressieve opvattingen over buitenlands beleid, mogelijk ook bedoeld als impliciet dreigement aan toekomstige doelwitten, zoals bijvoorbeeld president Basjir Assad van Syrië.

Ze stemde, in afwijking van haar meer gematigde partijgenoten, consequent voor interventie in Afghanistan en Irak. Ook zei ze in een interview toen ze nog senator was: “If Iran was to launch a nucleair attack against Israel, what would our response be? And I want the Iranians to know, that if I’m the president, we will attack Iran. And I want them to understand that, because it does mean that they have to look very carefully at their society, because in whatever stage of development they might be, in their nucleair weapons program, in the next ten years, during which they might foolishly consider launching an attack on Israel, we would be able to totally obliterate them. That is a terrible thing to say”, – aldus deze gestoorde bitch -, “but those people who run Iran need to understand that…”

Dit soort garanties aan een andere staat, kun je ook op een wat subtielere manier afgeven. Sterker nog, dat is gebruikelijk onder staatslieden. In de discussie over inzet van atoomwapens, moeten politici op eieren lopen. En niet taal uitslaan zoals “Als ik de president ben, zullen we Iran aanvallen” of “zouden we het totaal kunnen wegvagen”.

Zeker niet in de context dat Iran zelfs volgens zijn meest verstokte vijanden niet over atoomwapens beschikt en bovendien nog nooit een ander land heeft aangevallen.

Ze vindt ook dat de sancties die de VS en de EU Rusland hebben opgelegd vanwege de hereniging (“annexatie”) van de Krim met het Russische moederland, niet ver genoeg gaan. Ze wil de economische oorlogsvoering tegen Rusland opvoeren. Dat brengt echter het spook van een Russisch-Europese oorlog dichterbij.

In mei 2014 vergeleek Hillary, tijdens een bijeenkomst in Californië om geld in te zamelen van rijke particulieren, de vermeende steun van de Russische president Vladimir Poetin aan separatisten in Oekraïne met de wijze waarop Adolf Hitler zich aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog opwierp als beschermer van Duitse minderheden in het buitenland.

Dat is geen onschuldige vergelijking, want traditioneel vergelijken Amerikaanse bewindslieden leiders van landen die ze willen gaan aanvallen vaak met Hitler. Dat deed de Amerikaanse president Bill Clinton in 1999 ten aanzien van de Servische president Slobodan Milosevic: “What if someone had listened to Winston Churchill and stood up to Adolf Hitler earlier?” Dat deed minister van Defensie Donald Rumsfeld in 2002 met de Irakese dictator Saddam Hussein , toen hij een vergelijking trok tussen de politieke van Appeasement ten aanzien van Hitler-Duitsland en het verzet tegen de Amerikaanse plannen om Irak aan te vallen. Dat deed minister van Buitenlandse zaken John Kerry in 2013: “Assad now joins the list of Adolf Hitler and Saddam Hussein…”

In 2008 beweerde Hillary dat Poetin “geen ziel” heeft. Een totaal onnodige provocatie aan het adres van de leider van de tweede militaire mogendheid ter wereld. Je mag als politicus wel ferm zijn, maar je moet niet nodeloos andere staats- en regeringshoofden beledigen.

Begin dit jaar zei ze tegen de burgemeester van Londen Boris Johnson dat Europese leiders “te slap” zijn tegen Poetin.

Enkele weken geleden riep ze op om – in afwijking van het standpunt van de regering Obama – een “no-fly zone” af te dwingen boven Syrië. Dat zou inhouden dat de NAVO Russische vliegtuigen uit de lucht zou moeten schieten, oftewel het begin van een derde wereldoorlog. Op 23 oktober zwakte ze dat af door te zeggen dat Russische vliegtuigen niet bij de “eerste of tweede” overtreding van de Amerikaanse no-fly zone zouden worden neergehaald. Maar de suggestie bleef, dat ze dat bij de derde of vierde “schending” van de door de VS gedecreteerde no-fly zone wél neergeschoten zouden worden.

De oorlogszuchtige taal van Hillary baart niet alleen de republikeinen, maar ook een groot deel van haar partijgenoten zorgen. Men vreest met name dat Hillary de VS op de weg naar een oorlog met Rusland wil zetten.

Hillary wordt door zowel Amerikaanse als Europese media overwegend neergezet als gematigd, sympathiek en vooral als kandidaat die de “geschiedenis” aan haar kant heeft, omdat ze de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten kan worden.

De symboliek is begrijpelijk, maar misleidend, want het gaat om de inhoud, niet om de persoon.

Een presidentschap van Hillary is levensgevaarlijk, niet alleen voor Eruopa, maar ook voor de vrouwelijke Amerikaanse kiezer. Want wat is het voordeel voor Amerikaanse vrouwen als ze enerzijds een vrouwelijke president hebben, maar anderzijds New York tijdens een Russische vergeldingsaanval wordt vernietigd? Tezamen met een tiental andere Amerikaanse steden?

Wat is het voordeel van een vrouwelijk president die je naar een oorlog leidt met de tweede militaire mogendheid ter wereld, die beschikt over meer dan 7000 kernkoppen? Naar een VS met 150 miljoen inwoners?

Wiens belangen dient zij werkelijk?