Toetreding Oekraïne slecht idee – 3

Een verdere zeer belangrijke reden om Oekraïne geen kandidaat-lid van de Europese Unie te maken, ligt in de bijzondere sociaal-economische omstandigheden van het land.

Oekraïne is een post-communistisch land dat langer dan andere landen, langer zelfs dan Rusland, heeft gewacht met markthervormingen en democratisering. De Oekraïners hebben in december 1991 met overweldigende meerderheid voor onafhankelijkheid gestemd en in de eerste jaren prioriteit gegeven aan zogeheten nation building boven economische hervormingen. Dat blijkt onder andere uit het feit dat de EU Oekraïne pas in 2005 (!) heeft erkend als “markteconomie” en de VS pas in 2006.

In de jaren ’90 werd het land leeggeplunderd door oligarchen die allerlei goederen tegen door de overheid vastgestelde prijzen inkochten, en met aanzienlijke winsten op de wereldmarkt (door)verkochten. Een twintigtal oligarchen bezat omstreeks 40% van de Oekraïense economie.

De rijkste oligarchen hielden zich niet bezig met productie, maar met doorverkopen van gas.

Mede daardoor is de economische groei eigenlijk pas vanaf het jaar 2000 op gang gekomen. Ook die groei was aanvankelijk eenzijdig. De Zweedse econoom Anders Aslund wijst er in zijn standaardwerk Ukriane. How Ukraine became a market economy and democracy op dat de oligarchen die tot 1999 rijk werden met “arbitrage” in de handel van gas, vanaf 2000 rijk werden door de productie van staal. Daardoor ontstond in macro-economische zin weliswaar meer concurrentie en productie, maar het hielp niet bij het ontstaan van een middenklasse en de “gewone man” profiteerde er nauwelijks van.

De huidige president Petro Poroshenko is een van die oligarchen. Hij is rijk geworden door andere het bedrijf Roshen, dat suikergoed produceert, waaraan hij zijn bijnaam “Chocoladekoning” dankt. In maart 2012 werd zijn vermogen door Forbes geschat op 1 miljard dollar.

Roshen

Porosjenko is echter bij lange na niet de rijkste. Dat is Rinat Achmetov met een geschat vermogen van 6,5 miljard dollar. Akhmetov is eigenaar van voetbalclub Shakhtar Donetsk en zit in mijnbouw, financiële dienstverlening, verzekeringen, media, telecommunicatie en onroerend goed.

De oligarchen hebben ook hun eigen “facties” in het parlement, waar zetels te koop zijn voor de hoogste bieder.

Terwijl Oekraïne dus een twintigtal van de rijkste mensen van Europa kent, staat het land op plaats 108 van de lijst van het Internationaal Monetair Fonds van rijkste landen ter wereld, nog onder landen als Namibië, Swaziland en Botswana.

Oekraïne heeft geen politicus van het type Vladimir Poetin gehad, die de macht van de oligarchen heeft gebroken en de belastinginning ter hand genomen heeft – de belastingpolitie in Rusland komt desnoods langs met automatische geweren – en de inkomsten van de staat heeft hersteld.

Mouwinsigne van de Russische Belastingpolitie
Mouwinsigne van de Russische Belastingpolitie

Oekraïne heeft ook geen gas- en olievoorraden die het kan verkopen op de wereldmarkt. In tegendeel, het verkeert in een positie van “strategische afhankelijkheid” van Russische olie- en gasleveranties. Als het lange tijd de rekening niet betaalt, of Rusland anderszins te veel tergt, gaat midden in de winter overal het licht en de verwarming uit.

Aangezien de Oekraïense overheid door de invloed van de oligarchen op het parlement onvoldoende belasting kan heffen over de meest productieve sectoren van de economie, is Oekraïne financieel afhankelijk van leningen van het IMF. Oekraïne heeft in 2008 een IMF-lening van 16,4 miljard dollar toegezegd gekregen, en in juli 2010 opnieuw een lening van 15,15 miljard dollar. In maart 2014 werd een reddingspakket van 14 tot 18 miljard dollar toegezegd.

Een deel van het IMF-geld wordt echter niet geïnvesteerd in de economie, bijvoorbeeld in het verhogen van de productiviteit, maar besteed aan de burgeroorlog.

Het IMF overweegt niettemin om Oekraïne nieuwe leningen te geven en overtreedt daarmee haar eigen “No More Argentina’s”-regel uit 2001 dat je geen geld aan landen moet lenen, als er geen vooruitzicht is dat zij het terug kunnen betalen. Het lijkt er dan ook op dat het IMF onder voorzitterschap van Christine Lagarde – voormalig Frans minister van Economische zaken en Amerikaanse marionet – onder druk van het US State Departement de oorlog van de pro-westerse Oekraïense regering tegen de Russischtalige bevolking van Oost-Oekraïne aan het financieren is.

Kijken we naar de toetreding van een post-communistisch land als Roemenië in 2007, dan kan dat – met alle respect voor land, volk, taal en cultuur van de Roemenen – in economisch opzicht geen wederzijds succes genoemd worden. Er werken momenteel 3 miljoen Roemenen in andere lidstaten van de EU, terwijl er nauwelijks burgers uit andere lidstaten in Roemenië werkzaam zijn. Nederland telde in 2013 volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 5800 Roemenen die verdacht werden van een misdrijf, terwijl er nauwelijks Nederlandse criminelen in Roemenië zijn. Kortom, het principe van reciprociteit werkt absoluut niet.

Roemenië is een door en door corrupt land. Ook essentiële Europese waarden als taalkundige en andere rechten voor minderheden worden in de praktijk niet nageleefd. In 2013 werd de Nederlander Gabor Landman op een Roemeens politiebureau geslagen en geboeid, omdat hij uitgeprobeerd had of het recht om de politie in het Hongaars te woord te staan in een gebied waar de Hongaarse minderheid woonde, in de praktijk functioneerde.

Als de toetreding van Roemenië al zo problematisch is verlopen, wat mogen we dan van Oekraïne verwachten?

De Oekraïense economie is er nog slechter aan toe dan de Roemeense en heeft minder uitzicht op herstel. Oekraïne is nog corrupter dan Roemenië. De huidige Oekraïense regering heeft zo weinig respect voor de Russischtalige bevolking aan de dag gelegd dat twee oostelijke regio’s zich hebben afgescheiden en het land sinds maart 2014 in staat van burgeroorlog verkeert.

De EU is niet in staat om de Oekraïense economie te integreren. Nog ongeacht de zorgwekkende economische toestand van landen als Griekenland, Spanje, Portugal en Italië, en de miljoenen asielzoekers die momenteel de Noord-Europese landen trachten te bereiken. Zelfs een EU in optima forma zou dit economisch inefficiënte, juridisch krachteloze en politiek instabiele brok niet kunnen verteren.

Toetreding Oekraïne slecht idee – 2

Een tweede reden waarom toetreding van de Oekraïne tot de Europese Unie geen goed idee is, is simpelweg het feit dat daardoor een “ledemaat” van het mystieke lichaam van het Russische volk zou worden afgerukt.

Naar schatting 40% van de Oekraïense bevolking is Russischtalig. Dat komt neer op ongeveer 18 miljoen zielen. Met de Oekraïne zou de EU tegelijkertijd dus een enorme Russische minderheid binnen de grenzen halen. Een minderheid waarvan een deel – de regio’s rond Donetsk en Loegansk – zich uit protest tegen het centralisme van Kiev reeds hebben afgescheiden.

De beide republieken hebben zelfs aansluiting met Rusland gevraagd, maar dat verzoek is door de lankmoedigheid van de Russische president Vladimir Poetin niet doorgegaan.

De Russen in Oekraïne zouden in één klap de grootste minderheid binnen een lidstaat van de EU worden, waarmee de EU een minderhedenprobleem van ongekende proporties zou binnenhalen.

De EU heeft overigens reeds een Russische minderheid van in totaal 1 miljoen, namelijk in de Baltische staten. Deze minderheid voelt zich in politiek, economisch en cultureel opzicht al twintig jaar gemarginaliseerd, dus daar kan men niet van een geslaagde integratie spreken.

De grenzen van de EU zouden in één klap meer dan 800 km (!) naar het oosten opschuiven. De stad Loegansk ligt strikt genomen zelfs oostelijker dan Moskou.

Qua oppervlakte zou de Oekraïne – als we de overzeese gebiedsdelen van Frankrijk niet meetellen – direct het grootste land van de EU worden. Qua inwonertal zou het met zijn 45 miljoen inwoners op de zesde plaats komen, na Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Italië en Spanje.

Gezien de historische banden tussen de twee landen – Oekraïne was van 1569 tot 1648 onderdeel van Polen, West-Oekraïne zelfs tot 1795 -, zouden daarmee de positie en de invloed van Polen binnen de EU relatief versterkt worden.

Pools-Litouws Gemenebest 16e-17e eeuw
Pools-Litouws Gemenebest

Als Polen en Oekraïne gezamenlijk optreden, zijn ze kwa inwonertal groter dan Duitsland.

Duitsland zou de gelegenheid krijgen om haar economische invloedssfeer uit te breiden naar het oosten, waarmee met name de Fransen en de Britten niet blij zouden zijn en Hongarije zou de banden aanhalen met zuid-oost Oekraïne, dat immers bijna duizend jaar onderdeel is geweest van Hongarije.

karpatalja
Zuid-West Oekraïne

Maar in de praktijk is toetreding van Oekraïne in zijn huidige vorm geheel onmogelijk. De regio’s Donetsk en Loegansk hebben zich immers de facto afgescheiden van Oekraïne. Hoewel zij nog niet als onafhankelijke staten erkend zijn, hebben zij hun positie door het tweede verdrag van Minsk (februari 2015) geconsolideerd.

Hoewel het uiterst onwaarschijnlijk is dat Donetsk en Loegansk hun hard bevochten vrijheid zullen opgeven, beschouwt de Oekraïense regering beide volksrepublieken nog als “tijdelijke bezette gebieden”.

Hetzelfde geldt voor het schiereiland Krim, dat zich niet alleen heeft afgescheiden van Oekraïne, maar zelfs heeft herenigd met Rusland. De Krim – dwz de federale stad Sebastopol en de Autonome Republiek de Krim – maakt sinds 21 maart 2014 officieel deel uit van de Russische Federatie, maar de Oekraïense president Pjotr Porosjenko heeft in juni 2015 jn zijn inaugurele rede gezegd dat Oekraïne de Krim “nooit zou opgeven”. Met toetreding van de Oekraïne zou de EU dus de aanspraken van Oekraïne op Russisch grondgebied overnemen, en daarmee een blijvende bron van spanning. Zou Porosjenko proberen de status quo te doorbreken, dan kan de Krim zelfs een casus belli worden.

De enige oplossing daarvoor is het erkennen van de afgescheiden volksrepublieken, maar daarmee zou de EU de nieuwe lidstaat tegen zich in het harnas jagen.

Kortom, door de weg in te slaan naar een lidmaatschap van Oekraïne, steekt de EU zich in een geopolitiek wespennest.

Toetreding Oekraïne slecht idee – 1

Nederland heeft in maart 2014 in een EU-associatieverdrag met Oekraïne ondertekend. Zo’n verdrag vormt de eerste stap naar toetreding van een land tot de Unie.

Toetreding van de Oekraïne tot de EU is echter een zeer slecht idee.

Oekraïne is namelijk een multi-nationaal en multi-etnisch land dat sinds het ontstaan van het idee van de onafhankelijkheid – overigens relatief recent – altijd een dubbele oriëntatie heeft gehad. De kozakkenhoofdman Bogdan Chmelnitzky, die in 1648 na een opstand tegen de Poolse adel de eerste onafhankelijke kozakkenstaat oprichtte, was in zijn buitenlandse politiek op Rusland gericht, terwijl vijftig jaar later hetman Mazepa de kozakkenstaat bij Zweden wilde laten aansluiten. Dat ging niet door doordat Rusland de oorlog tegen Zweden won in de historische veldslag bij Poltava (1709).

Het land heeft ook twee grote gemeenschappen, die grotendeels samenvallen met de taalgroepen: etnische Oekraïners en etnische Russen. Zolang geen van beide groepen het gevoel heeft benadeeld te worden, zijn die verschillende oriëntaties meer een verrijking dan een reden voor verdeeldheid voor de bevolking van Oekraïne.

Oekraïne is eigenlijk een soort “brugland” of “overgangsgebied” tussen Europa en Rusland. Een dergelijk gebied moet ook als zodanig bestuurd worden: met maximaal respect voor de etnische en taalkundige identiteit van de deelstaten. Oekraïne zou op Zwitserse grondslag georganiseerd moeten worden, waarbij de etnische groeperingen die het land uitmaken, regionaal en lokaal zo veel mogelijk hun eigen zaakjes mogen regelen.

Oekraïense regeringen zouden ongeacht hun ideologische signatuur in hun buitenlandse politiek en in hun handelspolitiek, juist geen keuze voor Oost of West moeten maken, maar goede betrekkingen met zowel Duitsland als Rusland moeten onderhouden. Het moet vooral niet kiezen tussen Oost en West, want dan raakt ten gevolge van die eenzijdige oriëntatie automatisch de ene of de andere gemeenschap in het gedrang.

De problemen zijn begonnen met de toenmalige president Viktor Janoekovitsj. Aanvankelijk probeerde hij de betrekkingen met zowel Rusland als de EU aan te halen. Omdat het post-communistische land echter dringend behoefte had aan buitenlandse investeringen, begon hij onderhandelingen over toetreding tot de EU, in de hoop op financiële en andersoortige steun. Daar zag hij echter mede door Russische druk vanaf.

Vervolgens deed Moskou hem een aanbod, dat in talrijke opzichten veel gunstiger was. Janoekovitsch nam dat aanbod, dat veel meer perspectieven bood voor de ontwikkeling van Oekraïne, wél aan.

Vervolgens brak er een opstand uit, moest Janoekovitsj vluchten en geraakte de pro-westerse oligarch Porosjenko aan de macht, die het associatieverdrag met de EU alsnog ondertekende.

Porosjenko maakte daarmee dezelfde fout als Janoekovitsj, maar dan naar de andere kant. Bovendien toonde hij geen enkel respect voor het Russische deel van de Oekraïense natie.

Sterker nog, de dag na het steunbezoek van EU-functionarissen Verhofstad en Van Baalen, nam het parlement een wet aan die het recht op het gebruik van de Russische taal drastisch inperkte.

Het signaal aan Oost-Oekraïne was duidelijk: onder Prosjenko zou Oekraïne zich aansluiten bij het Westen en de Russen zouden tweederangsburgers worden.

Tips voor beter basisonderwijs

In aanvulling op het vijfpuntenplan voor het reorganiseren van Nederlandse scholen dat dinsdag op www.michielklinkhamer.com is gepubliceerd, bieden we nog een aantal aanvullende tips voor het onderwijs op lagere scholen.

Verwijder digitale schoolborden onmiddellijk uit het klaslokaal. Vervang ze door schoolborden. Dat geeft meer rust, is minder vermoeiend, minder schokkend en is beter voor de ontwikkeling van het voorstellingsvermogen.

Schaf het debiele “continurooster” af, samen met de hele “permanente educatie”. Daardoor moeten kinderen nu verplicht een deel van de pauze gezamenlijk in de klas eten – vaak zelfs met de TV aan – en een ander deel van de pauze doorleren. Dat is niet goed voor de spijsvertering en vermindert het herstellen tussen de lessen door. Het “voordeel” daarvan, is dat de leerkrachten dan een half uur eerder naar huis kunnen. Dat is de omgekeerde wereld. De leerkrachten zijn er voor de kinderen en niet andersom. De hele organisatie van het onderwijs is immers dienend aan de leerbehoeftes en de ontwikkeling van het kind, niet andersom. Daaraan ontleent het onderwijs zijn bestaansrecht.

Doordat de toetsing van deze nieuwe dwangmaatregel van de overheid – bij gebrek aan marktwerking in het onderwijs – niet bij de ouders van de kinderen ligt, maar bij de zoveelste linkse stichting die op een ander vlak van de onderwijs-DDR functioneert en precies dezelfde ideologie heeft als de scholen zelf, wordt er valselijk geconcludeerd dat het continurooster een zegen zou zijn voor de kinderen. Dit is een moedwillige vervalsing, want kindjes vinden het helemaal niet leuk en worden er vaak zelfs een beetje “hyper” van.

In een sector waar geen pluriformiteit meer is, laat staan oppositie, krijg je net als in de echte DDR, altijd het onderzoeksresultaat dat de Partij wenst.

Dat brengt ons bij het volgende punt. Kwaliteitscontrole zou moeten worden toevertrouwd aan organisaties die door de ouders worden uitgekozen. Het is immers in hun belang dat hun kinderen goed onderwijs krijgen. Door scholen meer marktgericht te maken, waarbij de ouders vraag hebben naar goed onderwijs voor hun kinderen en de scholen concurreren om ouders goed onderwijs aan te bieden, komt de kwaliteitscontrole uiteindelijk bij de ouders te liggen, hier in de rol van consument.

Als een school slecht is, moeten ouders met hun voeten kunnen stemmen. Dat is nu in de praktijk lastig om een aantal redenen, waarvan de belangrijkste zijn:
1 – postcodebeleid: veel gemeentes verbieden ouders op om naar een andere school te gaan en dwingen hen om uit een kleine en vaststaande groep slechte scholen te kiezen
2 – leerlingvolgsysteem: dit DDR-rapport, waarin zo veel mogelijk objectieve en subjectieve informatie over leerlingen wordt opgenomen, wordt vaak negatief aangepast, zodra de school hoort dat een leerling de school gaat verlaten. Als een juf bijvoorbeeld een negatieve voorkeur heeft gehad voor een bepaald kind – hetgeen regelmatig voorkomt – en de ouders halen het van school omdat het slecht is voor het zelfvertrouwen van hun kind, als het voortdurend gediscrimineerd wordt, zal ze geneigd zijn allerlei slechts in haar rapportage over het kind te zetten. Daarmee hoopt ze zichzelf in te dekken. De school steunt haar daarin meestal, want scholen verliezen geld als ze minder leerlingen hebben en geld is natuurlijk belangrijker dan een rechtvaardige en correcte afhandeling van een vertrek. Dat is natuurlijk uitermate onredelijk en unfair voor het vertrekkende kind – in feite zelfs frauduleus -, want dan komt het kind met een hypotheek binnen bij de nieuwe school en moeten de ouders God bidden dat de nieuwe juf door de rapportfraude heen prikt.
Het sfeertje op veel scholen is dermate monistisch en ideologisch, dat vertrekkers vaak als afvalligen worden gezien. Het is algemeen bekend dat veel ouders het als uiterst problematisch beschouwen om een nieuwe school te vinden, omdat veel scholen zo slecht zijn.
Scholen weten dat en geven de schuld vaak liever aan het vertrekkende of aankomende kind dan de hand in de boezem van de eigen sector te steken. Veel scholen houden niet van kinderen die te veel van school wisselen. Die “shoppen” of “hoppen”. Dat dwingt de scholen immers met de neus op het feit dat de toestand van het onderwijs in Nederland rampzalig is. Dat willen ze niet omdat ze zelf denken dat het geweldig is.

Een aantal scholen heeft – naar voorbeeld van TV-programma’s waarin zangers worden beoordeeld door het studio-publiek – de gewoonte ontwikkeld om na een voordracht van een leerling de rest van de klas om “tips & tops” te vragen, ja zelfs een beoordeling te laten suggereren voor de voordracht die het klasgenootje zojuist heeft gehouden.

Dat is pedagogisch uiterst slecht. Bij de beoordeling van een medeleerling door leeftijdsgenootjes, speelt de sociale positie van die leerling immers een belangrijke rol. Populaire kindjes krijgen vaak betere scores dan minder populaire kindjes. Als dan ook nog de juf meegaat in het volksgericht, wat ze vaak doet om háár populariteit in de klas te vergroten, krijgt een kindje dat een sociaal niet optimale positie heeft, ook nog eens de wrange smaak in de mond van een onrechtvaardige beoordeling ten gevolge van dat gebrek aan populariteit.

Bovendien worden kindjes dan gewend gemaakt aan het verwerpelijke verschijnsel dat de meerderheid de eenling gaat zitten beoordelen. Dat moet je nooit doen. Je moet de eenling juist ten allen tijden beschermen tegen de meerderheid. Een voor allen, allen voor een.

Laat de beoordeling van voordrachten over aan de leerkracht. Die moet zelf de verantwoordelijkheid voor de beoordeling nemen en die niet afwentelen op de leerlingen.

Schaf de overbodige en schadelijke studie “onderwijskunde” af. Kinderen hebben pedagogen nodig, geen onderwijskundigen. Dat is één grote improductieve en geldslurpende linkse banenmachine, waardoor bovendien veel te veel abstracte ideeën in de realiteit terechtkomen. Voor onderwijskundigen is het klaslokaal in feite een laboratorium.

Schaf het vak nieuwsbegrip af. Het wereldnieuws is niet voor kinderen. Schaf maatschappijleer af, het is aan de ouders om de kinderen over de maatschappij in te lichten. Schaf vakken als International Primary Curriculum af en herstel geschiedenis, aardrijkskunde en kunstonderwijs als onafhankelijke vakken.

Schaf schooltelevisie af. Dit kan eenvoudigweg bereikt worden door de subsidie daarvoor af te schaffen of doordat scholen geen schoolTV meer afnemen.

Er moeten nieuwe schoolboeken geschreven worden of tijdelijk oude gebruikt worden. Dan zijn we in één keer af van zaken als “redactiesommen”, “veilig leren lezen”, “methodes” (in plaats van boeken) en alle verwarrende concepten en al het verwarrende taalgebruik waar de huidige schoolboeken bol van staan.

Geen meerkeuzevragen op de lagere school natuurlijk. Het lijkt makkelijk, maar is in werkelijkheid moeilijker. Je wordt lui en verward. “Wat is de juiste schrijfwijze: 1 – schol, 2- sgool, 3 – school?”

Als je kinderen gelijk leert dat je het woord “school” als “school” moeten schrijven, plegen ze één inspanning. Die moeten ze wellicht nog wat herhalen en dan kennen ze het voor de rest van hun leven. Door drie mogelijkheden te geven, ontneem je ze het gemak en de gunst van optimaal resultaat door één inspanning, bied je ze twee foutieve schrijfwijzen die wel degelijk in het geheugen en het onbewust opgeslagen worden en maak je ze lui omdat ze het juiste antwoord niet zelf hoeven op te hoesten. Ze moeten het slechts “herkennen”. Herkennen is echter een fundamenteel andere vaardigheid dan weten of reproduceren.

Stop met het infantiele “fonetische” alfabet, waarbij kinderen in de eerste klas, pardon, groep 3, de namen van de letters niet mogen leren maar de nagebootste klant van de letter als naam moeten gebruiken. Dat is dubbel werk. Eerst heet de E de “uh” en de P de “puh”, de S de “sss” en de L de “lll” en dan mogen de kindjes een jaar later de échte namen van de letters leren. Het werkt wel, maar het is minder vermoeiend om het in één keer te doen. Bovendien is het infantiliserend om kinderen op die manier een alfabet aan te leren, zoals wel meer zaken in het onderwijs infantiliserend zijn die later op dit blog aan bod zullen komen.

Stop het gebruik van onleesbare printjes en stenciltjes. Het is een schande om die aan je leerlingen voor te leggen.

De kwaliteitscontrole moet zich vooral richten op de leerkrachten. Momenteel wordt slechte en matige leerkrachten eindeloos de hand boven het hoofd gehouden omdat het zogenaamd heel moeilijk is om een slechte leerkracht te ontslaan. Er is de redactie zelfs een geval uit een school in Amstelveen in 2014 bekend, waarbij uit een klas van 28 leerlingen van groep zes na een conflict tussen ouders en leerkrachten 10 kinderen door hun ouders van school gehaald werden, omdat de leerkracht werd gehandhaafd.

De klagende ouders werden afgeschilderd als roddelaars en samenzweerders, de ouders van kinderen die positief door de juf werden gediscrimineerd werden tegen de afvallige ouders opgezet, kortom, allemaal heel sekte-achtig.

In dit voorbeeld werd in feite het belang van één volwassene zwaarder gewogen dan dat van 10 kinderen.

Ontsla altijd de slechte leerkracht, in plaats van hem eindeloos de hand boven het hoofd te houden. Het ontslagrecht van leerkrachten moet versoepeld worden. Want kinderen hebben recht op goed onderwijs en daarvoor hebben ze een goede leerkracht nodig.

Betaal leerkrachten meer, zodat het vak betere en ambitieuzere personen aantrekt.

Sluit de Pedagogische Academie – die is te verrot om te kunnen worden hervormd – en vervang haar door een geheel nieuwe instelling.

Laat kinderen de leraar met U en bij zijn achternaam aanspreken. Kinderen hebben een natuurlijk ontzag voor de leraar. Neem hen dat niet af, want dan maak je ze te vroeg volwassen.

Het “leerlingvolgsysteem” moet worden afgeschaft. Een kind is er niet om van bovenaf gevolgd te worden, maar om zich opwaarts te ontwikkelen. Alle gegevens die de school over het kind bijhoudt, moeten eigendom zijn van de ouders. Die moeten kunnen beslissen of ze die gegevens geheel of gedeeltelijk delen met een nieuwe school of met andere instelling. Het zijn immers hun kinderen.

Tot slot, een zeer pijnlijk gemis op de meeste scholen en een zeer welkome aanvulling op het schoolonderwijs is toneel. Door toneelvoorstellingen te houden kunnen kinderen leren een andere sociale positie in te nemen en even een ander sociaal perspectief te hebben. Dat is beter en fundamenteler dan welke vorm van “maatschappijleer” dan ook. Het traint hun geheugen en leert hen om op een andere manier met elkaar samen te werken. Bovendien leren ze zo om hun gevoelens te vertolken, om te spreken in het openbaar en om verschillende menselijke emoties op een speelse manier beter te leren kennen. Door even “iemand anders te zijn”, krijgen ze een nieuw bewustzijn van wie ze zelf zijn.

En hoe meer ze beseffen wie ze zelf zijn, hoe beter wij ons werk gedaan hebben.

Opzet voor nieuwe Nederlandse scholen

Er is in Nederland niet alleen veel mis met de inhoud van het onderwijs, ook de ontwikkeling van de juridische vorm van de scholen is op een doodlopende weg geraakt.

Wat betreft de inhoud, is genoegzaam bekend waar de problemen liggen: na de mislukking van een radicale linkse overname in het Westen en het ontstaan van de Koude Oorlog, heeft links gekozen voor een geleidelijke overname van een aantal maatschappelijke sectoren, waaronder het onderwijs. In het kader van deze “lange mars door de instituten”, naar voorbeeld van de “lange mars” van het geliefde linkse voorbeeld, – de Chinese massamoordenaar Mao Zedong, die er NA de oorlog in geslaagd is om drie keer meer onschuldige burgers te vermoorden dan Adolf Hitler – zijn de universiteiten, hogescholen, lerarenopleidingen, adviescolleges, educatieve uitgeverijen en stichtingen en natuurlijk de scholen zelf overgenomen door de zogeheten pensée unique, de monistische linkse ideologie.

Net zoals in Oost-Europa alle dissidenten uit het maatschappelijke leven werden verdrongen, hebben de linkse fanatici álle enigszins betekenisvolle liberale of christelijke denkers en doeners uit het onderwijs verwijderd. Ze hebben een soort onderwijs-DDR gecreëerd, waar iedereen aan de buitenkant vrolijk is, – net als in de echte DDR – maar aan de binnenkant bang of stil.

Andersdenkende ouders hebben al lang geleerd om hun opvattingen te verbergen, want net als in de echte DDR, wordt je familie gepakt als te uiting geeft aan je afwijkende meningen. Dat gebeurt door diezelfde juf die vol geloof in valse concepten en vervuld van een misleide bezieling voor de klas staat. Die gaat je kind dan anders behandelen, en dan doorgaans niet in positieve zin. Het is te primitief voor woorden, maar in de praktijk is het zo, dat als je kritiek hebt op een aspect van het beleid van de school, dan wordt de frequent flyer card van de

Het gebeurt ook geheel vanzelfsprekend, vanuit het onderbewuste van die juf.

Bij enigszins ontwikkelde mensen is de verhouding tussen het bewuste en onbewuste ongeveer een derde tot tweederde deel, maar bij linkse fanatici is dat 10% op 90%. De Linksmensch is een instinctief beest dat reageert op impulsen die vanaf een hoger niveau in de linkse kerk naar beneden to worden afgegeven.

Dat zie je bijvoorbeeld bij de vernietiging van het culturele erfgoed van Nederland, in de vorm van de aanval op Sinterklaas en Zwarte Piet. Ergens wordt ten onrechte beweerd dat de figuur van Zwarte Piet uit de slavernij stamt en dat het racistisch is, en álle scholen en álle leerkrachten nemen dat standpunt als nieuwe waarheid over, terwijl ze voor die geplande aanslag op de Nederlandse cultuur geen van allen vonden dat Zwarte Piet racistisch was.

Nu het onderwijs inhoudelijk is vernietigd, is de tijd rijp geworden voor de extreme centralisering van het onderwijs. Linkse samenlevingen hebben uiteindelijk allemaal behoefte aan een Grote Leider, dus dat is ook zo in de onderwijs-DDR. Allemaal analoog aan de manier waarop samenlevingen in Oost-Europa na de Tweede Wereldoorlog werden bezet, versplinterd getransformeerd en uiteindelijk gecentraliseerd.

Ook op Vrije Scholen is dat helaas het geval. Daar is het eigenlijke model van het onderwijs voor de toekomst gegeven, – gezien de grote ruimte voor de individuele ontwikkeling van het kind in het vrijschoolonderwijs – en daar is door de intellectuele stoottroepen van de Vanzelfsprekende Linkse Ideologie het hardst gewerkt om de morele toekomst van de mensheid te vernietigen. Gevolg: iedereen draagt andere kleding, de een nog uitbundiger dan de ander, maar ze denken allemaal hetzelfde. De vrijheid wordt uitsluitend uiterlijk beleefd, maar inhoudelijk en spiritueel is er van het vrijeschoolonderwijs weinig meer over.

Het antro-lettertype blijft gehandhaafd, maar de etherlichaampjes van de kindertjes worden gelijkgeschakeld en geconfigureerd tot geleider van impulsen die van bovenaf worden ingegoten.

Scholen zijn middels financiering – een sigaar uit eigen doos – afhankelijk gemaakt van de eisen van de onderwijsinspectie van het ministerie van Onderwijs. Dat hoeft niet. Je kunt als overheid ook geld verstrekken om onderwijs mogelijk te maken, zonder je met de inhoud te bemoeien.

Tegelijk zijn ze intern afhankelijk geworden van de directeur. Dat was vroeger vaak een persoon die ook les gaf, maar tegenwoordig is het een – vanzelfsprekend linkse – bestuurder.

Van onderaf is de vertegenwoordiging van de ouders, voor zover die bestond, vervangen door de zogeheten Medezeggenschapsraad, die door de overheid is ingesteld en volgens overheidsregels moet functioneren, maar niettemin wordt gezien als vertegenwoordiging van de ouders. De MR is dat niet, omdat zij maar voor de helft uit ouders bestaat, en voor de andere helft uit docenten. Dat is als een Tweede Kamer, waar voor de helft volksvertegenwoordigers in zitten en voor de helft leden van de regering.

Daarbij lijdt de MR in de praktijk onder de linkse collectieve cultuur, dat wil zeggen dat geforceerde harmonie als beter gezien wordt dan constructieve diversiteit.

Om scholen te genezen, moet de MR worden vervangen door een Ouderschapsraad, waarin uitsluitend ouders zitten. Die kunnen dan hun besluiten voorleggen aan de docenten die dan argumenten moeten aanvoeren om ze niet over te nemen.

Belangrijke beslissingen – zoals de aanstelling van een nieuwe directeur en aanname of ontslag van nieuwe leerkrachten – moeten volgens directe democratie genomen worden, dat wil zeggen dat de ouders daarover mogen stemmen.

Ook moeten de ouders van de school via email op de hoogte gehouden worden van de toestand waarin de school verkeert.

De kardinalen uit de linkse kerk hebben inmiddels scholen massaal met elkaar laten fuseren en de directeuren van de scholen onderworpen aan gecentraliseerde besturen. Daardoor heb je een soort parochies gekregen die ressorteren onder educatieve bisdommen. In de praktijk functioneren die centrale besturen op afstand en grotendeels anoniem. Vaak vallen drie, vijf, tien of zelfs meer scholen onder één “bestuur”. Die besturen vormen een neuro-endocrien carcinoom van één grote linkse banenmachine, enigszins vergelijkbaar met de commissariaten in het bedrijfsleven.

In gevallen waar het “bestuurswerk” onbetaald is, bestaat een hoog risico op corruptie. De redactie heeft gevallen gezien van een “onbezoldigd” bestuur, waar de anti-pestmethode door de school werd aangekocht via het educatieve adviesbureautje van de bestuursvoorzitter. De MR kefte even, maar ging al snel weer kwispelen.

Die besturen vervullen in feite de rol van de ouders en moeten zo snel mogelijk worden afgeschaft.

Die fusies moeten worden tenietgedaan en scholen moeten verder als onafhankelijke school, want alleen onafhankelijke scholen kunnen door de ouders gecontroleerd worden. Controle door ouders is natuurlijk essentieel omdat de kinderen van de ouders zijn en niet van de overheid.

Daarmee kan de huidige totalitaire linkse structuur doorbroken worden, dat de lichamen van de kinderen toebehoren aan de ouders, maar de zielen aan de school.

Scholen en besturen hebben vaak de vorm van een stichting. Dat is met opzet gedaan omdat stichtingen minder democratisch zijn. In een vereniging moet de directeur immers voor de ledenvergadering rekenschap afleggen voor zijn beleid. Doet hij het niet zoals de ouders het willen, dan kunnen zij hem via de ledenvergadering opdracht geven om zijn beleid bij te stellen. Weigert de directeur, dan kan hij worden gewaarschuwd en bij de derde keer worden verwijderd.

Scholen zouden dus moeten worden getransformeerd van stichtingen tot verenigingen.

Tevens moet de functie van directeur moet worden afgebouwd. De functie van bestuur moet worden overgenomen door de algemene ledenvergadering van de vereniging.

Het belangrijkste is natuurlijk, dat scholen zich moeten emanciperen van overheidsdwang. Dat kan door constructief en collectief verzet te plegen tegen de richtlijnen van de onderwijsinspectie. Daarbij zijn twee uitkomsten mogelijk: ofwel de overheid blijft de scholen met belastinggeld financieren, maar doet dat zonder zich te bemoeien met de inhoud van het onderwijs. De onderwijsinspectie wordt dus per direct afgeschaft. Of simpelweg genegeerd. Als voldoende scholen dat doen, kan de overheid het niet meer maken om al die scholen als straf hun financiering te ontzeggen.

De tweede uitkomst is dat scholen zelfstandig verder gaan. Dan moeten ouders meer bijdragen gaan betalen, maar dat is geen probleem. Ouders klagen in de praktijk dat zij daar geen geld voor hebben, maar dat is niet waar. Ze zijn gewend om het aan andere zaken te besteden, zoals tweede auto’s, vakanties, uitbouw aan het huis, voetbalwedstrijden, et cetera. Ouders moeten dus leren hun prioriteiten te herschikken en goed onderwijs voor hun kinderen weer op plek drie zetten, na onderdak en eten.

Eigenlijk heb je op scholen een proces analoog aan de Cruyff-revolutie bij Ajax nodig, waarbij van een beursbedrijf weer een voetbalclub gemaakt wordt en ex-sporters – lees: pedagogen – weer de dienst uitmaken.

Dus samenvattend:

Om scholen te genezen, moeten ze eerst weer vrij, pluriform en transparant gemaakt worden. Dat kan via een vijfstappenplan

1 – Verzelfstandiging van scholen van de overheid
2 – Vervanging van de juridische vorm van stichting door die van vereniging
3 – Terugdringen van de rol van directeur
4 – Afschaffing van de besturen
5 – Ongedaan maken van de fusies

Dat zal in de praktijk natuurlijk niet altijd makkelijk zijn maar dit is de manier waarop het moet gebeuren.

Huiswerk

Huiswerkopgave van een school in Midden-Nederland deze maand:

[begin]

Opgave C. Kim en Tim

Kim en Tim laten hun hond Willem uit.
Plotseling komt een grote Deense dog aanhollen. Hij besnuffelt Willem even en hurkt in het gras om zijn behoeften te doen.
“Kom gauw mee, Willem”, zegt Tim nerveus.
Hij voelt zich niet op zijn gemak.
“Dat beest doet niks”, zegt Kim geruststellend.
“Dat moet je anders niet zeggen. Kijk die enorme hoop bij zijn achterpoten maar eens.

Vragen
1. Welk woord geeft aan dat Tim een beetje bang is?
2. Wat bedoelt Kim met Dat beest doet niks?
3. Wat bedoelt Tim met die enorme hoop?

[einde, cursiveringen in origineel]

De leerplicht wordt hier gebruikt om de blik van de kinderen langs de anale fantasieën te leiden van een anonieme viezerik ergens ergens achter een door overheidsgeld gesubsidieerd bureau, op het Departement of in een of andere linkse stichting, waarvan de natte winden uit zijn onderbuik, pardon de vruchten van zijn nobele pedagogische werk, door een perfect functionerende hiërarchische keten in het klaslokaal worden geleid.

Een nieuw hoofdstuk in de anale fixatie van bepaalde personen die aan de leerboeken mee mogen schrijven. De heerschappij van dit soort gedegenereerde levensvormen, die zo kenmerkend is voor een cultuur in verval, is natuurlijk mogelijk gemaakt doordat eerst alle niet linkse elementen uit de onderwijsprovincie op transport zijn gezet, waarna vervolgens na 30 jaar alleenheerschappij het slechtste van het slechtste in deze pleepot is komen bovendrijven.

Dit volgens het principe van de kakistocratie (pun intended), dat wil zeggen de “heerschappij van de slechtsten”, afgeleid van het Griekse woord κάκιστος (= slechtst).

Let op hoe de auteur, ongeduldig op zijn door de staat gesubsidieerde bureaustoel heen en weer draaiend, probeert om de kinderfantasie langs bepaalde beelden te voeren: het hurken in het gras om de hondenbehoefte te doen, de “erorm” hoop, benadrukt door het cursief, die “bij zijn achterpoten” ligt, fantastisch.

Je mag waarschijnlijk al blij zijn dat dit niet op het digibord als filmmateriaal tijdens de verplichte gezamenlijke lunch voorbij komt.

Maar laten we de zaken van hun positieve kant bekijken: hier worden op een ludieke wijze twee vakken vermengd tot een humoristische hybride, namelijk het vak taal en het onderdeel poepologie van het vak ontlastingskunde.

Het wordt tijd om de Alpheüs en de Peneos om te leiden, c.q. Maas en Waal.

Wie reinigt de Augiasstal van het Nederlandse schoolonderwijs?

[cursivering van de redactie]

De Volkskrant is een mannenbolwerk

De krant die zelf voorop loopt bij de gelijke participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt in het algemeen en in topfuncties in het bijzonder, blijkt zelf maar een klein deel vrouwen in dienst te hebben.

Nemen we het colofon van 15 augustus 2015 als bron, dan blijkt dat de topposities door mannen worden bekleed.

De hoofdredacteur is een man, de plaatsvervangend hoofdredacteur is een man en de centrale redactie bestaat uit vijf mannen en één vrouw.

Overtuig uzelf: omdat je het tegenwoordig op basis van naam alleen nooit helemaal zeker kunt weten, hebben we de foto’s bijgesloten.

Hoofdredacteur
Hoofdredacteur
Vervangend hoofdredacteur
Vervangend hoofdredacteur

De centrale redactie:

Centrale redactie - 1
Centrale redactie – 1
Centrale redactie - 2
Centrale redactie – 2
Centrale redactie - 3
Centrale redactie – 3
Centrale redactie - 4
Centrale redactie – 4
Centrale redactie - 5
Centrale redactie – 5
He he, eindelijk een vrouw.
He he, eindelijk een vrouw.

Dus het staatshoofd, de premier en vijf zesde van het kabinet bestaat uit mannen. Dat is mager.

Bij de verslaggeverij doen vrouwen het beter, daar is het min of meer 50-50. Maar dat is het enige onderdeel van de redactie, waar de man-vrouw verhouding een afspiegeling van de bevolking vormt.

Bij de redactie binnenland gaat het weer mis: vijf mannen, één vrouw.

Van de vrouwelijke participatie bij de buitenlandcorrespondentie word je ook niet vrolijk: twaalf mannen tegenover drie vrouwen.

Bij de politieke redactie is het zes tegen twee, bij de redactie economie is het tien tegen twee: meent men bij de Volkskrant soms dat vrouwen geen verstand van de economie hebben of konden ze niemand vinden?

De sportredactie, tenslotte, is een 100% mannenbolwerk.

Wat is de reden van de oververtegenwoordiging van mannen en de ondervertegenwoordiging van vrouwen bij de Volkskrant? Konden ze geen geschikte kandidaten vinden of hebben ze een voorkeur voor mannen?

Het blad zou de verhouding man-vrouw zo snel mogelijk weer in evenwicht moeten brengen.

En hoe zit het met de overige minderheden?

Is de Volkskrant percentueel gezien niet een stuk blanker dan de Nederlandse bevolking? Je moet in het colofon met een vergrootglas zoeken naar namen die duiden op journalisten van Marokkaanse, Turkse of Surinaamse afkomst.

En hoe zit het met de seksuele minderheden?

Hoeveel lesbische vrouwen hebben een plaatsje bij de Volkskrant? En hoeveel homoseksuele mannen?

Het zou de krant sieren als zij intern onderzoek zou verrichten naar de laatste twee categorieën (etnische en seksuele minderheden) en openheid van zaken zou geven.

Waarbij zij opgemerkt dat – hypothetisch gesproken – twee Surinaamse journalisten niet de noodzaak wegnemen voor een Turkse geluid of een Marokkaanse invalshoek. En dat – opnieuw hypothetisch gesproken – het feit dat er bijvoorbeeld twintig homoseksuele mannen werken, niet de rechten wegneemt van de lesbische vrouwen om ook proportioneel vertegenwoordigd te zijn in een van de grootste dagbladen van dit vooruitstrevende land.

Vladimir Boekovsky over de EU

Vladimir Boekovsky was een van de belangrijkste dissidenten van de Sovjet-Unie van na de oorlog. Met name in de jaren 1960 en 1970 toonde hij talrijke mensenrechtenschendingen van het sovjet-regime aan, waaronder misbruik van psychiatrie voor politieke doelstellingen.

De geschiedenis van de Sovjet-Unie (1922-1991) is veel te weinig bestudeerd en behandeld, en vooral te weinig begrepen, – met name wat betreft de financiële achtergronden van de eenpartijstaat en de voortdurende clandestiene steun vanuit het Westen – waardoor de grondslagen van dit systeem kunnen worden gebruikt om nieuwe superstaten te stichten onder een andere naam.

In deze video uit 2006 biedt Boekovsky een samenvatting van de overeenkomsten tussen de Sovjet-Unie en de Europese Unie. De overeenkomsten zijn in de tien jaar die sindsdien zijn verstreken niet kleiner, maar groter geworden.

Het doel van beide superstaten is hetzelfde: het vervangen van nationale staten door een multinationale superstaat met een nieuwe, transnationale identiteit. Daartoe moet eerst de soevereiniteit van de lidstaten volgens het principe van de salamitactiek – de negatieve geleidelijkheid – worden teniet gedaan.

Dat is reeds gelukt omdat sinds een decennium omstreeks 80% van de wetgeving uit Brussel komt. Een land dat zijn eigen wetten niet meer maakt, is in feite niet meer soeverein. De federale richtlijnen worden eenvoudigweg omgezet in nationale wetgeving. De nationale parlementen zijn daarmee in feite uitvoerende organen van de Europese Commissie geworden.

De tactiek van de machtsovername door de Europese Commissie is simpel: noem de dingen bij andere namen om het volk zand in de ogen te strooien: de Europese regering heet “commissie”, de ministers heten “commissarissen”, decreten heten “richtlijnen”, de eerste minister en regeringsleider heet “voorzitter” van “de commissie”, de Europese Grondwet heet “Verdrag van Lissabon”, etc. Verander tegelijkertijd de betekenis of functie van bestaande nationale instellingen, zonder de naam te veranderen. Nationale volksvertegenwoordigingen behouden hun naam, terwijl ze in feite hun kiezers in 80% van de gevallen niet meer vertegenwoordigen.

Hanteer naast elkaar namen die op elkaar lijken, maar waarachter verschillende organen schuilgaan, zodat mensen in verwarring raken, zoals “Europese Raad” (vergadering regeringsleiders van 28 lidstaten), “Raad van Europa” (de 28 lidstaten + 19 andere landen), “Raad van de Europese Unie” (vergadering van ministers lidstaten), “Raad van Ministers” (idem), “Raad” (ibidem), of “Europese Unie” en “Europese Economische Gemeenschap” (1958), “Europese Gemeenschappen” (1967) en “Europese Gemeenschap” (1993).

Snapt u het nog?

Vraag 10 collega’s op uw werk, wat het verschil is tussen
– de “Europese Raad” en de “Raad van Europa”
– tussen de “Raad van Europa” en de “Raad van de Europese Unie”
– tussen de “Raad” en de “Europese Raad”
– tussen de “Raad” en de “Raad van Europa”
– tussen “Europese Gemeenschappen” en “Europese Gemeenschap”

Zelfs 90% van de hoger opgeleiden zal dat niet weten. Waarschijnlijk weet minder dan 1% van de bevolking het antwoord op bovenstaande vier vragen die toch essentieel zijn voor een begrip van de wijze waarop de federale overheid in Brussel functioneert.

Het diabolische is echter dat er achter dat bewust opgetrokken rookgordijn een reële machtsovername gaande is, die gebaseerd is op deceptie en geleidelijkheid. Als iemand in één keer op je tenen springt, geef je hem een duw. Maar als iemand centimetertje voor centimetertje dichterbij schuifelt, wanneer duw je hem dan weg? En hoe voorkom je dat jij dan als agressor wordt aangemerkt? Je ruimte ben je dan kwijt en die krijg je niet meer zonder slag of stoot terug.

Sterker nog, als je je ruimte terug wilt, ben je “eurosceptisch”, “nationalistisch” of “extremistisch”.

Tegen de tijd dat de mensen erachter komen wat er achter het rookgordijn allemaal is besloten, is het toch al te laat voor hen om er iets aan te doen.

Boekovsky kent al die trucjes vanuit zijn verleden in de verschillende fases van de communistische dictatuur. Hij is waarschijnlijk de auteur van de term “EUSSR”, die de overeenkomsten tussen de EU en de USSR aangeeft. Voor de reden waaróm de EU zo op de SU lijkt, zie zijn interview in de Brussels Journal van 27 februari 2006.

Het laatste wapenfeit in de vernietiging van de nationale staten is het vluchtelingenbeleid van de Europese Unie. Doordat iedereen die één voet op Europese grond zet, mag blijven, worden behalve echte vluchtelingen ook vele miljoenen economische migranten binnengehaald. Die fungeren, zonder dat ze het weten, als invasiemacht die de traditionele structuren van de nationale staten onder het gewicht van hun aantal definitief moeten vertrappen.

Nadat de welvaartsstaat bezweken is onder de toestroom van de migranten en het woningbouwstelsel instort, zal er sociale onrust uitbreken, wordt de politie verrot geslagen door relschoppers, wordt de politie in reactie daarop vijandig tegen de burgers, krijgen korpsen extra bevoegdheden en extra wapens, en is de kans om het monster dat zich achter het Brussels rookgordijn verschuilt naar huis te sturen, verkeken.

Dan rest alleen nog het scenario dat Boekovsky schetst. De EU zal zich maximaal uitbreiden, totdat zij met heel veel ellende in elkaar stort.

Van Vladimir Poetin hebben we niets te vrezen

Weining staatslieden zijn meer door de media gedemoniseerd dan de Russische president Vladimir Poetin.

Vladimir Poetin
Vladimir Poetin

Enkele voorbeelden van voorpagina’s uit 2014:

“Putins power game. After invading Ukraine, what’s next for Russia?” in New Statesman

“Wladimir Grozny” (= Vladimir de Verschrikkelijke) in het Poolse tijdschrift Uwazam Rze Historia

“Imperium zla” (= Evil empire) in de Poolse editie van Newsweek

“Der Brandstifter” in Der Spiegel

“Ka apturet Putinu?” (= Wie stopt Poet af?) in het Letse tijdschrift ir.

Met foto’s van Poetin als officier van het Rode Leger (New Statesman), als Dracula (Historia), als travestiet / IJskoningin met lippenstift (het Tsjechische blad Reflex), in een dwangbuis (Newsweek polska), alsmede met Hitler-kapsel en het woord KRIM als Hitler-snorretje (ir). En ten overvloede, Poetin is de Oekraïne natuurlijk helemaal niet binnengevallen.

Dan hebben Amerikaanse critici van president Barack Obama toch meer gevoel voor humor. Trendsforecaster Gerald Celente noemt Obama “el Presdidente”, vanwege de beknotting van de burgerrechten in zijn ambtstermijn, waardoor de VS volgens Celente veel te veel op een zuid-Amerikaanse dictatuur gaat lijken. Bankiers, met wie Obama volgens hem twee handen op een buik vormt, noemt hij “banksters”, analoog aan “gangsters” en hij heeft voor regeringsgetrouwe journalisten de term “presstitutes” bedacht, een amalgaam tussen “press” en “prostitutes”.

Het punt is echter niet dat Poetin op smakeloze en schofferende wijze wordt afgebeeld, maar dat de redacties van deze en andere tijdschriften die Poetin demoniseren een ernstige inschattingsfout maken.

Want wie heeft er werkelijk de macht in Rusland?

Macht is niet dat een persoon formeel de belangrijkste bestuurlijke beslissingen neemt, maar dat wat door een persoon of groep gewild wordt, ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. De vraag is dus hoe de beslissingen die door de president van de Russische Federatie worden genomen, tot stand komen. Zijn dat besluiten die de president in zijn werkkamer in het Kremlin, gebogen over zijn bureau, na rijp beraad neemt? Of zijn dat voorstellen van adviseurs die door de president gewoontegetrouw integraal of in gewijzigde vorm worden overgenomen?

Het probleem met het in kaart brengen van de macht in Rusland is, dat er van Poetin weinig met zekerheid bekend is. Er zijn meerdere CV’s van hem in omloop. Een daarvan plaatst hem in het centrum van de macht, zeggende dat zijn vader ook KGB-officier was en zijn grootvader kok van Lenin en van Stalin. Nu is voor een dictator geen enkele functie gevoeliger dan die van kok. Een kok kan immers altijd arsenicum door het eten doen, dus er is niemand in de entourage van een dictator in wie deze meer vertrouwen moet kunnen hebben dan de kok. Dat vertrouwen moet absoluut zijn.

Als dit verhaal klopt, zou dat de familie Poetin dus reeds onder de dictarors Lenin (1917-1922) en Stalin (1928-1953) in het centrum van de macht hebben gestaan. Dan is de spontane opkomst van Poetin niet zo spontaan als doorgaans wordt verondersteld.

Maar dat verhaal is niet bevestigd. Misschien klopt het, misschien niet. Wat wel is bevestigd, is het feit dat Poetin een relatief lage rang had onder de hoge officieren van de KGB, namelijk luitenant-kolonel. De vraag blijft dus: “Waar zijn de luitenant-generaals?”

Deze vraag kunnen we niet vandaag op ons blog beantwoorden. We mogen echter wel veronderstellen dat het tenminste mogelijk is geweest dat de luitenant-generaals van de KGB Poetin in de tweede helft van de jaren ’90 naar voren hebben geschoven. En mogelijk nog steeds “adviseren”, in die zin dat zij zelf buiten beeld blijven en Poetin een zekere speelruimte krijgt om zijn patriottisme tot uitdrukking te brengen, maar op hoofdlijnen “adviezen” van zijn voormalige superieuren moet overnemen.

De Russische sociologe Olga Krysjtanovskaja heeft in haar studie Анатомия российской элиты (anatomie van de Russische elite) uit 2005 meer dan 1000 CV’s van Russische topambtenaren bestudeerd en is tot de conclusie gekomen dat 80% van hen een verleden in de KGB had.

In het licht van die bevindingen hebben critici die Rusland als “KGB-staat” aanduiden geen ongelijk. Als Rusland echter inderdaad door de harde kern van de voormalige staatsveiligheidsdienst wordt geregeerd, is het hoogst onwaarschijnlijk dat Poetin de exclusieve auteur is van alle politieke beslissingen die hij in zijn functie als president van de Russische Federatie neemt.

Dan zouden we de vraagstelling kunnen versmallen en als volgt verwoorden: “Worden de adviseurs door Poetin aangestuurd of wordt Poetin door zijn adviseurs aangestuurd?”

Zoals gezegd kunnen we deze vraag niet met zekerheid beantwoorden. Wel kunnen we veronderstellen dat Poetin zeker niet in zijn eentje alle belangrijke beslissingen neemt, al was het alleen maar omdat geen enkel modern staatshoofd daar nog toe in staat is, ook niet de president van Rusland. Daarvoor is de politieke besluitvorming veel te complex geworden.

Waar zitten die voormalige KGB-generaals?

Alexei Kondaurov is als topanalist bij Yukos steenrijk geworden en is momenteel lid van de Doema, het Russische parlement, voor de communistische partij.

Alexei Kondaurov
Alexei Kondaurov

Nikolaj Tokarev werkte met Poetin samen toen die in de DDR was gestationeerd. Wie van de twee was de superior officer?

Nikolaj Tokarev
Nikolaj Tokarev

Sergej Tsjemezov, ook KGB-collega van Poetin in diens tijd in Dresden, is momenteel directeur-generaal van het staatsexportbedrijf voor wapens, Rosoboronexport. Hij controleert volgens sommigen in zijn eentje de Russische wapenexport.

Sergej Tsjemezov
Sergej Tsjemezov

Stel nou, puur hypothetisch, dat adviseurs van het kaliber van Kondaurov, Tokarev en Tsjemezov – en dan bedoelen we met nadruk niet deze personen zelf, maar personen van hun kaliber – in de praktijk Poetin aansturen in plaats van andersom?

Dat zou zo maar kunnen, maar in werkelijkheid ligt de waarheid waarschijnlijk in het midden. Sommige beslissingen worden exclusief door Vladimir Poetin genomen, andere komen tot stand op aandringen van adviseurs. Als Poetin echter zijn voormalige superieuren consequent en over langere tijd zou negeren, zou hij zich vervreemden van 80% van zijn topambtenaren, alsmede van talrijke topzakenlui en wordt zijn positie uitgehold.

Poetin heeft dus een zekere speelruimte, waarbinnen hij inderdaad naar eigen goeddunken belangrijke beslissingen kan nemen.

Daarom verdient Poetin juist alle steun van het Westen, want aan zijn patriottisme hoeft niet getwijfeld te worden. Beslissingen die door Poetin zelf genomen worden, zullen altijd door patriottisme worden ingegeven. Door wat hij zelf ziet als het belang van Rusland in een gegeven situatie.

Van buitenaf kan dat misschien opgevat worden als Russisch nationalisme, maar met nationalisten kan altijd goed zaken gedaan worden, omdat zij overzichtelijke en concrete belangen hebben: de positie van Russische minderheden in de voormalige sovjet-republieken, herstel van de nationale trots, Rusland moet weer serieus genomen worden door de andere grootmachten, handhaving dan wel verhoging van het levensniveau van de Russische bevolking, etc.

Als het aan Poetin zelf ligt, neemt het wederopgestane Rusland zijn waardige plaats in de wereld weer in. Hij heeft er geen persoonlijk belang bij om Rusland in een mondiaal conflict met de VS te drijven.

Van de motieven van de voormalige KGB-generaals kunnen we geen hoogte krijgen. Wat we wel weten is dat voor hen het Russische volk geen doel, maar een middel vormde. Het is niet uit te sluiten dat zij, voor zover ze nog in de oude sovjet-tijd gevormd zijn, nog behoren tot de harde kern van de toenmalige ideologische en militaire internationalisten. Er is immers in Rusland na de val van de communistische dictatuur nooit een zuivering geweest van de oude nomenklatoera. Jeltsin heeft een proces gevoerd tegen de communistische partij, maar hij is daardoor zo in de problemen gekomen dat hij gedwongen was om de voormalige KGB-kolonel Poetin als premier aan te stellen, omdat hij anders zelf in de gevangenis was beland.

De Sovjet-Unie heeft altijd een aanvallende militaire doctrine gehad die gevoed werd door de interne staatsideologie en was gericht op onderwerping van het Westen, met name van Duitsland. Voor kaders die in die geest zijn gestaald, is de totale weerloosheid van West-Europa op dit moment hét buitenkansje waar ze vroeger zo van gedroomd hebben.

De geschiedenis heeft geleerd dat nationalisten veel minder gevaarlijk zijn dan internationalisten. Dus 1000 keer liever Poetin, dan een stelletje voormalige generaals van de staatsveiligheidsdienst van een communistische dictatuur.