No comment

Christoph Eschenbach werd geboren in de Duitse stad Breslau (het huidige Wrocław in Polen). Zijn ouders, Margarethe en Heribert Ringmann, overleden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn moeder overleed tijdens de bevalling en zijn vader was een politieke tegenstander van de nationaal-socialisten die wegens zijn kritiek in een strafbataljon naar het oostfront gestuurd werd, waar hij omkwam.

Ten gevolge van dat trauma sprak Eschenbach een jaar lang niet, totdat totdat hem gevraagd werd of hij een muziekinstrument wilde spelen. In 1946 werd hij geadopteerd door Wallydore Eschenbach, een nicht van zijn moeder, die hem leerde piano spelen.

Oorlogsopbouw gaat door

De benoeming van de voormalige secretaris-generaal van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) Anders Fogh Rasmussen tot adviseur van de regering van Oekraïne, is de laatste in een reeks provocaties die bedoeld zijn om Rusland tot een aanval op Duitsland te bewegen.

De provocaties vinden hun oorsprong in de politieke invloed van de neoconservatieven, het zogeheten militair industrieel complex en “rogue factions” binnen de inlichtingendiensten in de Verenigde Staten van Amerika. Daar lijkt de traditionele strategie van het Britse Rijk van peace at home, war abroad in volle glans in werking te zijn.

Buitenlandse oorlogen zorgen ervoor dat de concurrentiestrijd tussen grootmachten om gebied en grondstoffen ver van huis plaats vindt en ze zijn goed voor de economie, omdat de industrie volle kracht aan de slag moet om de “war effort” te ondersteunen. Oorlog zorgt voor banen en is goed voor de positie en expansie van bepaalde grote Amerikaanse bedrijven.

Die grote bedrijven hebben traditioneel ook weer invloed op het buitenlandse beleid van de Verenigde Staten, namelijk via de bijdragen die zij leveren aan de verkiezingskas van Amerikaanse presidentskandidaten. In ruil daarvoor is het een ongeschreven regel dat de president later vertegenwoordigers van de lobby’s van die “corporations” benoemt op overheidsposities op beleidsterreinen waar zij aanzienlijke belangen hebben. Een bijdrage in de verkiezingskas wordt bijvoorbeeld niet zelden beloond met een ambassadeurspost in belangrijke staten.

De NAVO is in april 1949 opgericht als uitvoerende organisatie van het Verdrag van Washington dat strekte tot militaire samenwerking tussen Noord-Amerikaanse landen en Europese staten. De militaire alliantie die door de Tweede Wereldoorlog noodzakelijk was geworden, werd na de oorlog in vredestijd voortgezet en kreeg een permanent karakter.

Aanvankelijk had de NAVO een defensief karakter, dat wil zeggen dat het hoofddoel wederzijdse verdediging tegen de dreiging van de communistische landen was, die door de oorlog was toegenomen, omdat de oostelijke helft van Europa door het Rode Leger veroverd was en daar communistische eenpartijstaten waren geïnstalleerd die in de praktijk richtlijnen van Moskou opvolgden.

De dreiging was in militaire zin reëel, want de communistische landen beschikten over een aanvallende militaire doctrine en een overmacht aan conventionele wapens.

In economisch en technologisch opzicht was dat anders, want we weten inmiddels door het voortreffelijke werk van bijvoorbeeld Anthony Sutton en Vladimir Boekovski dat het communistische regime in de Sovjet-Unie vanaf het begin is ondersteund door facties binnen de Amerikaanse en Britse regering, diplomatie, financiële wereld en grote bedrijven.

Men had dus belang bij deze grootse tegenstelling, bij het ontstaan en voortduren van de politieke en ideologische concurrentiestrijd tussen het vrije westen en het communistische blok. Een van de “voordelen” was dat Europa militair afhankelijk bleef van de VS.

Dankzij genoemde auteurs hebben we nu een redelijk beeld van de omvang van de clandestiene westerse hulp aan de communistische dictatuur en kunnen we stellen dat de sovjet-economie in feite voortdurend afhankelijk geweest is van buitenlandse steun. Daaruit volgt dat de westerse elites het systeem van communistische staten praktisch op elk moment hadden kunnen laten instorten, simpelweg door de technologische, financiële en economische steun in te trekken.

Boekovski stelt zelfs dat de val van de Berlijnse Muur in feite 10 jaar uitgesteld is door middel van leningen van westerse banken aan Oost-Europese regeringen in de jaren ’60 en ’70 en aan de Sovjet-Unie in de jaren ’80. Ook is inmiddels bekend dat vertegenwoordigers van de internationale financiële wereld in de jaren ’70 villa’s in Praag gebruikten voor clandestiene ontmoetingen met communistische leiders.

Op strategisch niveau is het voortduren van de Russische dreiging dus altijd vanuit het westen gewild geweest, waardoor men zich kan afvragen of er niet een soort noodrem is geweest, waardoor de dreiging in feite minder actueel was dan zij leek. Een aanval van het Warschaupact op West-Duitsland zou immers het einde van de clandestiene, maar onmisbare steun aan de Sovjet-Unie en haar satellietstaten hebben betekend.

Na de uitgestelde val van het communisme in 1989 viel de rechtvaardiging onder het Verdrag van Washington weg. De NAVO bleef echter bestaan. Het bondgenootschap had geleidelijk aan afgebouwd moeten worden, maar dat is niet gebeurd, want dan was de politieke invloed van de VS op Europa komen te vervallen.

Daarmee werd de kiem gelegd voor de Derde Wereldoorlog, die voortkomt uit de Tweede Wereldoorlog, die weer een gevolg is van de vredesverdragen en ideologieën die uit de Eerste Wereldoorlog zijn ontstaan.

Het bondgenootschap breidde zich bovendien uit naar de grenzen van Rusland doordat voormalige communistische landen als Polen, Hongarije en Roemenië lid werden.

Dit niettegenstaande de belofte van de Amerikaanse regering aan de toenmalige Russische president Michail Gorbatsjov dat de NAVO zich niet oostwaarts van de voormalige Duitse Democratische Republiek zou uitbreiden.

De NAVO veranderde niet van naam, maar wel van karakter: van een defensieve organisatie veranderde zij stilletjes in een expansionistische, imperialistische organisatie.

Momenteel hebben de voormalige Europese grootmachten Frankrijk, Duitsland en Verenigd Koninkrijk in feite geen onafhankelijk buitenlandse politiek meer. Zij zijn feitelijk vazallen van Washington geworden en werken mee aan een koers die slechts kan leiden tot een militair conflict met Rusland.

Om zo’n conflict te vermijden moet Europa zich emanciperen van het Amerikaanse buitenlandse beleid en zich richten op vrede met Rusland en goede betrekkingen met de Angelsaksische landen.

Waar het belang van Europa namelijk is om het continent tegen een eventuele Russische aanval te beschermen, althans aan de buitengrenzen te doen plaatsvinden, is het belang van de VS om het Russische leger tot aan het hart van Europa te laten doorstoten, zodat het kan worden afgesneden, omsingeld en vernietigd. Want alleen zo kan Rusland als rivaal worden uitgeschakeld.

Het Europese belang is dus om in vrede met Rusland te leven en met Rusland handel te drijven, zonder de eigen defensie te verwaarlozen.

Het belang van de VS is echter om te voorkomen dat Europa en Rusland langere tijd in vrede en voorspoed met elkaar leven, omdat het zwaartepunt van de wereldhandel dan geleidelijk aan zou verschuiven van de periferie naar het Euraziatische continent.

Heeft Europa er dus belang bij om een oorlog met Rusland te voorkomen, dan wel aan de oostgrens van Polen op te vangen, de VS spinnen garen bij een succesvolle aanval van Rusland op een tandeloos Europa.
Het Russische leger moet immers ver Europa ingelokt worden, zodat het in zijn totaliteit kan worden vernietigd.

Om een land substantieel te verzwakken en dus te elimineren als concurrent, moet een oorlog lang duren en veel verwoesting aanrichten. Dat is dezelfde logica als die achter het besluit van de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt in januari 1943 om een onvoorwaardelijke overgave te eisen van het nationaal-socialistische Duitsland. Daardoor besloten ook de minder fanatieke Duitse officieren om tot het einde door te vechten, omdat ze niet wilden dat Duitsland een soort kolonie zou worden.

Het is ook dezelfde logica achter het beleid van de geallieerde opperbevelhebber, de “politieke” generaal Dwight Eisenhower, die ervoor zorgde dat de “militaire” generaal George Patton de oorlog niet al in de herfst van 1944 besliste, toen hij binnen twee weken in Berlijn had kunnen staan.

Rusland is de afgelopen 16 jaar wederopgestaan als regionale en mondiale grootmacht. Het is bereid om compromissen te sluiten, maar weigert om de facto tot een vazalstaat van Washington te worden.

Het is binnen die speelruimte dat geprobeerd wordt om Rusland met allerlei provocaties te tergen. De benoeming van Rasmussen tot adviseur van de Oekraïense regering heeft dan ook vooral een symbolische waarde: een voormalige secretaris-generaal van de organisatie die door Rusland als expansief en bedreigend wordt beschouwd, gaat invloed uitoefenen op het beleid van buurland Oekraïne. Dat is een slag in het gezicht van de Russische regering. En zo is het ook bedoeld.

Deze stap volgt op een andere provocatie eerder deze maand, namelijk het aanzetten van het antiballistische raketschild in Deveselu in Roemenië, dat zogenaamd tegen Iraanse raketten, maar in werkelijkheid tegen Rusland is gericht.

Aangezien de politiek van nucleaire afschrikking onder de regering van George Bush junior is vervangen door die van de preventieve nucleaire aanval, maakt Rusland zich terecht zorgen over de plaatsing van die wapensystemen.

Hoewel ook deze provocatie een sterke symbolische waarde heeft – Rusland kan het raketschild met één kruisraket uitschakelen – wordt daarmee toch een begin gemaakt met de ondermijning van de nucleaire afschrikking. Het lijkt het beleid te zijn om nog meer van dergelijke anti-raketschilden neer te zetten, waardoor de Russische koelbloedigheid nog meer op de proef gesteld zal worden.

Het feit dat Russische jagers rakelings langs Amerikaanse oorlogsschepen in de Baltische Zee scheren, moet dan ook gelezen worden als een poging om de Amerikanen te doen beseffen dat ze een uiterst gevaarlijk spel spelen. Het Russische geduld is misschien zo groot is als het land zelf, maar zelfs het uitgestrekte Russische land heeft grenzen.

De overheid wil weten of uw dochter menstrueert

De overheid houdt in het voorjaar van 2016 een “gezondheidsonderzoek”op lagere scholen. Kinderen krijgen op school een keuring van 15 minuten, waar de ouders niet bij mogen zijn. Net zoals bij correspondentie van consultatiebureau’s, krijgt de lezer aanvankelijk de indruk dat het onderzoek verplicht is, terwijl het in werkelijkheid berust op vrijwillige deelname.

Via regionale GGD’s worden “vragenlijsten” naar ouders gestuurd, waarvan het copyright toekomt aan “Robert Goodman 2005”.

De overheid wil van u als ouder weten of uw kind
– alle inentingen heeft gehad
– voor de eerste keer ongesteld is geweest
– rekening houdt met de gevoelens van anderen
– wel of niet lang kan stilzitten
– potloden makkelijk deelt met andere kinderen
– ertoe neigt alleen te spelen
– doorgaans gehoorzaam is en ertoe neigt te doen wat volwassenen vragen
– constant aan het wiebelen of friemelen is
– thuis dingen pikt
– behulpzaam is als iemand zich heeft bezeerd
– zenuwachtig is in nieuwe situaties
– en nog een hoop andere zaken waar ze niets mee te maken heeft, omdat kinderen onder de verantwoordelijkheid van de ouders vallen.

IMG_1805

Tot voor kort was het zo, dat de overheid pas in actie kwam als er zorgen waren over een kind. Dat gebeurt via de instellingen van jeugdzorg, die de laatste jaren sterke kritiek te verduren hebben gekregen omdat ze, zoals zo veel overheidsinstellingen, niet goed zouden functioneren.

Dit onderzoek doet vermoeden dat de overheid zich nu ook preventief met uw kind wil gaan bemoeien.

Daar zit een zekere hypocrisie in, want het is de overheid zelf die de jeugdzorg uit de hand heeft laten lopen doordat er enerzijds niet adequaat gereageerd wordt bij gezinnen waar wel wat aan de hand is en men zich anderzijds vastbijt in gezinnen waar niets aan de hand is. Dat is namelijk makkelijker werken, want ouders van gezinnen waar niets aan de hand is zijn over het algemeen beleefd en coöperatief, terwijl probleemgezinnen vaak agressie hanteren als overlevingsstrategie.

Net als in de voormalige DDR, wil de overheid blijkbaar zo vroeg mogelijk een volledig fysiologisch en psychologisch profiel van haar burgers kunnen opstellen.

Een en ander zal ongetwijfeld gerechtvaardigd worden door de vermeende noodzaak om de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de Nederlandse kinderen te beschermen en te bevorderen – waarin natuurlijk de giftige suggestie schuilt dat ouders dat niet of onvoldoende zouden doen, anders zou het niet nodig zijn – maar het is niet moeilijk om aan de vraagstelling de hand van de Nederlandse Stasi te herkennen.

Het oog van de overheid wil weten of er “loners” zijn, of er kinderen zijn die te veel pesten of gepest worden, bang zijn of niet, aardig zijn tegen jonge kinderen, etc. Type “Unabomber”. Men zoekt naar een mogelijke aanleg, naar een psychologische predispositie voor radicalisering. Men wil potentiële toekomstige Bouyerietjes en Breivikjes zo vroeg mogelijk in beeld brengen.

De overheid maakt daarbij gebruik van de irrationele angst voor terrorisme. De kans dat u bij een terroristische aanslag omkomt is immers nog steeds kleiner dan die dat u omkomt in een verkeersongeval en Nederland staat nog steeds tweemaal daags in de file.

Bovendien is er toenemend bewijs dat westerse geheime diensten terroristen en terrorisme faciliteren omdat men, net als ten tijde van de Koude Oorlog, behoefte heeft aan een vijand om het voortbestaan en de uitbreiding van de eigen instelling te rechtvaardigen. Het verschil is echter dat er tijdens de Koude Oorlog een daadwerkelijke dreiging, maar dat de terroristische netwerken van nu alleen dood en verderf kunnen zaaien, maar het westen nooit essentieel kunnen bedreigen.

De noodzaak om burgers steeds vollediger in beeld te brengen en over iedereen een dossier aan te leggen, is natuurlijk een verzinsel van de overheid. Het is simpelweg de volgende stap van een overheid die steeds meer controle wenst te verwerven over haar burgers, terwijl zij zich eigenlijk zo veel mogelijk zou moeten terugtrekken. Want dat past bij het ontwakend zelfbewustzijn van de moderne burgers.

Het Koninkrijk der Nederlanden wordt langzaam een totalitaire, Orwelliaanse samenleving en als u daar de komende jaren niets aan doet, is het voor uw kinderen en kleinkinderen te laat.

mededeling redactie – blog en computer gehackt

Direct na publicatie van ons tweede blog over Clingendael, de humorseske van 18 mei, werd de laptop van de redactie gehackt. De cursor werd te pas en te onpas overgenomen, programma’s geopend en gesloten en er werd geïntervenieerd in email, surfen, bloggen en bankzaken. De toespelingen in de humoreske werden kennelijk niet op prijs gesteld.

De hacker wilde duidelijk laten merken dat hij naar willekeur de controle over de computer kon overnemen, doordat deze het ene moment correct reageerde op commando’s, maar een moment later van buitenaf werd overgenomen. En even later weer door de eigenaar kon worden bediend.

Volgens een van de ICT-experts, waaraan de redactie dinsdag jl het probleem heeft voorgeled, betrof het “next gen hacking”, dat wil zeggen inbreken met de nieuwste technische middelen, van het soort dat in het leger gebruikt wordt, want de hack ging door als de wifi uitstond en er geen internetverbinding was. Volgens de expert werd de laptop mogelijk zelfs gehackt via geluidsgolven.

De hack is momenteel zo ernstig, dat de redactie een nieuwe computer heeft moeten aanschaffen.

Na het eerste blog over Clingendael, dat op 27 april 2016 is gepubliceerd, werd het weblog zelf gehackt. Dus niet de computer, maar het de software van WordPress: precies op het moment dat wij een afbeelding van het nieuwe logo van Clingedael – dat met de drie overlappende ogen – wilde toevoegen, werden plots afbeeldingen door de mediabibliotheek geweigerd. Zelfs reeds gepubliceerde afbeeldingen konden niet opnieuw ingevoegd worden in een blog. Afbeeldingen met alle veel voorkomende extenties werden geweigerd. Jpeg, tif, png, etc. Tevens werd zonder ingrijpen van de redactie een aantal eerder gepubliceerde blogs cursief gezet en werden knoppen in het content management systeem tijdelijk uitgezet.

Dat probleem is door een andere ICT-expert op 13 mei verholpen, waardoor wij momenteel weer afbeeldingen kunnen publiceren.

De redactie heeft overigens eind januari 2016 ook getracht een blog over Clingendael te publiceren, maar dat werd toen onmogelijk gemaakt doordat toen de knop “publiceren” werd uitgezet, url’s verhaspeld werden, surfen om de gegevens te verifiëren onmogelijk werd gemaakt, etc.

Het behoeft geen toelichting dat de redactie zich door deze en soortgelijke interventies er niet van zal laten weerhouden om met gepaste regelmaat bijdragen op dit blog te blijven publiceren.

Aantekeningen over Frankrijk

Frankrijk is een van de meest gecentraliseerde en bureaucratische landen van Europa. Het leven van de burgers – dus van het individu – wordt er geleidelijk aan steeds meer aan banden gelegd.

De Fransen zijn daar zelf schuldig aan. 60% van de jongeren droomt van een baan als ambtenaar, oftewel leven op kosten van de belastingbetaler. Dan verdien je ook niet beter dan dat je land op een gegeven moment vastloopt.

Als je een badkamer wilt opknappen, heb je 4 verschillende vergunningen nodig. De arbeid is extreem gereguleerd. Het oprichten van een bedrijfje wordt in de praktijk ontmoedigd. Het resultaat ps, en dat is ook de bedoeling, dat de feodale ogende tweedeling in de economie wordt gehandhaafd.

In Frankrijk worden beginnende ondernemingen de eerste twee jaar enigszins ontzien, maar dat is geen cadeau, want in het derde fiscale jaar van de onderneming moet de belastingkorting van de eerste twee jaar alsnog worden betaald. Daardoor gaat – een debiel kan dat uitrekenen – de meerderheid van de startende ondernemers in Frankrijk in het derde jaar failliet en dat is ook precies de bedoeling. Zo blijft de economie vooral het domein van diegenen die reeds geld hebben en wordt sociale mobiliteit bemoeilijkt.

De Nederlandse fiscus heeft dit handiger aangepakt. Beginnende ondernemingen krijgen de eerste drie jaar “starterskorting”, meestal samen met kleine ondernemerskorting, hetgeen hen in staat stelt hun bedrijf op te bouwen voordat de orders binnenkomen.
Die starterskorting hoeven ze later niet terug te betalen. Dat komt er in de praktijk op neer dat ze in de eerste jaren vaak zelfs geld terugkrijgen van de belasting en daardoor kunnen ze overleven. Dat is vanuit fiscaal standpunt handig en verstandig, want als je in het derde jaar al je kippen de nek omdraait, leggen ze natuurlijk geen eieren.

Ondanks de ambtenarenmentaliteit van de meerderheid van de bevolking, kent Frankrijk een zeer capabele minderheid van kleine en middelgrote ondernemers. Het MKB – PME in het Frans – vormt in zijn geheel het grootste bedrijf van Frankrijk en is niet weg te denken uit het Franse dagelijkse leven.

Het MKB staat in Frankrijk onder druk. Naast de fiscale bakstenen die de fiscus in de rugzak van starters stopt, is er de noodlottige 35-urige werkweek voor het personeel, waar de productiviteit en dus de concurrentiekracht ernstig onder lijden. Voorts is daar de vakbondscultuur, waardoor niet alleen de grote bedrijven, maar ook de kleine en middelgrote ondernemingen worden gezien als kapitalistische uitbuiters die alleen goed zijn voor maatschappelijk verantwoord ondernemen en het creëren van werkgelegenheid voor het proletariaat.

Een poging van de impopulaire president François Hollande om de arbeidsmarkt een héél klein beetje te flexibiliseren middels “la loi El Komri”, heeft onlangs onmiddellijk tot stakingen geleid, want flexibilisering van de arbeid is natuurlijk alleen maar ingegeven door kapitalistische zwijnen die nóg meer winst willen maken. Hollande zit in een moeilijk pakket: inbinden of doordrukken.

Die mentaliteit om werkgevers het vuur aan de schenen te leggen – “la lutte” – zorgt ervoor dat Franse bedrijven minder geld overhouden voor innovatie dan bijvoorbeeld Nederlandse of Duitse. Die communistische klassenstrijdmentaliteit heerst zelfs bij de piloten van Air France, die KLM-Air France in 2014 met hun staking een substantiële schade van een half miljard hebben toegebracht (die de Fransen probeerden af te wentelen op de Nederlandse partner).

Telkens als je als Nederlander in Frankrijk komt, merk je nieuwe absurde regeltjes op. De nieuwste absurditeit, die de redactie begin mei opviel, is het verbod op het gebruik van de theedoek in de Franse horeca. De kastelein in “café du sport” naast de kerk in het deurp op het platteland, mag de borden niet meer met de theedoek afdrogen want, oh foei, dat is niet hygiënisch.

Er wordt streng op gecontroleerd. Inspecteurs komen – vooral bij beginnende ondernemers – wekelijks anoniem langs en als ze een theedoek aantreffen, volgt er een waarschuwing, dan een boete en tenslotte kan – hoerah – de vergunning ingetrokken worden en het kapitalistische zwijn de nek om worden gedraaid.

Is het dus in Frankrijk moeilijker voor een individu om zich in zijn werk te ontplooien, ook thuis wordt het lastiger. Sinds enkele jaren mag de Fransman geen tuinafval meer in zijn tuin verbranden. Het gevolg is dat hij alle rommel moet afvoeren naar de “déchetterie”, hetgeen best een klus is. Je hebt er bovendien een aanhangwagen voor nodig.

Zo wordt het volk afgehouden van nuttige economische activiteit, dan wel recreatie of tijd doorbrengen met het gezin.