Categoriearchief: Politics

Wapengekletter uit China

De Chinese legerleiding spreekt over ‘vredesziekte’ en ‘onvermijdelijke oorlog’.

De Amerikaanse president Donald Trump heeft uitstekende argumenten voor zijn heffingen op de Chinese export naar de VS, maar het was beter geweest om de oplossing te zoeken in een liberalisering van de markten en een vermindering van de militaire uitgaven.

China interpreteert de heffingen nu als het begin van een handelsoorlog en de geschiedenis van de 20e eeuw laat het patroon zien, dat handelsoorlogen dikwijls gevolgd worden door daadwerkelijke oorlogen.

De Chinese reactie is er dan ook een van wapengekletter.

De Chinezen lezen de Amerikaanse handelsstrategie veel beter dan Trump beseft.

Ze komen nu ineens aanzetten met de ‘Val van Thucydides‘, het verschijnsel dat belangenconflicten tussen een heersende macht en een opkomende macht onvermijdelijk tot oorlog leiden, ook als dat niet altijd de bedoeling is van de conflictpartijen.

Als de Chinezen echt een aanval zouden voorbereiden, zouden ze dat er waarschijnlijk niet zo dik boven op leggen, maar die scherpe verandering van toon van de Chinese legerleiding is een indicatie dat de bevolking van China wordt voorbereid op een expansieve strategie en wijst op het gevaar van een nieuwe, Chinees-Amerikaanse wapenwedloop.

China is immers niet meer het in zichzelf gekeerde Rijk van het Midden dat een muur bouwde om buitenlandse invallers buiten te houden. Het beschikt sinds de Tweede Wereldoorlog over een communistische ideologie, die in essentie expansionistisch is en de oprichter van de communistische Volksrepubliek China staat onverminderd afgebeeld op alle biljetten van de Yuan.

Met dank aan James Corbett, de voortreffelijke onafhankelijke commentator die sinds jaar en dag open source investigations publiceert vanuit het zonovergoten westelijke deel van Japan.

 

 

Interview met Assad bevestigt dat direct conflict VS-Rusland is voorkomen

De Syrische president Bashar Al-Assad heeft in een interview met Murad Gazdiev van RT op 31 mei 2018 verklaard dat een direct conflict tussen de Verenigde Staten en Rusland in april ternauwernood is voorkomen.

Nadat interviewer Gazdiev er eerst op gewezen heeft dat er 5 kernmachten betrokken zijn bij de oorlog in Syrië, stelt hij de vraag [vanaf 25 minuten en 35 seconden]: “With regards to a potential escalation – ok, there are proxy forces from all these five nuclear powers, as well as their own forces engaged in Syria – but you as a president must have information as to how close have we come during this war to an escalation between these nuclear powers? ”

President Assad antwoordt: “In reality we were close to have direct conflict between the Russian forces and the American forces. Fortunately, it has been avoided. Not by the wisdom of the American leadership, but by the wisdom of the Russian leadership, because it is not in the interest of anyone in this world, first of all the Syrians, to have this conflict. “

Het blog van István Lovas van 7 juni 2018

Over de Bilderberg-conferentie: hun macht neemt af, naarmate de Chinees-Russische invloed toeneemt, door István Lovas, 7 juni 2018

Vandaag begint in de Italiaanse stad Turijn de bijeenkomst van de machtigen van de Westerse wereld, de Bildergberg-conferentie van 2018.

De conferentie duurt tot zondag en heeft gespreksonderwerpen als  ‘Populisme in Europa’ (het eerste onderwerp), daarna ‘Rusland’, ‘De Amerikaanse leiding’, ‘Saudie-Arabië en Iran’ en ‘de post-truth wereld’. In het kader van het onderwerp ‘Populisme in Europa’ zal Hongarije zeker aan bod komen, omdat dit bij de kranten die in de geest van de Bilderbergers schrijven een verplichte term is, die in één enkel artikel wel 15 tot 20 keer herhaald kan worden.

Er worden honderddrieëndertig gasten verwacht. Onder hen huidige premiers (zoals de Nederlandse premier Mark Rutte) en voormalige premiers (zoals de Bernard Cazeneuve), maar ook stamgasten, zoals de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse zaken Henry Kissinger en zijn gezellen. De deelnemerslijst is ook te vinden op de officiële website van de in 1954 door David Rockefeller opgerichte club. Er staat dit jaar geen enkele Hongaarse naam op. Maar er staan ook geen Chinese of Russische genodigden op, hetgeen niet verbazingwekkend is.

Bij een dergelijke Bilderberger-conferentie laat de gezamenlijke Westerse en Hongaarse linkse pers haar masker vallen (dan wel boerka). Zijn eisen immers in andere gevallen altijd ‘transparantie’ en ‘democratie’, als ze ergens niet uitgenodigd zijn, dan wel niet in de winst delen, althans niet in de gewenste mate, maar zoeken nu hun toevlucht in algeheel stilzwijgen, of ze citeren een of ander overdreven samenzweringssprookje om erop te wijzen in wat voor gekke conspiracy-theories de rechts-liberalen geloven.

Maar laten we nu proberen te analyseren, hoe almachtig dit Bilderberg-gezelschap is, dat zowel de achtegrondmachten vertegenwoordigt, als de leiders op de voorgrond. Die elkaar in meerdere gevallen overlappen. Zoals de regering van president Donald Trump, die werd ‘verlamd’ door neo-conservatieve sleutelfiguren als minister van Buitenlandse zaken Mike Pompeo , als nationaal veiligheidsadviseur John Bolton en Nikki Haley, ambassadeur van de VS bij de VN.

Het is bekend dat degenen die stellen dat dit gezelschap almachtig is en het zinloos is om tegen hen in het geweer te komen, aanzienlijke populariteit genieten. Maar dat speelt de Bilderbergers juist in de kaart. Ze hebben geen bezwaar tegen een dergelijke analyse, omdat die verlammend uitwerkt op degenen die tegen hen in opstand willen komen.

Enkele basisvragen ter introductie. Denkt u dat dit Bilderberg-gezelschap blij is met de landslide-victory van Viktor Orbán bij de verkiezingen van 8 april 2018? Nee, geenszins, maar gelukkig heeft het Hongaarse volk op de stembureau niettemin zijn stem uitgebracht tegen de agenda van de Europese achtergrondmacht. Oftewel het kleine Hongaarse volk heeft de achtergrondmacht van de Westerse wereld verslagen.

Zoals bekend is, hebben diegenen die uitgaan van de absolute macht van dit soort krachten op de achtergrond, de gewoonte om na elke belangrijke gebeurtenis in de mondiale of regionele politiek – en hier heeft het woord ‘na’ de nadruk – te ‘analyseren’ dat dit zeker een gevolg is van de plannen en de pressie van de achtergrondmachten. Ze stellen bij elke gebeurtenis de vraag ‘cui bono’ of ‘cui prodest’, oftewel wie er voordeel of nut heeft bij een dergelijke gebeurtenis. En geven zelf het antwoord, dat het ook in dit geval op gebeurd is om de achtergrondmachten te plezieren.

Maar ook hier geldt de frase van de dichter Sándor Petőfi, ‘boven vaart de slavengallei, maar daaronder stroomt het water’  (‘Habár felül a gálya, alul a víznek árja”), en vaak wint niet de gallei, maar het water. Laten we een voorbeeld nemen dat toont dat diegenen die beweren dat de Westerse achtergrondmachten hun wil in elk afzonderlijkgeval kunnen doorzetten, nooit kunnen voorspellen, zelfs niet de dag ervoor, wat er dan op last van de achtergrondmachten staat te gebeuren.

Degenen die op 27 mei als voorbeeld aanhaalden dat de Italiaanse president had verhinderd dat de ‘populistisch-extreemrechtse’ Italiaanse coalitie een regering zou vormen en Caro Cottarelli opdracht had gegeven tot de vorming van een zakenkabinet, nadat de begrotingscommissaris van de EU Günther Oettinger had gezegd dat niet het volk beslist, maar de markt, moesten de volgende dag bakzeil halen, toen hetzelfde staatshoofd Giuseppe Conto opdracht gaf om conform de wil van de kiezer een coaltitieregering van de 5 sterrenbeweging en de Liga te vormen.

Deze change of heart was van groot voordeel niet alleen voor het Italiaanse volk, maar voor heel Europa. En het is geen toeval dat Viktor Orbán en de nieuwe Italiaanse minister van Binnenlandse zaken Matteo Salvini op 4 juni opgewekt aan de telefoon bespraken, hoe de Europese Unie hervormd moest worden.

Laten we nog een voorbeeld nemen. Denkt u dat de achtergrondmachten blij zijn met de Russische president Vladimir Poetin? Nee, natuurlijk niet. Maar als dat zo is, hoe kan het dan dat de voormalige Duitse minister van Buitenlandse zaken Sigmar Gabriel een voorbeeldige Ruslandfreundliche politiek volgde, terwijl het Duitse buitenlandse beleid na de aanstelling van Heiko Maas, de minister van Buitenlandse zaken van de nieuwe coalitie van Merkel, een anti-Russische wending nam? Welke van de twee is nu de ‘cui bono’ voor de achtergrondmachten?

Een derde voorbeeld. Is de vriendschappelijke houding van Sebastian Kurz [de Oostenrijkse kanselier, redactie] jegens Rusland en China, of zijn stellingname tegen de EU-sancties tegen Rusland tijdens het bezoek van Poetin aan Wenen op dinsdag nou gunstig voor de achtergrondmachten of niet? Het laatste, dat is duidelijk. Maar desondanks voert Kurz verder de wil van het volk uit, net zoals ook het Italiaanse volk zijn steun uitgesproken heeft vóór een vriendschappelijke verhouding met Rusland.

Het is duidelijk dat de macht van de zichtbare en onzichtbare Europese elite afhankelijk is van de mondiale economische en militaire krachtsverhoudingen. En die verandert zienderogen in het voordeel van China, Rusland en andere mogendheden.

Het is ook duidelijk dat een verdieping van de Hongaars-Chinese en de Hongaars-Russische betrekkingen van levensbelang is voor het afweren van de negatieve invloed van de Westerse achtergrondmachten.

Daarom is het zo belangrijk dat de Hongaarse premier vorig jaar in Peking met de Chinese president een strategische overeenkomst heeft gesloten tussen Hongarije en China en dat hij naar normale betrekkingen met Rusland streeft.

De Hongaarse liberaal-conservatieven moeten dat begrijpen en niet sputteren over het ‘Gele Gevaar’, maar bewust deelnemen aan het grootste project van de eenentwintigste eeuw, het Chinese project van de Nieuwe Zijderoute ter hoogte van 900 miljard dollar, want dat is een voor ons van wezenlijk belang, net zoals voor veel andere landen die daar aan deel willen nemen of reeds actief aan deelenemen.

Uit het Hongaars vertaald door Michiel Klinkhamer

 

Media Monitor Rusland – 3

In de media monitor van vandaag besteden we aandacht aan een ouder bericht uit de Russische media, in de vorm van een bericht van Interfax van 1 februari 2018, omdat het een zaak betreft die in de Russische media ruim aan bod is gekomen, maar in de Westerse media weinig aandacht heeft gekregen.

Namelijk het bezoek aan Washington van de hoofden van de Federale Veiligheidsdienst van de Russische Federatie (FSB), de opvolger van de KGB, van de Buitenlandse Inlichtingendienst van de Russische Federatie (SVR) en van het Hoofddirectoraat Inlichtingen van de Generale Staf van de Strijdkrachten van de Russische Federatie (GROe), waar zij waarschijnlijk een ontmoeting hebben gehad met hun Amerikaanse tegenhangers.

Aleksandr Bortnikov (FSB)

CIA-directeuren ontmoeten hun Russische ambtgenoten regelmatig voor overleg over uiteenlopende zaken. Wat echter bijzonder was aan dit bezoek, is het feit dat de hoofden van de drie belangrijkste Russische inlichtingendiensten tegelijkertijd voor overleg in Washington waren en dat dit bezoek plaatsvond op een moment dat de binnenlandse Amerikaanse politiek in het teken stond van beschuldigingen aan het adres van Rusland dat het geïntervenieerd zou hebben in de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2016.

Sergej Narysjkin (SVR)

Het is inderdaad opvallend dat de leiders van zowel de civiele als de militaire inlichtingendiensten, alsmede van de contraspionagedienst gelijktijdig naar Washington reizen.

Omdat er geen inhoudelijk verslag is geweest van dit topoverleg, weten wij niet wat er besproken is. De reden kan zijn geweest dat president Donald Trump de Russen wilde geruststellen. Hij probeert Rusland immers te vriend te houden, terwijl er druk op hem wordt uitgeoefend om de sancties tegen Rusland aan te scherpen.

Het laat zich aanzien dat Trump mogelijk een dubbele buitenlandse politiek jegens Rusland voert, waarbij hij enerzijds het anti-Russische kamp tevreden probeert te houden en anderzijds de Russische partners gerust wil stellen.

De Russische media wijzen erop dat de Amerikaanse sancties tegen de leiders van hun inlichtingendiensten in het belang van het overleg tijdelijk buiten werking zijn gesteld.

Generaal Igor Korobov (GROe)

Er zijn experts die menen dat de lijst met doelwitten van de aanval van Amerikaanse, Britse en Franse troepen van 10 april 2018 op Syrië in handen van de Russische strijdkrachten is geraakt, waardoor Rusland tijdig zijn adviseurs van die plekken weg kon halen en een onnodige escalatie in de Amerikaans-Russische betrekkingen is voorkomen, die zeker plaatsgevonden zou hebben, indien er bij die actie Russische slachtoffers waren gevallen.

Zo bleef de aanval gericht op de regering van president Assad en is Trump er kennelijk in geslaagd om middels stille diplomatie de anti-Russische angel uit de aanval te halen.

Het is het soort geschiedschrijving dat meestal pas 30, 60 of 90 jaar na dato plaats vindt.

Media Monitor Rusland – 2

Op de valreep vandaag een media monitor als blijk van dankbaarheid en waardering  voor de nieuwe donatie die wij deze week hebben mogen ontvangen.

Deze monitor is voor onze rekening en wordt niet vanuit de donaties bekostigd.

De webmail-portal mail.ru toont een fotoserie van Nikolaas de Tweede en zijn gezin op haar site. Aanleiding was de geboortedag van Nikolaas Romanov op 8 mei 1868.

Nikolaas Romanov

Het commentaar van mail.ru bij foto 1 van 12 luidt: ‘Op 8 mei 1868 werd Nikolaas Romanov geboren in Tsarskoje Selo. Hij was de laatste Russische tsaar en een van de meest opmerkelijke figuren van de vaderlandse geschiedenis. De discussie over zijn persoon duurt tot op de dag  van vandaag voort.’

Foto 2/12 toont grootvorst Nikolaas Aleksandrovitsj op 3-jarige leeftijd, foto 3/12 op vijfjarige leeftijd en foto 4/12 begin dertig.

Foto 2/12

Foto 5/12 toont hem met zijn vrouw, tsarina Aleksandra Fjodorovna,  foto 6/12 tijdens de jacht, foto 7/12 met zijn neef George de Vijfde, koning van het Verenigd Koninkrijk, met wie hij een uiterlijke gelijkenis vertoonde.

Foto 7/12

Foto 9/12 toont Nikolaas de Tweede op 20 juli 1914 op het balkon van het Winterpaleis, waar hij met tegenzin de oorlogsverklaring aan Duitsland aflegde. Deze foto staat in sterk contrast staat tot foto 11/12, de mooiste foto van de serie, waarop Nikolaas Romanov te zien is met zijn gezin.

Foto 11/12

Deze foto is gemaakt in 1913 en toont de tsaar zittend naast zijn echtgenote en omringd door zijn vier prachtige dochters Tatiana, Maria, Olga en Anastasia, en door zijn aan hemofilie lijdende zoon Aleksej.

Hieronder een foto waar de namen van de kinderen bij staan, die geen deel uitmaakt van de serie op mail.ru.

Onder de link naar de fotoserie staat een link naar een artikel over het voorstel van Jevgeni Gerasimov, lid van de gemeenteraad van Moskou en hoofd van de Commissie voor Cultuur en Communicatie, om het standbeeld voor Nikolaas de Tweede niet in Moskou, maar in Sint Petersburg neer te zetten.

Hij reageert daarmee op een eerder voorstel van Ivan Soecharjov, eerste vice-voorzitter van de Commissie voor Maatschappelijke en Religieuze organisaties, om een gedenkteken voor Nikolaas de Tweede te plaatsen in een van de straten van Moskou.

Gerasimov meent namelijk dat de historische symboliek beter tot zijn recht komt in Sint Petersburg, omdat de laatste tsaar immers een innige band had met die stad en zich daar tussen 1732 en 1917 de officiële residentie van de Russische tsaren, het Winterpaleis, bevond.

Donald Trump moet folterpraktijken afschaffen

Aangezien ons blog de kandidatuur van Trump voor het presidentschap van de Verenigde Staten van Amerika voorspeld en gesteund heeft, is het nu onze verantwoordelijkheid om te wijzen op de donkere kant van het beleid van deze kandidaat.

Het belangrijkste kritiekpunt op de beleidsvoornemens van Donald Trump, is in de Nederlandse media niet tot nauwelijks aan bod gekomen.

Trump heeft namelijk desgevraagd verklaard dat hij ondervragingstechnieken als waterboarding, stresshoudingen en dergelijke niet gaat afschaffen, maar juist gaat uitbreiden.

De voormalige marinier (Navy Seal) en gouverneur van Minnesota Jesse Ventura heeft zichzelf laten waterboarden om te zien of het echt als foltering kon worden beschouwd en heeft na afloop verklaard dat waterboarden pure foltering is. Ventura noemt waterboarden een “oorlogsmisdaad”, waartoe je je niet moet verlagen als land of als opperbevelhebber. En al helemaal niet als soldaat, die een eed heeft gezworen op de grondwet.

In Hollywoodfilms en Amerikaanse televisieseries is het nog erger. De een na de andere populaire acteur en actrice laat zich door geld of ijdelheid omkopen om het martelen bij het filmpubliek acceptabel te maken. Bruce Willis, Denzel Washington, Jack Bauer, de lijst is eindeloos.

Overheden, dan wel samenlevingen die folteren zijn een nachtmerrie, een eindpunt van de morele ontwikkeling van een volk of een land. Dat mag je nooit toestaan. Als Amerikanen toestaan dat hun regering onschuldige, of zelfs schuldige personen foltert, verliest het land zijn karakter en de morele superioriteit die het in bepaalde opzichten heeft ten opzichte van de rest van de wereld. Daarmee verliest het zijn ziel.

De VS zijn the home of the brave and the land of the free, niet de Capitol uit de Hunger Games.

De VS zijn een van die landen, die in laatste instantie door moraliteit bijeengehouden worden. Niet door bloed, herkomst, religie of ideologie, maar door gezamenlijke waarden, zoals die zijn vastgelegd in de Onafhankelijkheidsverklaring (Declaration of Independence), de Grondwet (Constitution) en de Amendementen (Bill of Rights) van de Verenigde Staten, waarin de individuele rechten worden uitgewerkt. Je kunt ook zeggen: door een geheel aan randvoorwaarden dat de ontwikkeling van het individu wil faciliteren.

Wat dat betreft lijkt het op Frankrijk, dat wordt gedefinieerd door de “republikeinse waarden” (“valeurs republicaines”), samengevat als “vrijheid, gelijkheid en broederschap”. Het verschil is dat de VS aan die gezamenlijke waarden een sterke toekomstgerichtheid hebben gegeven door aan de “onvervreemdbare rechten” van Leven en Vrijheid, die in de Onafhankelijkheidsverklaring in navolging van de filosofie van John Locke zijn vastgelegd, het beginsel van “pursuit of Happiness” toe te voegen. Oftewel de mogelijkheid voor elke Amerikaan om zich te ontplooien.

Het folteren van personen, omdat een opsporingsambtenaar roept dat ze verdacht zijn van terreur, stelt het principe van willekeur in de plaats van dat van de heerschappij van de wet. Nog los van het feit dat 9 van de 10 verdachten van terreur onschuldig zijn. Het is tevens het absolute tegendeel van het principe van ontwikkeling van het individu. Het is een poging om het individu mentaal, emotioneel en fysiek kapot te maken.

Folteren ontmenselijkt de hele maatschappij die het praktiseert. Een samenleving die onschuldige mensen martelt, verdient het om zelf vernietigd te worden. Niet door mij en niet door U, maar door de krachten die worden losgemaakt en die zich uiteindelijk tegen die samenleving zelf keren.

Als het bindmiddel van een land bestaat uit morele waarden in plaats van bloedbanden, dan is het zo dat het schenden van die morele beginselen tot desintegratie van de eigen maatschappij leidt.

Als Donald Trump daadwerkelijk alle Amerikanen wil verenigen, – en we hebben geen reden om aan te nemen dat zulks niet het geval is -, dan moet hij de verwerpelijke praktijk van het folteren van verdachten verbieden. Doet hij dat niet, dan graaft hij zijn eigen politieke graf en zal het zover komen dat verschillende Amerikaanse staten zich gaan afscheiden.

Het “Nederlands” Instituut voor Internationale Betrekkingen

Een soeverein land maakt zelf zijn buitenlands beleid. Daarom is in de grondwet vastgelegd dat alleen burgers van het land functies kunnen bekleden in het openbaar bestuur of zich verkiesbaar mogen stellen. Een Spanjaard mag bijvoorbeeld geen ambtenaar worden voor de Nederlandse overheid. Dat mag pas als hij de Nederlandse nationaliteit verwerft, bijvoorbeeld door een huwelijk met een Nederlandse.

In de particuliere sector geldt dat niet. Een groot bedrijf mag gerust een buitenlandse directeur aantrekken, als die het meest geschikt is om het te leiden.

Als we de totstandkoming van het buitenland beleid van Nederland onder de loep nemem, stuiten we echter al snel op een zorgwekkende anomalie.

Hoe komt ons buitenlandse beleid tot stand?
In Nederland komt het buitenlands beleid inhoudelijk met name tot stand door twee instellingen. Ten eerste natuurlijk het departement van Buitenlandse Zaken dat onder verantwoordelijkheid valt van de Minister van Buitenlandse Zaken en ten tweede het “Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen” Clingendael.

Clingendael _ logo

Daar treedt direct een democratisch probleem op. Clingendael is namelijk een particulier instituut en ressorteert niet onder ministeriële verantwoordelijkheid, terwijl het wel gefinancierd wordt door de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie. Het heeft derhalve geen democratische of constitutionele legitimiteit.

Er staat nergens in onze grondwet: “De totstandkoming van het buitenlands beleid van het Koninkrijk de Nederlanden mag worden uitbesteed aan particuliere instellingen.” Er is ook geen nationale wet waarin Clingendael wordt aangewezen.

Het probleem is dus dat Clingendael een particulier instituut is dat niet onder democratische controle valt, maar wel in belangrijke mate het buitenlandse beleid mag vormgeven. Sterker nog, waar de uitvoerders van ons buitenlandse beleid op het departement zitten, heeft Clingendael het meeste invloed op de totstandkoming van de inhoud van het buitenlandbeleid.

Bovendien, en dat is minstens zo belangrijk, speelt het een cruciale rol in de opleiding van onze diplomaten. Dus het geeft hen de kennis en de waarden mee, waarmee ze later de belangen van Nederland in het buitenland moeten verdedigen. Als onze diplomaten bij het departement aankomen, zijn ze in menig geval reeds door Clingendael gevormd.

Kortom, Clingendael is van beide instellingen die zich met buitenlandbeleid bezig houden de meest invloedrijke.

Wie werken er bij Clingendael?
Daarom is het interessant om te kijken wie er nou bij Clingendael daadwerkelijk werkzaam zijn. Want dat zijn de mensen die het buitenlandse beleid schrijven, althans de beleidsopties prepareren waaruit het departement en uiteindelijk de minister later kan kiezen.

Clingendael heeft allerlei personen in dienst die het op zijn website “experts” noemt, die zich met diverse onderdelen van de buitenlandse betrekkigen bezig houden. De laatste keer dat we de website bekeken, waren dat er vijfennegentig. The devil is in the detail, dus laten we de lijst eens aflopen.

Ivan Briscoe. Maar Ivan is een Brit, aan zijn accent te horen. Waarom schrijft een Brit mee aan ons buitenlands beleid, oftewel aan hoe ons land zich moet opstellen ten opzichte van andere landen om de belangen van zijn inwoners optimaal te behartigen? Is een Brit niet veel eerder geneigd om zaken te suggeren die gunstig zijn voor de positie van zijn land in de internationale verhoudingen?

Dat zouden we hem niet kwalijk kunnen nemen. Daarmee is hij alleen maar een goed patriot. Stel, in tegendeel, dat hij juist goede suggesties doet voor een succesvol Nederlands buitenlands beleid, dan is het onvermijdelijk dat het belang van Nederland op bepaalde punten strijdig is met dat van Groot-Brittanië. Als hij dus goed zijn werk doet, is het dus onvermijdelijk dat hij vroeg of laat tegen de belangen van zijn vaderland moet adviseren. Briscoe kampt dus met een dubbele lojaliteit, met een conflict of interest. Dat is de reden dat onze grondwet stelt dat het buitenlands beleid van ons land door Nederlanders gemaakt moet worden.

Terug naar zijn positie bij het “Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen”. Briscoe houdt zich bezig met “security & justice”, dat wil zeggen “veiligheid en justitie”, maar hebben we daar niet al een instelling voor, namelijk het Ministerie van Veiligheid en Justitie? Dus, met alle respect voor zijn werk, dat er overigens goed uitziet, deze Brit is hier niet op zijn plaats.

De volgende expert is Grégory Chauzal. Hij houdt zich bezig met “policy debates”. Dus, deze Fransman helpt ons ermee, hoe we moeten debatteren over ons beleid. Opnieuw met alle respect, hebben we daar een Fransman voor nodig? Is er niemand temidden van de 17 miljoen Nederlanders die ons daarmee kan helpen?

Het belangenconflict is in het geval van Chauzal nog scherper, want het betreft een voormalige ambtenaar van het Franse ministerie van Defensie.

We gaan goedmoedig verder. Ragnhild Drange is assistent voor “conflict and fragility”. Zij heeft Noors als moedertaal, – nationaliteit wordt op de website van Clingendael stelselmatig verzwegen, dus we moeten het doen met secundaire indicatoren als opleiding en moedertaal – “working knowledge” van het Nederlands, maar ziet er sympathiek uit. Daarom wordt ze door de Nederlandse belastingbetaler in staat gesteld om aan ons buitenlandbeleid mee te werken.

Verder.

Marianne Ducasse- Rogier helpt ons met “diplomacy and foreign affairs”. Met alle respect voor deze sympathieke Française, wat heeft zij zich met de Nederlandse diplomatie en het Nederlandse buitenlandbeleid te bemoeien?

Diana Goff houdt zich als “research fellow”, net als senor Briscoe, bezig met “security & justice”. Deze sympathieke dame lijkt op basis van haar CV in de Verenigde Staten van Amerika te zijn geboren en getogen en mag nu mede ons veiligheidsbeleid vormgeven. Waarom?

Mariana Gomez Neto lijkt ondanks haar Spaanse naam gewoon Nederlands te zijn, hoewel ook haar nationaliteit op internet taboe lijkt te zijn, en dus gaan we verder met

Nick Grinstead, project assistant voor “conflict & fragility”. Nick is Amerikaan, naar het zich laat aanzien, maar ook hij heeft zijn nationaliteit zorgvuldig verborgen. Elders op internet zegt hij over zichzelf: “He speaks English, Levantine Arabic, intermediate Swedish and basic Spanish and French. He currently resides in Sweden and enjoys a good club sandwich.” Dus we mogen wel weten wat zijn favoriete lunchgerecht is, maar niet van welk land hij burger is. En opmerkelijk genoeg spreekt deze polyglot geen Nederlands.

Shaun Riordan heeft zestien jaar (sic!) in Britse diplomatieke dienst gewerkt, is woonachtig in Madrid en houdt zich nu bij het “Nederlandse Instituut voor Internationale Betrekkingen” bezig met “diplomacy & foreign affairs”. Men zou zeggen dat hij als voormalige Britse diplomaat en voormalig ambtenaar van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken elke zweem van partijdigheid moet mijden en zich niet moet bemoeien met de Nederlandse diplomatie.

Iemand anders die zich met ”diplomacy & foreign affairs” bezig houdt, is een project-assistent met de klinkende naam Francesco Saverio Montesano. Ook hier verzwijgt de website nationaliteit en herkomst, terwijl hij werkt in een van de weinige functies in ons land – namelijk als medewerker van het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen – waar dat juist wèl belangrijk is. Ook op LinkedIn vezwijgt hij zijn nationaleit, maar de klinkende naam en het diploma van een Liceo Classico in Rome doen vermoeden dat het niet om een Fin gaat.

Dan gaan we verder met Megan Price, “research fellow”. Zij houdt zich ook al bezig met “security & justice”, een populair onderzoeksveld bij Clingendael. Het lijkt wel of er een heel parallelministerie van Veiligheid & Justitie functioneert.

De volgende buitenlandse expert is Mark Singleton, “director of ICCT” en bijdragend aan – het onderzoek naar – “security & terrorism”. Mark, die eerder voor Tony Blair in Jeruzalem werkte als “Acting Head of Mission at the Office of the Quartet Representative”, is nu directeur van het “International Centre for Counter-Terrorism” in Den Haag. Waarom staat ie dan op de Clingendael website als één van hun experts? En is terrorismebestrijding niet iets voor de veiligheidsdiensten of voor de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid? Aangezien Singleton ook voor het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken gewerkt, werpt zich de vraag op of deze Brit op dat moment de Nederlandse nationaliteit bezat, want als dat niet zo is, is dat een dubbele schending van de grondwet.

Sofia Zavagli houdt zich als Italiaanse bezig met het Nederlandse beleid ten aanzien van “security & terrorism”. Ze heeft sinds november 2015 drie teksten geschreven voor haar werkgever, maar allemaal coproducties. Het lijkt een gewoonte te zijn bij Clingendael dat rapporten meerdere auteurs hebben. Zo kun je dus nooit zien van wie een concrete bewering komt, wie het onderzoek achter een stelling daadwerkelijk heeft gedaan. Geen enkele auteur is individueel verantwoordelijk voor wat hij schrijft en auteurs dekken elkaar. De “policy brief” over de aanslagen in Parijs in november 2015 heeft bijvoorbeeld zes auteurs voor tien pagina’s tekst: behalve Zavagli zijn dat directeur Ko Colijn, Mark Singleton, Bibi van Ginkel, Grégory Chauzal, en Christophe Paulussen. Het document eindigt met een reeks “beleidsaanbevelingen”, maar je kunt dus niet zien wie die gedaan heeft en uit welk land ze stammen. Als je de zes auteurs gezamenlijk verantwoordelijk houdt voor de inhoud, hetgeen de bedoeling lijkt, zijn deze aanbevelingen echter mede gedaan voor een Brit, een Fransman en een Italiaanse.

Voorts stuiten we op Cecilia Albin (Zweden) en Mark Anstey (Zuid-Afrika) die ons helpen met “diplomacy & foreign affairs”, Nicole Ball (VS) houdt zich weer bezig veiligheid en justitie.

Tony Bass – die 30 jaar als ambtenaar voor de Ierse overheid gewerkt heeft (sic!) – doet “Europe” en “Euroforum” voor het Nederlandse Instituut voor Internationale Betrekkingen. Van Bass worden helemaal geen publicaties op de website genoemd.

Mai’a Davis Cross (VS) doet hetzelfde als Bass, maar dan doet er nog “diplomacy & foreign affairs” bij.

Guy Olivier Faure – volgens Wiki in 1943 geboren in Frankrijk – doet ook D&FA, maar doet er nog “international negotiation” erbij.

Dus we hebben een Fransman die uitvoerders van het Nederlandse buitenlandbeleid moet leren hoe ze met vertegenwoordigers van andere landen, Frankrijk bijvoorbeeld, moeten onderhandelen.

Verder met Fen Osler Hampson. Die doet hetzelfde als Faure. Hampson lijkt een Canadees te zijn, maar dat valt niet met zekerheid vast te stellen, want ook hij laat zijn nationaliteit op internet weg. Voor hem spreekt dat hij tenminste een serieuze publicatielijst heeft, zij het merendeels niet voor Clingendael. Dan springen we over Bertus Hendriks heen, – zoals we ook met de overige Nederlandse gedaan hebben -, en komen we bij Brian Hocking. Hocking doet ook D&FA, dus dat onderwerp is rijkelijk bedeeld met expertise. Hocking lijkt een Brit te zijn op basis van de gecensureerde CV’s die van hem op internet te vinden zijn.

Daarna komen we via Arjuna Kannangara (D&FA, waarschijnlijk Brit) en Mordechai Melamud (Israël, D&FA) bij Valerie Rosoux, een Belgische dame te oordelen naar haar gecensureerde CV die zich, needless to say, ook bezig houdt met “diplomacy & foreign affairs”. Opvallend is dat er slechts één publicatie van haar hand wordt genoemd, uit maart 2014, hetgeen suggereert dat ze de laatste twee jaar geen onderzoek heeft gedaan dat het waard is om gepubliceerd te worden.

Vervolgens komen we bij Rudolf Schüssler (D&FA, international negotiation) die in zijn onschuld in zijn biografie op de Clingendael-website per ongeluk zijn nationaliteit vermeldt. Daar zijn we deze sympathieke Duitse professor van de Universiteit van Bayreuth dankbaar voor.

Daarop volgt Paul Sharp (D&FA, dit keer zonder international negotiation). Lijkt een Brit, Amerikaan of Canadees te zijn, maar heeft ook zijn nationaliteit van internet weggemoffeld.

We gaan verder met Paul Shotton, een Brit die ons onderwijst over “Europe” en, leuke woordspeling, “Euforum”.

Dan nog wat Hollanders totdat we afsluiten met Sarah Wolff, die wederom Brits lijkt te zijn en zich bezig houdt met “Europe & Euroforum”, alsmede met “security & terrorism”) en I. William Zartman, een voormalige adviseur van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Conclusie
Even tellen en dan blijkt dat er van de vijfennegentig experts liefst achtentwintig naar het zich laat aanzien niet over de Nederlandse nationaliteit beschikken.

Hier past maar een conclusie, namelijk dat een aanzienlijk deel van ons buitenlandbeleid inhoudelijk door buitenlanders wordt geschreven.

Dat is een duidelijke schending van onze grondwet en moet zo snel mogelijk rechtgezet worden.

Bevordert associatieverdrag handel en veiligheid?

Alexander Pechtold, fractieleider van Democraten 66, is een van de meest fervente voorstanders van het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne dat vandaag in een raadgevend referendum ter goedkeuring wordt voorgelegd aan het Nederlandse volk. Een referendum waarvan Pechtold overigens de noodzaak helemaal niet inziet, waarmee maar weer eens blijkt dat bestuurlijke vernieuwing bij de D66 in werkelijkheid een wassen neus is – maar dit terzijde.

De afgelopen dagen was hij frequent te zien op televisie en te horen op de radio om zijn standpunt toe te lichten. Hij concentreerde zijn betoog daarbij op drie kernargumenten, namelijk:
1 – Handel
2 – Veiligheid
3 – Help “de jonge generatie” om zich te bevrijden van het verleden

De eerste twee argumenten willen de kiezer overtuigen dat het verdrag gunstig is voor zijn eigen belang doordat handel en veiligheid toenemen, de derde argument is altruïstisch en suggereert dat de Oekraïense jeugd zonder aansluiting bij de Europese handelsruimte veroordeeld is tot een terugval in de duisternis van het sovjet-verleden.

Met het laatste argument appelleert Pechtold aan de vanzelfsprekende wens van de post-68 generaties om zichzelf vrij te ontwikkelen en ook anderen daartoe grootmoedig in staat te stellen.

Laten we de kernargumenten van Pechtold nader beschouwen. Wat bedoelt hij met “de handel”?

De Nederlandse handel, waarschijnlijk. De buitenlandse handel. Maar Nederland handelt met bijna de hele wereld. Handel dus met wie? Met China? Met Canada? Met Suriname? Nee, Pechtold bedoelt de handel tussen Nederland en Oekraïne, dus een zeer klein aandeel van onze buitenlandse handel.

Is het associatieverdrag goed onze buitenlandse handel? Nee, natuurlijk niet. De handelsbetrekking met Rusland zullen namelijk juist te leiden hebben onder ratificatie en inwerkingtreding van het verdrag, en de handel met Rusland is vele malen groter dan die met de Oekraïne.

De buitenlandse handel zal er dus door geschaad worden. Significant en substantieel geschaad worden, als we het in D66-taal mogen formuleren.

En hoe zit het met de veiligheid? Wiens veiligheid? Artikel 4 lid 2f van het associatieverdrag stelt dat er “meer samenwerking tussen de partijen op het vlak van veiligheid en defensie” moet komen. Dat zou in de praktijk de vorm krijgen van gezamenlijke militaire oefeningen en geleidelijke integratie in de NAVO. Rusland ziet dergelijke oefeningen aan zijn grenzen als een provocatie. Als de tweede militaire mogendheid ter wereld door dergelijke oefeningen wordt geïrriteerd, hoe draagt zulks dan bij aan “de veiligheid”?

Het voorstel tot nauwere militaire samenwerking tussen de EU en Oekraïne is juist een voortzetting van de conflictstrategie die Europa sinds de wederopstanding van Rusland op het wereldtoneel volgt. Enerzijds is en blijft de Europese defensie kansloos tegen een mogelijke Russische aanval, omdat de strijdkrachten van de lidstaten decennialang zijn uitgekleed en bovendien worden opgeleid om “vredesmissies” buiten het continent uit te voeren en niet meer getraind zijn op het verdedigen van de eigen landsgrenzen. Anderzijds wordt Rusland steeds meer geprovoceerd met uitbreiding van de NAVO naar het oosten, met financiële en economische sancties wegens de “annexatie” van de Krim, met een kunstmatig lage olieprijs, met onnodig beledigende uitspraken door de presidentskandidate Hillary Clinton aan het adres van de president van de Russische Federatie Vladimir Poetin, et cetera.

D66 is geen voorstander van defensieve herbewapening van de Nederlandse strijdkrachten, maar wel van maatregelen die het militair superieure Rusland tot op het bot tergen. Het lijkt haast of de strekking van het beleid is om Rusland tot een wanhoopsactie tegen Europa aan te zetten, terwijl Europa door het gat in de anti-tankcapaciteit weerloos moet blijven tegen de Russische conventionele overmacht.

Ook het derde argument snijdt geen hout. Want welke “jonge generatie” kan zich door het associatieverdrag eigenlijk bevrijden van het verleden?

Oekraïne bestaat voor ongeveer de helft uit Oekraïners en voor de helft uit Russischtaligen. West-Oekraïne is traditioneel wat meer op het westen gericht, en Oost-Oekraïne wat meer op Rusland. Dat ging prima, zolang niet één van beide kanten de macht naar zich toe wilde trekken.

Onder het regime van Porosjenko zijn de taalrechten van de Russische gemeenschap echter aanzienlijk ingeperkt. Daarmee is een signaal afgegeven aan de Russische helft van de bevolking dat zij erop kunnen rekenen als tweederangs burgers behandeld te worden.

Sterker nog, de dag na het bezoek van Europarlementariërs Guy Verhofstad en Hans Van Baalen aan Kiev in 2014, nam het Oekraïense parlement een wet aan die de tweetaligheid van het land praktisch afschafte. Dit terwijl de Europese Unie nota bene officieel – let wel, officieel – het garanderen van taalrechten aan bijvoorbeeld de Hongaarse minderheid in Roemenië als voorwaarde had opgenomen voor het opnemen van dat land in de EU in 2007. Een sterk staaltje van Brusselse hypocrisie en amnesie zou een EU-scepticus dit wellicht noemen.

De wet werd later deels teruggedraaid, maar de boodschap aan de Russischtalige Oekraïners was duidelijk.

Waar dus de Oekraïense “jonge generatie” wordt bevrijd van het verleden, wordt de Russischtalige jonge generatie beroofd van haar toekomstperspectief. Sterker nog, zij wordt veroordeeld tot een toekomst onder het corrupte regime van premier Porosjenko, die er zijn hand niet voor omdraait om een voormalige buitenlands staatshoofd, Mikheil Sjaakisvili, een paspoort toe te stoppen en tot gouverneur van een Oekraïense provincie te maken die groter is dan zijn voormalige land Georgië. De ultieme vernedering voor de Russischtalige burgers van Oekraïne, dat zelfs een Georgiër met een buitenlands paspoort de voorkeur krijgt boven alle mogelijke Russischtalige kandidaten. Porosjenko, die zijn persoonlijke vermogen van 720 miljoen dollar tijdens zijn ambtsperiode met 20% heeft weten te vermeerderen.

De argumentatie van Pechtold draagt inhoudelijk niets bij tot verheldering van de kwestie waar morgen over gestemd wordt. Zij onthult echter haarfijn dat een politicus, mits hij sympathiek en gematigd is in zijn houding, ongestraft verregaand demagogie en volksverlakkerij kan bedrijven.

Toetreding Oekraïne slecht idee – 3

Een verdere zeer belangrijke reden om Oekraïne geen kandidaat-lid van de Europese Unie te maken, ligt in de bijzondere sociaal-economische omstandigheden van het land.

Oekraïne is een post-communistisch land dat langer dan andere landen, langer zelfs dan Rusland, heeft gewacht met markthervormingen en democratisering. De Oekraïners hebben in december 1991 met overweldigende meerderheid voor onafhankelijkheid gestemd en in de eerste jaren prioriteit gegeven aan zogeheten nation building boven economische hervormingen. Dat blijkt onder andere uit het feit dat de EU Oekraïne pas in 2005 (!) heeft erkend als “markteconomie” en de VS pas in 2006.

In de jaren ’90 werd het land leeggeplunderd door oligarchen die allerlei goederen tegen door de overheid vastgestelde prijzen inkochten, en met aanzienlijke winsten op de wereldmarkt (door)verkochten. Een twintigtal oligarchen bezat omstreeks 40% van de Oekraïense economie.

De rijkste oligarchen hielden zich niet bezig met productie, maar met doorverkopen van gas.

Mede daardoor is de economische groei eigenlijk pas vanaf het jaar 2000 op gang gekomen. Ook die groei was aanvankelijk eenzijdig. De Zweedse econoom Anders Aslund wijst er in zijn standaardwerk Ukriane. How Ukraine became a market economy and democracy op dat de oligarchen die tot 1999 rijk werden met “arbitrage” in de handel van gas, vanaf 2000 rijk werden door de productie van staal. Daardoor ontstond in macro-economische zin weliswaar meer concurrentie en productie, maar het hielp niet bij het ontstaan van een middenklasse en de “gewone man” profiteerde er nauwelijks van.

De huidige president Petro Poroshenko is een van die oligarchen. Hij is rijk geworden door andere het bedrijf Roshen, dat suikergoed produceert, waaraan hij zijn bijnaam “Chocoladekoning” dankt. In maart 2012 werd zijn vermogen door Forbes geschat op 1 miljard dollar.

Roshen

Porosjenko is echter bij lange na niet de rijkste. Dat is Rinat Achmetov met een geschat vermogen van 6,5 miljard dollar. Akhmetov is eigenaar van voetbalclub Shakhtar Donetsk en zit in mijnbouw, financiële dienstverlening, verzekeringen, media, telecommunicatie en onroerend goed.

De oligarchen hebben ook hun eigen “facties” in het parlement, waar zetels te koop zijn voor de hoogste bieder.

Terwijl Oekraïne dus een twintigtal van de rijkste mensen van Europa kent, staat het land op plaats 108 van de lijst van het Internationaal Monetair Fonds van rijkste landen ter wereld, nog onder landen als Namibië, Swaziland en Botswana.

Oekraïne heeft geen politicus van het type Vladimir Poetin gehad, die de macht van de oligarchen heeft gebroken en de belastinginning ter hand genomen heeft – de belastingpolitie in Rusland komt desnoods langs met automatische geweren – en de inkomsten van de staat heeft hersteld.

Mouwinsigne van de Russische Belastingpolitie
Mouwinsigne van de Russische Belastingpolitie

Oekraïne heeft ook geen gas- en olievoorraden die het kan verkopen op de wereldmarkt. In tegendeel, het verkeert in een positie van “strategische afhankelijkheid” van Russische olie- en gasleveranties. Als het lange tijd de rekening niet betaalt, of Rusland anderszins te veel tergt, gaat midden in de winter overal het licht en de verwarming uit.

Aangezien de Oekraïense overheid door de invloed van de oligarchen op het parlement onvoldoende belasting kan heffen over de meest productieve sectoren van de economie, is Oekraïne financieel afhankelijk van leningen van het IMF. Oekraïne heeft in 2008 een IMF-lening van 16,4 miljard dollar toegezegd gekregen, en in juli 2010 opnieuw een lening van 15,15 miljard dollar. In maart 2014 werd een reddingspakket van 14 tot 18 miljard dollar toegezegd.

Een deel van het IMF-geld wordt echter niet geïnvesteerd in de economie, bijvoorbeeld in het verhogen van de productiviteit, maar besteed aan de burgeroorlog.

Het IMF overweegt niettemin om Oekraïne nieuwe leningen te geven en overtreedt daarmee haar eigen “No More Argentina’s”-regel uit 2001 dat je geen geld aan landen moet lenen, als er geen vooruitzicht is dat zij het terug kunnen betalen. Het lijkt er dan ook op dat het IMF onder voorzitterschap van Christine Lagarde – voormalig Frans minister van Economische zaken en Amerikaanse marionet – onder druk van het US State Departement de oorlog van de pro-westerse Oekraïense regering tegen de Russischtalige bevolking van Oost-Oekraïne aan het financieren is.

Kijken we naar de toetreding van een post-communistisch land als Roemenië in 2007, dan kan dat – met alle respect voor land, volk, taal en cultuur van de Roemenen – in economisch opzicht geen wederzijds succes genoemd worden. Er werken momenteel 3 miljoen Roemenen in andere lidstaten van de EU, terwijl er nauwelijks burgers uit andere lidstaten in Roemenië werkzaam zijn. Nederland telde in 2013 volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 5800 Roemenen die verdacht werden van een misdrijf, terwijl er nauwelijks Nederlandse criminelen in Roemenië zijn. Kortom, het principe van reciprociteit werkt absoluut niet.

Roemenië is een door en door corrupt land. Ook essentiële Europese waarden als taalkundige en andere rechten voor minderheden worden in de praktijk niet nageleefd. In 2013 werd de Nederlander Gabor Landman op een Roemeens politiebureau geslagen en geboeid, omdat hij uitgeprobeerd had of het recht om de politie in het Hongaars te woord te staan in een gebied waar de Hongaarse minderheid woonde, in de praktijk functioneerde.

Als de toetreding van Roemenië al zo problematisch is verlopen, wat mogen we dan van Oekraïne verwachten?

De Oekraïense economie is er nog slechter aan toe dan de Roemeense en heeft minder uitzicht op herstel. Oekraïne is nog corrupter dan Roemenië. De huidige Oekraïense regering heeft zo weinig respect voor de Russischtalige bevolking aan de dag gelegd dat twee oostelijke regio’s zich hebben afgescheiden en het land sinds maart 2014 in staat van burgeroorlog verkeert.

De EU is niet in staat om de Oekraïense economie te integreren. Nog ongeacht de zorgwekkende economische toestand van landen als Griekenland, Spanje, Portugal en Italië, en de miljoenen asielzoekers die momenteel de Noord-Europese landen trachten te bereiken. Zelfs een EU in optima forma zou dit economisch inefficiënte, juridisch krachteloze en politiek instabiele brok niet kunnen verteren.

Toetreding Oekraïne slecht idee – 2

Een tweede reden waarom toetreding van de Oekraïne tot de Europese Unie geen goed idee is, is simpelweg het feit dat daardoor een “ledemaat” van het mystieke lichaam van het Russische volk zou worden afgerukt.

Naar schatting 40% van de Oekraïense bevolking is Russischtalig. Dat komt neer op ongeveer 18 miljoen zielen. Met de Oekraïne zou de EU tegelijkertijd dus een enorme Russische minderheid binnen de grenzen halen. Een minderheid waarvan een deel – de regio’s rond Donetsk en Loegansk – zich uit protest tegen het centralisme van Kiev reeds hebben afgescheiden.

De beide republieken hebben zelfs aansluiting met Rusland gevraagd, maar dat verzoek is door de lankmoedigheid van de Russische president Vladimir Poetin niet doorgegaan.

De Russen in Oekraïne zouden in één klap de grootste minderheid binnen een lidstaat van de EU worden, waarmee de EU een minderhedenprobleem van ongekende proporties zou binnenhalen.

De EU heeft overigens reeds een Russische minderheid van in totaal 1 miljoen, namelijk in de Baltische staten. Deze minderheid voelt zich in politiek, economisch en cultureel opzicht al twintig jaar gemarginaliseerd, dus daar kan men niet van een geslaagde integratie spreken.

De grenzen van de EU zouden in één klap meer dan 800 km (!) naar het oosten opschuiven. De stad Loegansk ligt strikt genomen zelfs oostelijker dan Moskou.

Qua oppervlakte zou de Oekraïne – als we de overzeese gebiedsdelen van Frankrijk niet meetellen – direct het grootste land van de EU worden. Qua inwonertal zou het met zijn 45 miljoen inwoners op de zesde plaats komen, na Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Italië en Spanje.

Gezien de historische banden tussen de twee landen – Oekraïne was van 1569 tot 1648 onderdeel van Polen, West-Oekraïne zelfs tot 1795 -, zouden daarmee de positie en de invloed van Polen binnen de EU relatief versterkt worden.

Pools-Litouws Gemenebest 16e-17e eeuw
Pools-Litouws Gemenebest

Als Polen en Oekraïne gezamenlijk optreden, zijn ze kwa inwonertal groter dan Duitsland.

Duitsland zou de gelegenheid krijgen om haar economische invloedssfeer uit te breiden naar het oosten, waarmee met name de Fransen en de Britten niet blij zouden zijn en Hongarije zou de banden aanhalen met zuid-oost Oekraïne, dat immers bijna duizend jaar onderdeel is geweest van Hongarije.

karpatalja
Zuid-West Oekraïne

Maar in de praktijk is toetreding van Oekraïne in zijn huidige vorm geheel onmogelijk. De regio’s Donetsk en Loegansk hebben zich immers de facto afgescheiden van Oekraïne. Hoewel zij nog niet als onafhankelijke staten erkend zijn, hebben zij hun positie door het tweede verdrag van Minsk (februari 2015) geconsolideerd.

Hoewel het uiterst onwaarschijnlijk is dat Donetsk en Loegansk hun hard bevochten vrijheid zullen opgeven, beschouwt de Oekraïense regering beide volksrepublieken nog als “tijdelijke bezette gebieden”.

Hetzelfde geldt voor het schiereiland Krim, dat zich niet alleen heeft afgescheiden van Oekraïne, maar zelfs heeft herenigd met Rusland. De Krim – dwz de federale stad Sebastopol en de Autonome Republiek de Krim – maakt sinds 21 maart 2014 officieel deel uit van de Russische Federatie, maar de Oekraïense president Pjotr Porosjenko heeft in juni 2015 jn zijn inaugurele rede gezegd dat Oekraïne de Krim “nooit zou opgeven”. Met toetreding van de Oekraïne zou de EU dus de aanspraken van Oekraïne op Russisch grondgebied overnemen, en daarmee een blijvende bron van spanning. Zou Porosjenko proberen de status quo te doorbreken, dan kan de Krim zelfs een casus belli worden.

De enige oplossing daarvoor is het erkennen van de afgescheiden volksrepublieken, maar daarmee zou de EU de nieuwe lidstaat tegen zich in het harnas jagen.

Kortom, door de weg in te slaan naar een lidmaatschap van Oekraïne, steekt de EU zich in een geopolitiek wespennest.