De meisjes zijn het slachtoffer van de seksuele voorlichting

In ons blog van gisteren, zijn we één gevolg van de seksuele voorlichting vergeten te noemen. Wellicht omdat het zo overduidelijk is.

Het zijn de meisjes die er het meeste last van hebben, als er te vroeg met seksuele relaties begonnen wordt.

Bij seks zijn vrouwen degenen die iemand in hun lichaam moeten dulden. Dat is veel intiemer dan voor mannen, die het lichaam van de ander binnendringen.

Als vrouwen hun partner volledig vertrouwen, kunnen ze daar een gevoel van extase aan beleven. Of de seks tenminste beleven als een bevestiging van de intimiteit van hun relatie.

Maar als het op een teleurstelling uitloopt, zijn zij degenen die er het meeste last van hebben, omdat het voor hen veel intiemer is.

Natuurlijk zijn er meisjes die vroeger beginnen dan anderen en daar geen of minder last van krijgen, maar dat is een minderheid. De meeste meisjes die te vroeg beginnen, krijgen er wel last van in hun latere emotionele ontwikkeling en hun relaties.

Als de seksuele voorlichting op lagere scholen leidt tot vroegtijdige seksuele relaties, zijn het dus de meisjes die daar het meeste schade van ondervinden.

Haal seksuele voorlichting onmiddellijk uit het basisonderwijs

Deze week wordt op talrijke scholen in Nederland seksuele voorlichting gegeven. Tot enkele jaren geleden werd dat nog gedaan op de middelbare school bij het vak biologie, maar tegenwoordig gebeurt dat op lagere scholen. Dat houdt in dat seksuele voorlichting nu niet meer aan pubers, maar aan kinderen gegeven wordt. Kinderen in de leeftijd van 8 tot 12.

Welke zieke geest heeft dat bedacht?

Seksuele voorlichting aan kinderen is inmiddels zelfs verplicht gesteld door de onderwijsinspectie.

Dat heeft geleid tot ridicule vormen van “creativiteit”. Juffen die aan de slag gaan met een banaan en twee appels, een condoom over een courgette heentrekken en het gehoor van 8 tot 12-jarigen plastisch proberen uitleggen dat je op verschillende manieren kunt klaarkomen.

Kortom, de grote mensen zijn helemaal de weg kwijt.

Laten we als voorbeeld een school in Utrechtse Heuvelrug nemen die we uit piëteit niet bij naam zullen noemen. Op maandag 20 maart kregen kinderen seksuele voorlichting, waarbij onder andere geslachtsdelen in niets verhullend detail in beeld gebracht werden en de kinderen “leerden” hoe geslachtsgemeenschap verliep.

Hoe reageerde de klas? De meest voorlijke kindjes probeerden stoer te doen, maar de meerderheid van de klas was overstuur. Een kindje moest overgeven.

Dit gebeurt niet alleen op deze school, maar ook op andere basisscholen tijdens “seksuele voorlichting”.

Dat is ook begrijpelijk, want het is volstrekt ongezond om kinderen te confronteren met zaken waar ze nog niet aan toe zijn. Dat kan hun emotionele ontwikkeling ernstig schaden. Kinderen mogen ook geen bier drinken, blowen of autorijden. Het is hetzelfde principes als met films kijken: een film die voor een achtjarige spannend is, kan een kind van vijf nachtmerries geven.

De leerkrachten hebben massaal het belangrijkste principe van elke vorm van onderwijs vergeten, namelijk dat je kinderen bepaalde lesstof pas moet aanbieden, als ze die kunnen verwerken. Dan worden ze erdoor gewapend, nu worden ze er echter door verlamd.

Kinderen tussen de 8 en 12 hebben nog helemaal geen voorstelling van volwassen seksualiteit. Die kunnen ze pas begrijpen als ze zelf seksuele gevoelens gaan ontwikkelen en dat gebeurt tijdens de puberteit, omdat dan de fysiologische veranderingen plaatsvinden, die zulke gevoelens mogelijk maken.

Voor die tijd snappen ze het niet en dat is maar goed ook, want kinderen hebben het recht om gewoon kind te zijn. Het is een misvatting dat kinderen zo vroeg mogelijk volwassen moeten worden.

De seksuele “voorlichting” wordt gerechtvaardigd met allerlei valse argumenten. Een daarvan luidt dat kinderen steeds vroeger in aanraking komen met seksualiteit en daarom zo vroeg mogelijk moeten worden voorgelicht. Maar als dat als probleem gezien wordt, en dat wordt het door iedereen met uitzondering van pedofielen en pedoseksuelen, dan moet je simpelweg voorkomen dat kinderen met seksualiteit in aanraking komen. Geen videoclips die alleen maar over seks gaan, niet reageren op contactverzoeken van onbekenden op social media, etc.

Ten tweede is het niet waar dat kinderen over het algemeen eerder met seks beginnen. Dat geldt slechts voor een beperkte groep kinderen, vaak met specifieke omstandigheden. Ten derde is het causaal verband, als daar al sprake van is, juist omgekeerd, want kinderen hebben juist de neiging om te reproduceren wat ze zien, niet om te doen wat ze te horen krijgen. Vandaar het Engels spreekwoord: “Don’t do as I do, do as I say” dat geldt als voorbeeld hoe je het niet moet doen. Kinderen zullen door “seksuele voorlichting” dus geneigd zijn om eerder met seksuele relaties te beginnen.

Misbruik voorkomen
Een ander vals argument is dat kinderen op jonge leeftijd voorgelicht moeten worden over seksualiteit om te voorkomen dat ze misbruikt worden. Het is echter de vraag of kinderen minder vatbaar worden voor seksueel misbruik, als je ze zo vroeg aan seksuele voorlichting blootstelt. Door het feit dat kinderen leren accepteren dat leerkrachten hen, gebruik makend van hun gezagspositie, nare gevoelens overdragen, leren ze juist van volwassen mensen zaken te accepteren, waarvan ze eigenlijk vinden dat die ongepast zijn. Dat werkt misbruik juist in de hand.

Bovendien ervaren kinderen de voorlichting zelf als schokkend. Een kind zodanig traumatiseren dat het moet overgeven, is een vorm van geestelijk misbruik.

Gelukkig worden
Dan is er de al even valse redenering dat een kind later ongelukkig wordt, als het geen seksuele voorlichting krijgt. Dat is bijna een pedofiele projectie. Als je wilt dat je kind later gelukkig wordt, moet je het juist geen seksuele voorlichting geven, maar beschermen tegen informatie die niet bij de leeftijdsfase hoort.

Als ze van school onbewust de suggestie meekrijgen dat ze op hun twaalfde met seks moeten beginnen, en ze doen dat ook, zullen ze daar later last van krijgen. Als ze dat vrijwillig doen, krijgen ze daar zelfs nog meer last mee, omdat ze dan een negatief zelfbeeld ontwikkelen en met schuldgevoelens te kampen krijgen. Ze moeten inzien dat het misbruik door de context is gegeven. Elke seksuele relatie die voor de puberteit plaatsvindt, berust in feite op een of andere vorm van misbruik.Met seks kun je dus beter een jaar te laat beginnen, dan een jaar te vroeg.

Een ander argument is, dat voorlichting ertoe dient om ongewenste zwangerschappen te voorkomen. Maar dan kan mamma toch ook gewoon aan haar dochter vertellen dat ze voorzichtig moet zijn? Daar hebben we toch geen juf voor nodig, die voor de klas het gebruik va een condoom demonstreert?

Dan is er nog de bewering dat kinderen vóór de ontwikkeling van fysieke seksuele eigenschappen al seksuele gevoelens zouden hebben. Dat is opnieuw een pedofiele projectie, die ongemerkt in de pedagogie is terechtgekomen. Pedofielen hebben seksuele gevoelens voor kinderen en daarom zouden ze willen dat die gevoelens wederzijds zijn. Dat creëert de schijn van gelijkwaardigheid en vrijwilligheid in de relatie van een pedofiel met een minderjarige. Maar dat is niet het geval. Pedofiele relaties zijn nooit “gelijkwaardig”, maar berusten altijd op misbruik van het leeftijdsverschil, van nieuwsgierigheid, van schuldgevoelens of van een afhankelijkheidspositie. Ze leiden ook altijd tot schade in de latere emotionele ontwikkeling van het slachtoffer.

Tenslotte is er de bewering dat personen die geen seksuele voorlichting hebben gehad, ongelukkig zouden worden. En dat voorlichting nodig zou zijn om aan hun latere geluk bij te dragen.

Dat veronderstelt echter dat alle generaties die niet op de lagere school voorlichting gehad hebben, ongelukkig zijn geworden. Maar dat is de hele mensheid tot nu toe! Dat is natuurlijk een absurde claim.

Recht ouders
Los van deze inhoudelijke overwegingen, is de bemoeienis van scholen met de seksuele opvoeding van de kinderen van andermans ouders niet op zijn plaats.

Scholen zijn er om de kinderen onderwijs te geven, maar ouders bepalen wat voor opvoeding ze aan hun kind willen geven. Seksuele voorlichting is een onderdeel van de opvoeding en heeft op scholen dus niets te zoeken.

Het is het exclusieve recht van de ouders om te beslissen wanneer, hoe en óf hun kinderen seksuele voorlichting krijgen.

Haal seksuele voorlichting zo snel mogelijk uit het basisonderwijs. Breng het terug naar biologieles in de tweede klas van de middelbare school of beter nog, bemoei je er helemaal niet mee.

Verkiezingen voorbeeld van manipulatie

De verkiezingen voor de Tweede Kamer van de Staten-Generaal van 15 maart 2017 waren in meerder opzichten een schertsvertoning.

Ten eerste werden de verkiezingen op verschillende wijzen gemanipuleerd, te beginnen met de media. Die gaven, zoals altijd sinds 1974, kandidaten van linkse partijen meer zendtijd dan kandidaten van rechtse partijen.

Ook binnen het linkse speelveld werd gediscrimineerd, want een integere socialist als Jacques Monasch met zijn partij Nieuwe Wegen, die een hoop ontevreden PvdA-stemmers naar zich toe had kunnen trekken, kreeg nauwelijks spreektijd op televisie. De weinige keren dat hij dat wel kreeg, werd hij gecast naast niet welgezinde gespreksgenoten en kreeg hij in vergelijking tot de eigen linkse kandidaten Asscher, Pechtold en Klaver, opvallend lastige vragen.

De reden laat zich raden. Monasch wil het establishment zuiveren. Hij was uit de PvdA gekukeld omdat hij de partij terug wilde geven aan het volk, uitslagen van referenda wilde opvolgen, etc.

Naast de disproportionele en partijdige media-aandacht, waren er de in opdracht van de NOS door Ipsos vervalste exit polls. Van Ipsos is bekend dat het een linkse club is en dat is ook precies de reden dat Ipsos door de linkse Nederlandse Publieke Omroep is ingehuurd om de exit poll te doen. Namelijk om door een verkeerde weergave van de voorlopige verkiezingsresultaten linkse twijfelaars over te halen om alsnog op D66 of GroenLinks te gaan stemmen en rechtse twijfelaars te ontmoedigen om op de PVV te gaan stemmen, omdat die toch niet de tweede partij van Nederland wordt.

Ipsos suggereerde dat de VVD 31 zetels zou krijgen, dat de PVV met 19 zetels even groot zou worden als het CDA en D66 en mogelijk zelfs vierde zou worden, voorspelde 16 zetels voor GroenLinks en suggereerde dat “Denk”, dat allochtone stemmen van de PvdA wegsnoept in de grote steden, helemaal niet in de Kamer zou komen.

In werkelijkheid staat de VVD inmiddels op 33 zetels, ziet het er nu naar uit dat de PVV tweede is geworden met 20 zetels, krijgt GroenLinks 14 zetels en komt Denk in de kamer met 3 zetels.

Ipsos heeft haar taak precies uitgevoerd. Het “klopt” tot in het detail.

Dat past ook in de recente internatioale trend, waarin de peilingen gebruikt worden als middel om kiezers te beïnvloeden. We hebben dat eerder gezien bij het Britse referendum over uittreding uit de Europese Unie en bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen. In beide gevallen hadden de peilingen zich “vergist” over de uitslag.

Maar zij hadden zich niet vergist, zij hebben precies gedaan waar ze voor betaald worden, namelijk proberen om op het laatste moment de kiezer terug in het hok van het linkse establishment te drijven.

We hebben in ons vorige blog gesteld dat de verkiezingen in feite niet over partijen of programma’s gaan, maar over de verkiezingen zelf. Over de vraag of het überhaupt zin heeft om te stemmen, indien de regeringen al sinds 1993 beleid voeren dat een toenemend deel van het Nederlandse volk wordt afgewezen. Dat heeft bij de kiezer het gevoel veroorzaakt dat politiek en media de Nederlandse burgers niet vertegenwoordigen.

Dat gegeven werd gisteren bevestigd door het feit en de wijze, waarop de verkiezingen door NOS en Ipsos werden gemanipuleerd.

De NPO gedroeg zich, precies zoals je kunt verwachten van een staats-televisiezender in de DDR light die Nederland is geworden, als de spreekbuis van de pro-Europese, links-progressieve minderheid van de Nederlandse bevolking, die kritiekloos het Amerikaanse buitenlandbeleid steunt dat leidt tot vluchtelingenstromen. Die stromen moeten vervolgens worden tot de Europese Unie worden toegelaten, omdat Amerikaanse bondgenoten als Saoedi-Arabië dat niet doen, en worden met dwang verdeeld over de lidstaten. Dat veroorzaakt verdeeldheid tussen burgers en elite binnen de lidstaten enerzijds en tussen West-Europese en Centraal-Europese landen anderzijds.

De NPO deed wat er van haar verwacht werd en probeerde, zowel voor als tijdens de verkiezingen, links Nederland aan een zo goed mogelijk verkiezingsresultaat te helpen.

Ten derde was er de interventie van de Turkse president Recep Erdogan – de man die een deel van zijn vrije tijd net zo doorbrengt als Joris Demmink – in het Nederlandse verkiezingsproces. Erdogan stuurde precies op het juiste moment twee kabinetsleden naar Nederland om Nederlanders met Turkse grootouders – die om een merkwaardige reden kennelijk nog een Turks paspoort hebben – over te halen om met dat paspoort hun stem uit te brengen in een referendum in Turkije. Een stem voor een grondwetswijziging die Erdogan nog meer bevoegdheden geeft, wel te verstaan.

Die interventie stelde de Nederlandse premier Mark Rutte in staat om voor één keer over te komen als de “verdediger van het vaderland”. Hij boog niet voor op de dreigementen en eisen van de Turkse Mussolini.

Erdogan had Nederland gedreigd met politieke en economische sancties, als het de Turkse kabinetsleden niet zou toelaten. Doordat de Nederlandse regering de rug recht hield en niet toegaf aan de dreigementen, kon Rutte zich op het laatste moment profileren als een sterke democratische leider die ongewenste buitenlandse bemoeienis buiten de deur hield.

Daarmee heeft hij 4 tot 5 zetels bij de PVV weggehaald en mogelijk zelfs die partij van een verkiezingsoverwinning afgehouden.

De interventie van Erdogan heeft enerzijds Rutte aan een ruime verkiezingsoverwinning geholpen, maar anderzijds een wig gedreven tussen een deel van de Nederlandse Turken en de autochtone Nederlanders.

Door de interventie van Erdogan is Nederland instabieler geworden.

Een regeringsgezinde krant in Turkije schreef zelfs dat er 400.000 Turken in Nederland waren, maar slechts 40.000 Nederlandse soldaten in het Nederlandse leger. Daarmee suggereerde het fascistische blaadje dat de Nederlandse Turken een soort vooruitgeschoven strijdmacht van Erdogan vormen die kan worden ingezet tegen het Nederlandse volk, als het niet doet wat Il Duce wil.

Erdogan als “sultan” beschouwen, is een belediging voor de Ottomaanse sultans. Suleiman de Grote – die de Turken in gedachten hebben als ze Erdogan sterk willen maken – wordt in het Turks en in het Arabisch “De Wetgever” genoemd, omdat hij in de 16e eeuw toen het Ottomaanse Rijk in politiek, economisch en cultureel opzicht op zijn hoogtepunt was, het rechtssysteem heeft hervormd.

Suleiman de Grote werd door zijn onderdanen gezien als een verlicht heerser en groot verdediger van de rechtvaardigheid.

Benito Erdogan doet echter het tegendeel. Hij is bezig de moderne Turkse rechtstaat te verwoesten. Sinds juli 2016 heeft de Turkse regering met behulp van decreten:

– meer dan 128.000 personen ontslagen
– meer dan 49.000 personen gearresteerd en vastgehouden
– meer dan 2000 scholen en universiteiten gesloten
– meer dan 4000 rechters en officieren van justitie ontslagen
– 162 journalisten gearresteerd en 149 media-outlets verboden

Wie is hier nou de fascist?

Benito Erdogan natuurlijk.

Maar de andere kant van de schijnvertoning is minstens even bedrieglijk, zij het op een veel subtielere wijze.

Rutte doet ineens alsof hij de belangen van Nederland als soeverein land beschermt, maar dat is een momentopname. Hij is en blijft een overtuigd voorstander van “Europese samenwerking”, dat wil zeggen van het omzetten van richtlijnen van Brusselse bureaucraten in Nederlandse wetten en regels.

En hij is een politicus van het “oude stempel” die meent dat het volk één keer in de 4 jaar mag kiezen, maar dat de regering het recht heeft om in de tussenliggende tijd allerlei besluiten te nemen die door de meerderheid van datzelfde volk worden afgewezen, en allerlei maatregelen mag nalaten, die het volk dringend wil. Dat bleek bijvoorbeeld toen het Nederlandse volk zich uitsprak tegen de ratificatie van het associatieverdrag tussen de Europese Unie en de Oekraïne. Rutte wachtte toen tot de opwinding bedaard was en jaste een aantal maanden later het verdrag er alsnog doorheen.

Met de overwinning van de VVD en een mogelijk kabinet VVD-CDA-D66, zal de kloof tussen de politiek en de burgers alleen maar toenemen.

De enige manier om de toenemende interne instabiliteit die daardoor wordt veroorzaakt te verminderen, is om de soevereiniteit van Nederland te herstellen en de Nederlandse wetten weer boven Europese wetten en verdragen te laten gaan. En om regelmatig bindende referenda te houden, zodat er voeling blijft met het electoraat. En tenslotte moet Nederland uit de NAVO stappen, zich herbewapenen en de banden met Rusland herstellen, zodat we van het pad naar de oorlog af geraken.

Maar om dat te bereiken, had iedereen op Forum voor Democratie moeten stemmen.

Nederland zal een dure prijs betalen voor de verkiezingsuitslag van 15 maart 2017.

De verkiezingen gaan over de verkiezingen

De verkiezingen voor de Tweede Kamer van de Staten-Generaal van woensdag 15 maart gaan formeel over partijen die na de verkiezingen een regering gaan vormen. De partijen hebben programma’s met standpunten, die later in het regeerakkoord komen te staan, dat met coalitiepartners wordt gesloten.

Als u niet in Zwitserland woont, maar bijvoorbeeld in Nederland, mag u weder op de regering stemmen, noch op het regeerakkoord, noch op concrete maatregelen die de regering in de komende maanden en jaren gaat nemen.

U bent de ‘demos’, het soevereine volk, maar u heeft geen ‘kratos’, geen heerschappij, geen macht en nauwelijks invloed. De democratie is dus in Nederland nog nauwelijks ontwikkeld.

In Frankrijk mag u tenminste uw burgemeester kiezen, uw provinciale bestuurders en uw staatshoofd.

Maar de Fransen zijn ook ontevreden. Dat komt door het feit dat Frankrijk en Nederland beide sinds 1993 lid zijn van de Europese Unie en sindsdien in toenemende mate wetgeving uit het buitenland ontvangen.

De afgelopen jaren is dat zelfs rond de 80%.

Als vier vijfde van de wetten van een land niet in het land gemaakt worden, maar in het buitenland, is er in feite geen sprake meer van democratie. Bovendien wijken die wetten in toenemende mate af van wat het volk wil. De democratie wordt dus niet méér, maar zelfs minder dan zij was.

Hoe heeft dat zover kunnen komen?

Wetgeving vanuit de Europese Unie verloopt gemaskeerd en indirect. Er worden door de Europese regering (“commissie” geheten), die bestaat uit een premier (“voorzitter”) en ministers (“commissarissen”) wetsvoorstellen (“richtlijnen”) uitgevaardigd, die door de parlementen van de lidstaten worden omgezet in nationale wet- en regelgeving.

Bij elke wet en regel, die een nationaal parlement uit Brussel ontvangt en afstempelt, wordt de facto een klein deeltje van de soevereiniteit van dat land afgepakt en overgeheveld naar het buitenland.

Daar gaan de verkiezingen van morgen in feite over.

Het Nederlandse volk is soeverein. Het wordt vertegenwoordigd door de Staten-Generaal, die geacht zijn de wil van het volk uit te voeren. Maar de Staten-Generaal vertegenwoordigen ons niet meer, omdat zij voor vier vijfde buitenlandse wetsvoorstellen aannemen. Daarmee is het grootste deel van onze soevereiniteit in feite verdwenen.

Morgen stemmen wij op partijen, waarvan een deel in de regering zal komen en de komende 4 jaar, als het zo doorgaat als in de afgelopen 4 jaar en als zij het zo lang volhouden, wetsvoorstellen gaat doen die uit het buitenland komen.

Als u morgen gaat stemmen, stemt u zonder het te weten op Brussel.

De Staten-Generaal zijn in feite gereduceerd tot Stadhouder van Brussel. Met Jean-Claude Juncker in de rol van Filips de Tweede.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Democratie die niet doorgroeit naar directe democratie is ten dode opgeschreven. Net zoals water dat tot stilstand komt niet direct bederft, maar na verloop van tijd niet meer te drinken is. Dat komt omdat democratie geen vaste toestand is, maar een beweging. Een beweging die relatief nieuw is in de Europese geschiedenis en zich gestaag heeft uitgebreid.

Vanaf de inperking van de macht van de kroon door de adel in Groot-Brittannië in 1215 tot aan de instelling van de nationale assemblée tijdens de Franse Revolutie in 1789, tot de invoering van het stemrecht voor vrouwen in Nieuw-Zeeland in 1893, is het principe van democratie, van de heerschappij van het volk, geleidelijk aan uitgebreid.

Dat is geografisch beperkt tot de christelijke wereld, wat later Europa genoemd wordt en weer later het Westen. Dat is niet toevallig. Democratie kon zich in Europa verspreiden doordat zij appèl deed aan de belofte van Christus dat álle mensen, althans mensen uit alle volkeren, verlost konden worden. Dit sentiment bevindt zich op de diepte van de Europese ziel en is er de verklaring voor dat de democratie in Europa is ontstaan en zich vanuit Europa uit over de rest van de wereld heeft verspreid.

In de jaren ’60 van de 20e eeuw vond de laatste poging plaats om de democratie verder te ontwikkelen, maar dat liep vast toen de beweging werd overgenomen door neo-marxisten en de fanatici van Nieuw Links de gematigde socialisten van de generatie Willem Drees verdrongen.

Toen kwam er in Nederland een valse profeet met de naam D-66, die aanvankelijk beweerde dat hij het Nederlandse volk meer beslissingsrecht wilden geven en deed alsof hij de gekozen burgemeester wilden invoeren. Maar het was nooit de bedoeling om Nederland bestuurlijk te vernieuwen, maar alleen om dat verlangen te gijzelen en op sleutelmomenten te verloochenen.

D-66 is nu een van de meest pro-Europese partijen en wil alleen nog maar méér soevereiniteit naar “Europa” overhevelen. Momenteel wordt het trucje van in je programma zetten, maar niet echt van plan zijn het uit te voeren herhaald in de vorm van het correctief referendum. Daarmee wil D-666 stemmen weghalen bij partijen die écht de directe democratie willen invoeren.

In de praktijk is de houding ten aanzien van democratisering van D-666 en de andere gevestigde politieke partijen en verslaggevers, dat verdere democratisering af te raden is, omdat het volk zich immers laat leiden door onvrede en populisme.

Maar het is precies andersom: het volk is ontevreden, omdat er géén verdere democratisering plaatsvindt. Ik kan een hoesje voor de mobiele telefoon van mijn dochter bestellen met een foto van de pony erop, maar ik mag niet bepalen wie mijn stad, mijn provincie en mijn staat bestuurt, want je mag in Nederland je burgemeester, CvdK en je staatshoofd niet kiezen.

Op de markt kun je hele specifieke persoonlijke keuzes maken ten aanzien van de producten die je wilt aanschaffen. Dat is een ontwikkeling die al decennia lang gaande is. Het politieke bestel staat echter al 60 jaar stil. Sinds het herstel van de democratie na de Tweede Wereldoorlog is de democratie niet veranderd.

Maar de mensen zijn wel veranderd en willen steeds meer inspraak en steeds meer zeggenschap.

Het Nederlandse volk wil minder soevereiniteit afdragen. Het wil reeds afgestane soevereiniteit gedeeltelijk terug. Het wil het gevoel hebben dat het weer door de politiek gehoord wordt en is bereid om desnoods op Geert Wilders of de Socialistische Partij te stemmen om dat gevoel een plaats te geven.

Dat helpt echter niets.

De enige manier om de onvrede duurzaam te verminderen, is de invoering van de Directe Democratie.

Die staat op het programma van 4 kleine politieke partijen morgen. Zoekt u zelf maar uit welke. Twee daarvan willen oorlog met Rusland. Dan houdt u twee partijen over.