Categoriearchief: Education

Verkliksysteem in Onderwijs-DDR

Een nieuwe misselijkmakende trend doet zijn intrede in het middelbaar onderwijs in Nederland, namelijk het ‘Steward’-systeem.

Zoals lezers van dit blog weten, vormen zowel het lager, als het middelbaar onderwijs in Nederland het exclusieve domein van linkse en extreem-linkse fanatici. Links heeft in de jaren ’70 de meerderheid verworven in het onderwijs en in de decennia daarna – net zoals in de echte DDR – alle niet-linkse meningen, opvattingen en collega’s in de sector uitgeroeid.

Met heeft in de Nederlandse Onderwijs-DDR met zachte middelen gedaan wat Stalin met harde middelen deed in de kampen van de Goelag en de executie-kelders van de Loebljanka: het uitroeien van andere meningen en andersdenkenden.

Doordat dit met succes gedaan is – en het 90% van de ouders niks kan schelen of hun kinderen gehersenspoeld worden of niet – is het onderwijs verworden tot een laboratorium voor social engineering, waarin de linkse onderwijs-taliban proberen om kinderen van niet-linkse, christen-democratische en liberale, ouders om te vormen tot gehersenspoelde linkse burgers (en kiezers uiteraard).

Veel social-engineering projecten worden gemaskeerd als anti-pestmethodes. Deze bieden een gelegenheid om het idee dat de crimineel niet slechter is dan het slachtoffer (omdat de crimineel slachtoffer is van uitbuiting door de onderdrukkende klasse) te verspreiden. Dat gebeurt in de vorm van de Kanjer-training, de Regenboogtraining en nog 59 andere bekende antipest-methodes. Daarin wordt het verschil tussen de pestkop en het slachtoffertje gebagatelliseerd, dan wel ontkend. Terugduwen of terugslaan is even erg als iemand voor zijn bek slaan. Misdrijven worden goedgepraat en zelfverdediging wordt afgeleerd.

Nu is er echter iets nieuws. De laatste versie van de hersenspoeling lijkt rechtstreeks te zijn overgenomen uit de DDR, en wel in de vorm van het institutionaliseren van van het klikken en van verklikkers.

De partijleiding, pardon, het schoolbestuur, benoemt enkele leerlingen tot ‘stewards’. Hun taak is om tijdens de pauzes te patrouilleren door de wandelgangen en in publieke ruimtes. Als zij afval zien liggen op de grond, sommeren zij de dichtst bijzijnde medeleerling om het op te rapen (zelf rapen ze het niet op). In de meeste gevallen is het afval niet neergelegd door de leering die er op dat moment toevallig langs loopt. Als die leerling echter weigert, vraagt de ‘steward’ leerlingen rondom de aangesproken leerling, wat de naam is van de aangesproken leerling die zojuist heeft geweigerd om andermans rommel op te ruimen.

De andere leerlingen zijn verplicht om die naam te geven, waarna de ‘steward’ die op een briefje schrijft dat na de patrouille aan de partijleiding, pardon, aan schoolleiding wordt overhandigd. Die laat het kind nablijven op school (zodat het in het donker alleen naar huis moet terugfietsen, trouwens).

Even schematisch: leerling A dwingt leerling B om afval op te rapen (en in de prullenbak te doen) dat door leerling C is neergegooid.

De persoon die verantwoordelijk is voor de overtreding (C) blijft onbestraft, terwijl de persoon die de overtreding niet begaan heeft (B) de verantwoordelijkheid ervoor op zich moet nemen en het geheel wordt afgedwongen door een soort Volkspolizei (A) die de sociale omgeving van B aanzet, als B dat weigert, om de naam van B te vertellen. Daarna wordt B bestraft met een vrijheidssanctie. Leerlingen D, E en F moeten dus de naam van leerling B verklikken, zodat A hem kan verlinken aan de leiding.

Iedereen die ook maar een beetje gezond verstand heeft en een minimum aan gevoel voor rechtvaardigheid heeft, weet dat dit systeem de leerlingen tegen elkaar uitspeelt, de verantwoordelijkheden verkeerd neerlegt en afbraak doet aan het vertrouwen in elkaar.

Precies, zoals in de DDR en de andere Oost-Europese linkse dictaturen tussen 1948 en 1989. Maar nu in 2018.

Mijn co-auteur Marcel van Hamersveld en ik hebben in 1998 het boekje Messianisme zonder Mededogen. Het communisme, zijn aanhangers en zijn slachtoffers gepubliceerd, waarin wij wilden afrekenen met de schaduw die het communisme in het Westen had achtergelaten, in het geestesleven in het algemeen en in bepaalde maatschappelijke sectoren in het bijzonder.

Wij hebben destijds, als twee van de luttele vrijheidslievende jonge intellectuelen die wat voor hun land over hadden, gedaan wat wij konden. Marcel is zelf nog het onderwijs in gegaan en daar later weggepest. Hij geeft nu in Berlijn rondleidingen in de voormalige Stasi-gevangenis Höhenschönhausen. We hebben wel wat effect gehad met ons boekje, maar op de onderwijssector lijkt het onvoldoende effect te hebben gehad.

Het onderwijs kan van niet binnenuit hervormd worden. De sector is te zeer van de werkelijkheid geïsoleerd. Er zijn geen levensbeschouwelijke checks and balances meer. Alles is links, extreem-links. Begrippen als vrijheid, verantwoordelijkheid en billijkheid zijn er uitgeroeid. De sector moet van buitenaf opengebroken worden – gedesovjetiseerd – en de financiering voor linkse Orwelliaanse social engineering projecten moet worden ingetrokken. En uiteraard moet de inspectie afgeschaft worden en de controle weer bij de ouders worden neergelegd. Per slot van rekening zijn het hun kinderen. En zij hebben nooit een contract getekend, waarin zij hun kinderen ter beschikking stelden voor totalitaire maatschappelijke experimenten.

Piemel tekenen bij Biologie

Op een middelbare school in Zeist, die we niet noemen om wraakacties van docenten tegen leerlingen te voorkomen, werd vorige week op biologieles in 2 vwo seksuele voorlichting gegeven.

Seksuele voorlichting was vroeger het uitleggen aan tweedejaars leerlingen hoe kinderen verwekt worden, op een nuchtere, biologische manier.

Tegenwoordig wordt er uitgelegd hoe je moet pijpen, beffen, vingeren, kontneuken, aftrekken en masturberen.

Wie schetst onze verbazing dat er vorige week in de klas door de homoseksuele docent dildo’s en condooms werden uitgedeeld in de klas en de kinderen werd opgedragen een condoom over de kunstpenis te doen.

Ook moesten de leerlingen een piemel natekenen. Met roze, want het moest echt lijken.

De kindertjes gingen over hun nek van die pedo-shit.

We mogen van geluk spreken dat de docent biologie zijn eigen piemel niet te voorschijn haalde.

Hij had ook kunnen voordoen hoe hij seks bedreef met zijn partner. Tegenstanders zouden dan uiteraard weggezet kunnen worden als homohaters.

Een tweetal leerlingen weigerde, waarna de homoseksuele docent woedend werd. Hij droeg de leerling opnieuw op om de ‘opdracht’ uit te voeren.

Vergeefs, de leerlingen hielden voet bij stuk. Er werd gedreigd met strafmaatregelen, maar tot nu toe zijn die niet uitgevoerd. Moet ie vooral proberen, dan stappen we naar de krant.

De pedofielen zijn erin geslaagd om hun fantasieën – wat is het dwingen van kinderen van 13 om een duplicaat van de stijve piemel van een volwassen man  vast te houden en er een condoom overheen te trekken anders dan een pedofiele fantasie? – verplicht aan scholen op te leggen.

Dat gebeurt via de pedofiele inspectie van het onderwijs van het  pedofiele ministerie van onderwijs.

Het merkwaardigste echter is dat niet-pedofiele docenten en scholen massaal de pedofiele fantasieën in praktijk brengen.

Waarom doen ze dat? Ze zijn zelf toch niet pedofiel? Waarom filteren ze de fantasieën van pedofiele pedagogen niet uit het lesprogramma?

Het lijkt de Tweede Wereldoorlog wel. 5% nazi’s en 90% meelopers.

Het verschil is echter dat we toen verzet hadden en nu niet.

Ik ben de enige, met mijn dochter.

Visegrad-landen als modern Midden-Europa

In de lente van 1988, toen ik aan de Lóránt Eötvös Universiteit in Boedapest (ELTE) Geschiedenis  studeerde, werd ik in de werkkamer in de burcht van Buda ontvangen door de historicus Jenő Szűcs, bij wie ik college volgde.

Szűcs wilde, zoals iedereen in die tijd, weten waarom een Nederlander uit het rijke Westen naar het arme Hongarije was gekomen. Ik antwoordde dat ik dat niet wist, maar wel kon uitleggen hoe het gebeurd was: wij hadden in ons huis in Zeist vanwege het beroep van mijn moeder regelmatig Hongaarse musici over de vloer. Een daarvan, pianist András Schiff, gaf mij een keer een langspeelplaat van een Hongaarse pop-diva waar een liedje op stond met de titel ‘mondd nekem’.

Ik vroeg: “Waarom twee d’s?” Schiff antwoordde: “Dat is heel simpel. Met één d betekent het: ‘Hij/zij zegt me’, maar met twee d’s betekent het ‘zeg me!’. Dus verdubbeling van de medeklinker maakt van aanvoegende gebiedende wijs.”

Ik kon niet verdragen dat er een taal bestond die zo volstrekt anders was dan de talen die ik kende en besloot om Hongaars te leren.

Szűcs glimlachte en vroeg waarover ik mijn scriptie wilde schrijven, waarop ik antwoordde: “Dat weet ik nog niet. Misschien over Midden-Europa”.

Die scriptie is er nooit gekomen, want ik ben teruggekeerd naar Nederland, in Amsterdam Ruslandkunde gaan studeren en afgestudeerd op de opstand van de Russische boeren in Tambov tegen de bolsjewieken in 1920-1921, waar voor het eerst in Europa gifgas en concentratiekampen ingezet werden tegen de burgerbevolking.

Maar het gesprek met Szűcs  was een kiezeltje in het spoor van Hans en Grietje dat ik volgde door Midden-en Oost-Europa, op zoek naar mijn verleden en naar mijn toekomst.

Szűcs is namelijk auteur van het boekje ‘Vázlat ​Európa három történeti régiójáról‘ (1981) oftewel ‘Kort overzicht van de drie historische regio’s van Europa’, dat later in het Frans en in het Duits is verschenen onder de titel ‘Les trois Europes‘ (1985), respectievelijk ‘Die drei historischen Regionen Europas: Eine Studie‘ (1990).

In dat essay toont Szűcs aan dat Hongarije, alsmede het gebied, waarin het ligt, geen deel uitmaakt van Oost-Europa, maar van een ‘derde historische regio’ die door de eeuwen heen tussen West-Europa en Oost-Europa is ontstaan.

Die stelling was destijds risicovol, omdat de autoriteiten om politieke redenen Hongarije liever als onderdeel van ‘Oost-Europa’ wilden laten afschilderen, dan als land binnen een kleinere, min of meer onafhankelijke regio, waar vrij getwist kon worden wat die onafhankelijkheid precies inhield. Het essay verscheen  daarom aanvankelijk in de ‘samizdat’, dat wil zeggen dat het clandestien werd gedrukt en uitgegeven.

In de zomer van 1988 keerde ik terug naar Nederland en enkele maanden later overleed Szűcs in het dorpje Leányfalu op 60-jarige leeftijd. De decaan van de universiteit vertelde mij later dat hij zelfmoord gepleegd zou hebben, hetgeen ik niet begreep, omdat hij  door ons – zijn studenten – in stilte op handen gedragen werd.

De collegezaal was gevuld met positieve aandacht en liefdevolle verwachting, als Szűcs zijn voordrachten hield.  Ontspannen, rustig en bescheiden, maar zeker niet zonder besef van het belang van zijn levenswerk voor zijn land en voor de generatie na hem.

Hij verkeerde in de laatste maanden voor de val van het communisme in een weemoedige stemming, omdat hij voorzien zou hebben dat Hongarije zonder ‘civil society’, zoals die in West-Europa bestond, maar in Midden-Europa onder het communisme was vermorzeld, moeite zou hebben om zich tot een stabiele en sterke democratie te ontwikkelen.

Als hij inderdaad zelfmoord gepleegd heeft, dan zou dat inderdaad kunnen voortkomen uit de somberheid die zijn tijdloze inzichten in zijn ziel veroorzaakten. Niettemin past een suïcide niet bij het reine wezen van deze individualiteit.

Szűcs geloofde niet zozeer in historische wetmatigheden, als wel dat er binnen de grote lijnen van de geschiedenis mogelijkheden bestonden die je kunt verkwanselen of in goede sporen kunt leiden. En kennelijk maakte hij zich daar zorgen over.

Hij heeft gelijk gekregen. Het heeft in Hongarije nog tot 2010 geduurd, voordat de val van het communisme werd voltooid. Toen werd de socialistische partij, – die bestond uit steenrijke nakomelingen van de voormalige communisten en hun clientèle -, door de Hongaren electoraal vernietigd en kreeg de post-communistische partij ‘Fidesz’ een tweederde meerderheid, waarmee zij een jaar later de stalinistische grondwet kon vervangen.

De Fidesz werd in 2014 en in 2018 herkozen en heeft in haar derde regeringstermijn de onafhankelijke koers, die zij met het bouwen van het hek aan de zuidgrens in 2015 is ingeslagen, geconsolideerd.

In het hart van Europa zien we in de vorm van de eigen koers van de Visegrád-landen Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije de facto de wederopstanding van de derde historische regio van Europa.

Men kan zich afvragen in hoeverre Szűcs het eens zou zijn geweest met de wijze waarop dat gebeurt en of de wederopstanding van Midden-Europa zich in haar ware gedaante voltrekt of als een karikatuur, maar men kan niet ontkennen dat zij er is.

Hier staat veel meer op het spel dan alleen het herstel van Hongarije van de communistische heerschappij. Hier komt een van de ‘grote lijnen’ van de geschiedenis aan de oppervlakte.

74 jaar nadat generaal George S. Patton bij Metz door Eisenhower werd teruggefloten, omdat Berlijn door de Sovjet-strijdkrachten moest worden bevrijd, wordt de onafhankelijkheid van Midden-Europa voor onze ogen hersteld.

Website uitgedund

Beste lezers,

De redactie heeft in de laatste weken voor aanvang van het ‘Schicksalsjahr 2018’ uw website www.michielklinkhamer.com volledig opgeschoond.

Speerpunten voor 2018 zijn de geopolitieke actualiteit en het onderwijs in Nederland en de rest van Europa.

Aan andere onderwerpen, met name zaken waar geheime diensten aanstoot aan kunnen nemen, wordt met een stil gebed voorbij gegaan.

De omvang is teruggebracht van enkele tientallen tot 6 pagina’s.

Alle onderwerpen worden besproken vanuit een vanzelfsprekende liefde voor vrede en voor de vrijheid van het individu.

Met vriendelijke groet,

De redactie.

 

Voortplanting, voorlichting en vorming

Wat door de generatie van vóór de seksuele voorlichting weinig beseft wordt, is dat de inhoud van de voorlichting de afgelopen 10 jaar radicaal veranderd is.

Bij ‘seksuele voorlichting’ denken ouders aan wat ze zelf in de tweede klas van de middelbare school bij het vak biologie gehad hebben.

In mijn geval – het Johan van Oldenbarnevelt Gymnasium in Amersfoort rond 1980 – ging dat ongeveer als volgt:
We kregen een droge uitleg hoe de voortplanting werkte. Geslachtsgemeenschap, ejaculatie, zaadcel, eicel, conceptie, zwangerschap, saai, saai, saai. Er werd wat gegiecheld (meisjes), er werden wat onhandige grappen gemaakt (jongens) en dat was het. Het werd goed opgenomen, want de pubers waren er klaar voor.

Maar daar heeft de huidige voorlichting, los van het feit dat het niet aan pubers van 14, maar aan kinderen van 8 tot 12 wordt gegeven, niets te maken. Net zoals Nieuw Links na de overname van de Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep in 1974 er bewust voor koos om de naam niet te veranderen, bijvoorbeeld in “Nieuwe Linkse Radio Omroep”, maar om de adjectieven ‘vrijzinnig’ en ‘protestants’ ter meerdere eer en glorie van de misleiding van de luisteraar te handhaven, zo hebben de apostelen van de seksuele verderving ervoor gekozen om het woord ‘voorlichting’ te handhaven.

De huidige ‘seksuele voorlichting’ beschrijft echter niet voortplanting, niet hoe kinderen worden verwekt en geboren, maar instrueert het gebruik van een condoom, het voorkomen van ongewenste zwangerschappen, bescherming tegen soa’s, het verschijnsel menstruatie, hoe je maandverbandjes, inlegkruisjes en tampons moet gebruiken, wat een natte droom is, wie er een grote leuter heeft en wie een kleine, het haar op en de omvang van de schaamlippen van de poes, et cetera. Er worden filmpjes vertoond van een roodharig meisje dat over een piemel peinst, die in de vorm van een stripballon in beeld gebracht wordt, van een meisje met een lip-piercing die een jongen tongzoent, en van een babyboomer die voor de klas die uitlegt wat een stijve piemel is.

Dokter Corrie doet op een skelet voor hoe je moet tongzoenen en gilt: “Piemel, piemel, piemel!”

Maar voordat u rustig kunt oversteken – let op: er kan nog een trein komen – komt achter de seksuele voorlichting de ‘seksuele vorming’ te voorschijn, het eigenlijke doel van de hele pedofiele exercitie.

Daar wordt aan de kinderen uitgelegd over neuken, vingeren, beffen, pijpen, aftrekken, klaarkomen, anaal, et cetera.

Lieve kinderen, je kunt ook in de aars of in de mond komen.

Seksuele vorming direct invoeren was natuurlijk niet gelukt, daarom is het gegaan via het opstapje van seksuele voorlichting. Als je een kind uitlegt wat menstruatie is, moet je het immers ook uitleggen wat pijpen en beffen is niet?

Heer, vernietig hen. Heer, vernietig hen, die onze kinderen trachten te verderven.

In de Orwelliaanse cultuur, waarin Nederland is afgezonken, betekent ‘seksuele vorming’ in werkelijkheid ‘seksuele misvorming’. Want de onderwijsporno brengt niet alleen schade toe aan de emotionele ontwikkeling van de kinderen, maar ook aan hun affectieve en seksuele ontwikkeling. In het gunstigste geval zullen ze bij hun ontmaagding moeten terugdenken aan meester Theo of juf Merel, die hen hebben voorbereid op dit bijzondere moment. In werkelijkheid zijn ze meestal zo geschokt door de porno, dat ze een breuk van vertrouwen ervaren in het gezag van leerkrachten, en een gevoel van schending van hun intieme wereld.

Er is bovendien een verband tussen de pedofilisering van de Nederlandse maatschappij en de radicalisering van Nederlandse moslims.

Als dit zo doorgaat, zou ik het begrijpen – in de rechtse betekenis van ‘begrijpen’, niet in de linkse betekenis van ‘goedpraten’ – als mijn Turkse vrienden Mustafa en Musa terug de moskee in zouden vluchten. Dat zou ik ook doen, als ik hen was.

Mustafa heeft zijn kinderen naar een katholieke school gestuurd, omdat hij de best mogelijke opleiding voor zijn kinderen wilde. Ik heb zijn dochter behoed voor blijven zitten, doordat ik had ontdekt dat ze tussen twee kleppende jongens in zat en de juf niet goed verstond. Ze was het stille, maar intelligente type. Tja, moeilijk om dat te herkennen in een Turks meisje, althans voor een politiek correcte linkse troela die voor de klas staat en die Turkse leerlingen ziet als leden van een zielige minderheid, in plaats van als individuen met een buitenlandse achtergrond die graag succesvol willen zijn in hun nieuwe vaderland.

Mustafa vroeg of zijn dochter ergens anders kon zitten, maar de juf was zo beledigd dat het drie weken moest duren en Mustafa rood moest aanlopen, voordat zijn dochter voorin mocht gaan zitten. In no time haalde de slimme meid vervolgens de achterstand in en ging alsnog over naar de volgende klas. Daar haalde ze vervolgens de beste cijfers, met name voor talen.

Mustafa is een gematigde moslim. Hij is eigenlijk helemaal geen moslim, maar in de eerste plaats gewoon Mustafa, in de tweede plaats een man met een vanzelfsprekend eergevoel, in de derde plaats Nederlander, in de vierde plaats Turk en in de vijfde plaats iemand met een gematigde islamitisch geloofsovertuiging.

Maar wat moet hij, en wat moeten duizenden andere Turkse ouders, als hun kinderen op school met het ver voortgeschreden morele verderf van de Nederlandse cultuur geconfronteerd worden?

Integreren?

Mustafa is gematigd, hij heeft een innerlijke wijsheid en zal alle beproevingen doorstaan, maar er zijn talrijke andere moslims die zo walgen van het verderf van het Westen, dat ze liever radicaliseren dan accepteren, wat de gepedofiliseerde Nederlandse maatschappij van hen vraagt.

En ik begrijp elk van hen.

Link naar pedofilie gevonden

Dankzij de redactie van het NRC Handelsblad, die ons wees op de rol van het Rutger instituut in het “aanmoedigen” van lagere scholen om aandacht aan seksualiteit te besteden, hebben wij de link gevonden tussen de uit de hand gelopen seksuele voorlichting en de poging tot pedofilisering van de Nederlandse samenleving in de jaren ’70 en ’80.

Dit “kenniscentrum seksualiteit” blijkt de drijvende kracht achter het zieke idee om “seksuele voorlichting” te geven aan kinderen op lagere school (pijpen, vingeren, anale seks, etc.). De voorzitter van de Raad van Bestuur van het Rutgers instituut is Andrée van Es.

Mevrouw van Es is geboren in 1953 en was vanaf 1975 verbonden aan de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP), totdat die partij in 1989 opging in GroenLinks. Zij werd in 1981 verkozen in de Tweede Kamer en werd in 1986 fractievoorzitter van die partij.

Punt 28 van het verkiezingsprogramma 1981-1985 van de PSP luidde: “Afschaffing van de strafbaarstelling van abortus en vrijwillige euthanasie. Afschaffing van de strafbaarstelling van pedofilie.”

De partij waar mevrouw van Es parlementariër van was, wilde pedofilie legaliseren!

Mede PSP-parementariër Bram van der Lek, wilde zelfs kinderporno legaliseren.

De pedofilisering van de Nederlandse samenlevingin de jaren ’80 is op een haar na gelukt. In 1985 stelde VVD-minister van Justitie Korthals-Altes voor om seks mét – dus niet seks tússen – jongeren van 12 jaar te legaliseren. Daar kwam zo’n felle reactie op bij het niet-pedofiele deel van Nederland, dat Korthals-Altes het voorstel niet durfde in te dienen.

Korthals-Altes

In 1991 nam de Tweede Kamer een wetsvoorstel aan om van misbruik door volwassenen van kinderen tussen de 12 en 14 jaar een zogeheten klachtdelict te maken, waardoor er geen vervolging meer mogelijk was, tenzij het slachtoffer een klacht zou indienen.

Bij de liberalisering van volwassen pornografie liet Korthals-Altes na om een verbod op de verspreiding en openbare tentoonstelling van kinderporno in de wet op te nemen, waardoor de handel in kinderporno tot halverwege de jaren ’80 in de praktijk vrij was.

In 1995 stelde een commissie van de Partij van de Arbeid, met daarin Aad Kosto en Eric Jurgens, voor om porno met kinderen tussen 12 en 14 ook tot klachtendelict te maken. Maar door de schok die de Dutroux-affaire teweeg bracht werd het tij gekeerd en in 1995 werd het klachtvereiste weer uit het strafrecht gehaald.

Aad Kosto

Het lijkt er nu op dat, nu de poging om de Nederlandse samenleving via de politiek te pedofiliseren is mislukt, er wordt geprobeerd om dat via het onderwijs te doen. Niet verbazingwekkend, want pedofielen trekken natuurlijk naar beroepen toe, waar ze met kinderen in aanraking komen, zoals bijen op de honing afkomen.

Dat gebeurt door instellingen als het Rutger instituut, in samenwerking natuurlijk met de inspectie van het onderwijs en met behulp van fanatieke, geïndoctrineerde linkse leerkrachten.

Laten we het Rutgers instituut eens nader bekijken. Het ‘meerjarenplan 2014-2017‘ van de moederorganisatie Rutgers WPF stelt dat Rutgers streeft “naar een wereld waarin ieder mens zijn of haar eigen seksualiteit op een vrijwillige, prettige, veilige en gelijkwaardige manier kan beleven.”

Dat is een verkapt programma voor pedofilisering, want er staat “ieder mens”. Er wordt geen uitzondering gemaakt voor pedofielen en er staat “beleven”, waarmee wordt bedoeld “in de praktijk brengen”, dus pedoseksualiteit. Om het maar niet te hebben over andere seksuele afwijkingen, zoals necrofilie en bestiafilie (respectievelijk seks met lijken en dieren).

Verderop in het beleidsplan volgt weer een ‘lekke’ formulering, die de deur open laat voor pedofilie: “Voor elk mens in de wereld zijn of worden relaties en seksualiteit een belangrijk deel van zijn/haar leven. Sommige groepen mensen hebben daarbij echter een moeilijker positie dan andere.”

Welke groepen mensen worden hier bedoeld? Homoseksuelen in islamitische landen? Waarom die dan niet genoemd? En waarom opnieuw geen uitzondering voor pedofielen, necrofielen en bestiafielen?

Waarom nergens een grens trekken?

Bij de opsomming van de principes van Rutgers WPF staat: “We weten uit onderzoek dat een grotere rol van mannen in de zorg voor hun naasten een belangrijke sleutel is voor structurele verbetering op het gebied van SRGR: voor vrouwen, kinderen en mannen zelf”.

SRGR staat voor “seksuele en reproductieve gezondheid en rechten”. Dus er moet structurele verbetering komen van
– “seksuele en reproductieve gezondheid en rechten” voor vrouwen
– “seksuele en reproductieve gezondheid en rechten” voor mannen
– “seksuele en reproductieve gezondheid en rechten” voor kinderen

Maar wat moeten kinderen met “reproductieve gezondheid” (= seks hebben zonder geslachtsziektes op te lopen), “reproductieve rechten” (= het recht om kinderen te krijgen) en “seksuele rechten” (= het recht om seks te hebben)? Daar zijn ze toch veel te jong voor?

Alleen pedofielen kennen aan kinderen het “recht” toe om seks te hebben, want daarmee plaveien ze de weg voor de vervulling van hun bewuste of onbewuste verlangen naar seks met kinderen. Er bestaat bovendien niet zoiets al het “recht op seks”, want seks is altijd afhankelijk van de toestemming van iemand anders.

Het idee van het “recht op seks” en “reproductieve gezondheid” voor kinderen kan alleen uit een pedofiel brein komen.

Hier moet natuurlijk een einde aan gemaakt worden. We zouden kunnen aandringen op het vertrek van de voormalige vaandeldraagster van de partij voor de pedofilisering van Nederland, de PSP, maar beter is om het Rutgers instituut in zijn geheel op te doeken.

Het eerste probleem met het Rutger instituut is namelijk dat het überhaupt bestaat. We hebben helemaal geen “kenniscentrum seksualiteit” nodig, zoals het instituut zichzelf noemt. Ten tweede heeft het instituut in Nederland alleen al 90 medewerkers (!) die allemaal van uw en mijn belastinggeld betaald worden, namelijk via een subsidie van het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Sport. Ten derde is het vreemd, dat Rutgers kantoren heeft in Indonesië, Oeganda en Pakistan. Wat moeten ze daar? Indonesische jongeren uitleg geven over het gebruik van condooms?

Op de website van het instituut lezen we dat ze in Indonesië “taboe’s” willen “doorbreken”. Maar opnieuw zonder uitzondering. Bedoelen ze nou alleen taboe’s op homoseksualiteit, of ook op pedofilie?

Er is bij mijn weten maar één afwijkende vorm van seksualiteit die moreel en juridisch toegestaan is, en dat is homoseksualiteit. Want die kent geen slachtoffers. Homoseksuele relaties zijn min of meer gelijkwaardig en vinden plaats tussen volwassenen. Alle andere afwijkende vormen van seksualiteit, met name seks met kinderen, zijn streng verboden, omdat ze schadelijk zijn voor de slachtoffers.

En wat weten we van het Rutgers WPF, waar het Rutgers instituut volgens zijn website uit voortgekomen is? De instantie die mogelijk de keuze voor mevrouw van Es heeft gemaakt?

Rutgers WPF, ook wel WPF of World Population Forum genoemd, is volgens Wiki in 1984 in Nederland opgericht door het echtpaar Dianda Veldman en Roy W. Brown.

Dianda Veldman

Roy W. Brown

Zij hebben een uitgebreid netwerk in binnen- en buitenland en zijn er in geslaagd zijn om tientallen miljoenen belastinggeld los te krijgen voor het Rutgers instituut, geld dat maar blijft stromen, terwijl talrijke andere sectoren in Nederland het moeilijk hebben en bedrijven en burgers al veel te veel belasting betalen.

De benoeming van mevrouw Van Es blijft problematisch. GroenLinks heeft de pedofiele standpunten van de PSP niet overgenomen, hoewel de Duitse zusterpartij  wel voorop loopt bij de “Frühseksualisierung” van kinderen op lagere scholen aldaar. Maar mevrouw Van Es heeft zich, althans volgens een een artikel in HP De Tijd van 3 november 2011 , niet gedistantieerd van de pedofiele standpunten van de PSP. Het risico bestaat dus dat haar benoeming ook andere goedpraters, aanhangers of praktisereerders van pedofilie aantrekt, want dat soort trekt naar elkaar toe.

De concentratie van bewuste en onbewuste pedofielen naar de softe sector van het onderwijs, verklaart waarom er zulk schunnig materiaal wordt aangeboden aan de scholen in het kader van de “Week van de Lentekriebels”.

De “kriebels” lijken meer in de broek van de pedo’s te zitten, dan in de klaslokalen van de lagere scholen.

Het is weer het typische “wishful thinking” van de pedofielen dat kinderen ook seksuele gevoelens zouden hebben. Nogal wiedes, want dan zou er sprake zijn van een “gelijkwaardige” relatie tussen pedofielen en onschuldige kinderen. En dat opent de deur voor de ‘vrijwillige’ pedofiele relaties, die expliciet in het partijprogramma van de PSP genoemd werden en impliciet in het meerjarenplan van Rutgers WPF staan.

Zou het onderwijzend personeel van Nederlandse scholen niet zo langs ideologische lijnen gelijkgeschakeld zijn, dan zou er toch ergens één school moeten staan die weigert om aan “seksuele vorming” mee te werken? Of één docent die naar de media stapte om zijn onvrede te uiten over de schunnige en schokkende (beeld-)informatie waar kinderen mee worden geconfronteerd? Eén rechtvaardige in Sodom, – no pun intended -, die opkomt voor de onschuld, de goede smaak en de gemoedsrust van de kinderen?

Maar dat is niet het geval. Net zoals in de echte DDR is in de Onderwijs-DDR iedereen bang. Blij en bang. Blij dat ze met de nieuwe ideologische instructies een betere wereld kunnen bouwen door andermans kinderen te hersenspoelen. Bang om vanuit hun geweten te handelen, bang om een afwijkend geluid te laten horen.

Wat er ook vanuit de linkse institutionele of media-hiërarchie naar beneden stroomt, het wordt kritiekloos opgenomen en doorgegeven. “Rien n’est plus dangereux que des idées généraux dans des têtes vides”, zei Frits Bolkestein bij de presentatie van zijn boek over het onverwerkte communistische verleden in Paradiso, over de lege linkse hoofdjes die door zijn boek geconfronteerd werden met de collaboratie van hun leiders met de moordzuchtige communistische dictaturen in het Oostblok.

Dat mechanisme is nog erger geworden. Het meest perverse is dat de juffen het meest meedogenloos zijn in de uitvoering van de pedofilisering, want vrouwen hebben over het algemeen juist het meeste inlevingsvermogen in de belevingswereld van kinderen. De juffen zijn meestal zelf ook moeder en zouden nooit toestaan dat hun kind getraumatiseerd wordt, omdat ze als moeder aanvoelen welke zaken niet goed zijn voor hun kinderen, althans op een bepaalde leeftijd.

Maar als de juffen voor de klas staan, handelen ze niet vanuit hun gevoel, maar vanuit hun opleiding, dat wil zeggen vanuit hun ideologische  vorming. Net als bij gehersenspoelde soldaten van het Rode Leger of de Wehrmacht, wordt door de ideologie het empathische vermogen uitgeschakeld. Ze worden tot robots, die in de zieltjes van de kinderen snijden zoals de Terminator 3 door het vlees van volwassenen snijdt.

Die ‘overname’ van de juffen door de ideologie is net zo angstaanjagend voor de kinderen, als de beelden die de juf laat zien.

Als kindjes kotsend de klas uit rennen, hetgeen meermaals gebeurt bij Lentekriebels als ze weer eens een piemel moeten natekenen of porno kijken op het Digibord, zijn ze zojuist getraumatiseerd. Ze willen weg, ze willen vluchten, omdat ze niet verder getraumatiseerd willen worden.

Kindjes laten kotsen van walging is een vorm van psychisch misbruik. Het lichaam is zo geschokt en moet zo walgen, dat het de binnengekregen indrukken wil uitscheiden via de peristaltische beweging.

Dat is puur misbruik. En dat is slechts de extreme uiting van wat meer dan de helft van de kindjes voelen.

Het feit dat leerkrachten dat niet aanvoelen en als ‘terminators’ te werk gaan, is minstens net zo schokkend als de inhoud van seksuele ‘voorlichting’ zelf. Het gaat trouwens verder dan pedofilie, er zit ook een element van sadisme in dat knakken van die kinderzieltjes.

De richtlijnen worden zielloos en hersenloos uitgevoerd, niets wordt meer aan het  gevoel getoetst. Het lijkt op die momenten één nihilistische machine. Een de morele grondlagen van de ziel vernietigende, voortrazende, nihilistische machine.

De Onderwijs-DDR heeft geen zelfreinigend vermogen, anders zouden ze al lang de pedofiele pedagogen hebben verwijderd of tenminste hun ideeën niet hebben overgenomen. Het Kompetenzzentrum Sexualpädagogik van de Pädagogische Hochschule Luzern in Zentral-Schweiz, dat volgens hun richtlijnen uit 2011 kindjes al vanaf de geboorte (!) ‘seksuele opvoeding’ wilde geven, heeft jaren zorgeloos kunnen functioneren, voordat het door overweldigend protest van ouders – waarvan u niets gehoord heeft in de Nederlandse media – in 2013 werd opgedoekt.

De pedofielen waren in Zwitserland te snel gegaan met de uitvoering van hun programma, namelijk de pedofilisering van de Zwitserse samenleving. Ze hadden de steun van de de jongerenafdeling van de Zwitserse socialistische partij, die kennelijk ook geïnfiltreerd was door pedofielen, en was er in geslaagd om kinderen op de crèche te laten spelen met pluche dildo’s en vagina’s. Kinderopvangjuffen moesten kinderen leren om elkaar te strelen op hun erotische zones en deden dat ook.

Tegen die en andere incongruenties zijn de Zwitserse ouders in het geweer gekomen door middel van een petitie die 92.000 handtekeningen ophaalde.

Waar blijft het verzet in Nederland?

De meisjes zijn het slachtoffer van de seksuele voorlichting

In ons blog van gisteren hebben we één gevolg van de seksuele voorlichting niet genoemd. Wellicht omdat het zo overduidelijk is.

Het zijn de meisjes die er het meeste last van hebben, als er te vroeg met seksuele relaties begonnen wordt.

Bij seks zijn vrouwen degenen die iemand in hun lichaam moeten dulden. Dat is veel intiemer dan voor mannen, die het lichaam van de ander binnendringen.

Als vrouwen hun partner volledig vertrouwen, kunnen ze daar een gevoel van extase aan beleven. Of de seks tenminste beleven als een bevestiging van de intimiteit van hun relatie.

Maar als het op een teleurstelling uitloopt, zijn zij degenen die er het meeste last van hebben, omdat het voor hen veel intiemer is.

Natuurlijk zijn er meisjes die vroeger beginnen dan anderen en daar geen of minder last van krijgen, maar dat is een minderheid. De meeste meisjes die te vroeg beginnen, krijgen er wel last van in hun latere emotionele ontwikkeling en hun relaties.

Als de seksuele voorlichting op lagere scholen leidt tot vroegtijdige seksuele relaties, zijn het dus de meisjes die daar het meeste schade van ondervinden.

Haal seksuele voorlichting onmiddellijk uit het basisonderwijs

Deze week wordt op talrijke scholen in Nederland seksuele voorlichting gegeven. Tot enkele jaren geleden werd dat nog gedaan op de middelbare school bij het vak biologie, maar tegenwoordig gebeurt dat op lagere scholen. Dat houdt in dat seksuele voorlichting nu niet meer aan pubers, maar aan kinderen gegeven wordt. Kinderen in de leeftijd van 8 tot 12.

Welke zieke geest heeft dat bedacht?

Seksuele voorlichting aan kinderen is inmiddels zelfs verplicht gesteld door de onderwijsinspectie.

Dat heeft geleid tot ridicule vormen van “creativiteit”. Juffen die aan de slag gaan met een banaan en twee appels, een condoom over een courgette heentrekken en het gehoor van 8 tot 12-jarigen plastisch proberen uitleggen dat je op verschillende manieren kunt klaarkomen.

Kortom, de grote mensen zijn helemaal de weg kwijt.

Laten we als voorbeeld een school in Utrechtse Heuvelrug nemen die we uit piëteit niet bij naam zullen noemen. Op maandag 20 maart kregen kinderen seksuele voorlichting, waarbij onder andere geslachtsdelen in niets verhullend detail in beeld gebracht werden en de kinderen “leerden” hoe geslachtsgemeenschap verliep.

Hoe reageerde de klas? De meest voorlijke kindjes probeerden stoer te doen, maar de meerderheid van de klas was overstuur. Een kindje moest overgeven.

Dit gebeurt niet alleen op deze school, maar ook op andere basisscholen tijdens “seksuele voorlichting”.

Dat is ook begrijpelijk, want het is volstrekt ongezond om kinderen te confronteren met zaken waar ze nog niet aan toe zijn. Dat kan hun emotionele ontwikkeling ernstig schaden. Kinderen mogen ook geen bier drinken, blowen of autorijden. Het is hetzelfde principes als met films kijken: een film die voor een achtjarige spannend is, kan een kind van vijf nachtmerries geven.

De leerkrachten hebben massaal het belangrijkste principe van elke vorm van onderwijs vergeten, namelijk dat je kinderen bepaalde lesstof pas moet aanbieden, als ze die kunnen verwerken. Dan worden ze erdoor gewapend, nu worden ze er echter door verlamd.

Kinderen tussen de 8 en 12 hebben nog helemaal geen voorstelling van volwassen seksualiteit. Die kunnen ze pas begrijpen als ze zelf seksuele gevoelens gaan ontwikkelen en dat gebeurt tijdens de puberteit, omdat dan de fysiologische veranderingen plaatsvinden, die zulke gevoelens mogelijk maken.

Voor die tijd snappen ze het niet en dat is maar goed ook, want kinderen hebben het recht om gewoon kind te zijn. Het is een misvatting dat kinderen zo vroeg mogelijk volwassen moeten worden.

De seksuele “voorlichting” wordt gerechtvaardigd met allerlei valse argumenten. Een daarvan luidt dat kinderen steeds vroeger in aanraking komen met seksualiteit en daarom zo vroeg mogelijk moeten worden voorgelicht. Maar als dat als probleem gezien wordt, en dat wordt het door iedereen met uitzondering van pedofielen en pedoseksuelen, dan moet je simpelweg voorkomen dat kinderen met seksualiteit in aanraking komen. Geen videoclips die alleen maar over seks gaan, niet reageren op contactverzoeken van onbekenden op social media, etc.

Ten tweede is het niet waar dat kinderen over het algemeen eerder met seks beginnen. Dat geldt slechts voor een beperkte groep kinderen, vaak met specifieke omstandigheden. Ten derde is het causaal verband, als daar al sprake van is, juist omgekeerd, want kinderen hebben juist de neiging om te reproduceren wat ze zien, niet om te doen wat ze te horen krijgen. Vandaar het Engels spreekwoord: “Don’t do as I do, do as I say” dat geldt als voorbeeld hoe je het niet moet doen. Kinderen zullen door “seksuele voorlichting” dus geneigd zijn om eerder met seksuele relaties te beginnen.

Misbruik voorkomen
Een ander vals argument is dat kinderen op jonge leeftijd voorgelicht moeten worden over seksualiteit om te voorkomen dat ze misbruikt worden. Het is echter de vraag of kinderen minder vatbaar worden voor seksueel misbruik, als je ze zo vroeg aan seksuele voorlichting blootstelt. Door het feit dat kinderen leren accepteren dat leerkrachten hen, gebruik makend van hun gezagspositie, nare gevoelens overdragen, leren ze juist van volwassen mensen zaken te accepteren, waarvan ze eigenlijk vinden dat die ongepast zijn. Dat werkt misbruik juist in de hand.

Bovendien ervaren kinderen de voorlichting zelf als schokkend. Een kind zodanig traumatiseren dat het moet overgeven, is een vorm van geestelijk misbruik.

Gelukkig worden
Dan is er de al even valse redenering dat een kind later ongelukkig wordt, als het geen seksuele voorlichting krijgt. Dat is bijna een pedofiele projectie. Als je wilt dat je kind later gelukkig wordt, moet je het juist geen seksuele voorlichting geven, maar beschermen tegen informatie die niet bij de leeftijdsfase hoort.

Als ze van school onbewust de suggestie meekrijgen dat ze op hun twaalfde met seks moeten beginnen, en ze doen dat ook, zullen ze daar later last van krijgen. Als ze dat vrijwillig doen, krijgen ze daar zelfs nog meer last mee, omdat ze dan een negatief zelfbeeld ontwikkelen en met schuldgevoelens te kampen krijgen. Ze moeten inzien dat het misbruik door de context is gegeven. Elke seksuele relatie die voor de puberteit plaatsvindt, berust in feite op een of andere vorm van misbruik.Met seks kun je dus beter een jaar te laat beginnen, dan een jaar te vroeg.

Een ander argument is, dat voorlichting ertoe dient om ongewenste zwangerschappen te voorkomen. Maar dan kan mamma toch ook gewoon aan haar dochter vertellen dat ze voorzichtig moet zijn? Daar hebben we toch geen juf voor nodig, die voor de klas het gebruik va een condoom demonstreert?

Dan is er nog de bewering dat kinderen vóór de ontwikkeling van fysieke seksuele eigenschappen al seksuele gevoelens zouden hebben. Dat is opnieuw een pedofiele projectie, die ongemerkt in de pedagogie is terechtgekomen. Pedofielen hebben seksuele gevoelens voor kinderen en daarom zouden ze willen dat die gevoelens wederzijds zijn. Dat creëert de schijn van gelijkwaardigheid en vrijwilligheid in de relatie van een pedofiel met een minderjarige. Maar dat is niet het geval. Pedofiele relaties zijn nooit “gelijkwaardig”, maar berusten altijd op misbruik van het leeftijdsverschil, van nieuwsgierigheid, van schuldgevoelens of van een afhankelijkheidspositie. Ze leiden ook altijd tot schade in de latere emotionele ontwikkeling van het slachtoffer.

Tenslotte is er de bewering dat personen die geen seksuele voorlichting hebben gehad, ongelukkig zouden worden. En dat voorlichting nodig zou zijn om aan hun latere geluk bij te dragen.

Dat veronderstelt echter dat alle generaties die niet op de lagere school voorlichting gehad hebben, ongelukkig zijn geworden. Maar dat is de hele mensheid tot nu toe! Dat is natuurlijk een absurde claim.

Recht ouders
Los van deze inhoudelijke overwegingen, is de bemoeienis van scholen met de seksuele opvoeding van de kinderen van andermans ouders niet op zijn plaats.

Scholen zijn er om de kinderen onderwijs te geven, maar ouders bepalen wat voor opvoeding ze aan hun kind willen geven. Seksuele voorlichting is een onderdeel van de opvoeding en heeft op scholen dus niets te zoeken.

Het is het exclusieve recht van de ouders om te beslissen wanneer, hoe en óf hun kinderen seksuele voorlichting krijgen.

Haal seksuele voorlichting zo snel mogelijk uit het basisonderwijs. Breng het terug naar biologieles in de tweede klas van de middelbare school of beter nog, bemoei je er helemaal niet mee.

De overheid wil weten of uw dochter menstrueert

De overheid houdt in het voorjaar van 2016 een “gezondheidsonderzoek”op lagere scholen. Kinderen krijgen op school een keuring van 15 minuten, waar de ouders niet bij mogen zijn. Net zoals bij correspondentie van consultatiebureau’s, krijgt de lezer aanvankelijk de indruk dat het onderzoek verplicht is, terwijl het in werkelijkheid berust op vrijwillige deelname.

Via regionale GGD’s worden “vragenlijsten” naar ouders gestuurd, waarvan het copyright toekomt aan “Robert Goodman 2005”.

De overheid wil van u als ouder weten of uw kind
– alle inentingen heeft gehad
– voor de eerste keer ongesteld is geweest
– rekening houdt met de gevoelens van anderen
– wel of niet lang kan stilzitten
– potloden makkelijk deelt met andere kinderen
– ertoe neigt alleen te spelen
– doorgaans gehoorzaam is en ertoe neigt te doen wat volwassenen vragen
– constant aan het wiebelen of friemelen is
– thuis dingen pikt
– behulpzaam is als iemand zich heeft bezeerd
– zenuwachtig is in nieuwe situaties
– en nog een hoop andere zaken waar ze niets mee te maken heeft, omdat kinderen onder de verantwoordelijkheid van de ouders vallen.

IMG_1805

Tot voor kort was het zo, dat de overheid pas in actie kwam als er zorgen waren over een kind. Dat gebeurt via de instellingen van jeugdzorg, die de laatste jaren sterke kritiek te verduren hebben gekregen omdat ze, zoals zo veel overheidsinstellingen, niet goed zouden functioneren.

Dit onderzoek doet vermoeden dat de overheid zich nu ook preventief met uw kind wil gaan bemoeien.

Daar zit een zekere hypocrisie in, want het is de overheid zelf die de jeugdzorg uit de hand heeft laten lopen doordat er enerzijds niet adequaat gereageerd wordt bij gezinnen waar wel wat aan de hand is en men zich anderzijds vastbijt in gezinnen waar niets aan de hand is. Dat is namelijk makkelijker werken, want ouders van gezinnen waar niets aan de hand is zijn over het algemeen beleefd en coöperatief, terwijl probleemgezinnen vaak agressie hanteren als overlevingsstrategie.

Net als in de voormalige DDR, wil de overheid blijkbaar zo vroeg mogelijk een volledig fysiologisch en psychologisch profiel van haar burgers kunnen opstellen.

Een en ander zal ongetwijfeld gerechtvaardigd worden door de vermeende noodzaak om de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de Nederlandse kinderen te beschermen en te bevorderen – waarin natuurlijk de giftige suggestie schuilt dat ouders dat niet of onvoldoende zouden doen, anders zou het niet nodig zijn – maar het is niet moeilijk om aan de vraagstelling de hand van de Nederlandse Stasi te herkennen.

Het oog van de overheid wil weten of er “loners” zijn, of er kinderen zijn die te veel pesten of gepest worden, bang zijn of niet, aardig zijn tegen jonge kinderen, etc. Type “Unabomber”. Men zoekt naar een mogelijke aanleg, naar een psychologische predispositie voor radicalisering. Men wil potentiële toekomstige Bouyerietjes en Breivikjes zo vroeg mogelijk in beeld brengen.

De overheid maakt daarbij gebruik van de irrationele angst voor terrorisme. De kans dat u bij een terroristische aanslag omkomt is immers nog steeds kleiner dan die dat u omkomt in een verkeersongeval en Nederland staat nog steeds tweemaal daags in de file.

Bovendien is er toenemend bewijs dat westerse geheime diensten terroristen en terrorisme faciliteren omdat men, net als ten tijde van de Koude Oorlog, behoefte heeft aan een vijand om het voortbestaan en de uitbreiding van de eigen instelling te rechtvaardigen. Het verschil is echter dat er tijdens de Koude Oorlog een daadwerkelijke dreiging, maar dat de terroristische netwerken van nu alleen dood en verderf kunnen zaaien, maar het westen nooit essentieel kunnen bedreigen.

De noodzaak om burgers steeds vollediger in beeld te brengen en over iedereen een dossier aan te leggen, is natuurlijk een verzinsel van de overheid. Het is simpelweg de volgende stap van een overheid die steeds meer controle wenst te verwerven over haar burgers, terwijl zij zich eigenlijk zo veel mogelijk zou moeten terugtrekken. Want dat past bij het ontwakend zelfbewustzijn van de moderne burgers.

Het Koninkrijk der Nederlanden wordt langzaam een totalitaire, Orwelliaanse samenleving en als u daar de komende jaren niets aan doet, is het voor uw kinderen en kleinkinderen te laat.