Alle berichten van admin

Gábor Vona loopt dagje met de zigeuners mee

De voormalige leider van de extreem-rechtse Hongaarse partij JOBBIK (“Voor een beter Hongarije”), Gábor Vona, ging onlangs op bezoek bij de zigeuners in het dorpje Bükszenterzsébet op 130 kilometer van Boedapest.

Het verslag werd op 15 augustus 2018 op zijn vlog gepubliceerd en is een aanrader voor iedereen die zich in de verhouding tussen extreem-rechts en de Hongaarse zigeuners interesseert, waaronder de redactie van Elsevier die de partij bij haar opkomst in 2009 als ‘anti-zigeuner-partij’ karakteriseerde.

Gábor, die er in het Hongaarse parlement regelmatig met gestrekt been in ging tegen premier Viktor Orbán – die dan handig opsprong en met zijn noppen op Gábors enkel probeerde te landen -, vertelt als hij met zijn Skoda onderweg is dat hij meerdere studies over de positie van de Hongaarse zigeuners heeft gelezen en zelfs boeken over het onderwerp heeft klaarliggen, maar dat een dag meedoen met de zigeuners en leven zoals zij, veel meer waard is dan een boek.

Als introductie in het zigeunerleven heeft hij een typisch zigeunerklusje gekozen, namelijk gras maaien en bomen snoeien.

Gábor wordt onder de hoede genomen door de voorman van het hoveniersbedrijfje, dat hij van tevoren gecontacteerd had, die hem voorstelt aan zijn ‘nieuwe collega’s.

De kennis making verloopt soepel

al moet er hier en daar  wat skepsis overwonnen worden:

De nieuwe collega die voor de klus nog even een sigaretje rookt met een energydrankje in de hand, kijkt weg en lijkt te denken: “Als ik vanavond maar met mijn dagloon wegloop” en dat is ook de context van de ontmoeting. Werk.

Bijna 10 jaar politieke ervaring en het pluche van het Hongaarse parlement hebben Gábor milder gemaakt.  Beide heren zijn ongeveer even oud, lijken wat grijs om de slapen te hebben en zijn aan het werk.

Onderweg naar de klant stelt Gábor simpele en praktische vragen die bij iedereen leven – waar onze journalisten nog wat van kunnen leren – en vraagt of Roma-kinderen, – Gábor is inmiddels geswitched van ‘zigeuners’ in de inleiding naar het politiek-correcte ‘Roma’ – net als Hongaarse kinderen ook in grote getalen naar het buitenland trekken.

De voorman legt uit dat dit in zijn streek niet het geval is, omdat de meeste zigeuners gezinnen hebben.

Gábor vraagt of het nog steeds zo is dat zigeuners jong trouwen en dat blijkt in dit dorp het geval. Trouwen op je 20-ste blijkt vrij normaal.

Op de vraag, wat de mensen in zijn gemeenschap op dit moment bezig houdt, antwoordt de voorman ontwijkend dat ze überhaupt geen tijd hebben om na te denken. Je gaat ’s ochtends naar je werk en ’s avonds kom je terug.

En als je geen werk hebt, ben je het wel  aan het zoeken, dus veel tijd om na te denken blijft er niet over.

De acacia’s zijn al gesnoeid, dus het wordt maaien vandaag. Gábor neemt de grastrimmer van 4-5 kilo in de hand en zegt: “Valt wel mee”. Collega antwoordt: “Zeker, maar na een hele dag voelt ie anders”.

Nadat de talud van de spoorwegen gemaaid zijn – een aanwijzing dat het om een klus van de gemeente gaat – komen op weg naar de volgende klus de tongen los. De man die aanvankelijk sceptisch was, vertelt dat hij in het bos opgegroeid is. Gábor merkt tegen zijn gesprekspartner op dat die daar dan thuis is.  Niets verbroedert meer, dan samenwerken. Als het personeel tenminste niet door een of ander managementmodel opgezet wordt om tegen elkaar te concurreren, zoals bij bedrijven als Nike.

Dus so far so good. Veiligheidshelm op, gewicht goed verdelen, zodat je aan het einde van de dag nog wat over hebt. Want het blijft zwaar werk dat zigeuners dag in dag uit doen, als ze tenminste werk hebben.

“Ik heb geen goed woord over hem gehoord”, vervolgt de voorman voor de camera, “dat ie van de Jobbik is en zo”.

“Maar hier ben ik blij mee. Ik ben blij dat hij naar ons toegekomen is. En de handen uit de mouwen steekt”.

Als Gábor ingewerkt is, zegt de voorman: “Ik kende hem niet, althans alleen van de TV, maar volgens mij is ie net zo recht-op-de-man-af als wij zijn”.

Nadat hij een strook van 20 meter heeft getrimd, geeft Gábor te kennen: “Ik begrijp nu wat voor werk er schuil gaat achter een stukje getrimd gras, petje af. Het was best lang, vooral aan het einde”.

Voorman: “Ja, maar je kijkt om en ziet gelijk het resultaat van het werk dat je  hebt gedaan”.

Gábor: “Directe feedback”.

Voorman: “En, ben je tevreden?”

Gábor: “Nou ja, ik weet niet hoe het eruit zou zien, als een ander het gedaan had”.

Voorman: “Die zou het niet beter gedaan hebben”.

Nu het ijs gebroken is, komen de pijnlijke kwesties op tafel. Gábor: “Mijn vader was metselaar. Hij werkte vaak met zigeunermensen en hij vertelde me dat ze, bij hem in de bouw, vaak beter werkten dan wie dan ook.”

“Dan is er de andere mening, die zeggen dat zigeuners lui zijn, dat ze niet willen werken.”

“Maar”, vervolgt Gábor, “dat hangt er misschien niet persé vanaf of iemand zigeuner is of niet”.

“Klopt”, zegt de voorman, “ik heb jou gezegd dat ik een zigeuner ben, maar als ik onder Hongaren ben, voel ik me niet zo. Dan voel ik me gewoon Hongaar”.

De voorman voegt er nog aan toe dat hij niet bang is voor racistisch geweld en dat hij ook niet heeft meegemaakt dat hij erop aangekeken wordt dat hij zigeuner is.

Het interview bevestigt de indruk dat werkende zigeuners zich succesvolle burgers voelen en ook zo worden gezien. En dat zigeuners een etnische afstamming en culturele identiteit hebben, maar dat die wegvalt als ze participeren in de Hongaarse maatschappij, bij uitstek op de arbeidsmarkt. Los de werkeloosheid op en het zigeunerprobleem in Hongarije smelt als sneeuw voor de zon.

Ondanks het PR-karakter van het uitstapje en de mogelijkheid dat er wat geld van hand is verwisseld, kunnen wij dat beeld wel bevestigen. Althans bevestigen dat dit beeld veel dichter bij de realiteit staat dan het beeld dat de Westerse media verspreiden, dat zigeuners een onderdrukte minderheid vormen die dagelijks gediscrimineerd wordt en door het racisme van de Hongaarse meerderheidsbevolking niet uit hun problematische situatie komen.

“Het werk is alles voor ons”

Op weg terug van het werk, is de sfeer ontspannen, zo niet hartelijk, en vraagt Gábor aan een derde collega hoe hij de toekomst van de Roma in Hongarije ziet.

Deze zegt, typisch Hongaars, dat er vanuit de geldwereld een groep mensen wordt ingezet, die afhankelijk van hen zijn en die  het volk met allerlei maatregelen afknijpen. “Zolang we die niet opruimen”, zegt hij, “wordt het niks met ons zigeuners”.

Bükszenterzsébet heeft een onafhankelijke burgemeester (de Jobbik werden er tiende bij de gemeenteraadsverkiezingen), maar je moet oppassen met wat je zegt, want anders krijgt je familie geen klusjes van de gemeente meer, besluit hij. Zo blijkt dus dat de economische pressie op de zigeunergemeenschap dreigender is dan de maatschappelijke.

Hij beklaagt zich nog, zoals de traditionele zigeuners vaak doen tegenover de nieuwe generatie, dat de huidige jongeren geen doel meer in hun leven hebben en ze zichzelf daar geen plezier mee doen.

Zo komen we aan het einde van een bijzondere dag.

Ook de rest van de zigeuners van het dorp is blij dat Gábor de stoute schoenen aangetrokken heeft. Opnieuw de voorman:

“Zij waren er ook blij om [dat Gábor hen had bezocht, redactie], laat hem maar komen, laat hem temidden van ons zigeuners zijn”.

In zijn afsluitende woorden tot zijn kijkers zegt Gábor: “Ik wil de situatie van de Hongaarse zigeuners  beter in kaart brengen en blijven volgen. En daarbij op de positieve voorbeelden concentreren, op rolmodellen. Als deze video ertoe kan bijdragen dat zigeunerondernemers met vertrouwen de Hongaarse arbeidsmarkt opgaan of dat er Hongaarse werkgevers zijn die zigeuners als werknemer aannemen, dat ze hen tenminste een kans geven, dan hebben we al veel bereikt”,

Hongaarse werkgevers moeten vaker zigeuners aannemen

Hongarije: minderheden en massa-immigratie

In het debat over de zogeheten quota, de herverdeling van migranten over de lidstaten van de Europese Unie op last van de Europese Commissie (=newspeak voor Europese regering), wordt over één specifiek argument altijd beleefd gezwegen: zigeuners.

Hongarije kent een aanzienlijke zigeunerbevolking die getalsmatig op omstreeks 600.000 personen geschat wordt, oftewel 6% van de bevolking van 10 miljoen, die op sociaal-economisch gebied slechts gedeeltelijk geïntegreerd is.

Hoewel veel zigeuners economisch succesvol zijn en maatschappelijk waardering oogsten, ligt het niveau van werkgelegenheid, onderwijs en dus van inkomen van de meerderheid van de Hongaarse zigeuners ver onder het gemiddelde van het land.

We zullen hier niet ingaan op de oorzaken van deze ongelijkheid, maar slechts noemen dat het geboortecijfer bij zigeuners hoger ligt dan bij niet-zigeuners en hun in de loop van de moderne geschiedenis de traditionele middelen zijn afgenomen om in hun levensonderhoud te voorzien. De hevigste aanval op de levenswijze van de zigeuners vond plaats onder het communisme (1948-1989), toen er een beleid werd gevoerd van gedwongen vestiging in stenen gebouwen in lelijke buitenwijken.

Als je een zigeuner zijn etnische en culturele identiteit afpakt, zoals die tot uitdrukking komt in zijn levensstijl, houd je alleen maar een man over met een laag inkomen en weinig sociale status.

Je mag een man alles afpakken, maar niet zijn trots.

Het gevolg was een explosie van criminaliteit bij gefrustreerde en ambitieuze zigeunermannen.

Een klein deel van de Hongaarse zigeuners is al tientallen jaren verantwoordelijk voor een disproportioneel groot aandeel in de criminaliteit.

Iedereen weet dat, maar de overheid heeft haar best gedaan om die cijfers in de doofpot te stoppen, hetgeen heeft geleid tot een beleid van niet-aanpakken van het probleem en de opkomst van extreem-rechtse milities in afgelegen gebieden, waar Hongaren lijden onder zigeuner-criminaliteit.

Daardoor werd het probleem van zigeunercriminaliteit in de praktijk niet opgelost, maar afgeschoven op de armere delen van de Hongaarse bevolking.

In 1990 heeft de Hongaarse overheid verboden om de etniciteit van daders te registreren. Onderzoeker Szilveszter Póczik van het Landelijk Criminologisch Instituut vond daar echter wat op. Hij deed in 2000 onderzoek in Hongaarse gevangenissen, waar hij veroordeelden de vraag voorlegde of zij zichzelf als zigeuner beschouwden. 49.9% van de ondervraagden antwoordde daarop met “ja”. [bron: Magyar Demokrata, 24 juni 2009, ‘Ki védjen meg minket?’].

Een kolonel van de Hongaarse politie van een district ten zuiden van het Balaton-meer die mij in (of omstreeks) 2010 een rondleiding gaf door zijn streek, vertelde mij dat volgens interne gegevens van de Hongaarse politie de cijfers zelfs nog hoger lagen (80%).

Uit het feit dat omstreeks de helft van de veroordeelde gedetineerden zigeuner is, kan worden afgeleid dat omstreeks de helft van de misdrijven, waarvoor de rechtbank een vrijheidsstraf oplegt, – met andere woorden vooral misdaden tegen personen en goederen – door zigeuners wordt gepleegd. Zigeuners maken 6% van de bevolking uit, maar plegen 50% van de misdrijven. Zij zijn dus als statistische groep 10 keer zo crimineel als de overige Hongaren.

De cijfers van het Landelijk Criminologisch Instituut betekenen echter niet dat de meeste zigeuners crimineel zijn. Als elke zigeuner een evenredig deel van die 50% misdrijven zou plegen, zou de typering “crimineel” voor de Hongaarse zigeuners terecht zijn, maar dat is niet het geval.

De meeste misdrijven worden gepleegd door recidivisten, hetgeen betekent dat het merendeel van die statistische criminaliteit in de praktijk gepleegd door een relatief klein aandeel van de zigeuner-bevolking.

De opvatting dat criminaliteit voor zigeuners een normale bron van inkomsten is, blijkt dus geen vooroordeel, maar een generalisering. Hij is juist met betrekking tot één deel van de zigeuners, maar onjuist met betrekking tot het andere.

Hier schuilt ook een rationeel motief voor discriminatie van zigeuners op de arbeidsmarkt. Een van de Hongaarse cursisten, aan wie ik Nederlandse les gaf, vertelde mij eens dat zigeunerinnen in haar streek niet aangenomen worden als schoonmaakster, omdat Hongaarse huisvrouwen hen niet vertrouwen.

Statistisch gezien is het inderdaad zo dat als een huisvrouw Rozália Oláh aanneemt, zij een grotere kans heeft dat er wat gepikt zal worden, dan als ze voor Ildikó Magyar kiest. Maar statistieken zijn misleidend: er is immers ook een grotere kans dat Rozália eerlijk is, dan dat ze zal stelen.

Die generalisering werkt ontmoedigend voor alle eerlijke zigeuners die werk zoeken en bemoeilijkt hun ontsnapping uit de armoede, waardoor het gevaar ontstaat dat Rozália redeneert: “Als ze me niet aannemen, omdat ze denken dat ik een dievegge ben, kan ik net zo goed uit stelen gaan”.

Nu werd het in de traditionele zigeunergemeenschap wel eens door de vingers gezien als eer een kip van een rijke boer gepikt werd, maar massaal stelen van de niet-zigeuner-bevolking werd en wordt door de zigeuners als een schande gezien.

Ik heb talrijke geassimileerde zigeuners gesproken, die zich schamen voor de wijdverbreide zigeunercriminaliteit. Zolang niet alle zigeuners aangekeken worden op het gedrag van een criminele minderheid, zijn ze best bereid om te erkennen dat het probleem bestaat.

Enkele jaren geleden ontmoette ik een zigeunermeisje, dat traditioneel was opgevoed, op haar 16e was getrouwd en op haar 22e al vijf kinderen had die ze perfect opgevoed had, een voorbeeld voor de Nederlandse ouders. De kindertjes waren spontaan, spraken met twee woorden en ruimden alles achter zich op. Zij vertelde mij, nadat wij elkaar wat beter hadden leren kennen: “Weet u wat ik het ergste vind van de Hongaarse zigeuners? Dat ze niet eens willen weten wie ze voor zich hebben. Het eerste en het enige wat ze ze denken als ze iemand ontmoeten die ze niet kennen, is: ‘Voor hoeveel kan ik die afzetten?'”.

Zoals dit meisje, denken in stilte veel zigeuners, maar ze zullen dat in het openbaar niet snel toegeven, omdat daar eens strijd heerst tussen verschillende collectieve generalisaties.

Het politiek-correcte standpunt in Hongarije dat zigeunercriminaliteit niet bestaat, maakt het echter moeilijker om het probleem aan te pakken en werkt generaliseringen juist in de hand. Het zijn nu slechts de lezers van het kleine rechtse tijdschrift Magyar Demokrata die weten dat 1 – de helft van de criminaliteit inderdaad door zigeuners gepleegd wordt, maar dat 2 – dit door een kleine groep recidivisten gedaan wordt en de meerderheid van de zigeuners er dus niet op aangekeken kan worden.

Zo kan het dat in het debat over de herverdeling van migranten over Centraal-Europese landen als Hongarije, Slowakije, Tsjechië en Polen één argument bestaat, dat pertinent niet genoemd wordt: het feit dat een land als Hongarije, in tegenstelling tot de welvarende West-Europese landen, kampt met een groot sociaal-economisch probleem in de vorm van wijdverbreide criminaliteit en armoede onder de zigeuners.

Dat probleem vormt een ‘last’ op de begroting die te vergelijken is met de ‘kosten’ van massa-immigratie in een land als Nederland.

Hongaren denken stilletjes: ‘Jullie hebben Marokkanen, wij hebben zigeuners’ en ze hebben geen zin om nog een minderheid te ‘importeren’ die lange tijd afhankelijk zal zijn van overheidssteun en, gezien de TV-beelden van terroristische aanslagen in landen als Frankrijk en massale aanrandingen van blanke, niet-islamitische vrouwen in landen als Duitsland en Zweden, mogelijk voor sociale onrust en veiligheidsrisico’s zal zorgen.

я смотрю в темноту

Я смотрю в темноту, я вижу огни.
Это где-то в степи полыхает пожар.
Я вижу огни, вижу пламя костров.
Это значит, что здесь скрывается зверь.
Я гнался за ним столько лет, столько зим.
Я нашел его здесь в этой степи.
Слышу вой под собой, вижу слезы в глазах.
Это значит, что зверь почувствовал страх.

Ik kijk in de duisternis. Ik zie vuur.
Ergens op de steppe smeult een brand.
Ik zie vuur, ik zie de vlammen van een kampvuur.
Dat betekent, dat het beest zich hier schuilhoudt.
Ik ben er achteraan gejaagd, zoveel jaren, zoveel winters.
En ik heb het hier gevonden op de steppe.
Ik hoor het gejank, ik zie de tranen in zijn ogen.
Dat betekent dat het beest voor het eerst angst heeft gevoeld

Я смотрю в темноту, я вижу огни,
Это значит, где-то здесь скрывается зверь.
Он, я знаю, не спит, слишком сильная боль,
Все горит, все кипит, пылает огонь.
Я даже знаю, как болит у зверя в груди,
Он идет, он хрипит, мне знаком этот крик.
Я кружу в темноте, там где слышится смех,
Это значит, что теперь зверю конец.

Ik kijk in de duisternis. Ik zie vuur.
Dat betekent, dat het beest zich hier schuilhoudt.
Ik weet dat het niet slaapt, want het heeft te veel pijn.
Het brandt, kookt en flakkert nog.
Ik weet zelfs hoezeer het beest pijn heeft in zijn borst
Het loopt, het steunt, ik ken die schreeuw.
Ik cirkel rond in de duisternis, rond het gelach dat opklinkt.
Dat betekent dat het met het beest gedaan is.

Я не буду ждать утра, чтоб не видеть, как он,
Пробудившись ото сна, станет другим.
Я не буду ждать утра, чтоб не тратить больше сил,
Смотри на звезду – она теперь твоя.
Искры тают в ночи, звезды светят в пути,
Я лечу и мне грустно в этой степи.
Он уже крепко спит – слишком сладкая боль,
Не горит, не горит, утихает огонь.

Ik wacht de ochtend niet af, ik wil niet zien hoe het,
Eenmaal uit de slaap ontwaakt, geheel verandert.
Ik wacht de ochtend niet af, om niet nog meer kracht te spenderen.
Kijk naar de ster, die is nu van jou.
Vonken smelten in de nacht, sterren verlichten de weg.
Ik vlieg over de mistroostige steppe.
Het beest is in diepe slaap verzonken. Wat een zoete pijn.
Het vuur brandt niet, brandt niet en vervaagt.

Когда утро взойдет, он с последней звездой
Поднимется в путь, полетит вслед за мной.
Когда утро взошло, успокоилась ночь,
Не грозила ничем, лишь отправилась прочь.
Он еще крепко спал, когда слабая дрожь
Мелькнула в груди, с неба вылился дождь.
Он еще крепко спал, когда утро взошло.
Он еще крепко спал, когда утро взошло.

Als de ochtend aanbreekt, gaat het met de laatste ster
Op weg en vliegt achter mij aan.
Als de ochtend aanbreekt, komt de nacht te rust.
Zij dreigde nergens meer mee, was immers heengegaan.
Het sliep nog diep, toen een zachte regen
Op zijn borst druppelde, toen goot het hemelwater neer.
Het sliep nog diep, toen de ochtend aanbrak.
Het sliep nog diep, toen de ochtend aanbrak.

Hendrikus Colijn en de corrumpering van het Nederlandse politieke bestel na 1848

De economische crisis, die in 2008 is uitgebroken en onder de oppervlakte nog aanwezig is, kan morgen voorbij zijn, indien de overheid zich terugtrekt uit alle maatschappelijke terreinen, waar zij niets te zoeken heeft.

Dat betekent een afslanking van tenminste 50%, het liefst 80% van de bureaucratie. Zelfs als men de ambtenaren gewoon doorbetaalt, is de schade die uitblijft doordat zij het economische verkeer niet meer inperken, zo substantieel, dat daarvan makkelijk alle ambtenaren doorbetaald kunnen worden.

Het eerste ministerie dat moet worden afgeschaft, is dat van Algemene Zaken dat in 1937 door vijfvoudig premier en oorlogsmisdadiger Hendrikus Colijn is opgericht.

De Nederlandse politiek is sinds de grondwetshervormingen van 1848 en met name sinds de oprichting van de eerste Nederlandse politieke partij in 1879 (de Anti-Revolutionaire Partij) gaandeweg steeds corrupter geworden.

Die corrupte heeft geleid tot een systeem van ‘kakistokratie’, oftewel de heerschappij door de slechtsten. ‘Kakistokratie’ is een bestuursvorm, waarbij het besturen wordt gedaan door de slechtste, minst geschikte of gewetenloze inwoners. De term is een samenstelling van de Griekse woorden kakistos (κάκιστος = slechtste) en kratos (κράτος = regeren) .

Corruptie leidt altijd tot kakistokratie. Althans na twee tot drie generaties. Want wat doe je als corrupte bestuurder, die steekpenningen aangenomen heeft waarvoor hij zijn carrière kan verliezen en in de gevangenis kan belanden, als je kennis krijgt over een pedofiele collega die kinderen misbruikt?

Als je  hem aangeeft bij de politie, geeft hij jou aan wegens steekpenningen. Dus als je eenmaal corrupt bent, heb je geen 10 keuzes meer, maar slechts 2. Of je redt kindjes van huidig of toekomstig misbruik en je verliest je reputatie, inkomen en gaat de gevangenis is, óf je zwijgt en laat de pedo verdergaan met het misbruiken van kinderen. Dit is de grondreden voor de oververtegenwoordiging van  pedofiele netwerken in de politiek.

Corruptie is dus een glijdende schaal en leidt van kwaad tot erger. Het leidt tot een cultuur van compliciteit (medeplichtigheid) en tenslotte tot chantabiliteit. Als voldoende mensen binnen een partij of ministerie chantabel zijn, is de rot ver genoeg doorgedrongen om de partij of het ministerie van buitenaf te besturen.

De corruptie  van het Nederlandse bestuur was in het begin van de 20e eeuw zover doorgedrongen, dat zij kon leiden tot de formatie en  het functioneren van 5 regeringen (!!!) onder leiding van een oorlogsmisdadiger.

Laten we onze proto-nazi Hendrikus Colijn zelf aan het woord laten: “Ik heb er een vrouw gezien die, met een kind van ongeveer 1/2 jaar op den linkerarm, en een lange lans in de rechterhand op ons aanstormde. Een kogel van ons doodde moeder en kind. We mochten toen geen genade meer geven. Ik heb 9 vrouwen en 3 kinderen, die genade vroegen, op een hoop moeten zetten, en zo dood laten schieten. Het was onaangenaam werk, maar ’t kon niet anders. De soldaten regen ze met genot aan hun bajonetten. ’t Was een verschrikkelijk werk. Ik zal er maar over eindigen.”

Ik begrijp de redenering van Colijn niet. Omdat hij één vrouw met baby had doodgeschoten, of laten doodschieten, – wie zal het zeggen, de toedracht klinkt niet helemaal geloofwaardig -, ‘mocht’ hij geen genade meer geven. Hoezo niet?

Van wie niet? Van de satanistische opperdemon Baphomet? Dus toen moest Colijn wel 9 ongewapende smekende vrouwen en 3 onschuldige smekende kinderen laten doodschieten. Hij had immers geen keuze. Het was ‘werk’,  ‘onaangenaam’, maar werk.

Dat is de redenering van een psychopaat, niet van een gezonde militair.

Colijn was een voorloper van de Duitse oorlogsmisdadigers van bijvoorbeeld de politiebataljons. Polizeibataillon 322 begon bijvoorbeeld op 8 juli 1941 met de doorzoeking van de joodse wijk in Warschau en vermoorden op slag 22 mensen.  16 joden werden gevangen genomen en later alsnog afgemaakt. De Duitse politiebataljons  klaagden, net als Colijn, ook over de onaangename aspecten van hun werk. En net als Colijn, weerhield hen dat er niet van om de gruweldaden te verrichten.

Gelukkig regen de soldaten van Colijn de vrouwen kinderen  ‘met genot’ aan hun bajonetten. (Huh,  ze hadden ze toch doodgeschoten? Wat is het nou doodschieten of doodsteken? Of eerst schieten en dan met de bajonet op de baarmoeders en de kinderlijkjes insteken? En als het ‘onaangenaam’ was, waarom deed men het dan ‘met genot’? En hoe komen zoveel sadistische kindermoordenaars ‘toevallig’ in één eenheid en ‘toevallig’ onder bevel van Hendrikus Colijn? )

Nederland is in het interbellum geregeerd door een raszuivere oorlogsmisdadiger. Iemand die in 1894 tijdens de Lombok-expeditie onmenselijke wreedheden heeft begaan, waarvoor hij per krijgsraad veroordeeld en terechtgesteld had moeten worden om de Naam van Nederland te zuiveren.

Dat is niet gebeurd, in tegendeel, en dat  illustreert het criminele karakter van de Nederlandse bestuurlijke elite in de jaren ’20 en ’30, toen het land nog min of meer rechtstreeks vanuit patriciërsgeslachten bestuurd werd. Na de oorlog gebeurde dat overigens ook, maar dan indirect.

Voor zijn optreden kreeg Colijn de Willems-orde. Deze zou postuum moeten worden ingetrokken, want zij vervuilt de waarde van die onderscheiding voor Nederlanders die hem hebben verworven omdat zij vrouwen en kinderen beschermden tegen moordpartijen.

Colijn is niet ondanks, maar dankzij zijn oorlogsmisdaden premier van Nederland geworden.

Het onuitgesproken geheim van de Nederlandse politiek, is dat zij sinds de oprichting van het stelsel van politieke partijen, corrupt is.

We mogen over de nog levende politici geen kwaad woord zeggen, en velen van hen zijn natuurlijk zuiver op de graad. Maar die laatste categorie handelt vanuit individuele of levensbeschouwelijke motieven, of uit partijbelang. Het corrupte netwerk handelt echter vanuit compliciteit en chantabiliteit.

De niet corrupte politici moeten worden overtuigd om een beleidsmaatregel te steunen. Een tijdrovend proces van overleg en compromis.

De corrupte politici gehoorzamen echter, omdat zij anders riskeren dat zij worden ontmaskerd. Dat gaat sneller en is efficiënter en werkt de kakistokratie verder in de hand.

Het functioneren van de kakistokratie wordt op de website van Jamers Corbett uitgelegd door professor Kunstmatige Intelligentie Theerd Andringa van de Rijksuniversiteit van Groningen.

Vanuit het standpunt van de efficiënte uitoefening van de macht is de triplet van corruptie, compliciteit en chantabiliteit dus het meest geschikte instrument.

Natuurlijk wel in een context van een formele democratie, waarin de oude (adellijke, klerikale en handels-) elites vanuit hun nieuwe habitat in de financiële en zakelijke wereld invloed uitoefenen op openbaar bestuur, rechtspraak en de media.

Corruptie is de manier, waarop de financieel-economische wereld de politieke wereld beheerst. Zonder corruptie is dat niet mogelijk.

Wij kunnen de Nederlandse samenleving daarvan genezen, als wij de sfeer van het politiek en het rechtsleven emanciperen van die van de economie en het geldwezen. Als wij daarin slagen, hoeft u helemaal niet te weten hoe erg de corruptie aan de Nederlandse top is geworden. Want dat is veel en veel erger dan u zich kunt voorstellen.

minister buitenlandse zaken hongarije: migratie is geen mensenrecht

Bijgesloten drie interviews met de Hongaarse minister van Buitenlandse zaken, Péter Szijjártó.

Het eerste is met een vijandige BBC-reporter, die vast zit in de wolvenklem van de politiek vooringenomen journalistiek. Ze is niet onpartijdig, maar heeft een uitgesproken politieke voorkeur over wat voor beleid Hongarije zou moeten voeren ten aanzien van de zogeheten quota’s – gedwongen verdeling van immigranten over de lidstaten van de Europese Unie – en ze herhaalt bijna uitsluitend de kritiek op de regering van de oppositie, die in Hongarije bestaat uit voormalige communisten en links-liberalen.

Zij heeft dus allemaal mooie, linkse ideeën en opvattingen, maar stuit op het probleem dat de Hongaren geen linkse regering met een links programma hebben gekozen, – hetgeen in de ogen van de BBC de correcte handelswijze was geweest – maar een centrum-rechtse regering met een rechts programma.

Ze zit dus klem tussen haar politieke opvattingen en het feit dat het overgrote deel van het Hongaarse volk haar West-Euroese opvattingen via de stembus heeft afgewezen. Doordat ze de minister van Buitenlandse zaken zo fel aanvalt, door hem herhaaldelijk niet uit te laten spreken en hem aan te kijken alsof ze hem met het vuur in haar ogen zou willen verzengen, plaatst ze zichzelf nog eens extra in een ondemocratische hoek.

Er zijn veel programmapunten bij links die redelijk zijn, maar links is ook slachtoffer van de kunstmatige politieke tegenstelling tussen links en rechts. Het is een dualistische, zo niet dialectische configuratie van het politieke landschap, waarin beide zijden van het spectrum bepaalde onvolkomenheden en fouten hebben toegedeeld gekregen. De onvolkomenheid aan linker zijde, die in dit interview aan de dag treedt, is de intolerantie jegens andere politieke opvattingen. Dat is karakteristiek voor links, met name als die afwijken van de fundamentele opvattingen en onbewuste sentimenten onder het linkse wereldbeeld.

Voor zaken die door het volk gewild worden, maar niet samenvallen met de ideologie en het programma van  linkse politici, wordt het woord ‘populisme’ gebruikt. Dat is een wapen uit een partijdig en pejoratief begrippenstelsel, dat links ontwikkeld heeft om tegenstanders in de hoek te dringen, zonder hun argumenten te hoeven weerleggen. Andere voorbeelden, zoals ‘xenofobie’, komen in het interview ook aan bod.

Het probleem van links, is dat het er door zijn fanatisme en intolerantie jegens andersdenkenden in is geslaagd, om nationalisme te legitimeren als een gematigd alternatief.

Het tweede interview onderscheidt zich van het eerste, doordat de interviewster Szijjártó laat uitspreken.

De feiten worden door de vijandige journalistiek van de massamedia, die voor 80% links gestemd zijn, vaak eenzijdig of foutief aangehaald. De BBC-reporter liegt in feite gedurende het hele interview. Die van Breitbart is misschien niet kritisch, maar laat de minister tenminste uitspreken en liegt niet de hele tijd.

De feitelijke achtergrond van de discussie is, dat door de Amerikaanse interventies in Libië en Syrië een vluchtelingenstroom op gang is gekomen, die is aangevuld door een stroom immigranten. Er zijn dus twee categorieën. Die vluchtelingen worden nergens anders opgevangen, behalve door Europa.

De meeste Europese landen willen echter wel vluchtelingen opnemen, maar geen migranten. Dat komt door de economische crisis, de terroristische aanslagen en door de achtergrond van massale immigratie vanaf de jaren ’70, waardoor de gastvrijheid bij een deel van het electoraat op is.

De Hongaarse regering redeneert dat een echte vluchteling zijn paspoort bij zich heeft, omdat hij daarmee kan bewijzen dat hij uit een oorlogsgebied komt, bijvoorbeeld Syrië. Mensen die hun paspoort weggooien, zo redeneert de Hongaarse regering, willen het feit verbergen dat ze uit een gebied komen, waar geen oorlog woedt en dus dat ze geen vluchteling zijn, maar migrant.

De Hongaarse regering heeft het daarom tot strafbaar feit gemaakt om zonder papieren Hongarije te betreden. Daarmee offert zij bewust die groep mensen op, die daadwerkelijk gevlucht is, maar niettemin geen papieren heeft.

Zij doet dat omdat zij ervan uitgaat – en getalsmatig is dat juist – dat de groep échte vluchtelingen zonder papieren heel klein is.

Omdat Kroatië en Servië de vluchtelingen niet tegenhouden, maar doorsturen naar Hongarije, heeft Hongarije vervolgens in 2015 een hek aan zijn zuidgrens laten bouwen.

De truc van het hek is, dat het niet op de grens, maar enkele honderden meters in het binnenland is geplaatst . Daardoor is het officieel geen schending van het internationaal recht, als migranten die illegaal het land hebben betreden, worden uitgezet. Ze zijn immers nog in Hongarije en mogen daar dan in alle rust een officiële aanvraag voor politiek asiel doen en wachten op de uitslag die natuurlijk, net zoals bij ons in Nederland, maanden op zich laat wachten.

De migranten hebben daar natuurlijk geen zin in en proberen hun geluk vervolgens via een andere route. Typische Hongaarse slimheid.

De tragedie is dat een goed beginsel, namelijk het opnemen van vluchtelingen en van migranten, in de Realpolitik van de Europese Commissie (=regering) wordt gebruikt om de soevereiniteit van Midden-Europese landen te te ontmantelen. Die volkeren hebben dat instinctief aangevoeld en daarom op anti-immigratie partijen gestemd.

De beledigingen aan het adres van Hongarije zijn niet van de lucht. De VN vergelijken Hongarije met ISIS, een dermate absurde claim, dat de beledigende bedoeling erachter zijn uitwerking mist.

Marc Perelman van France 24 geeft in het derde interview tenminste het voorbeeld van hoe je op een beleefde manier wèl allerlei kritische vragen kunt stellen. Je ziet aan de lichaamstaal van Szijjártó hoezeer dat in de beleefde Hongaarse cultuur wordt gewaardeerd. Dat is een verschil tussen de West-Europese en de Midden-Europese journalistiek.

Visegrad-landen als modern Midden-Europa

In de lente van 1988, toen ik aan de Lóránt Eötvös Universiteit in Boedapest (ELTE) Geschiedenis  studeerde, werd ik in de werkkamer in de burcht van Buda ontvangen door de historicus Jenő Szűcs, bij wie ik college volgde.

Szűcs wilde, zoals iedereen in die tijd, weten waarom een Nederlander uit het rijke Westen naar het arme Hongarije was gekomen. Ik antwoordde dat ik dat niet wist, maar wel kon uitleggen hoe het gebeurd was: wij hadden in ons huis in Zeist vanwege het beroep van mijn moeder regelmatig Hongaarse musici over de vloer. Een daarvan, pianist András Schiff, gaf mij een keer een langspeelplaat van een Hongaarse pop-diva waar een liedje op stond met de titel ‘mondd nekem’.

Ik vroeg: “Waarom twee d’s?” Schiff antwoordde: “Dat is heel simpel. Met één d betekent het: ‘Hij/zij zegt me’, maar met twee d’s betekent het ‘zeg me!’. Dus verdubbeling van de medeklinker maakt van aanvoegende gebiedende wijs.”

Ik kon niet verdragen dat er een taal bestond die zo volstrekt anders was dan de talen die ik kende en besloot om Hongaars te leren.

Szűcs glimlachte en vroeg waarover ik mijn scriptie wilde schrijven, waarop ik antwoordde: “Dat weet ik nog niet. Misschien over Midden-Europa”.

Die scriptie is er nooit gekomen, want ik ben teruggekeerd naar Nederland, in Amsterdam Ruslandkunde gaan studeren en afgestudeerd op de opstand van de Russische boeren in Tambov tegen de bolsjewieken in 1920-1921, waar voor het eerst in Europa gifgas en concentratiekampen ingezet werden tegen de burgerbevolking.

Maar het gesprek met Szűcs  was een kiezeltje in het spoor van Hans en Grietje dat ik volgde door Midden-en Oost-Europa, op zoek naar mijn verleden en naar mijn toekomst.

Szűcs is namelijk auteur van het boekje ‘Vázlat ​Európa három történeti régiójáról‘ (1981) oftewel ‘Kort overzicht van de drie historische regio’s van Europa’, dat later in het Frans en in het Duits is verschenen onder de titel ‘Les trois Europes‘ (1985), respectievelijk ‘Die drei historischen Regionen Europas: Eine Studie‘ (1990).

In dat essay toont Szűcs aan dat Hongarije, alsmede het gebied, waarin het ligt, geen deel uitmaakt van Oost-Europa, maar van een ‘derde historische regio’ die door de eeuwen heen tussen West-Europa en Oost-Europa is ontstaan.

Die stelling was destijds risicovol, omdat de autoriteiten om politieke redenen Hongarije liever als onderdeel van ‘Oost-Europa’ wilden laten afschilderen, dan als land binnen een kleinere, min of meer onafhankelijke regio, waar vrij getwist kon worden wat die onafhankelijkheid precies inhield. Het essay verscheen  daarom aanvankelijk in de ‘samizdat’, dat wil zeggen dat het clandestien werd gedrukt en uitgegeven.

In de zomer van 1988 keerde ik terug naar Nederland en enkele maanden later overleed Szűcs in het dorpje Leányfalu op 60-jarige leeftijd. De decaan van de universiteit vertelde mij later dat hij zelfmoord gepleegd zou hebben, hetgeen ik niet begreep, omdat hij  door ons – zijn studenten – in stilte op handen gedragen werd.

De collegezaal was gevuld met positieve aandacht en liefdevolle verwachting, als Szűcs zijn voordrachten hield.  Ontspannen, rustig en bescheiden, maar zeker niet zonder besef van het belang van zijn levenswerk voor zijn land en voor de generatie na hem.

Hij verkeerde in de laatste maanden voor de val van het communisme in een weemoedige stemming, omdat hij voorzien zou hebben dat Hongarije zonder ‘civil society’, zoals die in West-Europa bestond, maar in Midden-Europa onder het communisme was vermorzeld, moeite zou hebben om zich tot een stabiele en sterke democratie te ontwikkelen.

Als hij inderdaad zelfmoord gepleegd heeft, dan zou dat inderdaad kunnen voortkomen uit de somberheid die zijn tijdloze inzichten in zijn ziel veroorzaakten. Niettemin past een suïcide niet bij het reine wezen van deze individualiteit.

Szűcs geloofde niet zozeer in historische wetmatigheden, als wel dat er binnen de grote lijnen van de geschiedenis mogelijkheden bestonden die je kunt verkwanselen of in goede sporen kunt leiden. En kennelijk maakte hij zich daar zorgen over.

Hij heeft gelijk gekregen. Het heeft in Hongarije nog tot 2010 geduurd, voordat de val van het communisme werd voltooid. Toen werd de socialistische partij, – die bestond uit steenrijke nakomelingen van de voormalige communisten en hun clientèle -, door de Hongaren electoraal vernietigd en kreeg de post-communistische partij ‘Fidesz’ een tweederde meerderheid, waarmee zij een jaar later de stalinistische grondwet kon vervangen.

De Fidesz werd in 2014 en in 2018 herkozen en heeft in haar derde regeringstermijn de onafhankelijke koers, die zij met het bouwen van het hek aan de zuidgrens in 2015 is ingeslagen, geconsolideerd.

In het hart van Europa zien we in de vorm van de eigen koers van de Visegrád-landen Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije de facto de wederopstanding van de derde historische regio van Europa.

Men kan zich afvragen in hoeverre Szűcs het eens zou zijn geweest met de wijze waarop dat gebeurt en of de wederopstanding van Midden-Europa zich in haar ware gedaante voltrekt of als een karikatuur, maar men kan niet ontkennen dat zij er is.

Hier staat veel meer op het spel dan alleen het herstel van Hongarije van de communistische heerschappij. Hier komt een van de ‘grote lijnen’ van de geschiedenis aan de oppervlakte.

74 jaar nadat generaal George S. Patton bij Metz door Eisenhower werd teruggefloten, omdat Berlijn door de Sovjet-strijdkrachten moest worden bevrijd, wordt de onafhankelijkheid van Midden-Europa voor onze ogen hersteld.

Rusland verkoopt zijn Amerikaanse staatsobligaties

De Russische regering heeft in april en mei j.l. het grootste deel van de Amerikaanse staatsobligaties verkocht die het bezat. In april bracht zij haar portefeuille terug van 96 miljard dollar naar 48,7 miljard dollar en in mei verkocht zij nogmaals voor 33,8 miljard dollar aan US Treasury Bonds, zodat het totaal eind mei op iets minder dan 15 miljard dollar stond.

Rusland heeft dus binnen twee maanden meer dan 80% van de Amerikaanse overheidsobligaties geliquideerd die het in zijn bezit had. Dat bedrag is mogelijk nog verder verminderd in de maand juni en de eerste helft van de maand juli, maar daar had internetsite Deutsche Wirtschafts Nachrichten nog geen informatie over.

De Russische president Vladimir Poetin verklaarde desgevraagd dat het monopolie van de Amerikaanse dollar onvoldoende degelijk is en daarom voor veel landen een risico is geworden.

De verkoop van Amerikaanse schatkistpromesses door de Russische regering gebeurt in de context van de handelsoorlog die de Amerikaanse president Donald Trump dit voorjaar heeft ontketend.

De beslissing van de Russische regering om de Amerikaanse staatsleningen te liquideren kan worden uitgelegd als een voorzorgsmaatregel, voor het geval dat de dollar gaat instorten, waar talrijke financiële experts voor hebben gewaarschuwd.

Het kan ook uitgelegd worden als een aanval op de dollar. Rusland is al sinds 2014 doelwit van sancties die door de Amerikaanse regering zijn afgekondigd en onder Amerikaanse druk zijn overgenomen door de lidstaten van de Europese Unie en Amerikaanse bondgenoten als Australië en Japan.

Dat is in feite ook een vorm van economische oorlogsvoering, te meer daar de sancties zijn gebaseerd op de valse aanname dat Rusland in 2014 de Oekraïne binnengevallen zou zijn en het schiereiland de Krim zou hebben geannexeerd.

Dat is niet het geval. Als het Russische leger daadwerkelijk Oekraïne binnengevallen zou zijn, zou Oekraïne binnen 24 uur verslagen en bezet zijn geweest en de regering van Petro Porosjenko zijn afgezet.

Ook is de Krim niet door Rusland geannexeerd, maar hebben de inwoners van het schiereiland, net zoals de Oost-Duitsers, in een referendum gestemd voor hereniging met het Russische moederland.

Het betreft dus geen reactie op Russische agressie, maar een vorm van economische oorlogsvoering door de Amerikaanse regering.

Ook de EU doet daaraan mee, want zij heeft deze maand besloten de sancties tegen Rusland tot februari 2019 te verlengen.

De Russische regering kiest voor de aanval op de dollar een moment, waarop de VS bezig zijn met een handelsoorlog tegen hun grootste economische concurrent China.

Wapengekletter uit China

De Chinese legerleiding spreekt over ‘vredesziekte’ en ‘onvermijdelijke oorlog’.

De Amerikaanse president Donald Trump heeft uitstekende argumenten voor zijn heffingen op de Chinese export naar de VS, maar het was beter geweest om de oplossing te zoeken in een liberalisering van de markten en een vermindering van de militaire uitgaven.

China interpreteert de heffingen nu als het begin van een handelsoorlog en de geschiedenis van de 20e eeuw laat het patroon zien, dat handelsoorlogen dikwijls gevolgd worden door daadwerkelijke oorlogen.

De Chinese reactie is er dan ook een van wapengekletter.

De Chinezen lezen de Amerikaanse handelsstrategie veel beter dan Trump beseft.

Ze komen nu ineens aanzetten met de ‘Val van Thucydides‘, het verschijnsel dat belangenconflicten tussen een heersende macht en een opkomende macht onvermijdelijk tot oorlog leiden, ook als dat niet altijd de bedoeling is van de conflictpartijen.

Als de Chinezen echt een aanval zouden voorbereiden, zouden ze dat er waarschijnlijk niet zo dik boven op leggen, maar die scherpe verandering van toon van de Chinese legerleiding is een indicatie dat de bevolking van China wordt voorbereid op een expansieve strategie en wijst op het gevaar van een nieuwe, Chinees-Amerikaanse wapenwedloop.

China is immers niet meer het in zichzelf gekeerde Rijk van het Midden dat een muur bouwde om buitenlandse invallers buiten te houden. Het beschikt sinds de Tweede Wereldoorlog over een communistische ideologie, die in essentie expansionistisch is en de oprichter van de communistische Volksrepubliek China staat onverminderd afgebeeld op alle biljetten van de Yuan.

Met dank aan James Corbett, de voortreffelijke onafhankelijke commentator die sinds jaar en dag open source investigations publiceert vanuit het zonovergoten westelijke deel van Japan.

 

 

Interview met Assad bevestigt dat direct conflict VS-Rusland is voorkomen

De Syrische president Bashar Al-Assad heeft in een interview met Murad Gazdiev van RT op 31 mei 2018 verklaard dat een direct conflict tussen de Verenigde Staten en Rusland in april ternauwernood is voorkomen.

Nadat interviewer Gazdiev er eerst op gewezen heeft dat er 5 kernmachten betrokken zijn bij de oorlog in Syrië, stelt hij de vraag [vanaf 25 minuten en 35 seconden]: “With regards to a potential escalation – ok, there are proxy forces from all these five nuclear powers, as well as their own forces engaged in Syria – but you as a president must have information as to how close have we come during this war to an escalation between these nuclear powers? ”

President Assad antwoordt: “In reality we were close to have direct conflict between the Russian forces and the American forces. Fortunately, it has been avoided. Not by the wisdom of the American leadership, but by the wisdom of the Russian leadership, because it is not in the interest of anyone in this world, first of all the Syrians, to have this conflict. “