я смотрю в темноту

Я смотрю в темноту, я вижу огни.
Это где-то в степи полыхает пожар.
Я вижу огни, вижу пламя костров.
Это значит, что здесь скрывается зверь.
Я гнался за ним столько лет, столько зим.
Я нашел его здесь в этой степи.
Слышу вой под собой, вижу слезы в глазах.
Это значит, что зверь почувствовал страх.

Ik kijk in de duisternis. Ik zie vuur.
Ergens op de steppe smeult een brand.
Ik zie vuur, ik zie de vlammen van een kampvuur.
Dat betekent, dat het beest zich hier schuilhoudt.
Ik ben er achteraan gejaagd, zoveel jaren, zoveel winters.
En ik heb het hier gevonden op de steppe.
Ik hoor het gejank, ik zie de tranen in zijn ogen.
Dat betekent dat het beest voor het eerst angst heeft gevoeld

Я смотрю в темноту, я вижу огни,
Это значит, где-то здесь скрывается зверь.
Он, я знаю, не спит, слишком сильная боль,
Все горит, все кипит, пылает огонь.
Я даже знаю, как болит у зверя в груди,
Он идет, он хрипит, мне знаком этот крик.
Я кружу в темноте, там где слышится смех,
Это значит, что теперь зверю конец.

Ik kijk in de duisternis. Ik zie vuur.
Dat betekent, dat het beest zich hier schuilhoudt.
Ik weet dat het niet slaapt, want het heeft te veel pijn.
Het brandt, kookt en flakkert nog.
Ik weet zelfs hoezeer het beest pijn heeft in zijn borst
Het loopt, het steunt, ik ken die schreeuw.
Ik cirkel rond in de duisternis, rond het gelach dat opklinkt.
Dat betekent dat het met het beest gedaan is.

Я не буду ждать утра, чтоб не видеть, как он,
Пробудившись ото сна, станет другим.
Я не буду ждать утра, чтоб не тратить больше сил,
Смотри на звезду – она теперь твоя.
Искры тают в ночи, звезды светят в пути,
Я лечу и мне грустно в этой степи.
Он уже крепко спит – слишком сладкая боль,
Не горит, не горит, утихает огонь.

Ik wacht de ochtend niet af, ik wil niet zien hoe het,
Eenmaal uit de slaap ontwaakt, geheel verandert.
Ik wacht de ochtend niet af, om niet nog meer kracht te spenderen.
Kijk naar de ster, die is nu van jou.
Vonken smelten in de nacht, sterren verlichten de weg.
Ik vlieg over de mistroostige steppe.
Het beest is in diepe slaap verzonken. Wat een zoete pijn.
Het vuur brandt niet, brandt niet en vervaagt.

Когда утро взойдет, он с последней звездой
Поднимется в путь, полетит вслед за мной.
Когда утро взошло, успокоилась ночь,
Не грозила ничем, лишь отправилась прочь.
Он еще крепко спал, когда слабая дрожь
Мелькнула в груди, с неба вылился дождь.
Он еще крепко спал, когда утро взошло.
Он еще крепко спал, когда утро взошло.

Als de ochtend aanbreekt, gaat het met de laatste ster
Op weg en vliegt achter mij aan.
Als de ochtend aanbreekt, komt de nacht te rust.
Zij dreigde nergens meer mee, was immers heengegaan.
Het sliep nog diep, toen een zachte regen
Op zijn borst druppelde, toen goot het hemelwater neer.
Het sliep nog diep, toen de ochtend aanbrak.
Het sliep nog diep, toen de ochtend aanbrak.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *