Scholen nemen ouders opvoeding af – 7

Om een verschijnsel te doorgronden, moet men het zowel in zijn totaliteit begrijpen, als in detail.

Het lager en middelbaar onderwijs in Nederland bevindt zich in een fundamentele transformatie, namelijk van een middel tot kennisoverdracht aan kinderen en jongeren, dat erop gericht is om hen de vaardigheden aan te reiken waarmee ze zich later in de maatschappij kunnen redden, naar een middel tot ideologische indoctrinatie van de jeugd als bouwsteen voor een mooie linkse toekomst.

Het onderwijs functioneert als voorpost voor de totale transformatie van de maatschappij door de overheid, althans de ideologische stroming die zich bedient van de dwangmiddelen van de overheid om haar totalitaire doelstellingen te verwezenlijken.

Het middel dat gebruikt wordt is het meest dodelijke dat er is: de salamitactiek. Ook wel bekend als “gradualism”, “incrementalism” of “totalitairian tiptoe”. De salamitactiek is bedoeld om het bewustzijn af te dempen en verzet te ontmoedigen.

Als je immers een maatregel, die de meerderheid van de betrokkenen niet wenst, direct invoert of aankondigt, beseffen de betrokkenen dat er een situatie gecreëerd wordt die schadelijk is voor hun huidige of toekomstige belangen en komen zij in het verweer. Het is mogelijk dat door dat verzet de maatregel niet kan worden ingevoerd en het hele project, met alle verheven einddoelen, loopt dan gevaar.

Daarom is het voor een succesvolle salamitactiek belangrijk dat je je doelstellingen niet uitspreekt.

Als je bijvoorbeeld van plan bent om in Hongarije tussen 1945 en 1948 een communistische eenpartijstaat op te richten, moet je dat niet openlijk verklaren. Je moet een voor een de katholieke, protestantse en liberale uitgeverijen, scholen en andere instellingen sluiten, het liefst naar aanleiding van een incident of zo. Vervolgens gebruik je het verzet daartegen om de geheime politie extra bevoegdheden te geven, etc.

Als je vanaf het begin al de droom hebt gehad om een Europese superstaat te stichten, maar de meerderheid van de bevolking van de betrokken landen voelt daar niets voor, moet je geleidelijk te werk gaan: eerst een pilot in de vorm van een beperkte douane-unie in de vorm van de Benelux, eerst samenwerking op het gebied van kolen en staal. Dan het project afschilderen als vorm van economische samenwerking en uitbreiden naar andere sectoren van de economie, vervolgens een gezamenlijke munt introduceren – opnieuw met economische argumenten – en uiteindelijk via kunstmatig gecreëerde crises steeds meer supranationale bevoegdheden en instellingen creëren. Waarbij de instellingen in werkelijkheid vaak al bestaan voordat ze op papier worden opgericht. Totdat de nieuwe generatie wakker wordt in wat Vladimir Bukovsky van het Cato-instituut de “EUSSR” noemt.

Hetzelfde geldt voor de transformatie van het onderwijs van kennisoverdracht naar ideologische indoctrinatie.

Je moet het niet zeggen, maar wel doen, beetje bij beetje. Vergelijk het met een ruziezoeker, die op straat steeds iets dichter bij je komt te staan. Op een gegeven moment heeft hij al je persoonlijke ruimte afgepakt, maar als je die wilt terugpakken, moet je of wegvluchten, of hem terugduwen. In het eerste geval doe je vrijwillig afstand van je territorium, in het tweede geval kan hij verontwaardigd zeggen dat jij de gewelddadigheden bent begonnen.

In werkelijkheid is hij natuurlijk de agressor, maar hij is zo slim geweest om zijn agressie te faseren en te maskeren, waardoor hij jouw reactie kan gebruiken om zijn eigen strategische doelstellingen te bereiken.

Om slechts drie details van de onderwijstransformatie te noemen, die via ons via ons netwerk bekend zijn geworden:
1 – de kinderen van klas 4 mogen van de school geen pindakaas op hun brood smeren.
Formele reden: beperken van risico op een aanval, omdat een jongetje in de parallelklas (sic!) allergisch is voor noten.
Werkelijke reden: afbraak van weer een klein stukje van de macht van de ouders, die tot dan toe bepaalden wat een kind wel en niet mag eten.

2 – de kinderen van de hele lagere school moeten op vrijdag fruit meenemen naar school.
Formele reden: bijdragen aan de gezondheid van de kinderen door stimuleren van gezonde voeding.
Werkelijke reden: afbraak van weer een klein stukje van de macht van de ouders, die bepalen wat hun kind moet eten.

3 – de kinderen van klas 5 krijgen “verkeersexamen”. Het is natuurlijk niet de zaak van de school, maar van de ouders om de kinderen te leren om veilig deel te nemen aan het verkeer. Voor “verkeersexamen” moet je een fiets hebben. De fiets moet in goede staat zijn. Als de fiets niet in goede staat is, bijvoorbeeld doordat het achterlicht het niet doet, kan je kind een onvoldoende krijgen. Voor de beoordeling van de staat van onderhoud van de fietsen, worden vrijwillige klassenouders ingeschakeld.
Formele reden: bijdragen aan de veiligheid van de kinderen door hen te leren fietsen en op het onderhoud van de fiets te controleren.
Werkelijke reden: weer een kleine inbreuk op de particuliere levenssfeer van het gezin. Verkeersopvoeding wordt afgepakt van de ouders en tot vak gebombardeerd (1e stap), dan worden ouders gedwongen om een fiets aan hun kinderen ter beschikking te stellen (2e stap) – als zij die niet hebben, dan moeten ze er een kopen -, vervolgens wordt de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de fiets van de ouders afgenomen (3e stap) en tenslotte moeten ouders zich laten welgevallen dat andere ouders mede bepalen of hun kind een voldoende of onvoldoende krijgt voor het verkeersexamen (4e stap). Met dat laatste wordt, niet in graad maar wel in principe, weer een klein kenmerk van de totalitaire regimes in Oost-Europa tussen 1945 en 1989 overgenomen: verdeel- en heers tussen de ouders.

Deze drie details tonen, juist omdat het om kleine voorbeelden uit de dagelijkse praktijk gaat, dat scholen de opvoeding van de ouders geleidelijk aan afpakken. Als je de lijn doortrekt, zal het proces over 10 tot 20 jaar voltooid zijn en is de strategische doelstelling uit het Communistisch Manifest van Karl Marx en Friedrich Engels (1848) en van de naoorlogse culturele marxisten om het gezin te ontbinden, voor een belangrijk deel bereikt.

Bevordert associatieverdrag handel en veiligheid?

Alexander Pechtold, fractieleider van Democraten 66, is een van de meest fervente voorstanders van het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne dat vandaag in een raadgevend referendum ter goedkeuring wordt voorgelegd aan het Nederlandse volk. Een referendum waarvan Pechtold overigens de noodzaak helemaal niet inziet, waarmee maar weer eens blijkt dat bestuurlijke vernieuwing bij de D66 in werkelijkheid een wassen neus is – maar dit terzijde.

De afgelopen dagen was hij frequent te zien op televisie en te horen op de radio om zijn standpunt toe te lichten. Hij concentreerde zijn betoog daarbij op drie kernargumenten, namelijk:
1 – Handel
2 – Veiligheid
3 – Help “de jonge generatie” om zich te bevrijden van het verleden

De eerste twee argumenten willen de kiezer overtuigen dat het verdrag gunstig is voor zijn eigen belang doordat handel en veiligheid toenemen, de derde argument is altruïstisch en suggereert dat de Oekraïense jeugd zonder aansluiting bij de Europese handelsruimte veroordeeld is tot een terugval in de duisternis van het sovjet-verleden.

Met het laatste argument appelleert Pechtold aan de vanzelfsprekende wens van de post-68 generaties om zichzelf vrij te ontwikkelen en ook anderen daartoe grootmoedig in staat te stellen.

Laten we de kernargumenten van Pechtold nader beschouwen. Wat bedoelt hij met “de handel”?

De Nederlandse handel, waarschijnlijk. De buitenlandse handel. Maar Nederland handelt met bijna de hele wereld. Handel dus met wie? Met China? Met Canada? Met Suriname? Nee, Pechtold bedoelt de handel tussen Nederland en Oekraïne, dus een zeer klein aandeel van onze buitenlandse handel.

Is het associatieverdrag goed onze buitenlandse handel? Nee, natuurlijk niet. De handelsbetrekking met Rusland zullen namelijk juist te leiden hebben onder ratificatie en inwerkingtreding van het verdrag, en de handel met Rusland is vele malen groter dan die met de Oekraïne.

De buitenlandse handel zal er dus door geschaad worden. Significant en substantieel geschaad worden, als we het in D66-taal mogen formuleren.

En hoe zit het met de veiligheid? Wiens veiligheid? Artikel 4 lid 2f van het associatieverdrag stelt dat er “meer samenwerking tussen de partijen op het vlak van veiligheid en defensie” moet komen. Dat zou in de praktijk de vorm krijgen van gezamenlijke militaire oefeningen en geleidelijke integratie in de NAVO. Rusland ziet dergelijke oefeningen aan zijn grenzen als een provocatie. Als de tweede militaire mogendheid ter wereld door dergelijke oefeningen wordt geïrriteerd, hoe draagt zulks dan bij aan “de veiligheid”?

Het voorstel tot nauwere militaire samenwerking tussen de EU en Oekraïne is juist een voortzetting van de conflictstrategie die Europa sinds de wederopstanding van Rusland op het wereldtoneel volgt. Enerzijds is en blijft de Europese defensie kansloos tegen een mogelijke Russische aanval, omdat de strijdkrachten van de lidstaten decennialang zijn uitgekleed en bovendien worden opgeleid om “vredesmissies” buiten het continent uit te voeren en niet meer getraind zijn op het verdedigen van de eigen landsgrenzen. Anderzijds wordt Rusland steeds meer geprovoceerd met uitbreiding van de NAVO naar het oosten, met financiële en economische sancties wegens de “annexatie” van de Krim, met een kunstmatig lage olieprijs, met onnodig beledigende uitspraken door de presidentskandidate Hillary Clinton aan het adres van de president van de Russische Federatie Vladimir Poetin, et cetera.

D66 is geen voorstander van defensieve herbewapening van de Nederlandse strijdkrachten, maar wel van maatregelen die het militair superieure Rusland tot op het bot tergen. Het lijkt haast of de strekking van het beleid is om Rusland tot een wanhoopsactie tegen Europa aan te zetten, terwijl Europa door het gat in de anti-tankcapaciteit weerloos moet blijven tegen de Russische conventionele overmacht.

Ook het derde argument snijdt geen hout. Want welke “jonge generatie” kan zich door het associatieverdrag eigenlijk bevrijden van het verleden?

Oekraïne bestaat voor ongeveer de helft uit Oekraïners en voor de helft uit Russischtaligen. West-Oekraïne is traditioneel wat meer op het westen gericht, en Oost-Oekraïne wat meer op Rusland. Dat ging prima, zolang niet één van beide kanten de macht naar zich toe wilde trekken.

Onder het regime van Porosjenko zijn de taalrechten van de Russische gemeenschap echter aanzienlijk ingeperkt. Daarmee is een signaal afgegeven aan de Russische helft van de bevolking dat zij erop kunnen rekenen als tweederangs burgers behandeld te worden.

Sterker nog, de dag na het bezoek van Europarlementariërs Guy Verhofstad en Hans Van Baalen aan Kiev in 2014, nam het Oekraïense parlement een wet aan die de tweetaligheid van het land praktisch afschafte. Dit terwijl de Europese Unie nota bene officieel – let wel, officieel – het garanderen van taalrechten aan bijvoorbeeld de Hongaarse minderheid in Roemenië als voorwaarde had opgenomen voor het opnemen van dat land in de EU in 2007. Een sterk staaltje van Brusselse hypocrisie en amnesie zou een EU-scepticus dit wellicht noemen.

De wet werd later deels teruggedraaid, maar de boodschap aan de Russischtalige Oekraïners was duidelijk.

Waar dus de Oekraïense “jonge generatie” wordt bevrijd van het verleden, wordt de Russischtalige jonge generatie beroofd van haar toekomstperspectief. Sterker nog, zij wordt veroordeeld tot een toekomst onder het corrupte regime van premier Porosjenko, die er zijn hand niet voor omdraait om een voormalige buitenlands staatshoofd, Mikheil Sjaakisvili, een paspoort toe te stoppen en tot gouverneur van een Oekraïense provincie te maken die groter is dan zijn voormalige land Georgië. De ultieme vernedering voor de Russischtalige burgers van Oekraïne, dat zelfs een Georgiër met een buitenlands paspoort de voorkeur krijgt boven alle mogelijke Russischtalige kandidaten. Porosjenko, die zijn persoonlijke vermogen van 720 miljoen dollar tijdens zijn ambtsperiode met 20% heeft weten te vermeerderen.

De argumentatie van Pechtold draagt inhoudelijk niets bij tot verheldering van de kwestie waar morgen over gestemd wordt. Zij onthult echter haarfijn dat een politicus, mits hij sympathiek en gematigd is in zijn houding, ongestraft verregaand demagogie en volksverlakkerij kan bedrijven.

Recensie van Richard Cottrell’s “Gladio” – 1

De voormalige Britse europarlementariër Richard Cottrell heeft vorig jaar het buitengewoon interessante “Gladio – Nato’s dagger at the heart of Europe” uitgebracht. Het is een bijgewerkte versie van zijn eerder verschenen boek met dezelfde titel.

Het boek combineert drie zaken: ten eerste een overzicht van de activiteiten van het geheime partizanenleger dat de Britten reeds tijdens de Tweede Wereldoorlog onder de naam ‘Special Operations Executive” (SOE) in Europa hadden opgezet. Na de oorlog werd SOE gehandhaafd als “stay behind network”, dat wil zeggen een geheim leger dat na een mogelijke bezetting door de Sovjet-Unie contact moest opnemen met het hoofdkwartier en op het juiste moment sabotagedaden moest verrichten. Daartoe werden wapenvoorraden en communicatie-apparatuur op geheime locaties begraven.

Dit geheime leger werd uitgebreid naar meer dan vijftien landen, waaronder Groot-Brittannië, Nederland, België, Frankrijk, Duitsland en Italië. De geheime legers hadden in elk land codenamen, maar het geheel van de organisatie werd genoemd naar de Italiaanse afdeling die Gladio heette, naar het korte tweesnijdende zwaard van de gladiatoren.

Het Gladio-netwerk dwaalde af van zijn oorspronkelijke nobele en dappere doelstellingen – een beetje zoals de maffia, die begon als verzetsnetwerk tegen de centrale bezettingsautoriteiten op Sicilië, maar eindigde in drugshandel en andere georganiseerde criminaliteit – en nam gaandeweg het karakter aan van een privéleger van de elites, met name van het militair-industrieel complex.

Naast de taak van organiseren van verzet in geval van bezetting van West-Europa door de legers van het Warschaupact, kreeg Gladio de taak erbij om interne ondermijning van de staat tegen te gaan.

Deze taakomschrijving werd door criminele elementen in westerse regeringen, strijdkrachten, inlichtingendiensten en elitaire genootschappen zodanig opgerekt dat zij de rechtvaardiging vormde voor een serie bloedige aanslagen op burgerdoelen in Duitsland, België en Italië. Deze aanslagen werden vervolgens toegeschreven aan extremistische linkse en rechtse groeperingen.

Sterker nog, Gladio, dwz westerse militaire en civiele inlichtingendiensten, infiltreerden in extreem-linkse en extreem-rechtse groeperingen om die, indien dat nodig was, te radicaliseren en tot geweld aan te zetten.

Het doel was om de macht van het politieke centrum te verharden, en de opkomst van alternatieven, bijvoorbeeld de Italiaanse communistische partij, te verijdelen. Dat laatste is in strijd met de beginselen van een liberale maatschappij, want als de Italianen inderdaad “zo gek” waren geweest om via de stembus het eurocommunisme aan de macht te brengen, hadden zij zelf het recht moeten hebben om de gevolgen daarvan aan den lijven te ervaren. Elk mens heeft het recht op een foutje en elk volk heeft het recht op zijn eigen desillusie.

De bomaanslag op het station van Bologna op 2 augustus 1980 werd direct na de aanslag door de “christen-democratische” premier Francesco Cossiga toegeschreven aan de Italiaanse Rode Brigades. Al snel bleek echter dat de bomaanslag, – die aan 85 burgers het leven had gekost, waaronder vrouwen en kinderen -, door Gladio-officieren van de Italiaanse inlichtingendienst was georganiseerd en door de extreem-rechtse Nuclei Armatie Revoluzionari was gepleegd. De Italianen begrepen toen dat ze geregeerd werden door een “staat binnen een staat”.

De redactie heeft echter aanwijzingen dat deze neofascistische groepering mogelijk functioneerde als dekmantel voor de eigenlijke uitvoerder van de bomaanslag, die door de Nederlandse militaire inlichtingendienst zou zijn aangestuurd. Gezien de officiële geheimhouding rondom de militaire inlichtingendienst en de angst die zelfs vandaag de dag nog heerst onder voormalige agenten van Gladio, is het echter niet mogelijk om deze aanwijzingen te onderbouwen en zijn we aangewezen op de verklaring die een voormalige agent van Gladio in januari 2015 in een interview aan onze redactie heeft gedaan.

Gezien het feit dat bomaanslagen op burgers gelden als oorlogsmisdaad, dan wel als terroristische aanslag en dat die zaken niet verjaren, hebben wij de geluidsopname van het interview bij de Amsterdamse politie ingeleverd, met het voorspelbare resultaat dat die daar niets mee gedaan heeft. Het Amsterdamse corps is een van de slechtste van West-Europa en bestaat, naast een kern van voortreffelijke rechercheurs, uit een meerderheid van lakse risicomijders die een doortastende aanpak afdoen als oncollegiaal.

Toen de redactie op 27 januari jl de straat inreed, waar de Gladio-veteraan woonde, werd onze Suzuki Swift hard geramd door een wit bestelbusje dat de rijbaan versperde, achteruit raasde en de andere weghelft op draaide precies op het moment dat onze Swift een inhaalmanoeuvre inzette, met een schade van 3000 euro tot gevolg.

Dat zal ongetwijfeld toeval zijn, maar als je het in een thriller zou lezen, zou je denken dat het een waarschuwing was om niet meer met deze Gladio-veteraan te gaan praten.

De Gladio-agent zelf is op zijn vingers getikt en ziet ondanks herhaaldelijke verzoeken onzerzijds af van verdere interviews. Het betreft een door en door immoreel persoon die bekend heeft vrouwen en kinderen te hebben vermoord, maar er prat op gaat daar geen spijt van te hebben, die vanaf zijn balkon kindertjes filmde, zodat hij gesommeerd werd om de webcam te verwijderen en die merkwaardig genoeg in 2006 voorkwam op de ledenlijst van een bekende Amsterdamse vrijmetselaarsloge. Kortom, een psychopaat met mogelijk een sadistische persoonlijkheidsstoornis, die zijn best doet om zich te vermommen als een fatsoenlijke burger.

Het is bekend dat bepaalde Westerse inlichtingendiensten in de jaren ’60 en ’70 doelbewust psychopaten hebben opgeleid. Dat is begrijpelijk. Om een reguliere terrorist te doden, heb je een gemotiveerde soldaat nodig, maar om een groep burgers op te blazen in het kader van een “strategy of tension” door geheime diensten van NAVO-landen, heb je een volslagen gestoorde psychopaat nodig.

Dat wordt geïllustreerd door het bezoek van Eisenhower, Bradley en Patton aan het concentratiekamp Ohrdruf nabij Buchenwald. Daar lagen doodgehongerde lijken opgestapeld in kamers. Patton, die opschepte dat hij bij zijn veldslagen meer Duitse soldaten over de kling joeg dan menig andere generaal, weigerde om daar naar binnen te gaan, omdat hij dan zeker zou moeten overgeven.

De soldatenmoraal verdraagt geen zinloze wreedheden tegen burgers in vredestijd. Daarvoor moet je psychopaten in dienst nemen.

Het standaardwerk over Gladio, NATO’s Secret Armies: Operation Gladio and Terrorism in Western Europe (London 2004), is overigens geschreven door de de Zwitserse historicus Daniele Ganse, die later ook een kritische analyse heeft geschreven van het officiële rapport over 9/11.

De toegevoegde waarde van het werk van Cottrell is dat dit het fenomeen Gladio – de meest vergaande aantasting van de rechtstaat in West-Europa sinds de Tweede Wereldoorlog – combineert met onderzoek naar de aanslagen in Londen, Madrid en Parijs (januari en november 2015) die in de 21e eeuw zijn gebeurd.

De reden dat het onderwerp Gladio nog steeds zo gevoelig ligt, dat onderzoekshandelingen anno 2016 nog manu militari worden ontregeld, is dat het hoofdstuk Gladio geen afgesloten historisch onderwerp vormt, maar dat er naar alle waarschijnlijkheid een continuïteit tussen de activiteiten van het netwerk in de jaren 1970 en 1980 is, en de actualiteit van 2001 tot 2016.

Gladio ís waarschijnlijk nog helemaal geen geschiedenis, maar onderdeel van de actualiteit en probeert de maatschappij opnieuw te destabiliseren door in scène gezette terroristische aanslagen, die dit keer aan islamitische terroristen worden toegeschreven.

Dát is de verdienste van het boek van Cottrell. De auteur trekt enkele overtuigende parallellen tussen de Gladio-aanslagen tijdens de Koude Oorlog en die in de “nieuwe” koude oorlog tegen radicale islamitische terroristische organisaties als Al Qaeda en Islamitische Staat.

Een derde zaak waardoor het boek van Cottrell opvalt, naast het historische overzicht van Gladio en de verbinding die hij legt met de huidige maatschappij, die opnieuw in angst voor aanslagen leeft en opnieuw kritiekloos allerlei burgerlijke vrijheden inlevert, is zijn centimeters dikke linkse bril.

Zoals elk onderzoek kritisch bekeken moet worden, juist als het waardevolle nieuwe elementen aandraagt, zo valt hier op dat linkse terroristen geen terroristen, maar “Marxist urban guerilla’s” genoemd worden; dat bij de grote tirannen van de 20e eeuw wel Franco en Salazar worden genoemd, maar linkse massamoordenaars als Stalin en Mao, – die Hitler met een factor 3 hebben overtroffen -, niet; dat Cottrell beweert dat de Russische dreiging tijdens de Koude Oorlog niet bestond en op bluf berustte, terwijl het Warschaupact in de jaren ’80 beschikte over het astronomische aantal van 60.000 tanks, dat hij Ronald Reagan neerzet als een van de grootste rampen die het Westen overkomen is, terwijl we aan deze president de val het communisme te danken hebben, dat bij linkse politici ondanks de massamoorden nog op te veel sympathie kon rekenen; dat de held van de Hongaarse Opstand Imre Nagy een “agent van de CIA” wordt genoemd; dat de CIA verregaand invloed heeft uitgeoefend op het maatschappelijke leven, maar de KGB kennelijk niet; dat linkse scheldwoorden als “Viktator” voor de keurige Hongaarse premier Viktor Orbán zelfs in de namenindex zijn opgenomen (!), etc. Zodanig dat je bijna gaat denken dat Cottrell het jammer vindt dat het communisme gevallen is. Het blijft vreemd voor een man die officieel te boek staat als “conservatief”.

Dat gezegd hebbende, blijft het een absolute must read voor een ieder die het verschil wil leren kennen tussen échte islamistische aanslagen en daadwerkelijke islamitisch gevaar enerzijds, en de mate waarin anderzijds de islamitische dreiging gebruikt, versterkt en zelfs gecreëerd wordt door de westerse elites, met name het militair-industrieel complex.

Toetreding Oekraïne slecht idee – 3

Een verdere zeer belangrijke reden om Oekraïne geen kandidaat-lid van de Europese Unie te maken, ligt in de bijzondere sociaal-economische omstandigheden van het land.

Oekraïne is een post-communistisch land dat langer dan andere landen, langer zelfs dan Rusland, heeft gewacht met markthervormingen en democratisering. De Oekraïners hebben in december 1991 met overweldigende meerderheid voor onafhankelijkheid gestemd en in de eerste jaren prioriteit gegeven aan zogeheten nation building boven economische hervormingen. Dat blijkt onder andere uit het feit dat de EU Oekraïne pas in 2005 (!) heeft erkend als “markteconomie” en de VS pas in 2006.

In de jaren ’90 werd het land leeggeplunderd door oligarchen die allerlei goederen tegen door de overheid vastgestelde prijzen inkochten, en met aanzienlijke winsten op de wereldmarkt (door)verkochten. Een twintigtal oligarchen bezat omstreeks 40% van de Oekraïense economie.

De rijkste oligarchen hielden zich niet bezig met productie, maar met doorverkopen van gas.

Mede daardoor is de economische groei eigenlijk pas vanaf het jaar 2000 op gang gekomen. Ook die groei was aanvankelijk eenzijdig. De Zweedse econoom Anders Aslund wijst er in zijn standaardwerk Ukriane. How Ukraine became a market economy and democracy op dat de oligarchen die tot 1999 rijk werden met “arbitrage” in de handel van gas, vanaf 2000 rijk werden door de productie van staal. Daardoor ontstond in macro-economische zin weliswaar meer concurrentie en productie, maar het hielp niet bij het ontstaan van een middenklasse en de “gewone man” profiteerde er nauwelijks van.

De huidige president Petro Poroshenko is een van die oligarchen. Hij is rijk geworden door andere het bedrijf Roshen, dat suikergoed produceert, waaraan hij zijn bijnaam “Chocoladekoning” dankt. In maart 2012 werd zijn vermogen door Forbes geschat op 1 miljard dollar.

Roshen

Porosjenko is echter bij lange na niet de rijkste. Dat is Rinat Achmetov met een geschat vermogen van 6,5 miljard dollar. Akhmetov is eigenaar van voetbalclub Shakhtar Donetsk en zit in mijnbouw, financiële dienstverlening, verzekeringen, media, telecommunicatie en onroerend goed.

De oligarchen hebben ook hun eigen “facties” in het parlement, waar zetels te koop zijn voor de hoogste bieder.

Terwijl Oekraïne dus een twintigtal van de rijkste mensen van Europa kent, staat het land op plaats 108 van de lijst van het Internationaal Monetair Fonds van rijkste landen ter wereld, nog onder landen als Namibië, Swaziland en Botswana.

Oekraïne heeft geen politicus van het type Vladimir Poetin gehad, die de macht van de oligarchen heeft gebroken en de belastinginning ter hand genomen heeft – de belastingpolitie in Rusland komt desnoods langs met automatische geweren – en de inkomsten van de staat heeft hersteld.

Mouwinsigne van de Russische Belastingpolitie
Mouwinsigne van de Russische Belastingpolitie

Oekraïne heeft ook geen gas- en olievoorraden die het kan verkopen op de wereldmarkt. In tegendeel, het verkeert in een positie van “strategische afhankelijkheid” van Russische olie- en gasleveranties. Als het lange tijd de rekening niet betaalt, of Rusland anderszins te veel tergt, gaat midden in de winter overal het licht en de verwarming uit.

Aangezien de Oekraïense overheid door de invloed van de oligarchen op het parlement onvoldoende belasting kan heffen over de meest productieve sectoren van de economie, is Oekraïne financieel afhankelijk van leningen van het IMF. Oekraïne heeft in 2008 een IMF-lening van 16,4 miljard dollar toegezegd gekregen, en in juli 2010 opnieuw een lening van 15,15 miljard dollar. In maart 2014 werd een reddingspakket van 14 tot 18 miljard dollar toegezegd.

Een deel van het IMF-geld wordt echter niet geïnvesteerd in de economie, bijvoorbeeld in het verhogen van de productiviteit, maar besteed aan de burgeroorlog.

Het IMF overweegt niettemin om Oekraïne nieuwe leningen te geven en overtreedt daarmee haar eigen “No More Argentina’s”-regel uit 2001 dat je geen geld aan landen moet lenen, als er geen vooruitzicht is dat zij het terug kunnen betalen. Het lijkt er dan ook op dat het IMF onder voorzitterschap van Christine Lagarde – voormalig Frans minister van Economische zaken en Amerikaanse marionet – onder druk van het US State Departement de oorlog van de pro-westerse Oekraïense regering tegen de Russischtalige bevolking van Oost-Oekraïne aan het financieren is.

Kijken we naar de toetreding van een post-communistisch land als Roemenië in 2007, dan kan dat – met alle respect voor land, volk, taal en cultuur van de Roemenen – in economisch opzicht geen wederzijds succes genoemd worden. Er werken momenteel 3 miljoen Roemenen in andere lidstaten van de EU, terwijl er nauwelijks burgers uit andere lidstaten in Roemenië werkzaam zijn. Nederland telde in 2013 volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 5800 Roemenen die verdacht werden van een misdrijf, terwijl er nauwelijks Nederlandse criminelen in Roemenië zijn. Kortom, het principe van reciprociteit werkt absoluut niet.

Roemenië is een door en door corrupt land. Ook essentiële Europese waarden als taalkundige en andere rechten voor minderheden worden in de praktijk niet nageleefd. In 2013 werd de Nederlander Gabor Landman op een Roemeens politiebureau geslagen en geboeid, omdat hij uitgeprobeerd had of het recht om de politie in het Hongaars te woord te staan in een gebied waar de Hongaarse minderheid woonde, in de praktijk functioneerde.

Als de toetreding van Roemenië al zo problematisch is verlopen, wat mogen we dan van Oekraïne verwachten?

De Oekraïense economie is er nog slechter aan toe dan de Roemeense en heeft minder uitzicht op herstel. Oekraïne is nog corrupter dan Roemenië. De huidige Oekraïense regering heeft zo weinig respect voor de Russischtalige bevolking aan de dag gelegd dat twee oostelijke regio’s zich hebben afgescheiden en het land sinds maart 2014 in staat van burgeroorlog verkeert.

De EU is niet in staat om de Oekraïense economie te integreren. Nog ongeacht de zorgwekkende economische toestand van landen als Griekenland, Spanje, Portugal en Italië, en de miljoenen asielzoekers die momenteel de Noord-Europese landen trachten te bereiken. Zelfs een EU in optima forma zou dit economisch inefficiënte, juridisch krachteloze en politiek instabiele brok niet kunnen verteren.

Toetreding Oekraïne slecht idee – 2

Een tweede reden waarom toetreding van de Oekraïne tot de Europese Unie geen goed idee is, is simpelweg het feit dat daardoor een “ledemaat” van het mystieke lichaam van het Russische volk zou worden afgerukt.

Naar schatting 40% van de Oekraïense bevolking is Russischtalig. Dat komt neer op ongeveer 18 miljoen zielen. Met de Oekraïne zou de EU tegelijkertijd dus een enorme Russische minderheid binnen de grenzen halen. Een minderheid waarvan een deel – de regio’s rond Donetsk en Loegansk – zich uit protest tegen het centralisme van Kiev reeds hebben afgescheiden.

De beide republieken hebben zelfs aansluiting met Rusland gevraagd, maar dat verzoek is door de lankmoedigheid van de Russische president Vladimir Poetin niet doorgegaan.

De Russen in Oekraïne zouden in één klap de grootste minderheid binnen een lidstaat van de EU worden, waarmee de EU een minderhedenprobleem van ongekende proporties zou binnenhalen.

De EU heeft overigens reeds een Russische minderheid van in totaal 1 miljoen, namelijk in de Baltische staten. Deze minderheid voelt zich in politiek, economisch en cultureel opzicht al twintig jaar gemarginaliseerd, dus daar kan men niet van een geslaagde integratie spreken.

De grenzen van de EU zouden in één klap meer dan 800 km (!) naar het oosten opschuiven. De stad Loegansk ligt strikt genomen zelfs oostelijker dan Moskou.

Qua oppervlakte zou de Oekraïne – als we de overzeese gebiedsdelen van Frankrijk niet meetellen – direct het grootste land van de EU worden. Qua inwonertal zou het met zijn 45 miljoen inwoners op de zesde plaats komen, na Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Italië en Spanje.

Gezien de historische banden tussen de twee landen – Oekraïne was van 1569 tot 1648 onderdeel van Polen, West-Oekraïne zelfs tot 1795 -, zouden daarmee de positie en de invloed van Polen binnen de EU relatief versterkt worden.

Pools-Litouws Gemenebest 16e-17e eeuw
Pools-Litouws Gemenebest

Als Polen en Oekraïne gezamenlijk optreden, zijn ze kwa inwonertal groter dan Duitsland.

Duitsland zou de gelegenheid krijgen om haar economische invloedssfeer uit te breiden naar het oosten, waarmee met name de Fransen en de Britten niet blij zouden zijn en Hongarije zou de banden aanhalen met zuid-oost Oekraïne, dat immers bijna duizend jaar onderdeel is geweest van Hongarije.

karpatalja
Zuid-West Oekraïne

Maar in de praktijk is toetreding van Oekraïne in zijn huidige vorm geheel onmogelijk. De regio’s Donetsk en Loegansk hebben zich immers de facto afgescheiden van Oekraïne. Hoewel zij nog niet als onafhankelijke staten erkend zijn, hebben zij hun positie door het tweede verdrag van Minsk (februari 2015) geconsolideerd.

Hoewel het uiterst onwaarschijnlijk is dat Donetsk en Loegansk hun hard bevochten vrijheid zullen opgeven, beschouwt de Oekraïense regering beide volksrepublieken nog als “tijdelijke bezette gebieden”.

Hetzelfde geldt voor het schiereiland Krim, dat zich niet alleen heeft afgescheiden van Oekraïne, maar zelfs heeft herenigd met Rusland. De Krim – dwz de federale stad Sebastopol en de Autonome Republiek de Krim – maakt sinds 21 maart 2014 officieel deel uit van de Russische Federatie, maar de Oekraïense president Pjotr Porosjenko heeft in juni 2015 jn zijn inaugurele rede gezegd dat Oekraïne de Krim “nooit zou opgeven”. Met toetreding van de Oekraïne zou de EU dus de aanspraken van Oekraïne op Russisch grondgebied overnemen, en daarmee een blijvende bron van spanning. Zou Porosjenko proberen de status quo te doorbreken, dan kan de Krim zelfs een casus belli worden.

De enige oplossing daarvoor is het erkennen van de afgescheiden volksrepublieken, maar daarmee zou de EU de nieuwe lidstaat tegen zich in het harnas jagen.

Kortom, door de weg in te slaan naar een lidmaatschap van Oekraïne, steekt de EU zich in een geopolitiek wespennest.

Toetreding Oekraïne slecht idee – 1

Nederland heeft in maart 2014 in een EU-associatieverdrag met Oekraïne ondertekend. Zo’n verdrag vormt de eerste stap naar toetreding van een land tot de Unie.

Toetreding van de Oekraïne tot de EU is echter een zeer slecht idee.

Oekraïne is namelijk een multi-nationaal en multi-etnisch land dat sinds het ontstaan van het idee van de onafhankelijkheid – overigens relatief recent – altijd een dubbele oriëntatie heeft gehad. De kozakkenhoofdman Bogdan Chmelnitzky, die in 1648 na een opstand tegen de Poolse adel de eerste onafhankelijke kozakkenstaat oprichtte, was in zijn buitenlandse politiek op Rusland gericht, terwijl vijftig jaar later hetman Mazepa de kozakkenstaat bij Zweden wilde laten aansluiten. Dat ging niet door doordat Rusland de oorlog tegen Zweden won in de historische veldslag bij Poltava (1709).

Het land heeft ook twee grote gemeenschappen, die grotendeels samenvallen met de taalgroepen: etnische Oekraïners en etnische Russen. Zolang geen van beide groepen het gevoel heeft benadeeld te worden, zijn die verschillende oriëntaties meer een verrijking dan een reden voor verdeeldheid voor de bevolking van Oekraïne.

Oekraïne is eigenlijk een soort “brugland” of “overgangsgebied” tussen Europa en Rusland. Een dergelijk gebied moet ook als zodanig bestuurd worden: met maximaal respect voor de etnische en taalkundige identiteit van de deelstaten. Oekraïne zou op Zwitserse grondslag georganiseerd moeten worden, waarbij de etnische groeperingen die het land uitmaken, regionaal en lokaal zo veel mogelijk hun eigen zaakjes mogen regelen.

Oekraïense regeringen zouden ongeacht hun ideologische signatuur in hun buitenlandse politiek en in hun handelspolitiek, juist geen keuze voor Oost of West moeten maken, maar goede betrekkingen met zowel Duitsland als Rusland moeten onderhouden. Het moet vooral niet kiezen tussen Oost en West, want dan raakt ten gevolge van die eenzijdige oriëntatie automatisch de ene of de andere gemeenschap in het gedrang.

De problemen zijn begonnen met de toenmalige president Viktor Janoekovitsj. Aanvankelijk probeerde hij de betrekkingen met zowel Rusland als de EU aan te halen. Omdat het post-communistische land echter dringend behoefte had aan buitenlandse investeringen, begon hij onderhandelingen over toetreding tot de EU, in de hoop op financiële en andersoortige steun. Daar zag hij echter mede door Russische druk vanaf.

Vervolgens deed Moskou hem een aanbod, dat in talrijke opzichten veel gunstiger was. Janoekovitsch nam dat aanbod, dat veel meer perspectieven bood voor de ontwikkeling van Oekraïne, wél aan.

Vervolgens brak er een opstand uit, moest Janoekovitsj vluchten en geraakte de pro-westerse oligarch Porosjenko aan de macht, die het associatieverdrag met de EU alsnog ondertekende.

Porosjenko maakte daarmee dezelfde fout als Janoekovitsj, maar dan naar de andere kant. Bovendien toonde hij geen enkel respect voor het Russische deel van de Oekraïense natie.

Sterker nog, de dag na het steunbezoek van EU-functionarissen Verhofstad en Van Baalen, nam het parlement een wet aan die het recht op het gebruik van de Russische taal drastisch inperkte.

Het signaal aan Oost-Oekraïne was duidelijk: onder Prosjenko zou Oekraïne zich aansluiten bij het Westen en de Russen zouden tweederangsburgers worden.

Tips voor beter basisonderwijs

In aanvulling op het vijfpuntenplan voor het reorganiseren van Nederlandse scholen dat dinsdag op www.michielklinkhamer.com is gepubliceerd, bieden we nog een aantal aanvullende tips voor het onderwijs op lagere scholen.

Verwijder digitale schoolborden uit het klaslokaal. Vervang ze door schoolborden. Dat geeft meer rust, is minder vermoeiend, minder schokkend en is beter voor de ontwikkeling van het voorstellingsvermogen.

Schaf het debiele “continurooster” af, samen met de hele “permanente educatie”. Daardoor moeten kinderen nu verplicht een deel van de pauze gezamenlijk in de klas eten – vaak zelfs met de TV aan – en een ander deel van de pauze doorleren. Dat is niet goed voor de spijsvertering en vermindert het herstellen tussen de lessen door. Het “voordeel” daarvan, is dat de leerkrachten dan een half uur eerder naar huis kunnen. Dat is de omgekeerde wereld. De leerkrachten zijn er voor de kinderen en niet andersom. De hele organisatie van het onderwijs is immers dienend aan de leerbehoeftes en de ontwikkeling van het kind, niet andersom.

Doordat de toetsing van deze nieuwe dwangmaatregel van de overheid – bij gebrek aan marktwerking in het onderwijs – niet bij de ouders van de kinderen ligt, maar bij de zoveelste linkse stichting die op een ander vlak van de onderwijs-DDR functioneert en precies dezelfde ideologie heeft als de scholen zelf, wordt er valselijk geconcludeerd dat het continurooster een zegen zou zijn voor de kinderen. Dit is een moedwillige vervalsing, want kindjes vinden het helemaal niet leuk en worden er vaak zelfs een beetje “hyper” van.

In een sector waar geen pluriformiteit meer is, laat staan oppositie, krijg je net als in de echte DDR, altijd het onderzoeksresultaat dat de Partij wenst.

Dat brengt ons bij het volgende punt. Kwaliteitscontrole zou moeten worden toevertrouwd aan organisaties die door de ouders worden uitgekozen. Het is immers in hun belang dat hun kinderen goed onderwijs krijgen. Door scholen meer marktgericht te maken, waarbij de ouders vraag hebben naar goed onderwijs voor hun kinderen en de scholen concurreren om ouders goed onderwijs aan te bieden, komt de kwaliteitscontrole uiteindelijk bij de ouders te liggen.

Als een school slecht is, moeten ouders met hun voeten kunnen stemmen. Dat is nu in de praktijk lastig om een aantal redenen, waarvan de belangrijkste zijn:
1 – postcodebeleid: veel gemeentes verbieden ouders op om naar een andere school te gaan en dwingen hen om uit een kleine en vaststaande groep slechte scholen te kiezen
2 – leerlingvolgsysteem: dit DDR-rapport, waarin zo veel mogelijk objectieve en subjectieve informatie over leerlingen wordt opgenomen, wordt vaak negatief aangepast, zodra de school hoort dat een leerling de school gaat verlaten. Als een juf bijvoorbeeld een negatieve voorkeur heeft gehad voor een bepaald kind – hetgeen regelmatig voorkomt – en de ouders halen het van school omdat het slecht is voor het zelfvertrouwen van hun kind, als het voortdurend gediscrimineerd wordt, zal ze geneigd zijn allerlei slechts in haar rapportage over het kind te zetten. Daarmee hoopt ze zichzelf in te dekken. De school steunt haar daarin meestal, want scholen verliezen geld als ze minder leerlingen hebben en geld is natuurlijk belangrijker dan een rechtvaardige en correcte afhandeling van een vertrek. Dat is uitermate onredelijk en unfair voor het vertrekkende kind – in feite zelfs frauduleus -, want dan komt het kind met een hypotheek binnen bij de nieuwe school en moeten de ouders God bidden dat de nieuwe juf door de rapportfraude heen prikt.
Het sfeertje op veel scholen is dermate sektarisch en ideologisch, dat vertrekkers vaak als afvalligen worden gezien. Het is algemeen bekend dat veel ouders het als uiterst problematisch beschouwen om een nieuwe school te vinden, omdat veel scholen zo slecht zijn.
Scholen weten dat en geven de schuld vaak liever aan het vertrekkende of aankomende kind dan de hand in de boezem van de eigen sector te steken. Veel scholen houden niet van kinderen die te veel van school wisselen. Die “shoppen” of “hoppen”. Dat dwingt de scholen immers met de neus op het feit dat de toestand van het onderwijs in Nederland rampzalig is. Dat willen ze niet omdat ze zelf denken dat het geweldig is.

Een aantal scholen heeft – naar voorbeeld van TV-programma’s waarin zangers worden beoordeeld door het studio-publiek – de gewoonte ontwikkeld om na een voordracht van een leerling de rest van de klas om “tips & tops” te vragen, ja zelfs een beoordeling te laten suggereren voor de voordracht die het klasgenootje zojuist heeft gehouden.

Dat is pedagogisch uiterst slecht. Bij de beoordeling van een medeleerling door leeftijdsgenootjes, speelt de sociale positie van die leerling immers een belangrijke rol. Populaire kindjes krijgen vaak betere scores dan minder populaire kindjes. Als dan ook nog de juf meegaat in het volksgericht, wat ze vaak doet om háár populariteit in de klas te vergroten, krijgt een kindje dat een sociaal niet optimale positie heeft, ook nog eens de wrange smaak in de mond van een onrechtvaardige beoordeling ten gevolge van dat gebrek aan populariteit.

Bovendien worden kindjes dan gewend gemaakt aan het verwerpelijke verschijnsel dat de meerderheid de eenling gaat zitten beoordelen. Dat moet je nooit doen. Je moet de eenling juist ten allen tijden beschermen tegen de meerderheid. Een voor allen, allen voor een.

Laat de beoordeling van voordrachten over aan de leerkracht. Die moet zelf de verantwoordelijkheid voor de beoordeling nemen en die niet afwentelen op de leerlingen.

Schaf de overbodige en schadelijke studie “onderwijskunde” af. Kinderen hebben pedagogen nodig, geen onderwijskundigen. Dat is één grote improductieve en geldslurpende linkse banenmachine, waardoor bovendien veel te veel abstracte ideeën in de realiteit terechtkomen. Voor onderwijskundigen is het klaslokaal in feite een laboratorium.

Schaf het vak nieuwsbegrip af. Het wereldnieuws is niet voor kinderen. Schaf maatschappijleer af, het is aan de ouders om de kinderen over de maatschappij in te lichten. Schaf vakken als International Primary Curriculum af en herstel geschiedenis, aardrijkskunde en kunstonderwijs als onafhankelijke vakken.

Schaf schooltelevisie af. Dit kan eenvoudigweg bereikt worden door de subsidie daarvoor af te schaffen of doordat scholen geen schoolTV meer afnemen.

Er moeten nieuwe schoolboeken geschreven worden of tijdelijk oude gebruikt worden. Dan zijn we in één keer af van zaken als “redactiesommen”, “veilig leren lezen”, “methodes” (in plaats van boeken) en alle verwarrende concepten en al het verwarrende taalgebruik waar de huidige schoolboeken bol van staan.

Geen meerkeuzevragen op de lagere school natuurlijk. Het lijkt makkelijk, maar is in werkelijkheid moeilijker. Je wordt lui en verward. “Wat is de juiste schrijfwijze: 1 – schol, 2- sgool, 3 – school?”

Als je kinderen gelijk leert dat je het woord “school” als “school” moeten schrijven, plegen ze één inspanning. Die moeten ze wellicht nog wat herhalen en dan kennen ze het voor de rest van hun leven. Door drie mogelijkheden te geven, ontneem je ze het gemak en de gunst van optimaal resultaat door één inspanning, bied je ze twee foutieve schrijfwijzen die wel degelijk in het geheugen en het onbewust opgeslagen worden en maak je ze lui omdat ze het juiste antwoord niet zelf hoeven op te hoesten. Ze moeten het slechts “herkennen”. Herkennen is echter een fundamenteel andere vaardigheid dan weten of reproduceren.

Stop met het infantiele “fonetische” alfabet, waarbij kinderen in de eerste klas, pardon, groep 3, de namen van de letters niet mogen leren maar de nagebootste klant van de letter als naam moeten gebruiken. Dat is dubbel werk. Eerst heet de E de “uh” en de P de “puh”, de S de “sss” en de L de “lll” en dan mogen de kindjes een jaar later de échte namen van de letters leren. Het werkt wel, maar het is minder vermoeiend om het in één keer te doen. Bovendien is het infantiliserend om kinderen op die manier een alfabet aan te leren, zoals wel meer zaken in het onderwijs infantiliserend zijn die later op dit blog aan bod zullen komen.

Stop het gebruik van onleesbare printjes en stenciltjes. Het is een schande om die aan je leerlingen voor te leggen.

De kwaliteitscontrole moet zich vooral richten op de leerkrachten. Momenteel wordt slechte en matige leerkrachten eindeloos de hand boven het hoofd gehouden omdat het zogenaamd heel moeilijk is om een slechte leerkracht te ontslaan. Er is de redactie zelfs een geval uit een school in Amstelveen in 2014 bekend, waarbij uit een klas van 28 leerlingen van groep zes na een conflict tussen ouders en leerkrachten 10 kinderen door hun ouders van school gehaald werden, omdat de leerkracht werd gehandhaafd.

De klagende ouders werden afgeschilderd als roddelaars en samenzweerders, de ouders van kinderen die positief door de juf werden gediscrimineerd werden tegen de afvallige ouders opgezet, kortom, allemaal heel sekte-achtig.

In dit voorbeeld werd in feite het belang van één volwassene zwaarder gewogen dan dat van 10 kinderen.

Ontsla altijd de slechte leerkracht, in plaats van hem eindeloos de hand boven het hoofd te houden. Het ontslagrecht van leerkrachten moet versoepeld worden. Want kinderen hebben recht op goed onderwijs en daarvoor hebben ze een goede leerkracht nodig.

Betaal leerkrachten meer, zodat het vak betere en ambitieuzere personen aantrekt.

Sluit de Pedagogische Academie – die is te verrot om te kunnen worden hervormd – en vervang haar door een geheel nieuwe instelling.

Laat kinderen de leraar met U en bij zijn achternaam aanspreken. Kinderen hebben een natuurlijk ontzag voor de leraar. Neem hen dat niet.

Het “leerlingvolgsysteem” moet worden afgeschaft. Een kind is er niet om van bovenaf gevolgd te worden, maar om zich opwaarts te ontwikkelen. Alle gegevens die de school over het kind bijhoudt, moeten eigendom zijn van de ouders. Die moeten kunnen beslissen of ze die gegevens geheel of gedeeltelijk delen met een nieuwe school of met andere instelling. Het zijn immers hun kinderen.

Tot slot, een zeer pijnlijk gemis op veel scholen en een zeer welkome aanvulling op het schoolonderwijs is toneel. Door toneelvoorstellingen te houden kunnen kinderen leren een andere sociale positie in te nemen en even een ander sociaal perspectief te hebben. Dat is beter en fundamenteler dan welke vorm van “maatschappijleer” dan ook. Het traint hun geheugen en leert hen om op een andere manier met elkaar samen te werken. Bovendien leren ze zo om hun gevoelens te vertolken, om te spreken in het openbaar en om verschillende menselijke emoties op een speelse manier beter te leren kennen. Door even “iemand anders te zijn”, krijgen ze een nieuw bewustzijn van wie ze zelf zijn.

En hoe meer ze beseffen wie ze zelf zijn, hoe beter wij ons werk gedaan hebben.

Opzet voor nieuwe Nederlandse scholen

Er is in Nederland niet alleen veel mis met de inhoud van het onderwijs, ook de ontwikkeling van de juridische vorm van de scholen is op een doodlopende weg geraakt.

Wat betreft de inhoud, is genoegzaam bekend waar de problemen liggen: na de mislukking van een radicale linkse overname in het Westen en het ontstaan van de Koude Oorlog, heeft links gekozen voor een geleidelijke overname van een aantal maatschappelijke sectoren, waaronder het onderwijs. In het kader van deze “lange mars door de instituten”, naar voorbeeld van de “lange mars” van het geliefde linkse voorbeeld, – de Chinese massamoordenaar Mao Zedong – zijn de universiteiten, hogescholen, lerarenopleidingen, adviescolleges, educatieve uitgeverijen en stichtingen en natuurlijk de scholen zelf overgenomen door de zogeheten pensée unique, de monistische linkse ideologie.

Net zoals in Oost-Europa alle dissidenten uit het maatschappelijke leven werden verdrongen, hebben de linkse fanatici álle enigszins betekenisvolle liberale of christelijke denkers en doeners uit het onderwijs verwijderd. Ze hebben een soort onderwijs-DDR gecreëerd, waar iedereen aan de buitenkant vrolijk is, – net als in de echte DDR – maar aan de binnenkant onzeker of bang.

Andersdenkende ouders hebben al lang geleerd om hun opvattingen te verbergen, want net als in de echte DDR, wordt je familie gepakt als je uiting geeft aan je afwijkende meningen. Dat gebeurt door diezelfde juf die vol geloof in valse concepten en vervuld van een misleide bezieling voor de klas staat. Die gaat je kind dan anders behandelen, en dan doorgaans niet in positieve zin. Het is te primitief voor woorden, maar in de praktijk is het zo, dat als je kritiek hebt op een aspect van het beleid van de school, dan wordt je kind gepakt.

Het gebeurt geheel vanzelfsprekend, vanuit het onderbewuste van die juf.

Dat zie je bijvoorbeeld bij de vernietiging van het culturele erfgoed van Nederland, in de vorm van de aanval op Sinterklaas en Zwarte Piet. Ergens wordt ten onrechte beweerd dat de figuur van Zwarte Piet uit de slavernij stamt en dat het racistisch is, en álle scholen en álle leerkrachten nemen dat standpunt als nieuwe waarheid over, terwijl ze voor die geplande aanslag op de Nederlandse cultuur geen van allen vonden dat Zwarte Piet racistisch was.

Nu het onderwijs inhoudelijk is vernietigd, is de tijd rijp geworden voor de extreme centralisering van het onderwijs. Linkse samenlevingen hebben uiteindelijk allemaal behoefte aan een Grote Leider, dus dat is ook zo in de onderwijs-DDR. Allemaal analoog aan de manier waarop samenlevingen in Oost-Europa na de Tweede Wereldoorlog werden bezet, versplinterd getransformeerd en uiteindelijk gecentraliseerd.

Ook op een aantal Vrije Scholen is dat helaas het geval. Daar is het eigenlijke model van het onderwijs voor de toekomst gegeven, – gezien de grote ruimte voor de individuele ontwikkeling van het kind – en daar is door de intellectuele stoottroepen van de Vanzelfsprekende Linkse Ideologie het hardst gewerkt om de morele toekomst van de mensheid te vernietigen. Gevolg: iedereen draagt andere kleding, maar ze denken allemaal hetzelfde. De vrijheid wordt uitsluitend uiterlijk beleefd, maar inhoudelijk en spiritueel is er van het vrijeschoolonderwijs op dergelijke scholen weinig meer over.

Het antro-lettertype blijft gehandhaafd, maar de etherlichaampjes van de kindertjes worden gelijkgeschakeld en geconfigureerd tot geleider van impulsen die van bovenaf worden ingegoten.

Scholen zijn middels financiering afhankelijk gemaakt van de eisen van de onderwijsinspectie van het ministerie van Onderwijs. Dat hoeft niet. Je kunt als overheid ook geld verstrekken om onderwijs mogelijk te maken, zonder je met de inhoud te bemoeien.

Tegelijk zijn ze intern afhankelijk geworden van de directeur. Dat was vroeger vaak een persoon die ook les gaf, maar tegenwoordig is het een – vanzelfsprekend linkse – bestuurder.

Van onderaf is de vertegenwoordiging van de ouders, voor zover die bestond, vervangen door de zogeheten Medezeggenschapsraad, die door de overheid is ingesteld en volgens overheidsregels moet functioneren, maar niettemin wordt gezien als vertegenwoordiging van de ouders. De MR is dat niet, omdat zij maar voor de helft uit ouders bestaat, en voor de andere helft uit docenten. Dat is als een Tweede Kamer, waar voor de helft volksvertegenwoordigers in zitten en voor de helft leden van de regering.

Daarbij lijdt de MR in de praktijk onder de linkse collectieve cultuur, dat wil zeggen dat geforceerde harmonie als beter gezien wordt dan constructieve diversiteit.

Om scholen te genezen, moet de MR worden vervangen door een Ouderschapsraad, waarin uitsluitend ouders zitten. Die kunnen dan hun besluiten voorleggen aan de docenten die dan argumenten moeten aanvoeren om ze niet over te nemen.

Belangrijke beslissingen – zoals de aanstelling van een nieuwe directeur en aanname of ontslag van nieuwe leerkrachten – moeten volgens directe democratie genomen worden, dat wil zeggen dat de ouders daarover mogen stemmen.

Ook moeten de ouders van de school via email op de hoogte gehouden worden van de toestand waarin de school verkeert.

De kardinalen uit de linkse kerk hebben inmiddels scholen massaal met elkaar laten fuseren en de directeuren van de scholen onderworpen aan gecentraliseerde besturen. Daardoor heb je een soort parochies gekregen die ressorteren onder educatieve bisdommen. In de praktijk functioneren die centrale besturen op afstand en grotendeels anoniem. Vaak vallen drie, vijf, tien of zelfs meer scholen onder één “bestuur”. Die besturen vormen een neuro-endocrien carcinoom van één grote linkse banenmachine, enigszins vergelijkbaar met de commissariaten in het bedrijfsleven.

In gevallen waar het “bestuurswerk” onbetaald is, bestaat een hoog risico op corruptie. De redactie heeft gevallen gezien van een “onbezoldigd” bestuur, waar de anti-pestmethode door de school werd aangekocht via het educatieve adviesbureautje van de bestuursvoorzitter. De MR kefte even, maar ging al snel weer kwispelen.

Die besturen vervullen in feite de rol van de ouders en moeten zo snel mogelijk worden afgeschaft.

Die fusies moeten worden tenietgedaan en scholen moeten verder als onafhankelijke school, want alleen onafhankelijke scholen kunnen door de ouders gecontroleerd worden. Controle door ouders is natuurlijk essentieel omdat de kinderen van de ouders zijn en niet van de overheid.

Daarmee kan de huidige totalitaire linkse structuur doorbroken worden, dat de lichamen van de kinderen toebehoren aan de ouders, maar de zielen aan de school.

Scholen en besturen hebben vaak de vorm van een stichting. Dat is met opzet gedaan omdat stichtingen minder democratisch zijn. In een vereniging moet de directeur immers voor de ledenvergadering rekenschap afleggen voor zijn beleid. Doet hij het niet zoals de ouders het willen, dan kunnen zij hem via de ledenvergadering opdracht geven om zijn beleid bij te stellen. Weigert de directeur, dan kan hij worden gewaarschuwd en bij de derde keer worden verwijderd.

Scholen zouden dus moeten worden getransformeerd van stichtingen tot verenigingen.

Tevens moet de functie van directeur moet worden afgebouwd. De functie van bestuur moet worden overgenomen door de algemene ledenvergadering van de vereniging.

Het belangrijkste is natuurlijk, dat scholen zich moeten emanciperen van overheidsdwang. Dat kan door constructief en collectief verzet te plegen tegen de richtlijnen van de onderwijsinspectie. Daarbij zijn twee uitkomsten mogelijk: ofwel de overheid blijft de scholen met belastinggeld financieren, maar doet dat zonder zich te bemoeien met de inhoud van het onderwijs. De onderwijsinspectie wordt dus per direct afgeschaft. Of simpelweg genegeerd. Als voldoende scholen dat doen, kan de overheid het niet meer maken om al die scholen als straf hun financiering te ontzeggen.

De tweede uitkomst is dat scholen zelfstandig verder gaan. Dan moeten ouders meer bijdragen gaan betalen, maar dat is geen probleem. Ouders klagen in de praktijk dat zij daar geen geld voor hebben, maar dat is niet waar. Ze zijn gewend om het aan andere zaken te besteden, zoals tweede auto’s, vakanties, uitbouw aan het huis, voetbalwedstrijden, et cetera. Ouders moeten dus leren hun prioriteiten te herschikken en goed onderwijs voor hun kinderen weer op plek drie zetten, na onderdak en eten.

Eigenlijk heb je op scholen een proces analoog aan de Cruyff-revolutie bij Ajax nodig, waarbij van een beursbedrijf weer een voetbalclub gemaakt wordt en ex-sporters – lees: pedagogen – weer de dienst uitmaken.

Dus samenvattend:

Om scholen te genezen, moeten ze eerst weer vrij, pluriform en transparant gemaakt worden. Dat kan via een vijfstappenplan

1 – Verzelfstandiging van scholen van de overheid
2 – Vervanging van de juridische vorm van stichting door die van vereniging
3 – Terugdringen van de rol van directeur
4 – Afschaffing van de besturen
5 – Ongedaan maken van de fusies

Dat zal in de praktijk natuurlijk niet altijd makkelijk zijn maar dit is de manier waarop het moet gebeuren.

Huiswerk

Huiswerkopgave van een school in Midden-Nederland deze maand:

[begin]

Opgave C. Kim en Tim

Kim en Tim laten hun hond Willem uit.
Plotseling komt een grote Deense dog aanhollen. Hij besnuffelt Willem even en hurkt in het gras om zijn behoeften te doen.
“Kom gauw mee, Willem”, zegt Tim nerveus.
Hij voelt zich niet op zijn gemak.
“Dat beest doet niks”, zegt Kim geruststellend.
“Dat moet je anders niet zeggen. Kijk die enorme hoop bij zijn achterpoten maar eens.

Vragen
1. Welk woord geeft aan dat Tim een beetje bang is?
2. Wat bedoelt Kim met Dat beest doet niks?
3. Wat bedoelt Tim met die enorme hoop?

[einde, cursiveringen in origineel]

De leerplicht wordt hier gebruikt om de blik van de kinderen langs de anale fantasieën te leiden van een anonieme viezerik ergens ergens achter een door overheidsgeld gesubsidieerd bureau, op het Departement of in een of andere linkse stichting, waarvan de natte winden uit zijn onderbuik, pardon de vruchten van zijn nobele pedagogische werk, door een perfect functionerende hiërarchische keten in het klaslokaal worden geleid.

Een nieuw hoofdstuk in de anale fixatie van bepaalde personen die aan de leerboeken mee mogen schrijven. De heerschappij van dit soort gedegenereerde levensvormen, die zo kenmerkend is voor een cultuur in verval, is natuurlijk mogelijk gemaakt doordat eerst alle niet linkse elementen uit de onderwijsprovincie op transport zijn gezet, waarna vervolgens na 30 jaar alleenheerschappij het slechtste van het slechtste in deze pleepot is komen bovendrijven.

Dit volgens het principe van de kakistocratie (pun intended), dat wil zeggen de “heerschappij van de slechtsten”, afgeleid van het Griekse woord κάκιστος (= slechtst).

Let op hoe de auteur, ongeduldig op zijn door de staat gesubsidieerde bureaustoel heen en weer draaiend, probeert om de kinderfantasie langs bepaalde beelden te voeren: het hurken in het gras om de hondenbehoefte te doen, de “erorm” hoop, benadrukt door het cursief, die “bij zijn achterpoten” ligt, fantastisch.

Je mag waarschijnlijk al blij zijn dat dit niet op het digibord als filmmateriaal tijdens de verplichte gezamenlijke lunch voorbij komt.

Maar laten we de zaken van hun positieve kant bekijken: hier worden op een ludieke wijze twee vakken vermengd tot een humoristische hybride, namelijk het vak taal en het onderdeel poepologie van het vak ontlastingskunde.

Het wordt tijd om de Alpheüs en de Peneos om te leiden, c.q. Maas en Waal.

Wie reinigt de Augiasstal van het Nederlandse schoolonderwijs?

[cursivering van de redactie]

De Volkskrant is een mannenbolwerk

De krant die zelf voorop loopt bij de gelijke participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt in het algemeen en in topfuncties in het bijzonder, blijkt zelf maar een klein deel vrouwen in dienst te hebben.

Nemen we het colofon van 15 augustus 2015 als bron, dan blijkt dat de topposities door mannen worden bekleed.

De hoofdredacteur is een man, de plaatsvervangend hoofdredacteur is een man en de centrale redactie bestaat uit vijf mannen en één vrouw.

Overtuig uzelf: omdat je het tegenwoordig op basis van naam alleen nooit helemaal zeker kunt weten, hebben we de foto’s bijgesloten.

Hoofdredacteur
Hoofdredacteur
Vervangend hoofdredacteur
Vervangend hoofdredacteur

De centrale redactie:

Centrale redactie - 1
Centrale redactie – 1
Centrale redactie - 2
Centrale redactie – 2
Centrale redactie - 3
Centrale redactie – 3
Centrale redactie - 4
Centrale redactie – 4
Centrale redactie - 5
Centrale redactie – 5
He he, eindelijk een vrouw.
He he, eindelijk een vrouw.

Dus het staatshoofd, de premier en vijf zesde van het kabinet bestaat uit mannen. Dat is mager.

Bij de verslaggeverij doen vrouwen het beter, daar is het min of meer 50-50. Maar dat is het enige onderdeel van de redactie, waar de man-vrouw verhouding een afspiegeling van de bevolking vormt.

Bij de redactie binnenland gaat het weer mis: vijf mannen, één vrouw.

Van de vrouwelijke participatie bij de buitenlandcorrespondentie word je ook niet vrolijk: twaalf mannen tegenover drie vrouwen.

Bij de politieke redactie is het zes tegen twee, bij de redactie economie is het tien tegen twee: meent men bij de Volkskrant soms dat vrouwen geen verstand van de economie hebben of konden ze niemand vinden?

De sportredactie, tenslotte, is een 100% mannenbolwerk.

Wat is de reden van de oververtegenwoordiging van mannen en de ondervertegenwoordiging van vrouwen bij de Volkskrant? Konden ze geen geschikte kandidaten vinden of hebben ze een voorkeur voor mannen?

Het blad zou de verhouding man-vrouw zo snel mogelijk weer in evenwicht moeten brengen.

En hoe zit het met de overige minderheden?

Is de Volkskrant percentueel gezien niet een stuk blanker dan de Nederlandse bevolking? Je moet in het colofon met een vergrootglas zoeken naar namen die duiden op journalisten van Marokkaanse, Turkse of Surinaamse afkomst.

En hoe zit het met de seksuele minderheden?

Hoeveel lesbische vrouwen hebben een plaatsje bij de Volkskrant? En hoeveel homoseksuele mannen?

Het zou de krant sieren als zij intern onderzoek zou verrichten naar de laatste twee categorieën (etnische en seksuele minderheden) en openheid van zaken zou geven.

Waarbij zij opgemerkt dat – hypothetisch gesproken – twee Surinaamse journalisten niet de noodzaak wegnemen voor een Turkse geluid of een Marokkaanse invalshoek. En dat – opnieuw hypothetisch gesproken – het feit dat er bijvoorbeeld twintig homoseksuele mannen werken, niet de rechten wegneemt van de lesbische vrouwen om ook proportioneel vertegenwoordigd te zijn in een van de grootste dagbladen van dit vooruitstrevende land.