Categoriearchief: Politics

Verdeel en heers in het Midden-Oosten is niet nieuw

Het Turkse ministerie van buitenlandse zaken beweert vandaag dat de Russische bombardementen op stellingen van rebellenstrijders in Syriê “meer extremisme en radicalisme” in de hand zullen werken.

De Turkse regering – die overigens volgens een rapport van de Amerikaanse senaat, dat eerder deze week werd gepubliceerd, in Syrië regelmatig lege huizen laat bombarderen – neemt daarmee het standpunt over dat de Amerikaanse regering een dag eerder uitsprak.

Het Amerikaans-Turkse standpunt is echter uiterst hypocriet gezien de buitenlandse politiek van de VS van de afgelopen 100 jaar, die er op talrijke momenten, regelmatig zelfs doelbewust, op gericht was om radicale stromingen te versterken om regio’s uit balans te brengen en daarna onder Amerikaanse invloed te brengen.

Uit memoranda van de Defense Intelligence Agency uit 2012 blijkt dat de meerderheid van de Syrische verzetsstrijders – de goeden uitgezonderd – bestaat uit jihadisten, moslimbroeders en al-Qaeda. Dus niet uit “legitieme” rebellen die democratie en een rechtstaat willen.

De strijders van IS, dat in 2014 in Irak werd opgericht uit elementen van al-Qaeda, werden door Amerikaanse veiligheidsdiensten bewapend, getraind en gefinancierd, met name tijdens de burgeroorlog in Libië, maar ook daarvoor. Zij hebben in Irak aanzienlijke voorraden Amerikaanse wapens en munitie veroverd die hen in feite in handen zijn gespeeld.

De Turken spelen het spelletje van de VS dus lustig mee. Strijd voeren, maar niet te snel winnen.

Het is natuurlijk moeilijk voorstelbaar dat een coalitie van Westerse landen van de VS, Groot-Brittanië, Frankrijk, Nederland en Turkije niet in staat zouden zijn om binnen de kortste keren de strijdkrachten van Islamitische Staat te verslaan. Als alleen de VS en Turkije drie weken lang ook maar enigszins serieus zouden proberen om IS aan te pakken, zou er van de beweging niets dan een stofwolk overblijven.

De bedoeling is dus duidelijk om het conflict te laten voortduren. In reactie daarop kunnen dan in alle rust de werkelijke geopolitieke doelstellingen gerealiseerd worden.

Dit beleid van het creëren van problemen en die vervolgens bestrijden wordt in feite al meer dan een eeuw gevoerd door de Amerikaanse regering, of beter gezegd kringen rondom de Amerikaanse regering.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog droeg het Amerikaanse beleid er – hoewel het formeel gericht was op het helpen beëindigen van het conflict – de facto toe bij dat de oorlog langer duurde dan noodzakelijk. De regering Wilson manoeuvreerde zich in een positie van bemiddelaar en gaf op het belangrijkste moment in 1916 niet thuis. De op papier veelbelovende punten van Wilson, die gericht waren op het bevorderen van het zelfbeschikkingsrecht van naties, werkten aan het einde van de oorlog als een Trojaans paard en moedigden separatistische tendensen in Midden-Europa aan die tot op de dag van vandaag voelbaar zijn.

Vanaf het eerste begin in 1917 hebben Amerikaanse bedrijven en banken de communistische staatsgreep in Rusland gesteund. Door een lening van de Federal Reserve aan de bolsjewieken, maar ook door persoonlijke interventie van president Woodrow Wilson, toen Leon Trotsky – die later leiding zou geven aan de militaire kant van de revolutie – door de Canadese autoriteiten werd tegengehouden toen hij op weg was naar Rusland. Wilson oefende druk uit, waardoor Trotsky, die van hem een paspoort had gekregen, alsnog naar Rusland kon gaan om daar de communistische machtsovername te organiseren.

Inmiddels hebben historici vastgesteld dat de opbouw van de industrie van de Sovjet-Unie in de eerste twee vijfjarenplannen (1928-1933 en 1933-1938), grotendeels door Amerikaanse interventie tot stand is gebracht.

Dit is allemaal zeer goed gedocumenteerd. Zo beschreef Sonia Melnokova-Raich in The Journal of the Society for Industrial Archeology in 2010 (vol. 36, no 2, pp 57-80) hoe het meest geavanceerde Amerikaanse architectenbureau van dat moment, de Albert Kahn Associates, aanzet gaven (“jump-started”) tot de industrialisering van de Sovjet-Unie. De Kahn brothers produceerden tractorfabrieken in Stalingrad, Charkov, Tsjeljabinsk en elders die opgezet waren – en later gebruikt werden – om grote aantallen tanks te produceren. Een gedetailleerd overzicht van de Amerikaanse steun aan de opbouw van zo’n beetje elke tak van de sovjet-industrie vindt u in Westers Technology and Soviet Military Development van wijlen professor Economie Antony C. Sutton.

De Sovjet-Unie werd ook op talrijke andere manieren ondersteund, met name door enkele bedrijven uit de financiële sector, zoals u kunt lezen in Wall Street and the Bolshevik Revolution van Sutton. Tegelijkertijd steunden Amerikaanse bedrijven via dochterbedrijven de opkomst van Hitler-Duitsland (Wall Street and the Rise of Hitler). Dat zijn geen samenzweringstheorieën, maar zeer goed gedocumenteerde studies.

Het gevolg daarvan was dat zowel de agressieve Sovjet-Unie van Stalin, als het nationaal-socialistische Duitsland, veel sterker werden dan zij zonder Amerikaanse steun geworden zouden zijn. En dat zij, toen zij gezamenlijk door middel van het Molotov-Ribbentrop pact van 23 augustus 1939 in feite de Tweede Wereldoorlog ontketenden, Europa in een oorlog stortten die veel langer en bloediger en grootschaliger was dan zonder die steun het geval zou zijn geweest.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ziet men opnieuw hoe krachten van achter de Amerikaanse regering het conflict doelbewust oprekten. Ten eerste door generaal George Patton te verhinderen om in 1944 Berlijn in te nemen en de oorlog zo een jaar eerder te beslissen. Maar ook natuurlijk door de weigering om de hoofdmacht van de invasie via Italië te laten oprukken naar Centraal-Europa en in plaats daarvan te kiezen voor een invasie in Normandië, waardoor de oorlog langer duurde en niet Patton, maar de Russische maarschalk Zjoekov uiteindelijk Berlijn zou veroveren.

Daarmee werd de deling van Duitsland, die vanuit diezelfde kringen reeds vanaf het einde van de 19e eeuw gewenst was, alsnog met Amerikaanse hulp gerealiseerd.

Tenslotte door de eis van “onvoorwaardelijke overgave” van Duitsland van de Amerikaanse regering in januari 1943, waardoor Duitsland veel langer doorvocht dan het gedaan zouden hebben als er uitzicht was geweest op vredesonderhandelingen. Zelfs de officieren die Hitler graag hadden willen offeren – en die waren er zeker – vochten nu door omdat ze wel een Duitsland zonder Hitler wilde, maar geen Duitsland dat tot kolonie of protectoraat zou worden.

De Amerikaanse buitenlandse politiek heeft ook na de Tweede Wereldoorlog deze dubbele politiek doorgezet. Een enkel voorbeeld is de Iraaks-Iraanse oorlog van 1980 tot 1988 toen het officieel het seculiere Irak steunde, maar tegelijkertijd clandestien via een andere branche van de buitenlandse politiek Iran steunde, zodat de oorlog veel langer en destructiever werd dan zonder die steun het geval geweest was.

Een en ander maakt deel uit van een klassieke strategie van verdeel en heers.

Buitengewoon leerzaam in dit opzicht is onderstaand interview van Sutton:

In dat licht is het dus helemaal niet vreemd dat de Amerikaanse inmenging in Irak, Afghanistan, Libië en Syrië niet geleid heeft tot stabiliteit, maar tot duurzame chaos en radicalisering. Dat ligt in het verlengde van de dialectische strategie die de Amerikanen hanteren.

Het is een op zich geniaal strategie die het mogelijk maakt dat zeer sterke, maar geografisch perifere en afgelegen mogendheden als Groot-Brittannië en de VS toch nog aanzienlijke invloed kunnen uitoefenen in de de rest van de wereld.

De VS liggen een halve aardbol verwijderd van Azië, maar hebben toch invloed in Japan, Pakistan en Afghanistan en patrouilleren momenteel tot grote ergernis van de Chinese regering met de US Pacific Fleet in de Zuid-Chinese Zee. Natuurlijk is er altijd een voorwendsel, soms zelfs een legitieme reden, maar het gaat erom in te zien dat de VS, ook al is het een prachtig land met een uniek politiek en economisch stelsel, wel degelijk ook een politiek hebben om op lange termijn zo veel mogelijk in vloed uit te oefenen in werelddelen waar ze geografisch gezien niets te zoeken hebben.

In die zin zien ze zich, en zijn ze, de opvolgers van het Britse wereldrijk dat in 1910 een kwart van het aardoppervlak bestuurde en de helft dan de wereldzeeën beheerste.

De steun van de VS aan de Sovjet-Unie is na de Tweede Wereldoorlog achter de schermen gewoon doorgegaan. In de jaren ’60 en ’70 ontvingen de failliete communistische regimes van Oost-Europa miljarden leningen van Westerse centrale banken en particuliere financiële instellingen. Dergelijke steun aan de formele vijand in de Koude Oorlog heeft de Russische dissident Vladimir Boekovsky ertoe gebracht te verklaren dat de Sovjet-Unie zonder steun van het westen 10 jaar eerder zou zijn ingestort.

Tot slot de verklaring van professor Sutton, waarom hij denkt dat bepaalde Westerse banken en grote bedrijven vanaf het begin communistische regimes hebben gesteund:

Interviewer: “Why would an American capitalist, an American financeer, help to aid bolshevism?

Sutton: “The only answer – and this puzzled me for years, because we understand to be in opposition – the only answer I could come to is one of captive markets. The United States did not want another United States. And of course, if you look at the world map, Russia is two to three times larger than the United States. Imagine this as another United States, as a competitor to the United States. What the United States wanted or what Wall Street wanted was a captive market. Socialism is a captive market, because my earlier studies at the Stanford University have brought up the fact that a socialism system cannot innovate. It’s going to import innovation and technology from the West. So I think the aim and thinking behind this was to encourage the development of Marxism, and other types of socialism, because that would give these Wall Street bankers control of a world market, a captive market.

Russische bombardementen aangevangen

Op 30 september 2015 zijn de eerste militaire handelingen van Rusland in het Midden-Oosten begonnen. De Russische luchtmacht voerde bombardementen uit op doelwitten in de stad Homs en elders.

Russische luchtaanvallen 30-09-2015 volgens BBC

Wat en wie er precies geraakt is, zal later met meer zekerheid vastgesteld kunnen worden, maar de Westerse media melden nu reeds in hun berichtgeving dat niet Islamitische Staat, maar reguliere rebelleneenheden getroffen werden, suggererende dat de Russische regering er niet op uit was om IS uit te schakelen, maar om Assad in het zadel te houden.

Dat is niet het geval. Rusland handelt niet uit loyaliteit jegens het regime van Assad. Het wil via steun aan het Syrische regime zijn eigen geopolitieke doelstellingen in het gebied verwezenlijken. Als die op een andere wijze dan via invloed in Syrië gerealiseerd kunnen worden, bijvoorbeeld via de vestiging van bases voor de Russische vloot op Noord-Cyprus en in Lybië, dan zal de Russische regering dat zeker overwegen.

De Amerikaanse president Barack Obama maakt een ernstige fout door de uitgestoken hand van Poetin niet aan te nemen. De reden daarvan zou liggen in een verschil van visie op de oorzaak van het probleem. Poetin wil Assad steunen om IS te verslaan, maar Obama ziet Assad als de oorzaak van het probleem en meent dat hij verwijderd moet worden.

Voor beide standpunten is iets te zeggen, maar het gemeenschappelijke belang is nu het verslaan van IS. Als de Amerikaanse regering daar ook maar enige prioriteit aan zou geven, zou zij direct een militaire samenwerking met Rusland aangaan en de kwestie van de positie van Assad ná de oorlog tegen IS discreet voor zich uitschuiven.

Syrië is de facto reeds uiteengevallen. De grenzen bestaan alleen nog maar op papier en het centrale gezag functioneert alleen nog maar in het westelijke deel van het land. Herstel van het regime van Assad is nauwelijks voorstelbaar. Rusland gaat echt niet al zijn kaarten zetten op herstel van een ten dode opgeschreven regime.

De Russische president Vladimir Poetin heeft gisteren dan ook verklaard dat Assad “compromissen” zal moeten tonen. Wat hij daarmee bedoelt zal duidelijk worden, naarmate de Amerikaans-Russische diplomatie een constructief karakter aanneent.

Het is namelijk zonneklaar dat Poetin op dit moment niet kan zeggen dat Assad moet vertrekken. Hij heeft Assad en zijn leger nodig om IS te verslaan. Maar hij laat wel doorschemeren dat Assad wat hem betreft na afloop slechts een deel van het grondgebied terugkrijgt, dan wel in het nieuwe Syrië de macht zal moeten delen met de oppositie. Anders gebruikt je het woord “compromis” niet.

Het zou dus voor de hand liggen als Obama de uitgestoken hand van Poetin aanneemt en beide leiders vragen over de kwestie van de toekomst van Assad beleefd wegwuiven.

Want wat voor keuze heeft Assad immers? Kan hij gaan zitten mokken en bij Poetin drammen dat hij garanties wil en anders de Russen eruit gooit? Natuurlijk niet, Assad heeft in wezen geen enkele andere keuze dan het in feite onvoorwaardelijk accepteren van Russische steun.

Maar een kat in het nauw maakt rare sprongen, dus het is buitengewoon onverstandig om hem dat nu alvast te laten merken.

Poetin’s noodkreet aan de Verenigde Naties

Gisteren sprak de Russische president Vladimir Poetin voor het eerst in 10 jaar de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe. Diverse media noemen de toespraak voorspelbaar, maar wie goed luistert, hoort tussen de regels een noodkreet om een mogelijke derde wereldoorlog te voorkomen.

Poetin voor VN 28-09-2015

Poetin begint formeel en legt al snel de nadruk op de diversiteit en representativiteit binnen de Verenigde Naties, en op de “missie” van de organisatie om compromissen te sluiten. Dat is een verhulde kritiek op pogingen van landen als de Verenigde Staten om de VN te gebruiken voor hun eigen geopolitieke agenda en als dat niet lukt, buiten de VN om in gelegenheidscoalities of eenzijdig te interveniëren in conflictgebieden.

Al na enkele minuten zegt Poetin dat er na het einde van de Koude Oorlog “a single centre of dominion” is ontstaan in de wereld. “And then those who found themselves at the top of that pyramid were tempted to think that if we are so strong and exceptional then we know better than anyone what to do and why at all should we reckon with the UN…”

Dit is een directe toespeling op de koers die de VS onder George Bush en Dick Cheney zijn gaan varen, en die door president Barack Obama is overgenomen. Deze koers kenmerkt zich door een sterk “exceptionalisme” en door wat bekend is komen te staan als de “Wolfowitz-doctrine”.

Exceptionalisme is de diepgewortelde overtuiging dat de VS anders zijn dan alle andere landen en een uitzonderlijke rol te spelen hebben in de wereldgeschiedenis. Dit gevoel is na de ineenstorting van de Sovjet-Unie alleen maar sterker geworden. De zogeheten neoconservatieve stroming die de macht binnen de Republikeinse Partij heeft overgenomen en met geweld democratie wil verspreiden over de wereld – en de drijvende kracht achter de tweede Irak-oorlog was -, ziet de overwinning van de VS in de Koude Oorlog als een teken dat het Amerikaanse model als het ware uitverkoren is om zich over de hele wereld te verspreiden.

Rebuilding America's Defenses

De neoconservatieven hebben hun langetermijnvisie vastgelegd in het document “Rebuilding America’s Defenses: Strategies, Forces, and Resources For a New Century” (september 2000) dat door de denktank “Project for a New Americam Century” (PNAC) is opgesteld. Tot de ondertekenaars daarvan behoorden mensen als Donald Rumsfeld, Paul Wolfowitz en Dick Cheney die onder president George Bush in de Amerikaanse regering werden opgenomen als respectievelijk minister van defensie (2001-2006), staatssecretaris van defensie (2001-2005) en vice-president (2001-2009).

Rebuilding America’s Defenses behelst een verstrekkende visie op de ontwikkeling van de wereld in de 21e eeuw en de rol van de VS daarin. “Does the United States have the resolve to shape a new century favorable to American principles and interests?” De VS worden gezien als voertuig om een nieuwe “eeuw”, dat wil zeggen een nieuw tijdperk te scheppen. En dat tijdperk speelt zich natuurlijk niet op Mars af, maar op Aarde en daarom kun je gerust spreken van plannen voor een radicale herschikking van de mondiale politieke, diplomatieke en militaire verhoudingen tussen landen en continenten, oftewel van een “nieuwe wereldorde”.

“[What we require is] a military that is strong and ready to meet both present and future challenges; a foreign policy that boldly and purposefully promotes American principles abroad; and national leadership that accepts the United States’ global responsibilities.”, stelt Rebuilding America’s Defenses in de inleiding.

De PNAC staat dus voor een sterk leger en een ideologische en expansionistische buitenlandse politiek. Het laatste kan natuurlijk niet zonder het eerste.

De neoconservatieven hebben vervolgens de aanslagen op de drie gebouwen van het World Trade Center complex in september 2001 benut om een nieuwe buitenlandse politiek te formuleren die bekend is komen te staan als de “Bush-doctrine”, cq de “Wolfowitz-doctrine”.

Deze komt er in het kort op neer dat de VS, die door de politieke en economische ineenstorting van de Sovjet-Unie geen geopolitieke rivalen meer hadden, er actief voor moesten zorgen dat er geen land of groep landen meer kan ontstaan, die een potentiële dreiging voor de VS zouden kunnen gaan vormen.

De doctrine bestond voordat zij tot beleid verheven werd reeds als “richtlijn” voor defensie. In de Defense Planning Guidance for the 1994–99 fiscal years (18 februari 1992) staat letterlijk:”Our first objective is to prevent the re-emergence of a new rival, either on the territory of the former Soviet Union or elsewhere, that poses a threat of the order of that posed formerly by the Soviet Union. This is a dominant consideration underlying the new regional defense strategy and requires that we endeavor to prevent any hostile power from dominating a region whose resources would, under consolidated control, be sufficient to generate global power.”

Hoewel de doctrine defensief geformuleerd is, – althans in de geest van de voorwaartse defensie – heeft zij dermate verstrekkende implicaties, dat zij door tegenstanders gezien wordt als een pro-actieve, agressieve strategie om de wereld te vormen naar Amerikaans evenbeeld. Geen enkel ander werelddeel of regio mag immers zo sterk opkomen, dat het even sterk zou kúnnen worden als de VS. Ongeacht of het vijandige bedoelingen heeft of niet. De doctrine lijkt zo bezien eerder gericht tegen concurrenten dan tegen vijanden.

Hoewel de tekst van de doctrine later is afgezwakt, blijft de kern overeind, namelijk dat er nooit meer een rivaal mag opstaan die even sterk of potentieel even sterk kan worden als de VS. Vertaald naar de actuele politieke verhoudingen, betekent zulks dat de wederopstanding van Rusland moet worden voorkomen, dan wel ongedaan gemaakt moet worden. Daarmee is Rusland in de positie van het Duitse Rijk terechtgekomen, dat in de 19e eeuw economisch zo sterk werd dat het koste wat kost moest worden ingekapseld. Daardoor moest Duitsland kiezen tussen onderworpenheid en grootheidswaan, maar kon het zich niet meer over de gulden middenweg ontwikkelen. En we weten waartoe dat heeft geleid: drie Europese oorlogen (1870-1871, 1914-1918 en 1939-1945).

Rusland (en China) zien de regime change in Irak, Lybië en Syrië als de moedwillige uitschakeling van Russische bondgenoten in het kader van een strategie om Rusland blijvend te verzwakken. En Rusland ziet de sancties die de VS tegen Rusland hebben afgekondigd – en die door de EU zijn overgenomen – als een poging het land te degraderen tot tweederangs mogendheid. Opnieuw dringt een historische parallel zich op: die met Japan in 1941, dat door de Amerikaanse boycot zonder olie kwam te zitten en daardoor een eeuw teruggezet dreigde te worden naar het pre-industriële tijdperk. Dat was voor de Japanners de aanleiding om de Amerikaanse vlootbasis in de Stille Oceaan op Pearl Harbour aan te vallen.

We bevinden ons zonder het te weten wellicht reeds in een “vooroorlogse” fase. Er is al heel veel beleid opgebouwd, zowel aan als onder de oppervlakte van de uiterlijke gebeurtenissen, dat bewust of onbewust gericht is op het provoceren van een oorlog.
Er zijn Amerikaanse generaals die menen dat er nu een “window of opportunity” is om Rusland militair te verslaan. Er wordt gehandeld vanuit wat Jacques Chirac in zijn verzet tegen de 2e Golfoorlog een logique de guerre noemde, een handelswijze die wel tot oorlog moet leiden. In feite is de economische fase van de derde wereldoorlog al begonnen, in de vorm van moordende sancties tegen Rusland, waardoor de Russen over een aantal jaren hun olie nauwelijks meer uit de grond kunnen halen. En in de vorm van een door manipulaties omlaag gedreven olieprijs, waardoor Rusland miljarden oliedollars misloopt en de roebel in waarde is gehalveerd. Currency war, trade war, world war.

Poetin leest deze oorlogslogica en vreest oprecht dat de langetermijnplanners achter de Amerikaanse regering aansturen op een gewapend conflict met Rusland. Daarom grijpt hij zijn rede voor de VN aan om die strategie aan de kaak te stellen en te waarschuwen voor de gevolgen.

“Russia is ready to work together with all partners on the basis of broad consensus, but we consider the attempts to undermine the authority and legitimacy of the United Nations as extremely dangerous [mijn cursivering]. They can lead to a collapse of the entire architecture of international relations. Then, indeed, we would be left with no other rules than the rule of force.” “Extremely dangerous” en “rule of force” is een waarschuwing dat het eenzijdig afdwingen van geopolitieke van de VS tot een grootschalige oorlog kan leiden.

“We would get a world dominated by selfishness rather than collective work.” Oftewel een wereld waar Amerikaanse en internationale corporations het buitenlandse beleid van de VS manipuleren via uitgekiende handelsverdragen zo veel mogelijk resources naar zich toe te trekken. “A world where truly independent states would be replaced by an ever growing number of de facto protectorates and extremely controlled territories.” Dit is een waarschuwing tegen de Amerikaanse strategie van geleidelijke en indirecte onderwerping van bepaalde regio’s.

En we gaan verder: “No one has to conform to a single development model that someone has once and for all recognized as the only right one.” Dit is een directe toespeling op de ambitie van de neoconservatieven om staten als Lybië en Irak met geweld te democratiseren, omdat “American democracy” het enige juiste model is. Op de opvatting van “het einde van de geschiedenis” van de neoconservatief Francis Fukuyama, die in wezen stelt dat na het einde van de ideologische strijd met de Sovjet-Unie “western capitalism” [let op: dus niet een vrije markt, maar een door corporations beheerste markt] en “democracy” [dat wil zeggen een systeem waarbij beleid bepaald wordt door bijdragen aan de verkiezingscampagnes] als enig model voor sociale ordening op aarde over zijn gebleven.

Poetin distantieert zich – enigszins opportuun – van de pogingen van de Sovjet-Unie destijds om het communisme te exporteren, en kritiseert de voortgaande “export of revoluties, this time so-called ‘democratic’ ones” door de VS, als noemt hij het land niet expliciet.

Die agressieve externe interventies hebben volgens Poetin niet geleid tot de triomf van de democratie, maar tot geweld, armoede en sociale catastrofes. In Noord-Afrika en het Midden-Oosten is een machtsvacuüm ontstaan dat wordt opgevuld door extremisten en terroristen.

En dan: “Besides, the Islamic State itself did not just come from nowhere. It was also initially forged as a tool against undesirable secular regimes”. Dit is een toespeling op het feit dat IS in feite gecreëerd is door de VS – mogelijk met medewerking van Groot-Brittanië en Israël – toen ze religieuze strijders financierden, bewapenden en trainden ten einde dictators als Moammar al-Qadhafi ten val te brengen.

Poetin waarschuwt voor onderschatting van Islamitische Staat en suggereert zelfs dat IS nog steeds door bepaalde Westerse geheime diensten gesteund wordt: “You never know who is manipulating whom. The recent data on arms transfer to this most ‘moderate’ opposition is the best proof of it”.

Dat zou heel goed kunnen en wordt ondersteund door verschillende Amerikaanse bronnen. Een daarvan is een reeks overheidsdocumenten die de Amerikaanse civiele organisatie Judicial Watch via de Amerikaanse Wet op de Openbaarheid van het Bestuur heeft opgevraagd. Uit een van de stukken blijkt dat de Defense Intelligence Agency al in augustus 2012 wist dat de belangrijkste oppositie tegen Assad bestond uit salafisten, de Moslim Broederschap en eenheden van Al Qaeda, dus niet uit gematigde groeperingen.

ISIS1

De DIA noemt de mogelijkheid dat een salafistische beweging in Syrië, in het kader van de strijd tegen het regime van Assad, een al dan niet officieel uitgeroepen kalifaat zou stichten en voegt toe dat dit “precies is wat de machten die de oppositie ondersteunen [dus de VS] willen”

ISIS-2

Dat zou ook verklaren waarom de strijd tegen IS zo moeizaam verloopt. Het is helemaal niet de bedoeling dat de beweging op korte termijn verslagen wordt.

En wat zegt Poetin daarvan: “We believe that any attempts to play games with terrorists, let alone to arm them, are not just short-sighted, but ‘fire hazardous'”.

En hij concludeert: “The situation is more than dangerous. In these circumstances it is hypocritical and irresponsible to make loud contributions about the threat of international terrorism while turning a blind eye to the channels of financing and supporting terrorists…”.

Wie zegt dat deze toespraak van de president van Rusland tot de VN “voorspelbaar” is, oftewel weinig zeggend, is niet alleen dom, maar ook gevaarlijk. Want door deze houding wordt de bevolking in slaap gesust op een moment dat we er alles aan moeten doen om van het pad naar de derde wereldoorlog af te raken dat onder de regeringen Bush en Obama is ingeslagen.

Militaire wederopstanding van Rusland

Op 4 september 2014 publiceerde NRC Handelsblad een omineus opinieartikel van mijn hand over het spectaculaire militaire overwicht dat Rusland op Europa heeft verkregen. Sindsdien is de situatie nauwelijks verbeterd. De NAVO-flitsmacht en Amerikaanse tanks in Estland zijn windowdressing, waarachter de kwetsbaarheid van Europa onverminderd voortduurt.

Nucleaire bommenwerpers die het luchtruim van Nederland en Groot-Brittannië schenden, de annexatie van de Krim en de aanwezigheid van Russische soldaten in Oost-Oekraïne – het zijn verontrustende ontwikkelingen.

Vanuit Russisch perspectief zijn die acties echter legitiem. De provocaties van de nucleaire bommenwerpers kan gelezen worden als een reactie op het antiballistische systeem dat NAVO aan de oostgrens van Europa aan het opzetten is, dat de nucleaire afschrikking opheft. Gorbatsjov en Reagan hadden bovendien expliciet afgesproken dat Moskou de controle over Oost-Europa en Oost-Duitsland zou opgeven, indien de NAVO zich niet naar het oosten zou uitbreiden. Dat is niet gebeurd.

De Krim behoort historisch tot het Russische Rijk en het merendeel van de inwoners heeft zich uitgesproken voor onafhankelijkheid. Oekraïne bestaat voor de bijna de helft uit etnische Russen. En dan zijn er nog geopolitieke belangen. In Oekraïne worden Russische SS-20 kruisraketten gefabriceerd. Er loopt een oliepijplijn door Oekraïne naar het Westen.

En zouden de VS het accepteren als Rusland een afscheidingsbeweging van Texas zou steunen?

Hoogstens 5% van de Russen heeft begrip voor de standpunten van de NAVO en de Westerse media. De rest ziet de ontwikkelingen als een omsingeling van Rusland door de NAVO, die een instrument is van de Verenigde Staten.

Beelden spreken luider dan woorden. Bekijk hoe Russische nationalisten de wederopstanding van de Russische strijdkrachten verwelkomen. Ze zijn bereid om te sterven voor hun vaderland en hebben geen enkele angst voor een kernoorlog. De video had in 2014 reeds 3 miljoen views op youtube.