Hillary Clinton is gevaarlijk

Hoewel de Amerikaanse presidentsverkiezingen pas in 2016 plaatsvinden, is het nu al 95% zeker dat Hillary Clinton de volgende president van de Verenigde Staten van Amerika zal worden, althans als het aan het establishment ligt.

Zij heeft immers de beste kaarten en er worden geen sterke tegenstanders tegen haar in het veld gebracht. Dat is meestal een teken dat er vanuit kringen van financiers van de verkiezingen geen, eh, uitgesproken enthousiasme is avoor andere kandidaten. En een verkiezing kost wel een dollar of tweehonderd miljoen, dus dan red je het niet. Zeker niet tegen iemand die zoveel steun in de media heeft als Hillary.

Hillary

Als je Hillary niet ziet als een persoon met een karakter en met opvattingen, maar als een doorgeefluik van belangen – en dat moet je bij de meeste Amerikaanse presidentskandidaten helaas doen – dan valt onmiddellijk een scherp contrast op: in haar binnenlandse beleid is zij relatief gematigd, maar in haar buitenlandbeleid is zij radicaal.

Binnen de VS wil ze de belastingdruk voor gezinnen verlichten, het kleinbedrijf stimuleren, 350 miljard dollar besteden om ervoor te zorgen dat studenten niet meer met een enorme studieschuld zitten als ze afgestudeerd zijn, investeren in wetenschappelijk onderzoek en in de infrastructuur, en de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt vergroten. Ze wil meer inkomensgelijkheid, de rijken meer belasten, het minimumloon verhogen en, terwijl ze door veel kiezers gezien wordt als de kandidaat van Wall Street, Wall Street – dus de hand die haar voedt – aanpakken met sterke onafhankelijke regulerende instellingen en het bestraffen van bedrijven die het te bont maken.

In haar buitenlandbeleid ziet haar “record” er heel anders uit. Hillary heeft in 1998 de Amerikaanse luchtaanval op een zogenaamde fabriek voor chemische wapens in de Soedanese hoofdstad Khartoem verdedigd. Het bleek een farmaceutische fabriek te zijn, de grootste producent van goedkope medicijnen tegen malaria en tuberculose in Soedan.

Ze verdedigde de bombardementen van de NAVO op Lybië in 2011, die hebben geleid tot het uiteenvallen van dat land en een toename van het terrorisme in Libië. En doordat de door Amerikaanse inlichtingendiensten bewapende islamitische milities vervolgens in Syrië aan het werk gingen, ook de oorzaak van de massale stroom vluchtelingen en migranten die nu Europa overspoelt.

Over de val van dictator Moeammar al-Qhadaffi zei ze: “We kwamen, we zagen en hij ging dood”. Een nogal smakeloze uitspraak. Het is immers niet erg chique om op te scheppen dat je iemand dood gemaakt hebt. En in de context van haar agressieve opvattingen over buitenlands beleid, mogelijk ook bedoeld als impliciet dreigement aan toekomstige doelwitten, zoals bijvoorbeeld president Basjir Assad van Syrië.

Ze stemde, in afwijking van haar meer gematigde partijgenoten, consequent voor interventie in Afghanistan en Irak. Ook zei ze in een interview toen ze nog senator was: “If Iran was to launch a nucleair attack against Israel, what would our response be? And I want the Iranians to know, that if I’m the president, we will attack Iran. And I want them to understand that, because it does mean that they have to look very carefully at their society, because in whatever stage of development they might be, in their nucleair weapons program, in the next ten years, during which they might foolishly consider launching an attack on Israel, we would be able to totally obliterate them. That is a terrible thing to say”, – aldus deze gestoorde bitch -, “but those people who run Iran need to understand that…”

Dit soort garanties aan een andere staat, kun je ook op een wat subtielere manier afgeven. Sterker nog, dat is gebruikelijk onder staatslieden. In de discussie over inzet van atoomwapens, moeten politici op eieren lopen. En niet taal uitslaan zoals “Als ik de president ben, zullen we Iran aanvallen” of “zouden we het totaal kunnen wegvagen”.

Zeker niet in de context dat Iran zelfs volgens zijn meest verstokte vijanden niet over atoomwapens beschikt en bovendien nog nooit een ander land heeft aangevallen.

Ze vindt ook dat de sancties die de VS en de EU Rusland hebben opgelegd vanwege de hereniging (“annexatie”) van de Krim met het Russische moederland, niet ver genoeg gaan. Ze wil de economische oorlogsvoering tegen Rusland opvoeren. Dat brengt echter het spook van een Russisch-Europese oorlog dichterbij.

In mei 2014 vergeleek Hillary, tijdens een bijeenkomst in Californië om geld in te zamelen van rijke particulieren, de vermeende steun van de Russische president Vladimir Poetin aan separatisten in Oekraïne met de wijze waarop Adolf Hitler zich aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog opwierp als beschermer van Duitse minderheden in het buitenland.

Dat is geen onschuldige vergelijking, want traditioneel vergelijken Amerikaanse bewindslieden leiders van landen die ze willen gaan aanvallen vaak met Hitler. Dat deed de Amerikaanse president Bill Clinton in 1999 ten aanzien van de Servische president Slobodan Milosevic: “What if someone had listened to Winston Churchill and stood up to Adolf Hitler earlier?” Dat deed minister van Defensie Donald Rumsfeld in 2002 met de Irakese dictator Saddam Hussein , toen hij een vergelijking trok tussen de politieke van Appeasement ten aanzien van Hitler-Duitsland en het verzet tegen de Amerikaanse plannen om Irak aan te vallen. Dat deed minister van Buitenlandse zaken John Kerry in 2013: “Assad now joins the list of Adolf Hitler and Saddam Hussein…”

In 2008 beweerde Hillary dat Poetin “geen ziel” heeft. Een totaal onnodige provocatie aan het adres van de leider van de tweede militaire mogendheid ter wereld. Je mag als politicus wel ferm zijn, maar je moet niet nodeloos andere staats- en regeringshoofden beledigen.

Begin dit jaar zei ze tegen de burgemeester van Londen Boris Johnson dat Europese leiders “te slap” zijn tegen Poetin.

Enkele weken geleden riep ze op om – in afwijking van het standpunt van de regering Obama – een “no-fly zone” af te dwingen boven Syrië. Dat zou inhouden dat de NAVO Russische vliegtuigen uit de lucht zou moeten schieten, oftewel het begin van een derde wereldoorlog. Op 23 oktober zwakte ze dat af door te zeggen dat Russische vliegtuigen niet bij de “eerste of tweede” overtreding van de Amerikaanse no-fly zone zouden worden neergehaald. Maar de suggestie bleef, dat ze dat bij de derde of vierde “schending” van de door de VS gedecreteerde no-fly zone wél neergeschoten zouden worden.

De oorlogszuchtige taal van Hillary baart niet alleen de republikeinen, maar ook een groot deel van haar partijgenoten zorgen. Men vreest met name dat Hillary de VS op de weg naar een oorlog met Rusland wil zetten.

Hillary wordt door zowel Amerikaanse als Europese media overwegend neergezet als gematigd, sympathiek en vooral als kandidaat die de “geschiedenis” aan haar kant heeft, omdat ze de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten kan worden.

De symboliek is begrijpelijk, maar misleidend, want het gaat om de inhoud, niet om de persoon.

Een presidentschap van Hillary is levensgevaarlijk, niet alleen voor Eruopa, maar ook voor de vrouwelijke Amerikaanse kiezer. Want wat is het voordeel voor Amerikaanse vrouwen als ze enerzijds een vrouwelijke president hebben, maar anderzijds New York tijdens een Russische vergeldingsaanval wordt vernietigd? Tezamen met een tiental andere Amerikaanse steden?

Wat is het voordeel van een vrouwelijk president die je naar een oorlog leidt met de tweede militaire mogendheid ter wereld, die beschikt over meer dan 7000 kernkoppen? Naar een VS met 150 miljoen inwoners?

Wiens belangen dient zij werkelijk?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *